Informatie

Dorien Knockaert

Posts tagged kool

Schermafbeelding 2014-10-26 om 23.50.57

Ongeveer een maand geleden nam ik me voor om in oktober eens extra op voedselverspilling te letten: minder eetbaars weggooien, minder restjes laten verpieteren in de koelkast ook. De inspiratie daarvoor kwam van de mensen van 11.11.11, die er dit jaar hun hele campagne aan gewijd hebben (de bijbehorende petitie, die een resolutere politieke aanpak van het probleem vraagt, kun je nog altijd hier kracht bijzetten, en als je dan ook nog eens de bijbehorende pagina liket, kun je De Moestuin van Mme Zsazsa winnen). Dit is mijn laatste bericht in de restjesreeks, en het is volledig gewijd aan jullie verzoeken hartenkreten op de facebookpagina van deze blog. Extra tips zijn meer dan welkom in de commentaren.

Help, er zitten altijd twee wraps/pitabroodjes te veel in een pak! Hoe vermijd ik dat die uiteindelijk beschimmeld in de vuilnisbak belanden?

Geen nood, je kunt ze invriezen (dat heb ik al gedaan met pitabrood en ik vermoed dat het met wraps ook wel kan).
Maar je kunt er ook zuiderse croutons van maken. Snipper het platbrood in stukjes en verspreid ze over een royaal geoliede bakplaat. Schep ze enkele keren om, zodat de olie verdeeld raakt over het brood. Bak ze knapperig in de oven (ongeveer 10 minuten, afhankelijk van je oven). Strooi er zout op en kruiden naar keuze ( sesam, tijmpoeder, chilipeper, sumac, zaatar…).
Frituren kan ook. Dat geeft een veel vetter resultaat, maar ik durf het weleens zo te doen als ik ze gebruik voor een salade waar ik dan voorts geen olie aan toevoeg.
Platbroodcroutons worden in de Midden-Oosterse keuken gebruikt voor onder meer fattouche (salade van komkommer, tomaat en verse kruiden) en in allerlei warme bereidingen (fatteh). Van harte aanbevolen.

Van een potje mascarpone, zure room of ricotta heb je altijd maar de helft nodig.

Van de overige helft kun je natuurlijk heel makkelijk lekker broodbeleg maken door kruiden en/of fijngehakte olijven of gedroogde tomaten toe te voegen. Maar ik moet toegeven dat ik mij daar ook nooit toe geroepen voel, want ik eet niet zo graag boterhammen met smeerbare dingen.
Wel vind ik zo’n half bakje mascarpone perfect om een paar ovenaardappels mee te vullen. Roer er kruiden, selderij, zongedroogde tomaten, olijven, kappers… door en je krijgt zelfs in putje winter een barbecuesfeertje.
Gevulde ovenaardappel
Per persoon:
1 grote aardappel
2 flinke el mascarpone
2 el peterselie
1 el fijngehakte halfgedroogde (‘gekonfijte’) tomaat
1 stengel selderij, fijngehakt
1/2 teentje knoflook of 1 el gehakte bieslook
1 mespunt paprikapoeder, het best gerookt paprikapoeder (pimenton de la vera, zie o.a. http://www.gekruid.be
Cayennepeper, zout
Grof zout
Zilverpapier
Bereiding:
1. Verwarm de oven voor tot 220 °C. Was de aardappel en wikkel hem nat in een stukje zilverpapier met een lepel grof zout. Leg hem in de oven en laat hem in 20 tot 35 minuten garen (afhankelijk van het formaat en van je oven).
2. Meng alle andere ingrediënten tot een smakelijk sausje. Snijd de gare aardappel open en schep er de saus in.

Alstublieft, meer ideeën voor oud brood en pistolets!

Is je brood uitgedroogd, maar nog niet kurkdroog? Maak er dan croutons van: snijd het brood in blokjes of pluk het in plukken, verdeel een scheut olie met wat peper en zout over een schone bakplaat, schep het brood op de bakplaat wat om en om, laat het in een oven van 200° licht bruinen maar niet volledig uitdrogen. Dit soort niet-al-te-vette croutons zijn prima voor de soep of voor een broodsalade, en ze blijven lang goed als je ze eerst helemaal laat afkoelen en dan in een goed afgesloten bewaardoos steekt. Wil je gebakken broodkruim om in plaats van kaas over een pastagerecht te strooien, pluk het dan kleiner en bak het in de pan in een royale scheut olie, en kruid het stevig.
Kleine beetjes halfdroog brood zijn ook prima geschikt om soep te dikken: eerst laten weken in water of melk en daarna meemixen met de soep.
Is je brood kurkdroog, maal het dan in een keukenmachine tot paneermeel om later te gebruiken op bijvoorbeeld een ovenschotel of in zelfgerolde gehakt- of linzenballetjes. Als je geen keukenmachine hebt, kun je het brood in een zak steken en er met een deegrol op tekeergaan tot het vermalen is.
Broodpudding wekt vaak gemengde gevoelens op, ik vermoed dat er in de jaren tachtig een wat klef broodpuddingrecept in Ons Kookboek gestaan heeft of zo. Maar ik heb al gesofisticeerde broodpudding met chocolade gemaakt, en zelfs hartige met stokbrood en prei.
Als je daar allemaal geen tijd voor hebt, kun je je brood invriezen en later ontdooien als je eens croutons wilt. Dat valt dan nog prima te fiksen.
Voorkomen is beter dan genezen. Zelf heb ik ondanks mijn slecht georganiseerde huishouden eigenlijk heel weinig broodoverschotten, en ik denk dat dat komt doordat wij meestal ongesneden brood kopen. Ongesneden blijven de meeste broden smakelijk tot je ze op hebt. Broden die met desem gebakken zijn, of broden met heel vast kruim houden het in gesneden toestand ook best lang uit.

Elke kool is ons te groot. Wat doen we met de tweede helft?

Aha, de wegkwijnende halve kool, een bekend fenomeen.
Wat je eerst en vooral moet weten is dat zo’n halve kool eigenlijk nog wel best lang eetbaar blijft in de koelkast, als je hem tenminste netjes inpakt in plasticfolie. Er komen gijze spikkels op het snijvlak, maar dat is oxidatie, geen schimmel (welja, het kan in principe ook schimmel zijn, maar meestal, als het gaat om droge grijze puntjes, is het oxidatie, zoals een aangesneden appel ook bruin kleurt). Schaaf ongeveer een halve centimeter van dan snijvlak en je hebt weer een appetijtelijk half kooltje.
Goed, wat doe je daar dan mee?
Stel dat je met de eerste helft al koolsla hebt gemaakt en gestoofde kool met boter voor bij de worst. Dan kun je de tweede helft nog gebruiken voor iets originelers! Zoals lauwwarme rodekoolsalade, spaghetti met wittekool, spitskool of savooi (en broodkruim!), pasta met boerenkool, minestrone met eender welke kool of savooigalette met paddenstoelen.
dsmreceptdorien
Maar ook voor wie zijn kool gewoon snel van de baan wil, heeft het menselijke vernuft al een oplossing voortgebracht. Zuurkool! Vergeet alle muffe associaties met Duitse bierhuizen en vettige kost. Zuurkool is heerlijk op een boterham met charcuterie, het is lekker in soep, het is lekker op pizza, het is perfect in stamppot. En het blijft een eeuwigheid goed in de koelkast. Zuurkool maak je zo: rasp de kool, meng er zout door tot hij net niet te zout is om te eten, kneed hem een beetje zodat hij sap loslaat en steek hem in een glazen pot die precies groot genoeg is. Goed aanduwen, zodat de kool onderstaat in eigen nat. Deksel erop, dan wegzetten op een schoteltje, op een rustig plekje in de keuken (kamertemperatuur is prima). De kool zal gaandeweg beginnen te borrelen en fermenteren. Na ongeveer een week heeft ze een lichtzure smaak, na twee weken is ze nog wat zuurder. Wanneer de smaak je bevalt, zet je de kool in de koelkast om het fermentatieproces te stoppen.
Voorkomen is beter dan genezen. Koop spitskool in plaats van gewone wittekool, die is doorgaans kleiner en ook malser.

Ik krijg mijn bos lente-uitjes nooit op.

Een bosje is vaak te veel voor één recept-met-lente-uitjes. Daarna komt het er vooral op aan om de uitjes niet te vergeten. Aan toepassingen geen gebrek: gebruik ze in plaats van uien om te fruiten, strooi ze fijngehakt over de soep, de rijst of de salade, of snijd ze overlangs in repen en leg ze tussen een boterham met kaas.

Wij hebben de neiging onze appels te verwaarlozen. En dan zijn ze ineens verrimpeld.

Verrimpelde appels of andere appels die bij gebrek aan verleidingskracht blijven liggen, zijn nog prima om te bakken. Snel met wat boter in een pannetje, en dan simpelweg opeten bij de maaltijd, als ontbijt of als tussendoortje. Als ik veel appels heb, snijd ik ze in achtsten en verwijde ik het klokhuis (schillen hoeft niet), vul ik er een bakplaat mee, strooi ik er wat kaneel over en hier en daar een klontje boter, en bak ik alles en dik halfuur in de oven (180°). Het resultaat kan makkelijk in kleine porties in de diepvriezer. En zo heb ik altijd in een handomdraai een lekker ontbijt (met yoghurt) of dessert.

En wat doe ik met een krop sla die begint te verwelken?

recept600
Als sla maar een beetje verwelkt is, kun je ze opfrissen door ze een bad te geven in ruim ijskoud water.
Maar voorkomen is hier echt wel beter dan genezen. Haal je een krop sla in huis, snijd de blaadjes dan meteen los, was ze zachthandig, zwier ze droog en berg ze op in een bewaardoos met onderaan en bovenaan een stuk keukenpapier of een schoon doekje. Bewaar ze in de koelkast. Zo gaan ze – afhankelijk van de slasoort – makkelijk drie dagen mee en zijn ze hapklaar, ook voor bij de boterham. Ben je het beu om rauwe sla te eten, dan kun je ook stamppot maken met sla, of risotto, of slablaadjes door een pan in boter gesauteerde erwtjes roeren (voeg de sla altijd pas helemaal op het eind toe aan warme bereidingen, zodat ze knapperigheid behoudt).

Een restje gekookte pasta heeft weinig sexappeal…

Dat is zo. Maar als je het met een overschotje saus of wat koelkastpesto erdoor bewaart, is het al veel aantrekkelijker om de volgende dag als middagmaal te eten, of tegen de honger van half-zes-’s avonds-als-het-avondeten-nog-niet-klaar-is. Een restje pasta-pesto doet het ook prima in een frittata. Heb je echt alleen naakte pasta, voeg hem dan toe aan de soep of aan een bonenstoofpot.
Eigenlijk heb ik nooit naakte pasta over, ik zet de pasta altijd met saus erdoor op tafel. Dus ik weet het hier even niet zo goed.

… een overschotje gekookte aardappelen evenmin.

Ah nee, maar je kunt er wel gebakken aardappelen van maken en wie vindt dat nu niet gezellig? Heb je niet genoeg gebakken aardappelen om er een hele maaltijd rond te bouwen, maak er dan een tapa van, met wat tomatensaus en/of paprikapoeder (en noem het resultaat patatas bravas).
Kleine overschotjes aardappelen gaan ook makkelijk in de soep. Even meekoken en meemixen voor een zacht smakende, gebonden soep. Of niet meemixen, als je graag iets in de soep hebt om op te bijten.
Origineler maar ook meer werk zijn aardappelkoekjes. Aardappelkoekjes kun je met de meest uiteenlopende toevoegingen maken, zolang je mengsel een stevig prakje blijft en niet te lopend of brokkelig wordt. Een visrestje is heerlijk in een aardappelkoekje. Het handige aan gedroogd eekhoorntjesbrood is dat je het altijd in huis kunt hebben.
koekjes
Aardappelkoekjes met eekhoorntjesbrood
Per persoon:
15 g gedroogd eekhoorntjesbrood (of 100 g fijngehakte gebakken paddenstoelen of een visrestje of een groenterestje)
1/2 teentje knoflook
1 klein sjalotje, gesnipperd
100 g aardappelen, tot 2 dagen oud
1 el geraspte parmezaan
4 olijven, grof gehakt
2 el peterselie
1 tl gedroogde dragon
Peper
1 el grof broodkruim (oud brood even roosteren en in de keukenmachine of onder een deegrol verkruimelen)
Arachideolie
Voor het sausje:
1 el mayonaise
1 el gehakte peterselie
1 el kappertjes
Bereiding:
1. Leg het eekhoorntjesbrood in een soepkom en giet er kokend water op. Laat het een klein halfuurtje weken tot het zacht is. Giet het af en bewaar het vocht voor later, als bouillon voor een soep, een saus of een paddenstoelenrisotto. Hak het geweekte eekhoorntjesbrood met een mes of een molentje in kleine stukjes.
2. Bak in een pannetje de sjalot en de knoflook tot ze zacht zijn. Voeg het eekhoorntjesbrood toe, roerbak het een minuutje, haal de pan daarna van het vuur en voeg de dragon, de peterselie, de olijven en de kaas toe. Prak er de aardappelen bij en breng het mengsel op smaak met peper en zout.
3. Maak er met je handen koekjes van, wentel ze in broodkruim en bak ze in een flinke laag hete olie. Laat ze even uitlekken op een stukje keukenpapier.
4. Maak een sausje van de mayonaise, peterselie en kappertjes. Serveer het bij de aardappelkoekjes. Vul aan met een groen slaatje, bij voorkeur met pittige blaadjes zoals waterkers, platte peterselie of rucola.

Als ik eierdooiers gebruik, blijf ik met eiwitten zitten. En omgekeerd.

Schermafbeelding 2014-10-26 om 23.50.57Zelf heb ik vooral vaak een beetje eiwit over. Ik vries het telkens in, daar kunnen eiwitten namelijk prima tegen (een koekjesbakker vertelde me eens dat ze zelfs beter schuimen nadat ze ingevroren en weer ontdooid zijn). Als ik mijn voorraad wil opmaken, maak ik er het liefst financiers mee: lekker dense Franse cakejes met veel amandelen in. Dit recept uit de Backstage Kitchen is heel goed, en ik ben zot van de versie met matcha, groene poederthee (die je onder meer hier kunt kopen – duur maar zuinig in gebruik). Andere uitwegen voor eierdooiers zijn allerlei meringuegebak en macaron- of amaretti-achtige koekjes. Deze amandelkoekjes lijken me zeker het proberen waard.
Heb je eierdooiers over, dan kun je mayonaise maken (veel mensen maken dat met een heel ei, maar ik heb geleerd om het met alleen de dooiers te maken en dat lijkt beter te werken voor mij). Winkelmayonaise is lekker, maar zelfgemaakte, met een flinke lik mosterd, is nog veel lekkerder. Ook eierdooiers kun je invriezen en bijvoorbeeld later toevoegen aan een omelet of zelfs spiegeleieren, die er qua smaak alleen maar op vooruit kunnen gaan met wat extra dooier in de mix.

En dan zijn er nog mensen die hun daikon niet op krijgen.

Dit is vermoedelijk een zeer kleine bevolkingsgroep, maar omdat het zo’n makkelijk op te lossen probleem is, geef ik het toch even mee: rasp de daikon of schaaf hem in flinterdunne plakken. Roer er zoveel zout door tot het mengsel net niet oneetbaar zout is. Kneed het wat met je handen, zodat het sap vrijkomt. Schep alles in een glazen pot die net groot genoeg is. Goed aanduwen, zodat de daikon komt onder te staan in eigen vocht. Draai het deksel erop en zet de ergens op kamertemperatuur (ca. 20°C) waar hij niet in de weg staat, met een schoteltje eronder. Het mengsel zal beginnen te fermenteren en dat is precies wat we hier willen. Na één tot twee weken heb je lekkere gefermenteerde daikon voor op de boterham of bij rijstgerechten. Rauw is daikon trouwens ook heel lekker op de boterham, met wat olijfolie en zout.

 

Alle foto’s zijn van Ivan Put, en zijn oorspronkelijk gemaakt voor De Standaard Magazine.

13713006343_38cc457531_o
Als ze dan komt, komt de culinaire perfectie hier doorgaans wanneer ze voor niemand belangrijk is. Zo kookte ik op een keer minestrone voor een groep vrienden in een vakantiehuis. Op het moment dat ik dacht dat we zouden eten, verdwenen ze allemaal uit beeld om hun kinderen in bed te steken. Een karwei dat, zo leerde ik toen, met gemak een uur in beslag neemt.
Geen stress, ik stond in een stille keuken met een grote pot dampende maaltijdsoep. De soep was klaar, ik moest ze alleen nog wat op smaak brengen. Daar hield ik me een uurtje mee zoet. Wat zout, wat olie, wat basilicum, een klein scheutje wijn en nog eens proeven. Opnieuw en opnieuw. Het resultaat herinner ik me als een perfecte minestrone. Al kan het ook zijn dat we gewoon euforisch waren omdat we, ondanks de babyfoons, eindelijk rustig aan tafel konden.
Minestrone is altijd een gebeurtenis. Er gaan zoveel bonen, groenten en pastaschelpjes in, en hun som is altijd massaler dan je had verwacht. Het is uitdeelsoep, soep waaraan je iets beleeft. Soep waarmee je naar een vriendin fietst of die je opdringt aan de buurvrouw. Of soep waar je een week van eet. Zo komt het dat ik me haast al mijn minestrone’s gedetailleerd herinner: die ene die net wat te veel broccoli had, die andere met geroosterde tomaten (lekker), de dikke zomerminestrone die we aan de kleuters probeerden te slijten door te zeggen dat het pasta was (met succes). En nooit vergeet ik de megaminestrone die ik meenam naar een parkmarktje om gratis te verdelen – op een haar na werd ik gebulldozerd door een hongerige meute.
Die van het vakantiehuis was de enige perfecte. Maar eigenlijk hoort minestrone niet perfect te zijn. Ze hoort vol te zitten, een ode te zijn aan het seizoen, en een opkikker.
Voorts hoor je weleens strenge meningen over wat een minestrone is en wat niet. Het was lekkere soep maar het was geen échte minestrone. Een opvallend fenomeen bij bereidingen met een exotische naam. Niemand zal ooit beweren dat preisoep geen échte preisoep is, of gehaktbrood geen écht gehaktbrood.
Van minestrone mag elk zijn eigen definitie maken. De mooiste die ik ken, staat in het kookboek How to Cook a Wolf van M.F.K Fisher. ‘Waarschijnlijk de meest bevredigende soep ter wereld voor mensen die honger hebben, en ook voor mensen die moe of bezorgd of boos of blut of enigszins bezeerd zijn, of verliefd of kerngezond of verwikkeld in allerlei affaires,’ schrijft ze, ‘dat is minestrone.’

MINESTRONE VOOR ALTIJD
Voor een grote pot:
2 uien, 2 stengels selderij, 1 wortel, 3 tenen knoflook, allemaal fijngesneden
1 flinke handvol loof (paksoi, snijbiet, bietenloof, raapsteeltjes of spinazie)
1/2 koffielepel gerookt paprikapoeder
1/2 spitskool of broccoli
1 eetlepel tomatenpuree
1,5 l bouillon
1 stuk korst van parmezaan (als je het in huis hebt)
1 flinke handvol middelgrote pastavormpjes
ongeveer 200 g gekookte witte bonen (blik is oké)
Parmezaanse kaas en/of pesto
olijfolie, peper, zout
Lekkere extra groenten, naargelang het seizoen: venkel, courgette, verse tomaten, andijvie

1. Fruit de uien, selderij en wortel in een grote, zware pot in hete olijfolie. Temper na een halve minuut het vuur en voeg de knoflook, het paprikapoeder en een snuf zout toe (en naar wens nog extra kruiden zoals oregano, tijm, salie enzovoort). Laat alles zacht garen terwijl je de andere ingrediënten klaarmaakt.
2. Snijd de steeltjes van het loof los, hak ze fijn en voeg ze meteen toe aan het sudderende uienmengsel. Snipper de blaadjes en houd ze opzij. Snijd de kool of broccoli in kleine stukjes, en eventuele andere groenten die je straks wilt toevoegen.
3. Duw het uienmengsel wat opzij in de pan, voeg de tomatenpuree toe en laat hem een minuutje bakken.
4. Voeg de bouillon toe, samen met de kaaskorst. Breng aan de kook en voeg de pasta toe. Breng opnieuw aan de kook en voeg de bonen toe. Voeg, als de pasta bijna gaar is, één na één de andere groenten toe, met als laatste de blaadjes van het loof (telkens tussendoor opnieuw naar het kookpunt gaan).
5. Breng de soep op smaak met peper, zout en olijfolie. Serveer ze met in elke kom een eetlepel pesto en/of parmezaan.


Dit stukje verscheen eerder in de rubriek De Keukenprinses in De Standaard Magazine

Kool is geweldig. Nu ik een jaar heb mogen rondhangen in de moestuin van Kim, vind ik dat eens te meer. Zelfs nu, nadat de kolen allang geoogst zijn en haast niets in de moestuin nog productief is. Nu zijn de koolplanten misschien wel op hun best. Ze maken slanke scheuten aan met kleine bloemetjes en mals gebladerte. Heerlijk. Kim liet me proeven, het is als snoep. In dit bericht vertelt ze er alles over.
‘Hebt ge geen recept voor mijn broccolibloemetjes?’ had ze eerder vorige week gevraagd. ‘Ik zou maccaroni willen maken.’
Dus zei ik: fruit wat uien in veel paprikapoeder en chili, voeg tomatenpuree toe, roer er kleine broccoliroosjes door, schep dat door uw gekookte maccaroni, overgiet alles met kaassaus, strooi er nog wat extra kaas op en steek het in de oven. Niet dat ik dat ooit zelf al gedaan had, het leek gewoon iets wat niet kon mislukken.
Maar toen proefde ik de roosjes op hun slanke scheuten in haar tuin en wist ik dat er meer in zat, sterrendom. Kaaskorsten waren hier niet aan de orde. Ik kreeg er een hele zak van mee en roerde ze door een licht gekruide spaghetti carbonara. Intussen al twee keer, dat heb je met gerechten die goed smaken én vliegensvlug klaar zijn.
Werkt het ook met gewone broccoli uit de winkel? Ja, als je alles heel klein snijdt, op het eind een paar handen rucola toevoegt en je tevreden stelt met iets wat enigszins doordeweeks blijft. Niks mis mee, met doordeweeksheid, oh nee. Maar probeer toch eens aan zulke scheuten te raken. Feest.

13386490553_bb61a5a799_o

Spaghetti carbonara met broccoli- en koolscheuten
Voor twee zeer hongerige mensen:
250 g spaghetti
2 sjalotten of 1 kleine ui, gesnipperd
2 teentjes knoflook, geschild maar niet gesneden
ca. 1/2 koffielepel gerookt paprikapoeder (pimenton de la vera)
ca. 1/2 koffielepel gewoon paprikapoeder
snuf tijm
snufje chilivlokken of – poeder
1 koffielepel tomatenpuree
350 g kool- en broccolischeuten, deels steeltjes, deels bloemetjes, deels loof
2 eieren, losgeklopt
40 g parmezaanse kaas, fijngeraspt
olijfolie, peper, zout

1. Bereid eerst de groenten voor. Was de scheuten en maak de bloemetjes en de blaadjes los van de stelen. Houd ze, elk apart, opzij en hak de kaalgeplukte stelen in kleine stukjes. Snijd het loof in grote snippers.
2. Breng een grote pot water aan de kook, voeg royaal zout toe en kook de spaghetti erin gaar.
3. Fruit intussen in een andere hete, wijde pan de sjalotten in olijfolie, samen met het paprikapoeder, de tijm, de chili, de knoflook en een snuf zout. Temper het vuur en laat ze minstens 5 minuten garen en smaak ontwikkelen. Voeg de tomatenpuree toe en laat alles samen nog eens 5 minuten verder garen.
4. Voeg de gehakte stelen en bloemetjes van de kool en de broccoli toe. Draai het vuur weet wat heter en dek de pan af met een deksel, zodat de bloemetjes beginnen te garen in hun eigen stoom.
5. Als de spaghetti bijna gaar is, schep je hem op de bloemetjes, samen met enkele pollepels van het kookvocht. Leg daarop het loof. Dek de pan af en laat alles nog heel even doorgaren – minder dan een halve minuut – tot de bloemetjes beetgaar zijn en het loof net geslonken is.
6. Roer de kaas door de eieren en roer dat mengsel door de spaghetti. Breng op smaak met peper en eventueel nog wat zout. Druppel er voor het serveren nog wat van je lekkerste olijfolie over.