Informatie

Dorien Knockaert

14933677702_17c7d4c074_o

Je kunt nooit te veel courgettes hebben. Dat is nu bewezen. Vorig weekend liet ik mij verleiden om een volle kist courgettes te kopen, terwijl ik thuis nog zeker drie stuks had liggen. En ik zal u iets zeggen: ik zou alweer een nieuwe kist in huis halen.
Wat deed ik er allemaal mee?

1. Een simpele stoofpot maken
13746595213_9e962e32d2_k

Dit is mijn oudste courgetteherinnering en meestal ook het eerste wat ik maak als het courgetteseizoen aanbreekt. Ik wilde het graag in De Moestuin van Mme Zsazsa en Els maakte deze toch wel erg gezellige foto van mij en mijn geliefde stoofpot, maar het sneuvelde op het laatste moment. Sommige mensen aan wie ik een mening vroeg, vonden het wat gewoontjes.
Ik apprecieer hun eerlijkheid, maar ik zeg: soms kan het voor mij niet gewoontjes genoeg zijn. Met die zalige ui-tomaat-door-en-door-zachte-courgettecombinatie en die olijfolie. En dat je daar dan een stuk brood in kunt soppen.

Simpele courgettestoofpot
Voor 4 personen:
4 sjalotten of 2 kleine uien, gesnipperd
1 teen knoflook, geperst
1 tl gedroogde oregano
ca. 600 g courgettes, in grote stukken
4 tomaten, in kwarten
zout, peper, olijfolie, citroen
lekkere extra: gekruimelde fetakaas
1. Stoof de ui glazig in olie, in een stevige pot waar een deksel op past. Laat de ui minstens tien minuten zacht worden, samen met de oregano en de knoflook. (Intussen kun je de andere groenten klaarmaken)
2. Voeg de courgettestukken toe en roer ze goed, zodat ze wat van de olie opnemen. Strooi er peper en zout over. Leg daarop de tomatenstukken. Dek de pot af.
3. Laat alles ongeveer een halfuur sudderen, tot de courgettes zacht worden en de tomaten een saus vormen. Haal het deksel van de pot en laat de groenten nog minstens tien minuten sudderen, zodat de saus wat indikt. Breng ze op smaak met peper, zout, olijfolie en desnoods wat citroensap. Als je het stoofpotje als hoofdgerecht eet, is het lekker om er wat feta over te kruimelen.

2. Spaghetti maken

14911035226_ed41137eca_o
Een goeie manier om extra groenten in je dag te smokkelen én die ene overtollige courgette op te maken. Of om eens wat lichter te eten. Of om een glutenvrij etende mens blij te maken.
Ik moest even naar inspiratie zoeken, want tot nu toe at ik vooral courgettespaghetti met pesto-achtige, Italiaanse sausjes, en zo presenteerde ik het ook in De Moestuin van Mme Zsazsa. Maar deze keer had ik geen zin in iets pesto-achtigs. Gelukkig was ik net een beetje verliefd geworden op de combinatie tomaat-gember, en dat leidde me naar het volgende:

Courgettespaghetti met gember-tomatensaus, cashewnoten en dille
Per persoon:
1. Trek een kleine, lekker verse courgette in spaghettilinten. Ik doe dat met mijn mandoline, waar ik een extra juliennemesje in kan steken. Er bestaan ook juliennedunschillers. Of je kunt het – wat trager – gewoon met een mes doen.
2. Maak een eenvoudige, snelle tomatensaus met gember: snipper een teen knoflook en een duim gember, fruit ze in olie, voeg ongeveer een halve kilo gesneden tomaten toe, laat alles opkoken. Mix en zeef. Breng op smaak (zout en eventueel ook extra smaakmakers zoals wat siroop, sojasaus of curry)
3. Rooster de cashewnoten in een droog pannetje of in een oven op 180° tot ze verkleuren (maar laat ze niet verbranden). Breek ze in iets kleinere stukken (met je mes of door er eens met een stevige kom op te drukken).
4. Schep tomatensaus op een bord, schik er de courgettespaghetti op en versier die met nog een paar spikkels saus. Verdeel er de noten over en plukjes dille (die laatste staan niet op de foto omdat ik ze toen even vergeten was, maar ze zijn wel belangrijk voor de smaak. Je kunt ook andere verse kruiden proberen).

3. Boterzachte courgettes maken

14933643512_9231a419b2_o
Ergens halverwege vorige zomer dacht ik: ‘Nu weet ik het. Je moet courgettes gewoon in elke warme bereiding eerst laten bruinen, ALTIJD.’ Want ja, dat is natuurlijk lekker. En toen kwam ik bij Orangette deze ongebruinde courgettes tegen, en beschreef ze die zo aanstekelijk, dat ik ze wel moest proberen. Heerlijk. Lekker genoeg om gewoon als lunchgerecht met wat brood en/of schapenkaas te eten, maar ook prima met pasta en kruiden. Vorige week aten wij ze met kleefrijst, een restje gember-tomatensaus (zie hierboven, bij de courgettespaghetti), gebakken tofoeblokjes en geroosterde sesam. Zeer, zeer goed.

Boterzachte courgettes
1. Snijd enkele kleine courgettes in dikke plakken of staafjes.
2. Verwarm een laagje olie in een dikke pan, met enkele teentjes knoflook. De knoflook moet glazig worden, maar mag niet bruinen.
3. Vis de knoflook uit de olie en schep er nu de courgettes in. Voeg een snuf zout toe en indien gewenst wat kruiden zoals rozemarijn, of chilivlokken. Zet het vuur even wat hoger zodat de pan niet te veel afkoelt door de courgettes. Zodra je weer gesudder hoort, draai je het vuur op een klein pitje. De courgettes moeten langzaam zacht worden in de olie, maar niet bruinen. Na twintig tot veertig minuten zijn de courgettes boterzacht en klaar.

4. Grillen

14933650352_afbc87e190_o
Ligt er nog een courgette op een bestemming te wachten en heb je vijf minuten je handen vrij? Snijd hem dan in plakken en gril ze. Gegrilde courgettes blijven makkelijk een paar dagen goed in de koelkast en ze zijn lekker in de meest uiteenlopende bereidingen: slaatjes, pastagerechten, pizza’s. In De Moestuin van Mme Zsazsa staat een zeer aanbevelenswaardige salade van gegrilde courgettes met gegrilde paprika, pitfruit en pompoenpitten. Afgelopen week at ik mijn gegrilde courgettes vooral op de boterham, met een sausje van sesampasta, yoghurt en knoflook dat ik nog over had van de laatste barbecue, wat gekruimelde feta en wat munt uit de tuin.
Courgettes grillen is nog veel makkelijker dan ik dacht, zo leerde ik uit de Groentebijbel van Mari Maris. Je snijdt je courgettes in plakken en legt ze zonder olie in een heel hete grillpan. De olie zou toch maar oververhit raken (niet lekker en niet gezond), en ze is nergens voor nodig. Eerst zullen de plakjes even aan de pan kleven, maar daarna lossen ze en kun je ze omdraaien. Verzamel ze in een kom, met wat lekkere olie (nu wel), zout en citroensap.

5. Soep maken

14747421937_d200584df9_o
Ik had nog nooit courgettesoep gemaakt, denk ik, en heb ’s zomers ook helemaal geen zin in soep. Maar toen kwam ik in Echt Eten van Jonathan Karpathios een recept tegen voor courgette-currysoep met mosterd, en dat leek me toch wel heel geschikt om minder lekkere courgettes te verwerken. Courgettes worden weleens minder lekker als ze allang niet meer vers zijn of als ze te groot geworden zijn. Dan verdwijnt hun frisse, zachte zoetheid en hun leuke beet, maar je kunt ze nog wel gebruiken voor stevig gekruide soepen en stoofpotjes (ook voor het stoofpotje met tomaten dat hierboven staat). Het hangt een beetje af van de variëteit. Ik had vorig jaar courgettes die ook in wanstaltig groot formaat nog best goed smaakten.

Courgettesoep met curry en mosterd
Vrij naar een recept uit Echt Eten
1. Fruit twee grote gesnipperde uien en schep er een eetlepel currypoeder, een koffielepel paprikapoeder en twee fijngesneden teentjes knoflook bij. Laat alles enkele minuten garen, op een getemperd vuur.
2. Snijd één grote of vier kleine courgettes in blokjes. Roer ze door de uien. Zet de groenten ruimschoots onder in hete groentebouillon. Breng hem aan de kook en laat alles ongeveer twintig minuten sudderen. Mix daarna de soep. Ik mixte hem niet volledig omdat ik wat groene spikkels wilde behouden in de voorts nogal onbestemde kleur die je krijgt als je currypoeder, paprikapoeder en courgettes mixt.
3. Meng ongeveer 10 cl room met een lepel mosterd. Werk er naar smaak de soep mee af. Valt de soep te pikant uit, dan kun je nog wat room toevoegen (of veel croutons).

6. Inleggen

14747375150_34afae2edf_o
Inleggen klinkt alsof je er heel veel huisvrouwenwijsheid en tijd voor moet hebben, maar dat is allemaal relatief. Ik zorgde vorig weekend voor wat slaatjes bij een grote barbecue en dacht: daar moeten ook ingelegde courgettes bij. Het was het slaatje waar ik het minste werk aan had. En het voordeel is dat de overschot nog wekenlang goed blijft in de koelkast. Dit is dus ook een prima recept om een deel van je courgetteoogst te bewaren voor later.
Hoe ging ik te werk? Ik volgde min of meer het recept voor courgettes in ’t zuur in De Moestuin van Mme Zsazsa, dat op zijn beurt geïnspireerd is op de ‘quick pickled zucchini’ van Heidi Swanson. Het verschil was dat ik wat currypoeder toevoegde, met zeer leuk resultaat. Bij de barbecue, maar ook de volgende dag op de boterham.
Dat wordt dan zoiets:

Ingelegde courgettes met curry
Voor 2 bokaaltjes:
3 jonge courgettes, in dunne plakken
2-3 sjalotjes, in dunne ringen
1,5 el fijn zeezout
1 klein rood of groen pepertje, in dunne halve ringetjes (zonder zaadlijsten)
350 ml wittewijnazijn (of half ciderazijn, half witte wijn, naar smaak)
ca 60 g suiker (naar smaak)
currypoeder naar smaak
1. Meng de courgettes, de sjalotjes en het zout in een groot vergiet en zet dat in een kom die het vocht kan opvangen. Bedek het vergiet en zet het minstens een halfuur in de koelkast (enkele uren is nog beter, of een hele nacht).
2. Spoel de courgettes af, laat ze uitlekken, spreid ze uit over een schone vaatdoek en dep ze droog met een andere schone vaatdoek.
3. Vul de bokaaltjes met het courgettemengsel plus de chilipeper.
4. Giet de azijn in een steelpannetje en voeg de suiker toe. Breng het mengsel roerend aan de kook en zorg ervoor dat alle suiker oplost. Voeg een lepeltje currypoeder toe, proef en stuur de smaak bij met suiker, currypoeder en zout. Giet het mengsel over de courgettes in de bokaaltjes, zodat ze helemaal vol zijn. Sluit ze af, laat ze afkoelen en bewaar ze in de koelkast. Dit zijn geen gesteriliseerde conserven, je kunt ze dus niet onbeperkt bewaren, maar in de azijn blijven de courgettes doorgaans minstens enkele weken goed.

En dan kan er nog zoveel

In De Moestuin van Mme Zsazsa vind je ook recepten voor de zaligste gevulde courgette, een lichte groene zomercurry met courgettes, en een zeer gelukkig stemmende ovenschotel met Griekse pasta, tomaten en gegrilde courgettes en venkel.
En op deze eigenste website:
courgettegalette
boekweitnoedels met courgettes
– en ratatouille, natuurlijk

14297183884_ef07336a78_o
Laat andere mensen maar discussiëren over de zin en onzin van communierituelen, ik ben allang blij dat het tuinfeestenseizoen geopend is, en dat ik gevraagd word om lange tafels te vullen met grote salades. Deze maand twee keer. Twee keer ging het om een barbecue met vlees, waarbij ik slaatjes maakte. Ik doe dan heel hard mijn best, om de vleeseters er op zijn minst van te overtuigen dat groenten even lekker kunnen zijn als een perfect gegrilde biefstuk. En zeker veel lekkerder dan een uitgedroogde kipbrochette.

14297756835_26192dca4d_o
Op tuinfeest nummer 1 maakte ik, aanvullend op een vleesbarbecue:
bloemkool op z’n Catalaans, met wat geraspte citroenzeste erover voor extra feestelijkheid
– carpaccio van rode biet met dressing van notenolie en geroosterde komijn (uit De Moestuin van Mme Zsazsa)
gemarineerde venkel met geitenkaas en kappertjes
– fattouche (Midden-Oosterse salade die ik min of meer op de wijze van Arabia maak)
– lauwe asperges met rucola en parmezaan
– koolrabisalade met aardbeien en geitenkaas (uit De Moestuin van Mme Zsazsa)
– orzosalade met erwten, mozzarella en een sausje van geroosterde paprika (losjes hierop geïnspireerd)
– eenvoudige linzensalade met mosterddressing en verse kruiden
– zoet-zure paprika van Ottolenghi
– gevulde eitjes, op vraag van de kinderen
– radijzen, mayonaise met geroosterde knoflook, kruidenboter, specerijenboter

14111198057_8f25415cf2_o
Voor tuinfeest nummer 2 deelde ik het werk met mijn schoonzus. Zij maakte taboulé, aardappelsalade, kruidensalade, mangosalsa en tomatensalade en ik maakte:
pastasalade à la Jamie (blijft in al zijn eenvoud mijn favoriete formule, ik voeg wel meer dressing, olijven en kruiden toe dan het recept voorschrijft)
– weer de gemarineerde venkel, want die heeft in mijn schoonfamilie een mythische status verworven
– weer de carpaccio van rode biet, want die staat zo mooi op een feesttafel
pittige wortelsalade
– een grote pot ratatouille

Nu zondag houden we opentuindag bij Kim en ga ik ook daarvoor samen met een paar vriendinnen een groentetafeltje bijeen koken. Omdat we geen idee hebben hoeveel volk er komt en of die mensen honger zullen hebben, houd ik het eenvoudig:
– Spanakopita oftewel spinazie met kruiden en feta in filodeeg (het recept uit Goed Eten, maar in één grote ovenvullende taart in plaats van in tijdrovende driehoekjes)
– Weer de bloemkool op z’n Catalaans (makkelijk in grote hoeveelheden op voorhand te maken & onalledaags)
– Carpaccio’s en simpele slaatjes van lentegroente
– Aardbeien
Chocoladecake met rode biet (uit De Moestuin van Mme Zsazsa) Borgerhoutse rabarbertaart (makkelijker voor grote hoeveelheden)

Tips voor Tuinfeesten Allerhande

– Zelf houd ik praktisch nooit een barbecue, ik heb niet eens een barbecuestel. Een tafel met wat grotere en kleinere groentebereidingen op mooie schalen is mijn lekker rustige alternatief, en als ik meer actie wil, bouw ik een streetfoodkraampje met quesadilla’s of pizza.
– Vier het seizoen. Geef ik thuis een feestje, dan probeer ik met haast uitsluitend seizoensproducten te werken. Voor familiefeesten ben ik losser, maar het seizoen blijft de inspiratiebron, ook in de lente. Bloemkool, koolrabi, radijzen, erwten, spinazie, bietjes: het zijn geen traditionele communiefeestgroenten, maar je kunt er echt wel iets charmants mee maken.
– Let op variatie. Als je voor veel verschillende slaatjes gaat, vermijd dan dat je je groenten met telkens dezelfde smaken combineert: werk de ene af met geitenkaas, de andere met mozzarella, nog eentje met geroosterde noten, dan weer een met croutons en nog eentje met pijnboompitten en rozijnen. Laat de ene dressing smaken als een klassieke Franse vinaigrette, de andere wat fruitiger, nog eentje zoet-zuur en tot slot eentje Aziatisch. Werk nu eens met grassige olijfolie, dan eens met peperige olijfolie en gebruik ook eens notenolie. Varieer in de kruiden: heb je al een salade met veel basilicum, maak er dan een andere met veel bieslook. Enzovoort. Let erop, maar lig er niet van wakker: vijf salades met fetakaas zullen vast ook wel smaken.
– Ga je vegetarisch, zorg dan dat de slaatjes en lichte groentegerechten worden vergezeld door één steviger gerecht. Een ovenschotel zoals lasagne,
een stoofpot, frittata,iets in filodeeg, quiche…
– Let op de aanblik. Voor fijnzinnig dresseren heb ik niet het grafische talent, maar ik zorg er wel altijd voor dat mijn eten op mooie grote schalen ligt en dat ik er mooie kleurige dingen over strooi. In een platte schaal oogt eten vaak mooier dan in een diepe kom, en ik vind ronde schalen ook vaak dankbaarder dan langwerpige.
– Let op het stressniveau: je kunt één bereiding kiezen waar veel prutswerk of avontuur aan zit voor jou, maar combineer ze dan met gerechten die weinig tijdrovend zijn of die je intussen met je ogen dicht kunt maken. En je kunt één gerecht maken dat je helemaal op het laatste moment vers van het vuur serveert, maar combineer dat dan met zaken die je (grotendeels) op voorhand kunt bereiden. Uitstekende stressbrekers zijn deze gemarineerde venkel, deze bloemkool a la Catalana, een grote pot ratatouille of deze wortelsalade: ze worden er alleen maar lekkerder van als je ze een halve dag of langer op voorhand bereidt, en je hebt ze op het laatste moment alleen op smaak te brengen en af te werken met kruiden of kaas. Flapjes zijn veel werk, maar je kunt ze weken op voorhand maken  en in de diepvriezer bewaren, zodat ja ze op het feest zelf enkel nog te bakken hebt. Ook pickles kun je lang op voorhand maken en zeker bij barbecues of op picknicks zijn ze een plezier.
Veel gerechten maak je idealiter niet helemaal op voorhand, omdat dat hun smaak niet ten goede komt. Maar ook die zijn wel al grotendeels voor te bereiden. Rauwe salades snijd en meng ik bijvoorbeeld altijd zo kort mogelijk voor het eten, dat geeft een frisser resultaat. Maar ik maak wel op voorhand al hun dressing, rooster desnoods al wat noten of rasp al wat kaas.
– Wil je het allemaal informeler/goedkoper/makkelijker maken, geef dan een picknickfeest met lekkere broden, schapenkaas, kerstomaatjes, radijsjes en allerlei hummus-achtige dingen om het brood in te dippen.
– Let extra op hygiëne. Op feesten verblijft eten vaak wat langer buiten de koelkast voor het opgegeten wordt. Tegelijk zijn er haast op elk feest wel mensen die kwetsbaarder zijn voor voedselvergiftigingen: zwangere vrouwen, oudere mensen, kleine kinderen. Niks om neurotisch over te doen, maar wel een reden om alles extra goed te wassen en schoon te verwerken. Wees vooral streng voor alle blaadjes en kruiden die rauw op tafel komen: spoel ze drie keer in ruim koud water en zwier ze dan droog. Houd eten weg uit de zon, die komt de appetijtelijkheid toch al niet ten goede.
– Maar serveer niet alles koelkastkoud, want dat is echt niet lekker. Zeker als je gemarineerde groenten of dips serveert, zoals hummus of auberginesalade, haal je die beter even voor het serveren uit de koelkast, zodat ze op hun plooi kunnen komen.
– Gebruik bloemen als versiering. Oost-Indische kers, viooltjes, goudsbloemblaadjes… Feestelijk! Pluk ze op een niet-vervuilde plek en was ze voorzichtig door ze enkele keren onder te dompelen in koud water en daarna te laten uitlekken op een keukenhanddoek.
– Toelichting wordt geapprecieerd. Kook je graag met minder alledaagse ingrediënten, dan willen veel mensen wel even weten wat dat allemaal is. Als je niet het type bent dat graag een inleidende speech geeft bij het eten, schrijf het dan ergens op waar de gasten het kunnen lezen.
– Denk aan de kinderen. Maar sloof je daarvoor niet te veel uit, want meestal zitten de kinderen tegen etenstijd toch al vol chips en kaasblokjes. Zelf zorg ik doorgaans voor een mooie schaal radijzen of kerstomaatjes, en let ik erop dat er één salade is die niet te veel kindbeproevende smaken bevat. Soms maak ik op vraag van de kinderen gevulde eitjes, die dan ook altijd bij hun ouders een groot succes blijken. Best of the seventies.
– Of volg gewoon de feestmenu’s uit De Moestuin van Mme Zsazsa:

14111111280_b77b198617_o

14094611960_ebfbb319cb_o
Een boek schrijven samen met Kim Leysen, dat heeft twee grote voordelen voor mij. Ten eerste: ik heb haar heel erg graag. Ten tweede: in al die dingen waarin ik hopeloos slecht ben, is zij heel goed.
Dat is de enige reden waarom ik, Dorien Knockaert, de vrouw die op haar bek ging bij zowat elk knutselproject dat ze ooit heeft aangevat, u hier een paar charmante doe-het-zelfdingen kan aanbieden. Uitgedacht door Madame Ingenieursbrein Zsazsa en vormgegeven door de onnavolgbaar schwungvolle Els Menten. Gratis en voor niks te downloaden en 100% geschikt voor onhandigen, want Kim heeft intussen al een jaar niemand beter dan mij als testpubliek. (Je verdient een standbeeld, Kimmie!)
Zelf zal ik vooral de etiketten gebruiken, omdat ik graag groenten inmaak natuurlijk, en ook omdat ze qua knip- en plakwerk echt helemaal op mijn niveau zitten.
Alhoewel:

14279070932_80c64c2b31_o
Maar de volgende keer dat ik ergens word uitgenodigd, ga ik de gastvrouw (M/V) zeker ook wat leuke zaadjes cadeau doen in een van deze zaadzakjes:

14094494159_f0cec03560_o

Zaden weggeven is natuurlijk eindeloos indrukwekkend als je zaden hebt geoogst van je eigen planten. Maar het is ook een heel goed idee als je gewoon werkt met zaadjes uit de winkel, want in zo’n verpakking zitten er vaak meer zaadjes dan je tijdens hun levensduur ooit op krijgt. Dan kun je ze maar beter uitdelen.
En dan zijn er nog de groentefiches. Dé groentefiches uit het boek:

14280806764_c336b1564b_o
Die kun je hier ook gewoon kunt downloaden, afdrukken, uitknippen en bundelen. Zodat je je eigen kleine groenteboekje kunt samenstellen, invullen en aanvullen met extra’s en bevindingen. Kijk toch hoe mooi Kim dat doet.
En om dat boekje nog completer te maken, hebben we voor elke maand een moestuinkalender gemaakt op hetzelfde formaat, en ook die krijg je gewoon van ons cadeau. Ziezo.
Met dank aan alle mensen die het boek al kochten, het enthousiasme doet geweldig goed.

Gratis downloads:
Etiketten
Zaadenvelopjes
Groentefiches
Moestuinkalender

13713006343_38cc457531_o
Als ze dan komt, komt de culinaire perfectie hier doorgaans wanneer ze voor niemand belangrijk is. Zo kookte ik op een keer minestrone voor een groep vrienden in een vakantiehuis. Op het moment dat ik dacht dat we zouden eten, verdwenen ze allemaal uit beeld om hun kinderen in bed te steken. Een karwei dat, zo leerde ik toen, met gemak een uur in beslag neemt.
Geen stress, ik stond in een stille keuken met een grote pot dampende maaltijdsoep. De soep was klaar, ik moest ze alleen nog wat op smaak brengen. Daar hield ik me een uurtje mee zoet. Wat zout, wat olie, wat basilicum, een klein scheutje wijn en nog eens proeven. Opnieuw en opnieuw. Het resultaat herinner ik me als een perfecte minestrone. Al kan het ook zijn dat we gewoon euforisch waren omdat we, ondanks de babyfoons, eindelijk rustig aan tafel konden.
Minestrone is altijd een gebeurtenis. Er gaan zoveel bonen, groenten en pastaschelpjes in, en hun som is altijd massaler dan je had verwacht. Het is uitdeelsoep, soep waaraan je iets beleeft. Soep waarmee je naar een vriendin fietst of die je opdringt aan de buurvrouw. Of soep waar je een week van eet. Zo komt het dat ik me haast al mijn minestrone’s gedetailleerd herinner: die ene die net wat te veel broccoli had, die andere met geroosterde tomaten (lekker), de dikke zomerminestrone die we aan de kleuters probeerden te slijten door te zeggen dat het pasta was (met succes). En nooit vergeet ik de megaminestrone die ik meenam naar een parkmarktje om gratis te verdelen – op een haar na werd ik gebulldozerd door een hongerige meute.
Die van het vakantiehuis was de enige perfecte. Maar eigenlijk hoort minestrone niet perfect te zijn. Ze hoort vol te zitten, een ode te zijn aan het seizoen, en een opkikker.
Voorts hoor je weleens strenge meningen over wat een minestrone is en wat niet. Het was lekkere soep maar het was geen échte minestrone. Een opvallend fenomeen bij bereidingen met een exotische naam. Niemand zal ooit beweren dat preisoep geen échte preisoep is, of gehaktbrood geen écht gehaktbrood.
Van minestrone mag elk zijn eigen definitie maken. De mooiste die ik ken, staat in het kookboek How to Cook a Wolf van M.F.K Fisher. ‘Waarschijnlijk de meest bevredigende soep ter wereld voor mensen die honger hebben, en ook voor mensen die moe of bezorgd of boos of blut of enigszins bezeerd zijn, of verliefd of kerngezond of verwikkeld in allerlei affaires,’ schrijft ze, ‘dat is minestrone.’

MINESTRONE VOOR ALTIJD
Voor een grote pot:
2 uien, 2 stengels selderij, 1 wortel, 3 tenen knoflook, allemaal fijngesneden
1 flinke handvol loof (paksoi, snijbiet, bietenloof, raapsteeltjes of spinazie)
1/2 koffielepel gerookt paprikapoeder
1/2 spitskool of broccoli
1 eetlepel tomatenpuree
1,5 l bouillon
1 stuk korst van parmezaan (als je het in huis hebt)
1 flinke handvol middelgrote pastavormpjes
ongeveer 200 g gekookte witte bonen (blik is oké)
Parmezaanse kaas en/of pesto
olijfolie, peper, zout
Lekkere extra groenten, naargelang het seizoen: venkel, courgette, verse tomaten, andijvie

1. Fruit de uien, selderij en wortel in een grote, zware pot in hete olijfolie. Temper na een halve minuut het vuur en voeg de knoflook, het paprikapoeder en een snuf zout toe (en naar wens nog extra kruiden zoals oregano, tijm, salie enzovoort). Laat alles zacht garen terwijl je de andere ingrediënten klaarmaakt.
2. Snijd de steeltjes van het loof los, hak ze fijn en voeg ze meteen toe aan het sudderende uienmengsel. Snipper de blaadjes en houd ze opzij. Snijd de kool of broccoli in kleine stukjes, en eventuele andere groenten die je straks wilt toevoegen.
3. Duw het uienmengsel wat opzij in de pan, voeg de tomatenpuree toe en laat hem een minuutje bakken.
4. Voeg de bouillon toe, samen met de kaaskorst. Breng aan de kook en voeg de pasta toe. Breng opnieuw aan de kook en voeg de bonen toe. Voeg, als de pasta bijna gaar is, één na één de andere groenten toe, met als laatste de blaadjes van het loof (telkens tussendoor opnieuw naar het kookpunt gaan).
5. Breng de soep op smaak met peper, zout en olijfolie. Serveer ze met in elke kom een eetlepel pesto en/of parmezaan.


Dit stukje verscheen eerder in de rubriek De Keukenprinses in De Standaard Magazine

14073196471_ba64e0403c_o
Tegenwoordig heb ik niet zoveel zin om zoete dingen te bakken, maar soms vraagt het leven nog weleens om taart. Of de rabarberplant naast onze schommel, die vraagt er ook om.
Gelukkig is er dit stressloze recept. Het begon als Haasroodse Appeltaart, het recept van Tante Bieke uit Haasrode. Ze maakte het weleens wanneer we met z’n allen op bezoek kwamen. Mijn moeder nam het recept mee naar huis en maakte er Olense Appeltaart van, en gaandeweg ook Olense Rabarbertaart of Olense Stekelbezentaart. Maar we spreken nog altijd over het pre-computertijdperk, dus als je het recept eenmaal voor appeltaart had getypt, ging je niet nog eens een versie voor stekelbezentaart typen.

13889783079_fd1dc4ed48_o
Ik kreeg het recept van mijn moeder en gebruik het vooral voor rabarber. Als ik van iemand veel rabarber krijg. Of als ik veel mensen rabarbertaart wil geven. Het is namelijk een recept voor een hele bakplaat tegelijk, al kun je het natuurlijk wel halveren.
Als je de proporties van het recept respecteert, ziet het er meer uit als een taart dan de foto hierboven suggereert. Het fruit ligt er mooi op. Maar ik heb geen bakvorm die precies een halve bakplaat groot is, dus als ik met een halve portie werk, gaat het allemaal in een wat kleinere vorm en wordt het een dikkere, meer cake-achtige taart, waarin het fruit wegzakt. Ook lekker.
Het verschil met een gewone cake is het verleidelijke glazuursausje. En het feit, uiteraard, dat het geen gewone cake is, maar Borgerhoutse/Olense/Haasroodse Rabarbertaart.

Rabarbertaart voor veel volk
Voor 1 bakplaat:
TAART:
500 g zelfrijzende bloem
350 g suiker
2 eieren
125 g gesmolten boter
3-4 lange stelen rabarber, in stukjes van een dikke centimeter
2 dl melk
GLAZUURSAUSJE:
60 g boter
3-4 el suiker (of nog eentje meer als je met heel zure rabarber te doen hebt – kwestie van proeven en soms een beetje gokken)
1 ei
1 dl melk
0,5 dl room

1. Verwarm de oven voor tot 180°. Bekleed een bakplaat met bakpapier en laat aan de kanten wat papier overhangen (dat zal je helpen om de taart uiteindelijk uit de vorm te krijgen).
2. Roer alle ingrediënten van de taart tot een glad mengsel. Strijk het uit op de bakplaat. Beleg het met de rabarber (dicht opeen leggen).
3. Bak de taart ongeveer een halfuur in het midden van de oven.
4. Roer de ingrediënten voor het sausje. Giet het over de taart. Steek de taart opnieuw in de oven, voor 5 tot 10 minuten, tot zich een korstje begint te vormen.

14045031441_e4a666a036_o
Er zijn van die waanideeën die zich inslijpen in je brein en daarna van geen wijken weten.
Bijvoorbeeld:
– Volgende week zal ik meer tijd hebben.
– Als de groten der aarde aan vijf uur slaap genoeg hebben, dank ik ook.
– Met de auto zal het toch relaxter zijn.
Maar ook:
– De risottorijst zal wel bijna op zijn.
– De knoflook zal wel bijna op zijn.
Het gevolg is dat wij altijd te veel knoflook en risottorijst in huis hebben.
Laatst was het zo erg, dat een actieplan zich opdrong.

14048232674_d99cb76be5_o
Een leuke manier om ’s avonds laat mijn gedachten nog even te verzetten.
* Doordat ik mijn knoflook tegenwoordig bewaar in een mandje dat veel lucht doorlaat, was hij nergens gaan schimmelen of rotten. Wel waren sommige tenen heel erg uitgedroogd of volop bezig met hun transformatie tot kiemplantje. Ik zag er weinig toepassingen voor, behalve bouillon: alle teentjes in een grote pot koud water gooien, samen met wat groenterestjes (groen van prei, peterseliestelen, aardpeer) en kruiden zoals peper, zout, tijm, laurier en venkelzaad. Alles aan de kook brengen, een halfuurtje laten sudderen, afgieten door en zeef en op smaak brengen met zout (soms kook ik hem na het afgieten nog wat meer in, voor een geconcentreerder resultaat). Ik kookte er de volgende dag linzen in en dat was heerlijk.

14048630814_2fa053e332_o
* De twee grootste, biologische knoflookbollen roosterde ik in hun geheel: ik verwarmde de oven voor tot 180°, sneed een hoedje van elke bol om de tenen bloot te leggen, strooide er rijkelijk kruiden over (vooral gebroken peper en korianderzaad, maar alles kan) en goot er een scheutje olie in. Zo gingen ze op een schaaltje in de oven, tot ze boterzacht waarden en een krachtige maar ook zoete geur verspreidden. Ongeveer een dik halfuur. Zo’n hele geroosterde knoflookbol bewaart behoorlijk lang in een goed gesloten bakje in de koelkast (ik schrijf veiligheidshalve ‘enkele dagen’, maar rek het zelf veel langer). Geregeld wip ik de inhoud uit enkele tenen en plet ik die tot een sausje – heerlijk bij de asperge- en aardappelfrittata die ik laatst maakte, maar ook in soep, pasta’s, vinaigrette of hummus (bijvoorbeeld volgens dit recept voor linzenhummus). Of royaal door de mayonaise geroerd, voor bij ovenfrieten van zoete aardappel. Wil je geroosterde knoflook echt lang bewaren, dan kun je hem in kleinere porties opdelen en invriezen.

14068169943_f446f94cdc_o
* De mooiste, jongste knoflookbolletjes maakte ik los om de tenen te konfijten. Iets wat ik geleerd heb uit Puur Natuur van de Monegaskische topkok Alain Ducasse, een inspirerend kookboek dat voortkomt Ducasses zoektocht naar een lichtere én lichtvoetigere keuken. Maak de tenen los, maar laat ze in hun dunste vliesje zitten. Zet ze in een stevige steelpan nipt onder in lekkere olijfolie en warm alles op op een heel laag vuur – ‘de olie mag trillen maar zeker niet koken’ – samen met een royale snuf zout, een theelepel peperbolletjes en enkele takjes mediterraanse kruiden (ik gebruikte afwisselend al tijm, rozemarijn en zelfs wat lavendel). Laat de knoflook in drie kwartier tot een uur door en door zacht worden. Bewaar hem samen met de olie in een bokaal in de koelkast, of vries ze samen in kleine porties in om ze later te gebruiken. De knoflooktenen zijn perfect om snelle pasta- of ovenschotels later toch de diepte te geven van iets wat heel traag gegaard is. De olie gebruik ik vaak om groenten in de smoren – dikwijls aangelengd met pure olijfolie, voor een subtielere knoflookhint.

14044718432_18d10b51df_o
* Mijn keuken rook heerlijk naar gare knoflook, maar mijn handen moest ik amper vuilmaken. Vlotjes, die hele-tenenstrategie. Een beetje losmaken, een beetje kruiden, aan een paar knopjes draaien. Genieten van de elegantie die zo’n knoflookbol laat schuilgaan achter zijn stoere aroma. En tevreden beseffen dat je de basis aan het leggen bent van tientallen krachtige, makkelijke maaltijden in de toekomst.

14028603172_12ba563c59_o

De gestoofde courgettes met boekweitnoedels die ik begin deze week al aankondigde, smaakten zo door en door goed dat ik dacht: ik maak er nog wat reclame voor. ’t Is haast te simpel om een recept te zijn. Maar misschien zijn dat wel de beste recepten.
Boekweitnoedels hebben ook een hippere naam: sobanoedels. Je vindt ze in het Aziatische rek in de supermarkt, of in de biowinkel. Ze worden tegenwoordig populairder omdat veel mensen op zoek zijn naar alternatieven voor tarweproducten. Zelf verdraag ik tarwe goed, maar het lijkt me logisch dat het niet zo’n goed idee is om pakweg de helft van je dieet uit geraffineerde tarweproducten zoals licht brood en witte pasta te laten bestaan. Voeding wordt dan vulling en alles wordt saai.
Boekweit- of sobanoedels zijn in veel recepten een leuk alternatief voor spaghetti. Ze bevatten vaak nog voor de helft tarwe. Je vindt er ook die uitsluitend boekweit bevatten, maar die verpappen wel makkelijker wanneer je ze kookt.
De courgettes waren onze eerste van het jaar. In de tuin is het er nog veel te vroeg voor, maar in de kas van de bioboer kan het al, allicht met dank aan de snelle lente.

Gestoofde courgettes met boekweitnoedels
Per persoon:
1 sjalot/klein uitje
1 teen knoflook, gehakt
klein takje rozemarijn
1 courgette (een veeleer kleine), in duimdikke stukken (of een ander formaat waar je zin in hebt)
70 tot 100 g boekweitnoedels (naargelang de honger)
takje munt
Parmezaanse kaas of iets gelijkaardigs
olijfolie, (chili)peper, zout

1. Maak eerst het courgettestoofpotje. Fruit de ui in hete olijfolie, temper na een halve minuut het vuur, voeg de knoflook en de rozemarijn toe en laat alles een tiental minuten zacht worden.
2. Draai het vuur onder de ui weer open, voeg de courgette toe, roerbak alles een minuutje zodat de courgette hier en daar goudbruin kleurt. Strooi zout op de courgette, temper het vuur, dek de pan af en laat de courgettes boterzacht worden, in een kwartier tot een halfuur (ik heb graag courgettes die echt comateus gestoofd zijn en ga dus voor een halfuur).
3. Kook de noedels gaar volgens de instructies op de verpakking.
4. Schep de noedels door het courgettestoofpotje. Breng alles op smaak met peper, zout en misschien nog een scheutje lekkere olijfolie. Serveer het met parmezaan en gesnipperde munt.

Timing:
Je kunt het courgettestoofpotje gerust tot twee dagen op voorhand maken. Of langer op voorhand, en bewaren in de diepvriezer.