Info

Dorien Knockaert

Posts tagged De Standaard

16143338383_a0bbee3ebd_o

Opgepast, dit is geen Oplichterij! Over vier dagen zal u een Groot Geluk kennen. Geluk, Rijkdom, Succes etc., dit is uw Kans. Mijnheer Frenken uit Hulst kon zijn defecte kettingzaag voor een zeer hoge prijs verkopen aan een oude dame, vier dagen nadat hij deze brief verder stuurde. Mevrouw Ten Dam uit Teuven stelde vast dat haar echtgenoot met zijn siervogels naar een caravan in het bos was verhuisd, dit tot haar grote bevrijding, ook vier dagen na het doorzenden van deze brief. KOPIEER DEZE BRIEF EN STUUR HEM BINNEN 24H door naar vijf vrienden die u geluk toewenst. U zult deel worden van onze Ketting van geluk. Indien u de Ketting verbreekt, zult u Groot ongeluk kennen. Mijnheer Prinsen, makelaar te Middelburg, stelde het doorsturen van deze brief meer dan 1,5 jaar uit en trof zijn wagen aan onder een laag uitwerpselen van de Kaukasische Meeuw, deze zijn hoogcorrosief en niet te verwijderen. Mevrouw Stenning gebruikte deze brief als bladwijzer in een kookboek en vergat hem, Zij liet zich fotograferen met een stuk peterselie tussen haar snijtanden, deze Foto heeft haar Carrière geruïneerd. Ziekte, Schadegevallen, Tegenslag, Huidirritatie etc., alles is mogelijk wanneer u deze geluksbrief NIET verder stuurt.

Mira is met een Herman thuisgekomen. Dat hoorde ik van haar moeder. Vorige lente deed ze nog haar eerste communie, nu was er die Herman al.
‘Ze heeft hier voor jou ook een Herman klaarstaan’, zei de moeder. Even kon ik niet volgen, maar kijk, verbazend veel mensen bleken te weten wat een Herman is. Een Herman is een vriendschapscake. Je zou het ook een kettingcake kunnen noemen: een vriend geeft je een potje met gistdeeg, dat je negen dagen op rij moet omroeren en af en toe voeden met melk, suiker en bloem. Op dag tien is het deeg zo goed gegroeid, dat je het in enkele porties kunt verdelen. Eén portie gebruik je als basis voor een cake, de andere geef je door aan twee vrienden, die ze op hun beurt mogen opvoeden tot cakebeslag.
Veel van mijn leeftijdgenoten kennen Herman uit hun kindertijd: in de jaren tachtig moet hij serieus wat hoofdjes op hol gebracht hebben in Vlaamse scholen. Na de millenniumwissel maakte hij zijn comeback, vooral in Duitsland, waar de hype zo groot was dat Dr Oetker er een bakboek voor uitgaf, Backen mit Hermann und Siegfried – misschien nog een idee voor de volgende ronde verkiezings-tv. De VS kennen eenzelfde gebruik, daar heet Herman doorgaans Amish friendship bread. Spreekt tot de verbeelding, maar specialisten ontkennen dat het gebruik van de amish komt. Een eindeloos vermenigvuldigbare, levende deegstarter zoals Herman is in feite in zowat elke broodcultuur een beproefd middel om een mooi gerezen eindresultaat te krijgen, en toen mensen hun brood nog zelf bakten, was het vast de normaalste zaak om een starter die over zijn hoogtepunt was, te vervangen door een flinke schep kwiek startdeeg van de buurvrouw.
Een kettingcake is beter dan een kettingbrief. Hij komt niet met dreigementen. Hoewel. In Wallonië circuleert een Herman die, volgens de begeleidende instructies, afkomstig is van het Vaticaan. Voor je hem opeet, mag je een wens doen. Hij brengt geluk. Maar! Je mag hem maar één keer in je leven maken. Anders roem noch rijkdom, een rij rotte tanden en een dubbele kin met een harige Hermanwrat.

16737403656_2a18179f2f_o

Recept
1. Meng voor de deegstarter 100 g suiker, 250 ml warm water en 7 g gist met 225 g bloem.
2. Bewaar dit startdeeg op kamertemperatuur, afgedekt met een vochtige theedoek. Roer dagelijks om. Roer er op dag 4 250 ml melk, 150 g bloem en 200 g suiker door. Herhaal dit op dag 9. Nu is Herman klaar. Verdeel hem in 4 porties.
3. Deel 3 porties uit. De nieuwe eigenaar kan beginnen vanaf stap 2. Maak van de vierde portie op dag 10 een cake door er 150 g olie, 2 eieren, 1 kleingesneden appel, 170 g suiker, 100 g gebroken walnoten, 100 g rozijnen, 250 g zelfrijzende bloem, 2 tl kaneel en 1 tl zout door te roeren. Bak in een oven van 180°C in 75 minuten goudbruin.

Deze tekst verscheen eerder in de rubriek De Keukenprinses in De Standaard Magazine. Intussen maakte ik ook al een Herman met banaan, chocolade, walnoten en gekonfijte gember. En dit weekend wil ik van Herman pannenkoeken bakken.

Handen Kim

Er waren voorboden in 2012. Een naaiboek dat, schijnbaar vanuit het niets, de bestsellerlijsten aanvoerde. Een hoogaanzienlijk productiehuis als Woestijnvis dat zich inliet met een alternatief lifestylemagazine. Fenomenen werden ze genoemd, of uitingen van een hype. Typische woorden die vallen wanneer redactiecheffen en radiomakers even niet weten wat ze ervan moeten denken.
In 2013 werd het normaal. Dat niets op zich te banaal is. Dat een kunsttempel als Vooruit een festival wijdt aan het repareren van speelgoed en stoelen. Dat Villanella zijn theatercomplex openzet voor een gastronomisch weekend vol discussie en denkvoer. Dat twintigduizend Vlamingen elkaar of zichzelf een moestuinboek cadeau deden in de jongste weken. Dat een maakboomwedstrijd – knutsel je eigen kerstboom ineen, of iets wat erop lijkt – werd gejureerd door Tante Kaat én Jan Hoet.
Wim Lybaert, Caroline Verbrugghe en de geweldige vrouwen van Alle Dagen Honger doen er hun zeg over in een artikel dat ik schreef voor het jaaroverzicht van De Standaard dit weekend.
Simpele ambachten, huiselijk geknutsel, aloude klussen. Na decennialang misprijzen blijken ze dan toch iets waardevols in zich te dragen. Vaardigheid die van pas komt. Iets therapeutisch. Maar ook inzicht. Weerwerk.
Michael Pollan, de Amerikaanse onderzoeksjournalist die wereldberoemd werd met zijn boeken over de voedingsindustrie, vond het plots ongerijmd dat hij zelf amper kon koken. Dus heet zijn jongste worp Een pleidooi voor echt koken, een boek waarvoor hij stoofpotlessen nam, zijn eigen brood leerde bakken en in de leer ging bij kaasmakers. Hij raakt er maar niet over uitgeschreven hoe waardevol zo’n inwijding is. ‘Voor even stap je uit je vertrouwde rol als producent van één ding – wat het ook is dat je verkoopt voor je inkomen – en passieve consument van al de rest. Vooral wanneer je om den brode iets abstracts produceert zoals woorden, ideeën of “diensten”, doet het plezier om iets tastbaars en bruikbaars te maken, iets wat direct bijdraagt aan de zorg voor je lichaam (en dat van je familie en vrienden). Ik betwijfel of het toeval is dat de interesse in allerlei doe-het-zelfprojecten zo toeneemt net nu we het merendeel van onze actieve uren doorbrengen voor een scherm. Nu vier van onze vijf zintuigen en de hele rechterkant van onze hersenen zich vreselijk onderbenut moeten voelen, brengen dit soort klussen en avonturen de beste remedie. Ze zijn het antigif voor onze abstractie.’
En alleen al in die hoedanigheid zullen ze nog wel even van pas komen.

(Foto’s: Els Menten)

9364624874_21c0fc1439_o

11132596525_e7a595814e_o

Eenvoud en soberheid, dat zijn twee dingen die ik in de keuken graag eer. Eenvoud zoals in: een pan spaghetti met wat amper bewerkte seizoensgroenten en kruiden uit de tuin. Of tomatensalade met oud brood. Soberheid zoals in: geen vlees, geen vis, geen vliegtuigkruiden. Maar wat als eenvoud betekent dat er alleen nog een pot confituur en een doos melk in je koelkast staan? En wat als soberheid betekent dat je in de supermarkt berekent dat alleen de diepvriesfrieten in je budget passen?
Het hield me al een tijdje bezig. Ik rekende eens uit wat een gewone week – sober koken maar ook weleens een kant-en-klaar broodje, een falafeltent en een glas wijn – mij had gekost aan eten en drinken: 65 euro. Ik ging op zoek naar mensen die ervaring hadden met eten in tijden van geldnood, en leerde dat die al blij zijn als ze 20 euro hebben voor een hele week – een kleine 3 euro per dag.
Dus probeerde ik dat ook eens, om een week lang van 20 euro te eten, gezond en lekker. Het verslag daarvan, met getuigenissen van ervaringsdeskundigen, kun je dit weekend lezen in De Standaard.
Natuurlijk had ik intussen veel meer observaties verzameld dan ik kwijt kon op 2,5 krantenpagina’s. En ook veel tips om oké te eten met een platte portemonnee – én lekkere recepten. Ik geef ze hier graag mee.
Heb ik recht van spreken? Kan ik in mijn comfortabel gestockeerde keuken ook maar één zinnig woord over geldnood schrijven? Die vraag heb ik me natuurlijk ook gesteld. Misschien heb ik geen verstand van geld. Maar wel van eten. Vul de lijst in de commentaren graag aan met al wat ik nog niet weet.

11132761554_dfb50852e5_o

WAAR HAAL JE HET
Supermarkten. Ik ging in mijn budgetweek inkopen doen in Lidl, Colruyt en AD Delhaize. De verschillen bleken minder groot dan vaak wordt beweerd – iets wat mij ook al is opgevallen als ik duurdere producten koop. Als je niet op prijzen let, zal dezelfde kar u bij Delhaize veel meer kosten dan bij de andere twee. Maar je vindt er evengoed bodemprijzen in het 365-gamma en in de goedkope seizoensgroenten. Mijn lokale AD doet ook veel snelverkooppromo’s, maar dat is vooral interessant voor middenklassers die koopjes willen doen. Vaak gaat het om producten (Franse kaas, vis, vlees) die zelfs aan de helft van de prijs te duur zijn voor een 20 euro-week.
Marokkaanse en Turkse buurtwinkels hebben de naam in alles de goedkoopste te zijn. Maar in degene die ik frequenteer is dat niet het geval. Groenten en noten zijn er duurder dan in de supermarkt (niet dat ik het mijn buurtkruidenier niet gun dat je ze daar gaat kopen, integendeel, maar we hebben het hier over harde cash). Peulvruchten zoals linzen zijn er wel maar half zo duur als in de supermarkt. De moeite!
Markten ben ik zelf niet gaan uitkammen, maar volgens mijn doorgewinterde tipgevers kun je er koopjes doen. Ga ofwel heel vroeg, wanneer de voordeelpakketten met groenten er nog zijn, of heel laat, wanneer je kan vragen of er overschotten zijn waar de marktkramers voor een zachte prijs van af willen. Een lezer uit Gent tipt de boerenmarkten op de Blaisantvest (donderdagnamiddag), in de Spijkstraat in Sint-Amandsberg (zaterdagvoormiddag) en op het l’Epéeplein aan de Rooigemlaan (zondagvoormiddag). ‘Patatten en appels zijn er half zo duur.’
Nog in de categorie ‘rechtstreeks bij de boer‘: op het platteland bieden boeren al eens aardappelen of eieren aan, soms in een automaat. Naar verluidt tegen voordelige prijzen.
Een eigen moestuin is meestal een verre droom als je krap bij kas zit. Buurtmoestuinen daarentegen kunnen een buitenkans bieden om groenten en fruit te eten die in de supermarkt te duur zijn. Ook zou het fantastisch zijn als we meer zouden co-moestuinieren in de privésfeer: veel mensen hebben wel een geschikte eigendom, maar weinig tijd om een moestuin/fruitgaard te onderhouden. Als die nu eens de krachten zouden bundelen met mensen die tijd hebben, maar geen eigendom. Een geweldig initiatief alvast is OogsOverschot, een stichting die mensen met overschot en mensen zonder overschot met elkaar in contact brengt via deze website.
In dezelfde geest vertelde een van mijn tipgeefsters me dat ze al eens op een ander gaat eten in ruil voor een wederdienst. ‘Een van mijn vriendinnen kookt heel gezond; ik vang één keer per week haar dochter op na school en ga daarna bij haar thuis mee eten. Ook binnen Lets kan ik geregeld aanschuiven voor een biologische maaltijd. Ik verzamel handjes (Lets-punten) door voor andere mensen naaiwerk te doen, en kan die dan uitgeven wanneer een van de Letsers een etentje geeft.’
Zelf redde ik alvast de salie uit de tuin van mijn mama voor de vorst (allemaal van één salieplant!) en hoop ik nu voor een hele winter gratis gedroogde salie te hebben:

11132748355_9321cba84f_o

WAT EET JE
Het is frappant om te zien hoe goedkoop voorverpakte lasagnes, ravioli’s, pizza’s, donuts enzovoort zijn. En het is begrijpelijk dat ze de meest logische optie zijn als je in de supermarkt je centen loopt te tellen. Vooral ook omdat het veel lastiger is om uit te rekenen hoe ver je springt met een kool van 80 cent, een maxizak aardappelen of een stuk kaas van 3 euro. Het goede nieuws is dat je van die laatste óók heel goedkoop kunt eten, én gezond én lekker, maar het is wel een creatieve uitdaging om er variatie in te houden.
Niet alle seizoensgroenten zijn goedkoop – bietjes, pastinaken, spruiten, witloof, aardperen: allemaal luxeproducten als je in de supermarkt rondloopt met maar 20 euro voor een hele week. Wel haalbaar: kolen, prei, wortels, aardappelen, vaak ook pompoen. En uien! Gelukkig kun je met uien zowat alles lekker maken.
Biologisch eten bleek voor mij niet haalbaar in mijn 20 euro-week. Bio is doorgaans ongeveer 30 procent duurder, en ik slaagde er met doordacht gekozen niet-biologische producten al niet in om binnen mijn budget te blijven. Zelfs als ik via Voedselteams een biogroentenpakket zou bestellen, wat goedkoper is dan de supermarktbio, zou ik veel minder volume voor mijn geld gehad hebben. Aangepaste lowbudgetformules moeten in principe mogelijk zijn in de biosector (bvb pakketten waarin massa primeert op variatie), maar ze bestaan bij mijn weten nog niet.
Peulvruchten zijn een heel goed idee, zeker als je ze koopt in Turkse of Marokkaanse buurtwinkels, waar ze goedkoop zijn. Je kunt er goedkope en voedzame vegetarische maaltijden mee maken. Voor amper een halve euro per portie steek je een geweldig lekkere linzenstoofpot ineen. Ook tofoe is interessant – veel goedkoper dan kant-en-klare vleesvervangers.
Specerijen (currypoeder, komijnzaad etc) zijn de investering waard, omdat ze ervoor kunnen zorgen dat je desnoods een hele week preisoep eet, of koolsla, en dat het toch niet gaat tegensteken. Het voordeligst is om samen met een paar buren/vrienden een grote verpakking te kopen in een uitheemse winkel, en hem dan te verdelen over kleinere porties (anders zit je over een jaar nog altijd met een gigantische zak currypoeder waar intussen alle smaak uit is). Bewaar ze in goed afgesloten bokaaltjes in een kast of lade, want op een lichte plek zijn ze minder lang houdbaar.
Over de zin en onzin van promoties lopen de meningen uiteen, maar dit vond ik toch een interessante tip: op donderdag is er bij Lidl telkens een groente in promotie. En op zaterdagavond kun je bij Delhaize sterk afgeprijsd vlees kopen (enkel in Delhaizes die op zondag sluiten, neem ik aan).
Diepvries is heel vaak goedkoper dan vers, en heeft doorgaans nog een hoge voedingswaarde. Diepvriesvis is ook goedkoper dan ingeblikte vis, wat ik verrassend vond (en ook: dat bij de blikjesvis tonijn altijd de goedkoopste is). Diepvriesgroenten zijn duurder dan inlandse groenten die in hun seizoen zijn, maar wel goedkoper dan groenten die uit een kas of uit het buitenland worden aangevoerd. Interessant dus als je de prei en de kolen eens wilt aanvullen met een handvol paprika of boontjes.
Als je vis koopt, dan krijg je een goede prijs/voedingswaardeverhouding bij haring en forel. Ze zijn bescheiden geprijsd en bevatten de omega 3-vetten die vis zo interessant maken voor onze gezondheid, en ze hebben smaak. Twee dingen die je niet kunt zeggen van pangasiusfilets en vissticks, die weliswaar nog veel goedkoper zijn.
Eieren zijn bommetjes aan waardevolle voedingsstoffen die je niet of soms moeilijker uit groenten haalt – dierlijke eiwitten, natuurlijk, maar ook ijzer en vitamine B12. Scharreleieren van pakweg Everyday (discountmerk Colruyt) kosten 10 cent per stuk. Bio-eieren met vrije uitloop kosten in dezelfde winkel 26 cent per stuk.
Als je met de best haalbare variatie groenten, peulvruchten en aardappelen/rijst/granen eet (voor de vezels, koolhydraten, vitaminen, antioxidanten en eiwitten), en geregeld eieren en melkproducten (voor meer eiwitten, B12, ijzer, zink enz) en af en toe een vet visje (voor de omega 3 en het jodium en de vitamine E), en je eet tussendoor eens zuinigjes wat gevarieerde noten en pitten (duur maar waardevolle vetten), dan moet je geen vlees kopen. Denk ik.
(Volledig vegetarisch of zelfs vegaan eten is op het eerste gezicht goedkoper, maar het probleem is dat plantaardige omega 3-bronnen, en supplementen of gesupplementeerde producten zoals rijstmelk doorgaans echt duur zijn en de honger niet zo goed stillen als een ei of een visje. Dus als algemene richtlijn zou het zo zijn valkuilen hebben)
Het goedkoopste brood (ik kocht een groot voorverpakt witbrood in de snelverkoop voor 35 cent) is niet zo lekker voor boterhammen, maar je kunt er wel lekkere korstjes van maken voor op de soep, of croque monsieurs, of toastjes voor bij de linzen, of broodkruim dat je even bakt in de pan en kruidt en dan over de spaghetti strooit in plaats van dure parmezaan.
Fruit is duur, daar heb ik niet echt iets op gevonden. Zelf at ik zuinigjes wat mandarijnen en had ik gelukkig nog de laatste appels uit de tuin. Ik verving fruittussendoortjes vooral door groententussendoortjes zoals een wortel of een kop soep. Even gezond, veel goedkoper.
Veel dingen zijn goedkoper als je ze zelf maakt, maar niet alles. Mayonaise bijvoorbeeld niet, en ook lasagne en pizza niet, of frieten. Ook in de categorie ‘anders dan je zou denken‘: een plastic flesje citroensap is vele, vele malen goedkoper dan verse citroenen. (We hebben het hier even niet over smaaknuances)
Mosterd is een goed lapmiddeltje voor combinaties van aardappelen en groenten die wat flauw uitvallen’, vertelde een van mijn tipgevers me. Houd ook altijd het groen van selder bij, want het is fris, krachtig, veelzijdig en het kan allerlei dure verse kruiden uit de supermarkt vervangen.

11132685453_9d2a843921_o
Veel en vindingrijk koken is de enige gezonde optie. Zelf varieerde ik in mijn 20-euroweek op een paar formules die heel erg geschikt zijn voor goedkoop eten: soep, linzenstoofpotten, koolslaatjes, wortelslaatjes, croques, gebakken rijst met groenten en een ei, en frittata’s (dat zijn omeletten waar je heel veel gebakken groenten en restjes aardappelen/rijst/pasta in verwerkt). Dat de mogelijkheden daarbij niet ophouden, bewijst een geweldige blog als Kookeetleef, die in de eerste plaats opvalt door zijn supergezonde, creatieve feelgoodrecepten, maar die ook met een heel beperkt budget wordt gemaakt. Leentje Speybroeck, de vrouw achter Kookeetleef, was trouwens een van mijn adviseurs voor mijn 20-euroweek. Cheers, Leentje!
Exotische inspiratie vind je vooral in de Zuid-Italiaanse ‘cucina povera’ (peulvruchten, groenten, oud brood, restjeskeuken) en de vegetarische Indiase keuken (peulvruchten, groenten, aardappelen, specerijen).
Ook bij Jack Monroe vind je kooktips en recepten. En vooral een inspirerend verhaal van een jonge vrouw met guts (en talent) die zich niet door armoede heeft laten kisten. Haar landgenoot Jamie Oliver heeft trouwens net een kookboek uit dat Bespaar met Jamie heet, maar dat is toch meer middenklassebesparen. Dan is An Everlasting Meal (helaas niet vertaald) van Tamar Adler interessanter, omdat het over échte soberheid en spaarzaamheid gaat. Op de website van Dagelijkse Kost staat bij elk recept een budgetbegroting, sommige hoofdgerechten kosten ‘minder dan 3 euro‘ en daarvan zijn er sommige die, met hier en daar een weglating misschien, ook in een 20 euro-week kunnen passen. Relativeer sowieso elk recept, durf frivoliteiten schrappen of pastinaken vervangen door wortels, en besef dat je met prei, aardappelen, zout en een paar eieren ook iets heel lekkers kunt maken. Echt.

KOKEN VOOR MINDER DAN EEN EURO PER PERSOON

Voortaan hoop ik hier geregeld een recept te posten voor minder dan een euro per persoon. Tijdens mijn 20 euro-week at ik alvast een paar heel lekkere dingen.

Frittata met prei, broccoli en aardappelen

11132462725_49f30896de_o
Voor 3-4 personen:
Snijd twee aardappelen in plakjes, een dikke preistengel in ringetjes en een goeie halve broccoliknop in kleine roosjes. Laat ze in een grote steelpan in een laagje olie op een matig vuur garen, met een snuif zout. Als ze gaar zijn, voeg dan nog een scheutje olie toe, draai het vuur even open zodat je pan goed heet wordt en giet 6 losgeklopte eieren over de groenten. Schudt de pan wat heen en weer zodat het eiermengsel goed verspreid raakt. Temper het vuur meteen en laat de eieren stollen. Strooi een heel klein beetje geraspte kaas over de frittata. Als de randen beginnen te stollen, zet de frittata dan nog even onder de grill in de oven, tot ook de bovenkant net gestold is. Als je geen oven hebt, kun je de frittata ook onder een deksel op een heel zacht vuur laten doorgaren.
Wij aten daarbij geroosterd brood en een slaatje van kool, wortel, appel, yoghurt en mayonaise.

Gebakken rijst met prei- en worteljulienne en een spiegelei

11132987046_73342f6064_o
Per persoon: 1/2 ui, 1/2 teen knoflook, 1 klein kopje gekookte rijst, handvol reepjes van rauwe wortel en prei, 1 à 2 eetlepels fijngesneden selderblad, 1 ei + naar smaak: vissaus, citroensap, zout, chilipeper, bakolie.
Fruit de ui op een matig vuur glazig, in een grote pan. Laat het stukje knoflook meefruiten, zodat het smaak geeft aan de olie. Draai het vuur wat meer open, voeg de rijst toe en roer hem heel grondig los, zodat er geen klonters meer zijn. Roerbak een minuutje zodat de rijst goed heet wordt. Voeg de groentenreepjes toe en roerbak nog een minuutje, zodat ook de groenten warm worden. Haal de pan van het vuur en breng de rijst op smaak met vissaus, citroensap, zout en chilipeper. Haal het stuk knoflook eruit. Bak in een apart pannetje het ei en leg het op de rijst. Strooi er de selderblaadjes over.

Linzenstoofpot

11132521964_810dc6a4d7_o
Voor 4 personen:
Spoel ongeveer 250 g groene of bruine linzen in een zeef. Schep ze in een grote kookpot en zet ze enkele centimeters onder in water. Voeg alle of enkele van de volgende smaakmakers toe, in de mate dat je ze in huis hebt: teen knoflook, restje selder, ui of prei (mag verwelkt zijn, maar wel afgespoeld) snuif chilipeper, venkelzaad, tijm, laurier. En zeker een zuinige koffielepel zout. Breng het water aan de kook en laat de linzen in sudderend water garen, ongeveer een halfuur (check af en toe de gaarheid). Vis de smaakmakers (toch de grote stukken) uit het water en gooi ze weg (of eet ze op).
Fruit intussen in een andere pan twee gesnipperde uien met een snuif zout en wat tijm (of andere kruiden/specerijen). Voeg twee kleingesneden selderstengels toe, en ongeveer evenveel wortel en evenveel prei. Fruit de groenten tot ze beetgaar zijn, op een matig vuur. Duw ze dan opzij en schep enkele eetlepels tomatenpuree in het midden van de pan, zodat de tomatenpuree enkele minuten kan garen. Schep alles bij de linzen en laat de smaken nog minstens vijf minuten vermengen terwijl alles suddert (morgen zal de linzenstoofpot nog lekkerder zijn). Breng op smaak met zout en (chili)peper.
Ik at deze linzenstoofpot met mozzarella uit de snelverkoop, getoaste sandwiches uit de snelverkoop en veldsla uit de snelverkoop.
De volgende dag at ik de rest op met gekookte basmatirijst en een paar stukjes gestoofd witloof, ook heel lekker (dat was de eerste dag na mijn 20 euro-week, toen witloof weer kon)

Fried green tomatoes en patatas bravas

11132531304_719029a42a_o
Ik had van Kim onrijpe tomaten mee gekregen, die je natuurlijk (helaas eigenlijk) in de winkel niet kunt kopen, maar die voor mij wel gratis waren.
Van de tomaten die nog groen waren, maakte ik fried green tomatoes. Omdat ik dat altijd al eens wou doen en omdat het ook een film is die ik graag gezien heb. Ik volgde dit recept: plakken groene tomaat eerst zouten, dan door een mengseltje van bloem en kruiden halen, dan door een mengseltje van yoghurt en ei halen, dan in een mengseltje van broodkruim en polenta wentelen. En dan bakken. Lekker (al had ik ze wat meer mogen kruiden), maar wel vet.
Met de rode maar voorts nogal smakeloze tomaten maakte ik tomatensaus (mijn tip om zure tomatensaus te fixen is doorgaans: op smaak brengen met melassestroop en/of ahornstroop en/of balsamico; maar nu was het gewoon suiker en zout en dat ging ook wel). Ik begon die saus natuurlijk met een gefruite ui en knoflook en voegde heel veel paprikapoeder toe, zoals gebruikelijk is voor patatas bravas. Al wat ik dan nog moest doen is geoliede aardappeltjes goudbruin laten garen in de oven, en de saus erover gieten.
Dat onze patatas bravas en onze fried green tomatoes nogal vet waren, probeerden we te verzachten met een grote kom groene sla die ik van mijn mama had meegekregen omdat ze hem niet op kreeg.

Uientaart met wortelsalade

11133055215_887cdc9a15_o
Bladerdeeg is in de discountsupermarkten verbazend goedkoop en in onze Delhaize is het vaak in de snelverkoop. Dus maakte ik uientaart – of chiquer: pissaladière – volgens dit recept, kortweg: uien lang fruiten met wat kruiden, dan afdekken met bladerdeeg zodat je een ‘tarte tatin’ krijgt, dan een halfuur in de oven bakken en dan ondersteboven kiepen. Ik liet de gedroogde tomaat en olijven achterwege, want die zijn duur. Kappertjes zijn wel redelijk goedkoop, maar zelfs zonder kappertjes is het lekker.
We aten bij de uientaart een restje tomatensaus en groene sla, hardgekookte eieren en een slaatje van beetgaar gestoomde wortelen (koken kan ook) met een dressing van yoghurt, mayonaise, zout en gedroogde dille.

Croque Ajuin

11132642533_14e3b8a7d8_o
Vervang in een croque monsieur de ham door dunne uiringen. Verbazend lekker.
(Ook met een paar dunne plakjes tomaat ertussen, trouwens, maar die maken het natuurlijk weer duurder)

Koolsla drie keer anders

Mijn basiskoolsla was fijngesnipperde witte kool met een mengseltje van yoghurt en mayonaise erdoor, op smaak gebracht met peper en zout.
Variatie 1: aanvullen met geraspte wortel en stukjes appel.
Variatie 2: veel gemalen komijnzaad eronder roeren.

Preisoep drie keer anders

Ik maakte een brokkige prei-aardappelsoep. Variatie 1: soep mixen met een paar handen waterkers (die eigenlijk relatief wel heel duur was, zoals alle fijne bladgroente. Zuring uit de berm zou een veel slimmer alternatief zijn). Variatie 2: ui fruiten met een klein gesneden appel en een lepel currypoeder en de soep mixen met dat mengseltje eronder.
Tip: korstjes maken van oud brood.

11133190814_01041e4bd7_o