Info

Dorien Knockaert

Posts tagged inleggen

20814630343_cb162a4407_o
Geluk zit soms in een klein potje, dat zou ik vandaag op een tegel willen schilderen. Al zit er soms ook echt goor spul in. De mierzoete chutney die ik bij mijn afhaalsamosa’s krijg. De waterige currydressing op de tafels van grillrestaurant Fata Morgana. Of de flesjes HP-saus die een Engels ontbijt vergezellen, altijd met een bruine korst rond de dop. Potjes op tafel zijn exotisch, maar niet exotisch zoals sashimi of ceviche. Meer zoals tl-licht en plastic tafelkleed.
Reizen kan helpen om in de kleine potjes het volle potentieel te zien. Weersta de frisse muntsaus maar eens die je met wat geluk bij een Indiase maaltijd krijgt, of de sambal die in Indonesië zelfs een snelle vliegtuighap kracht kan geven. Wat een verwennerij: het eten is al heel oké én je krijgt er nog iets bij. Hoe beproevend moet het voor veel toeristen zijn om in een Belgische brasserie de potjesloze maaltijd te ontdekken. Een Maleisische vriend vertrouwde me toe dat hij op reis in Europa overal meteen het lokale Chinese restaurant zoekt, omdat de rest van het eten hem te flauw smaakt. Dat zou hij misschien niet doen als we wat vaker een mosterdpot op tafel zouden zetten. Kleine moeite, en in een broodjeszaak of snackbar zou ook ik er blij van worden, maar ik heb het nog nergens zo gezien.
Er is een deftig woord voor sterke smaken uit kleine potjes: condiment. ‘Pittig bijgerecht’, zegt Van Dale. Klinkt het raar? Alleen maar omdat we het te weinig gebruiken. In feite klinkt het als content.
Nog zo’n woord dat ik eindelijk eens wil afstoffen is tafelzuur, voor zure condimenten zoals pickles of augurken op azijn. Hoe meer ik dat woord in mijn taal toelaat, hoe meer tafelzuur ik zelf fabriceer (of omgekeerd). Zilveruitjes uit de winkel zijn best eetbaar, maar ze zijn saaie vertegenwoordigers van hun soort. Het kost maar een kleine moeite om zelf iets spannenders in een pot te steken, merk ik nu ik mijn tanden heb gezet in Asian Pickles van Karen Solomon, een kookboek dat mij geweldig veel zin geeft om dit weekend nog radijs in chili-olie, gepekelde abrikozen en ingemaakt shisoblad te maken.
Ook het recept hieronder komt (met enkele aanpassingen) van Solomon. Het levert superhartig Japans tafelzuur van mosterdblad op. Bijna te brutaal om zo te eten. Maar zijn gebalde kracht kwam als geroepen toen vorig weekend mijn curry net iets te flauw en soepig uitviel. Courgette, erwtjes en zomerpostelein in licht geparfumeerde kokossaus vielen vredig in smaak op een bed van jasmijnrijst. Tot ons condiment er zijn beat op losliet, en we toch nog eindigden met sfeer in de tent.

Takanazuke oftewel tafelzuur van mosterdblad
Voor een pot van 200 à 250 ml:
350 g mosterdblad of iets soortgelijks (raapsteeltjes, radijzenloof, mizuna)
2 el zeezout
125 ml rijstazijn
1,5 el suiker
Halve tl chilivlokken
Kleine knoflookteen, gehakt
1. Snijd het mosterdblad in linten van amper 1 cm breed. Meng ze in een grote kom met het zout. Leg er een bordje op met een gewicht erbovenop (pakweg een doos melk), zodat ze aangedrukt worden. Laat ze zo een uur staan.
2. Spoel het mosterdblad grondig zodat een deel van het zout verdwijnt. Knijp er daarna het water uit. Dit gaat het makkelijkst als je alles verzamelt in een neteldoek of keukenhanddoek en dan uitwringt. Trek de klomp blaadjes daarna weer uiteen en steek ze losjes in een schone weck- of confituurpot.
3. Warm in een steelpan de rijstazijn op met de suiker, de chilivlokken en de knoflook. Roer goed, tot de suiker is opgelost.
4. Giet de azijnoplossing over de blaadjes. Duw er eens hier en daar in met een mes, om de azijnoplossing goed te verspreiden en luchtbellen te vermijden. Idealiter zit je pot helemaal vol.
5. Bewaar de pot op een koele plaats. Laat de smaken minstens 1 dag trekken. Eenmaal geopend, blijft je tafelzuur in de koelkast nog makkelijk een maand goed.

Deze tekst verscheen eerder in mijn rubriek De Keukenprinses in De Standaard Magazine.

Meer inspiratie voor kleine potjes:
Currycourgettes
Paprikapickles
Mangosalsa
Appelchutney

15210701615_3da8e25ea6_o
Omdat onze tuin in augustus wat verwaarloosd werd, staat er erg veel Oost-Indische kers in. Die zaait zichzelf elk jaar wat meer uit en overwoekert gaandeweg de zonnekant met een zee van schelpvormige blaadjes en feloranje bloemen.
Niet echt erg, dus.
Maar vandaag besloot ik de andere planten toch weer wat licht en regen te geven en trok ik een paar Oost-Indiërs kordaat uit de grond. Ook dat is niet echt erg, want je kunt de hele plant eten. De bloemen gingen in een vaas (en morgen misschien op toastjes), de blaadjes in de pan (met olijfolie en knoflook), de stelen gingen als mulch op het snijbietbed. En van de groene zaden maakte ik kappertjes.
Jaren geleden las ik al dat je de jonge, onrijpe zaden van Oost-Indische kers tot kappertjes kunt verwerken. Sindsdien loop ik elke zomer te denken: ‘ik zal er wel weer geen tijd voor hebben dit jaar’.
Dit jaar ontdekte ik dat het nauwelijks tijd vergt. En dat Oost-Indische kappertjes minstens even lekker zijn als de vertrouwde kappertjes van de kappertjesstruik. Minder kappertjesachtig, maar wel lekker knapperig, met een frisse peperigheid die het pekelen mooi overleeft.

15210736775_4a3c9d19cb_o
Pluk alle groene zaadbolletjes. Kleine, grote, alles kan zolang het nog groen en knapperig is. Was ze.
Los in een potje ongeveer 1 deel zout op in 3 delen water, zodat je een sterke pekel krijgt. Schep er de zaden in. Laat ze enkele dagen in de pekel liggen.
Giet ze daarna af. Verhit een kopje witte-wijnazijn en los er een theelepel suiker in op (of meer of minder, naar smaak).
Schep de Oost-Indische kappertjes in een brandschoon glazen potje dat bij voorkeur precies groot genoeg is. Giet er azijnmengsel over tot de kappertjes onder staan. Klaar.
De kappertjes worden nog lekkerder als ze enkele weken kunnen trekken in de azijn. Bewaar ze op een koele, donkere plaats. Ze zullen hun frisgroene kleur verliezen, daar is bij mijn weten niets aan te doen.
Ik plukte vandaag al mijn derde potje zaden bijeen, en zelfs na de opruimactie in de tuin, blijven er genoeg Oost-Indiërs over om me in de komende weken nog minstens een paar potjes te gunnen, schat ik.
Wat een plant, wat een plant.

15210742145_c2fdab6e53_o
15207674651_7b8fa4f657_o

14933677702_17c7d4c074_o

Je kunt nooit te veel courgettes hebben. Dat is nu bewezen. Vorig weekend liet ik mij verleiden om een volle kist courgettes te kopen, terwijl ik thuis nog zeker drie stuks had liggen. En ik zal u iets zeggen: ik zou alweer een nieuwe kist in huis halen.
Wat deed ik er allemaal mee?

1. Een simpele stoofpot maken
13746595213_9e962e32d2_k

Dit is mijn oudste courgetteherinnering en meestal ook het eerste wat ik maak als het courgetteseizoen aanbreekt. Ik wilde het graag in De Moestuin van Mme Zsazsa en Els maakte deze toch wel erg gezellige foto van mij en mijn geliefde stoofpot, maar het sneuvelde op het laatste moment. Sommige mensen aan wie ik een mening vroeg, vonden het wat gewoontjes.
Ik apprecieer hun eerlijkheid, maar ik zeg: soms kan het voor mij niet gewoontjes genoeg zijn. Met die zalige ui-tomaat-door-en-door-zachte-courgettecombinatie en die olijfolie. En dat je daar dan een stuk brood in kunt soppen.

Simpele courgettestoofpot
Voor 4 personen:
4 sjalotten of 2 kleine uien, gesnipperd
1 teen knoflook, geperst
1 tl gedroogde oregano
ca. 600 g courgettes, in grote stukken
4 tomaten, in kwarten
zout, peper, olijfolie, citroen
lekkere extra: gekruimelde fetakaas
1. Stoof de ui glazig in olie, in een stevige pot waar een deksel op past. Laat de ui minstens tien minuten zacht worden, samen met de oregano en de knoflook. (Intussen kun je de andere groenten klaarmaken)
2. Voeg de courgettestukken toe en roer ze goed, zodat ze wat van de olie opnemen. Strooi er peper en zout over. Leg daarop de tomatenstukken. Dek de pot af.
3. Laat alles ongeveer een halfuur sudderen, tot de courgettes zacht worden en de tomaten een saus vormen. Haal het deksel van de pot en laat de groenten nog minstens tien minuten sudderen, zodat de saus wat indikt. Breng ze op smaak met peper, zout, olijfolie en desnoods wat citroensap. Als je het stoofpotje als hoofdgerecht eet, is het lekker om er wat feta over te kruimelen.

2. Spaghetti maken

14911035226_ed41137eca_o
Een goeie manier om extra groenten in je dag te smokkelen én die ene overtollige courgette op te maken. Of om eens wat lichter te eten. Of om een glutenvrij etende mens blij te maken.
Ik moest even naar inspiratie zoeken, want tot nu toe at ik vooral courgettespaghetti met pesto-achtige, Italiaanse sausjes, en zo presenteerde ik het ook in De Moestuin van Mme Zsazsa. Maar deze keer had ik geen zin in iets pesto-achtigs. Gelukkig was ik net een beetje verliefd geworden op de combinatie tomaat-gember, en dat leidde me naar het volgende:

Courgettespaghetti met gember-tomatensaus, cashewnoten en dille
Per persoon:
1. Trek een kleine, lekker verse courgette in spaghettilinten. Ik doe dat met mijn mandoline, waar ik een extra juliennemesje in kan steken. Er bestaan ook juliennedunschillers. Of je kunt het – wat trager – gewoon met een mes doen.
2. Maak een eenvoudige, snelle tomatensaus met gember: snipper een teen knoflook en een duim gember, fruit ze in olie, voeg ongeveer een halve kilo gesneden tomaten toe, laat alles opkoken. Mix en zeef. Breng op smaak (zout en eventueel ook extra smaakmakers zoals wat siroop, sojasaus of curry)
3. Rooster de cashewnoten in een droog pannetje of in een oven op 180° tot ze verkleuren (maar laat ze niet verbranden). Breek ze in iets kleinere stukken (met je mes of door er eens met een stevige kom op te drukken).
4. Schep tomatensaus op een bord, schik er de courgettespaghetti op en versier die met nog een paar spikkels saus. Verdeel er de noten over en plukjes dille (die laatste staan niet op de foto omdat ik ze toen even vergeten was, maar ze zijn wel belangrijk voor de smaak. Je kunt ook andere verse kruiden proberen).

3. Boterzachte courgettes maken

14933643512_9231a419b2_o
Ergens halverwege vorige zomer dacht ik: ‘Nu weet ik het. Je moet courgettes gewoon in elke warme bereiding eerst laten bruinen, ALTIJD.’ Want ja, dat is natuurlijk lekker. En toen kwam ik bij Orangette deze ongebruinde courgettes tegen, en beschreef ze die zo aanstekelijk, dat ik ze wel moest proberen. Heerlijk. Lekker genoeg om gewoon als lunchgerecht met wat brood en/of schapenkaas te eten, maar ook prima met pasta en kruiden. Vorige week aten wij ze met kleefrijst, een restje gember-tomatensaus (zie hierboven, bij de courgettespaghetti), gebakken tofoeblokjes en geroosterde sesam. Zeer, zeer goed.

Boterzachte courgettes
1. Snijd enkele kleine courgettes in dikke plakken of staafjes.
2. Verwarm een laagje olie in een dikke pan, met enkele teentjes knoflook. De knoflook moet glazig worden, maar mag niet bruinen.
3. Vis de knoflook uit de olie en schep er nu de courgettes in. Voeg een snuf zout toe en indien gewenst wat kruiden zoals rozemarijn, of chilivlokken. Zet het vuur even wat hoger zodat de pan niet te veel afkoelt door de courgettes. Zodra je weer gesudder hoort, draai je het vuur op een klein pitje. De courgettes moeten langzaam zacht worden in de olie, maar niet bruinen. Na twintig tot veertig minuten zijn de courgettes boterzacht en klaar.

4. Grillen

14933650352_afbc87e190_o
Ligt er nog een courgette op een bestemming te wachten en heb je vijf minuten je handen vrij? Snijd hem dan in plakken en gril ze. Gegrilde courgettes blijven makkelijk een paar dagen goed in de koelkast en ze zijn lekker in de meest uiteenlopende bereidingen: slaatjes, pastagerechten, pizza’s. In De Moestuin van Mme Zsazsa staat een zeer aanbevelenswaardige salade van gegrilde courgettes met gegrilde paprika, pitfruit en pompoenpitten. Afgelopen week at ik mijn gegrilde courgettes vooral op de boterham, met een sausje van sesampasta, yoghurt en knoflook dat ik nog over had van de laatste barbecue, wat gekruimelde feta en wat munt uit de tuin.
Courgettes grillen is nog veel makkelijker dan ik dacht, zo leerde ik uit de Groentebijbel van Mari Maris. Je snijdt je courgettes in plakken en legt ze zonder olie in een heel hete grillpan. De olie zou toch maar oververhit raken (niet lekker en niet gezond), en ze is nergens voor nodig. Eerst zullen de plakjes even aan de pan kleven, maar daarna lossen ze en kun je ze omdraaien. Verzamel ze in een kom, met wat lekkere olie (nu wel), zout en citroensap.

5. Soep maken

14747421937_d200584df9_o
Ik had nog nooit courgettesoep gemaakt, denk ik, en heb ’s zomers ook helemaal geen zin in soep. Maar toen kwam ik in Echt Eten van Jonathan Karpathios een recept tegen voor courgette-currysoep met mosterd, en dat leek me toch wel heel geschikt om minder lekkere courgettes te verwerken. Courgettes worden weleens minder lekker als ze allang niet meer vers zijn of als ze te groot geworden zijn. Dan verdwijnt hun frisse, zachte zoetheid en hun leuke beet, maar je kunt ze nog wel gebruiken voor stevig gekruide soepen en stoofpotjes (ook voor het stoofpotje met tomaten dat hierboven staat). Het hangt een beetje af van de variëteit. Ik had vorig jaar courgettes die ook in wanstaltig groot formaat nog best goed smaakten.

Courgettesoep met curry en mosterd
Vrij naar een recept uit Echt Eten
1. Fruit twee grote gesnipperde uien en schep er een eetlepel currypoeder, een koffielepel paprikapoeder en twee fijngesneden teentjes knoflook bij. Laat alles enkele minuten garen, op een getemperd vuur.
2. Snijd één grote of vier kleine courgettes in blokjes. Roer ze door de uien. Zet de groenten ruimschoots onder in hete groentebouillon. Breng hem aan de kook en laat alles ongeveer twintig minuten sudderen. Mix daarna de soep. Ik mixte hem niet volledig omdat ik wat groene spikkels wilde behouden in de voorts nogal onbestemde kleur die je krijgt als je currypoeder, paprikapoeder en courgettes mixt.
3. Meng ongeveer 10 cl room met een lepel mosterd. Werk er naar smaak de soep mee af. Valt de soep te pikant uit, dan kun je nog wat room toevoegen (of veel croutons).

6. Inleggen

14747375150_34afae2edf_o
Inleggen klinkt alsof je er heel veel huisvrouwenwijsheid en tijd voor moet hebben, maar dat is allemaal relatief. Ik zorgde vorig weekend voor wat slaatjes bij een grote barbecue en dacht: daar moeten ook ingelegde courgettes bij. Het was het slaatje waar ik het minste werk aan had. En het voordeel is dat de overschot nog wekenlang goed blijft in de koelkast. Dit is dus ook een prima recept om een deel van je courgetteoogst te bewaren voor later.
Hoe ging ik te werk? Ik volgde min of meer het recept voor courgettes in ’t zuur in De Moestuin van Mme Zsazsa, dat op zijn beurt geïnspireerd is op de ‘quick pickled zucchini’ van Heidi Swanson. Het verschil was dat ik wat currypoeder toevoegde, met zeer leuk resultaat. Bij de barbecue, maar ook de volgende dag op de boterham.
Dat wordt dan zoiets:

Ingelegde courgettes met curry
Voor 2 bokaaltjes:
3 jonge courgettes, in dunne plakken
2-3 sjalotjes, in dunne ringen
1,5 el fijn zeezout
1 klein rood of groen pepertje, in dunne halve ringetjes (zonder zaadlijsten)
350 ml wittewijnazijn (of half ciderazijn, half witte wijn, naar smaak)
ca 60 g suiker (naar smaak)
currypoeder naar smaak
1. Meng de courgettes, de sjalotjes en het zout in een groot vergiet en zet dat in een kom die het vocht kan opvangen. Bedek het vergiet en zet het minstens een halfuur in de koelkast (enkele uren is nog beter, of een hele nacht).
2. Spoel de courgettes af, laat ze uitlekken, spreid ze uit over een schone vaatdoek en dep ze droog met een andere schone vaatdoek.
3. Vul de bokaaltjes met het courgettemengsel plus de chilipeper.
4. Giet de azijn in een steelpannetje en voeg de suiker toe. Breng het mengsel roerend aan de kook en zorg ervoor dat alle suiker oplost. Voeg een lepeltje currypoeder toe, proef en stuur de smaak bij met suiker, currypoeder en zout. Giet het mengsel over de courgettes in de bokaaltjes, zodat ze helemaal vol zijn. Sluit ze af, laat ze afkoelen en bewaar ze in de koelkast. Dit zijn geen gesteriliseerde conserven, je kunt ze dus niet onbeperkt bewaren, maar in de azijn blijven de courgettes doorgaans minstens enkele weken goed.

En dan kan er nog zoveel

In De Moestuin van Mme Zsazsa vind je ook recepten voor de zaligste gevulde courgette, een lichte groene zomercurry met courgettes, en een zeer gelukkig stemmende ovenschotel met Griekse pasta, tomaten en gegrilde courgettes en venkel.
En op deze eigenste website:
courgettegalette
boekweitnoedels met courgettes
– en ratatouille, natuurlijk