Info

Dorien Knockaert

Posts from the Uncategorized Category

23842168621_3d03a38b8d_o

Kerstmis en groenten, waarom knettert het zo weinig tussen die twee? Omdat er altijd iemand een kalkoen tussen hen in zet, schreef Yotam Ottolenghi laatst in The Guardian. ‘Sappigheid of complexe smaken kunnen daar niet de reden voor zijn, of heb ik al die jaren iets gemist?’ Het is alleen maar omdat we op een feesttafel een pronkstuk willen dat groot en indrukwekkend is, denkt hij. ‘Dus heb ik besloten om komende kerst mijn wintergroenten een turkey treatment te geven, en ze te laten schitteren in het midden van de tafel, op een enorme, blinkende schaal.’
In het Engels is daar een woord voor: het centrepiece, het gerecht in de hoofdrol, de centrale schaal. Een centrale schaal waar niets vleesachtigs op ligt, is een tikje uitdagend. Je mag er gerust gewichtig over doen, vind ik, en eerst al eens een uur in kookboeken bladeren, op zoek naar iets winters met hoofdrolpotentieel. De geroosterde ui met gebraiseerd witloof en kikkererwten uit Vegetables that Sparkle the Conversation van Seppe Nobels bijvoorbeeld. Of de speelse turkey treatments van Sarah Britton in My New Roots: flespompoentorentjes met boerenkoolpesto; ‘coquilles van prei’ met cantharellen. Samengevat komt het altijd hierop neer: snijd je groenten op hun mooist – doorgaans zien langwerpige, puntige stukken er interessanter uit dan plompe brokken of korte snippers. Zorg voor saus. Combineer texturen – zachte groenten hebben een knapperige toevoeging nodig; beetgare groenten iets smeuïgs.
Deze worteltajine, gebaseerd op een recept uit Vegarabia van Greg en Lucy Malouf, komt losjes tegemoet aan al die spelregels en is tot de laatste hap deugddoend. Uitsloverij noch zotte kosten zijn vandoen, dus als je toch wilt stunten, kun je nog een hele waaier bijgerechten produceren (gebakken kweeperen, uientaartjes, pastinaakchips, mogelijk iets met lam of kip). Nodig is dat niet. Serveer je tajine met stokbrood, pilavrijst of couscous, en laat hem voorafgaan door een witloofsalade met citrusfruit.
Ik wens jullie allemaal fijne, ongeforceerde feesten. Kook niet om indruk te maken, kook om gelukkig te maken.

Tajine met bosworteltjes
Voor 4 personen:
1 grote ui, fijngeraspt
1 grote wortel, zeer fijn geraspt
2 knoflooktenen, zeer fijn geraspt
1 kl gemalen komijn
1 kl gemalen korianderzaad
½ kl kurkumapoeder
½ kl gemalen zwarte peper
400 g bosworteltjes (of ‘babyworteltjes’), met telkens nog een stukje loof eraan
400 g gekookte kikkererwten, uitgelekt (blik is een optie, zelf koken in bouillon is lekkerder)
600 ml hete groentebouillon
200 g romige volle yoghurt
1 el maizetmeel
1 eidooier
60 g amandelschilfers
Handje verse koriander (kun je weglaten)
Olijfolie, boter, zout, honing

1. Verwarm de oven tot 180°.
2. Verhit een royale scheut olie in een grote zware pot. Voeg de geraspte ui en wortel toe, roer om op hoog vuur zodat het sap snel verdampt. Temper het vuur, voeg knoflook; komijn, korianderzaad, kurkima en peper toe. Laat alles een tiental minuten samen garen.

3. Voeg de worteltjes en de kikkererwten toe, samen met de bouillon. Breng naar het kookpunt. Dek de pot af en zet hem voor een halfuur in de oven.
4. Laat intussen in een apart pannetje de boter smelten met de honing en een royale snuf zout. Voeg de amandelen toe en laat ze bruinen.
5. Haal de tajine uit de oven en zet hem op het fornuis. Roer de eidooier en het maiszetmeel in een kommetje door de yoghurt. Roer er een flinke lepel tajinekookvocht door, en dan nog één, zodat de yoghurt geleidelijk opwarmt. Voeg het mengsel toe aan de tajine. Breng die weer zachtjes aan de kook en laat hem nog even indikken. Check de smaak en voeg eventueel nog peper en zout toe.
6. Als je de tajine in een mooie aardewerken schaal wilt serveren, zorg er dan voor dat die voorverwarmd is. Schep de wortelen behoedzaam over, zodat ze niet allemaal breken. Strooi er de amandelen over en eventueel wat gesnipperde verse koriander.

Deze tekst verscheen eerder in een lichtjes andere versie in mijn rubriek De Keukenprinses in De Standaard Magazine.

22125040938_60543a099f_o
Een boek maken is een beetje zoals een baby krijgen. Het begint met verliefde plannen, het eindigt met zware arbeid en enig gevloek. Tot zover de vergelijking, want als het boekengevloek ophoudt, zit je nog altijd met lege handen. Al wat je krijgt, is een mail van de uitgeefredacteur die meldt dat er NU ECHT NIETS MEER VERANDERD KAN WORDEN AAN DE DRUKPROEF. Daarna wordt het heerlijk stil.
Je vergeet het bijna, dat van dat boek.
En zo gebeurde het dat ik afgelopen nacht thuiskwam van een reis en in de gang een kartonnen doos aantrof, met mijn naam erop. Tiens, dacht ik. Tiens, iemand stuurt mij hier iets groots op.
En toen wist ik het weer.

De Superette. Het kookboek is in de eerste plaats de liefdesbaby van Kobe Desramaults, Rose Greene en Sarah Lemke. Zij stampten in Gent het bakkerijrestaurant van hun dromen uit de grond en doopten het De Superette. Maar het is, denk ik, geen misplaatste trots als ik zeg dat ik intensief heb meegewerkt aan dit boek. Rose (de chef) en Sarah (de bakker) zijn Engelstalig, Kobe (de derde bezieler) had zijn handen al redelijk vol met zijn Dranouterse restaurant In De Wulf. Ik luisterde, keek, noteerde en vertaalde. En zag hoe fotograaf Piet De Kersgieter en vormgeefster Janine Kopatz op hun beurt met het verhaal aan de slag gingen.
Ik heb er zoveel van geleerd. Desembrood bakken, graan laten kiemen, kruidenolie maken, bloemensuiker, croissants, gefermenteerde limonade… Daarover later meer. Eerst wat bladeren.

22323317081_79dc1419a2_o
Oh ja. De Superette. Het Kookboek ligt sinds vorige week in de boekhandel en zal ook te koop zijn op de Boekenbeurs. Natuurlijk kun je het kopen in De Superette in Gent. Wie graag een exemplaar van mij koopt, kan dat doen na een van de lezingen die ik in de komende weken nog geef (data in de linkerkolom van deze website), of kan bij mij thuis passeren in Borgerhout. Het boek kost 29,95 euro.

22312666285_e9b506d4b8_o
En nee, het is geen vegetarisch kookboek, de recepten zijn niet de mijne. Er staan redelijk veel vleesbereidingen in, wat vis en wat schelpen, maar ook een handvol vegetarische hapjes en hoofdgerechten. En vooral heel veel bakrecepten voor brood- en zoetigheid. Met daarbovenop een stevige reeks bewaarrecepten voor groenten en kruiden. Ik ken misschien geen enkel ander kookboek waar je zoveel fascinerende kook- en bewaartechnieken uit kunt leren. Jawel, een beloftevolle baby.

22124743920_fd8fa2f3e7_o
21689997124_9aea308c64_o
22125866419_b8c4452a79_o
22124772300_99727853a1_o
22124791170_d01e89e276_o

droomdroom

koolrabiVoor de Nacht van De Standaard, nu zaterdag in De Singel in Antwerpen, werd ik gevraagd om mijn droomdiner ineen te steken. Ik ben daar niet excentriek in, integendeel. Lekker, licht eten, wijn met karakter, een rustige plek; lieve, inspirerende mensen. Dat is mijn droomdiner.
Dus vroeg ik Nicolas Decloedtdíé Nicolas – om te komen koken. Ik denk dat ik niemand anders ken die zo verfijnd vegetarisch kookt als hij. En ik wil het hele menu nog niet verklappen, maar er staan zaken op als koolrabi gebakken op de plancha, crème van geitenkaas, rode bessen en klaverzuringblaadjes.

brunoMijn collega Bruno Vanspauwen koos er ecologisch geproduceerde wijnen bij en komt daar een woordje uitleg bij geven.

21267745065_1eb4de29ba_zDries Delanote van de overweldigend mooie en wilde groenteboerderij Monde des Mille Couleurs komt over zijn werk en zijn planten vertellen. Tobias Leenaert zal hopelijk vertellen over de inspirerende weg die hij aflegde als vegetarisch activist. De Gentse stadsecoloog Geert Heyneman, mijn plukmentor, geeft een introductie tot de bermgastronomie. En mijn bovennatuurlijk geletterde collega Kathy Mathys leest bij het dessert literaire fragmenten over smaak voor. Af en toe maken we het stil voor een stukje film.

Dat is mijn droomdiner. En dat mag ik nu zaterdag houden, in de prachtige Studio Top van De Singel, bijgestaan door mijn droomcollega’s Eva Berghmans en Barbara Serulus, die alles mee in goede banen zullen leiden.
Iedereen is welkom om mee te eten, luisteren, kijken, praten. De plaatsen zijn wel beperkt tot 40 eters, want we willen allemaal aan één tafel. Helaas vergt het daardoor wat inspanning en een goede timing om een plekje te bemachtigen. Iets meer gedoe dan het er in mijn droomachtigste dromen aan toe gaat.
Wat moet je doen?
A) Eerst een ticket kopen voor De Nacht van De Standaard. Dat kost 25 euro voor abonnees en 30 euro voor niet-abonnees.
B) Surfen naar http://www.standaard.be/droomdiner en je daar inschrijven voor het diner. Daar moet je niet voor bijbetalen, het zit inbegrepen in de ticketprijs.
Je moet dus op voorhand al een ticket hebben om je te kunnen inschrijven (jou alleen of jou en een maatje, die ook een ticket heeft). Dat ticket geldt voor de hele Nacht van De Standaard, waar mijn schitterende collega’s samen met enkele heerlijke artiesten nog een heleboel andere fijne dingen zullen doen.

16036995396_ce2d35a87e_o
Eerst het slechte nieuws. De Moestuin van Mme Zsazsa is even niet meer verkrijgbaar op Bol.com, die webwinkel die nochtans doorgaans best handig is voor mensen die geen kerstvakantie hebben maar wel kerstcadeaus moeten kopen. Het boek is in herdruk (hoera!) en die herdruk laat net iets te lang op zich wachten (oei). In de filialen van Standaard Boekhandel liggen er volgens de uitgeverij wel nog redelijk wat exemplaren, en het zou vooral tof zijn als jullie in de commentaren hieronder elke boekhandel signaleren waar jullie het nog hebben zien liggen. Want stiekem fantaseer ik daar wel over dat onze moestuin hier en daar onder een kerstboom belandt.
En vooral! Het goede nieuws! Je kunt het boek ook nog bij Kim of bij mij bestellen, want wij hebben nog een voorraadje. En wij doen er dan alles aan om het gesigneerd en feestelijk uitgedost bij jou thuis te laten afleveren. Enigszins tegen mijn natuur beloof ik ook plechtig dat ik elke bestelling met zeer grote spoed zal behandelen.
Inclusief verzendingskosten kost ons boek 36 euro, maar je kunt het ook voor 30 euro komen oppikken bij mij thuis in Antwerpen. Dat alles nadat we via dorienknockaert@hotmail.com wat praktische mededelingen hebben uitgewisseld.
En dan is er nóg nieuws. Een nieuwe index namelijk, waardoor je in de derde druk van het boek vlotter zult kunnen zoeken naar recepten. Omdat we de kopers van de eerste en tweede druk zeer graag zien, willen we hen die betere index vooral niet onthouden. Hij is hier downloadbaar, zodat je hem kunt printen en achteraan in je boek steken als zoekhulp.
Voorts wenst de firma u alvast een mooi, vredig jaareinde en weldra een wakkere nieuwe start.

Schermafbeelding 2014-10-26 om 23.50.57

Ongeveer een maand geleden nam ik me voor om in oktober eens extra op voedselverspilling te letten: minder eetbaars weggooien, minder restjes laten verpieteren in de koelkast ook. De inspiratie daarvoor kwam van de mensen van 11.11.11, die er dit jaar hun hele campagne aan gewijd hebben (de bijbehorende petitie, die een resolutere politieke aanpak van het probleem vraagt, kun je nog altijd hier kracht bijzetten, en als je dan ook nog eens de bijbehorende pagina liket, kun je De Moestuin van Mme Zsazsa winnen). Dit is mijn laatste bericht in de restjesreeks, en het is volledig gewijd aan jullie verzoeken hartenkreten op de facebookpagina van deze blog. Extra tips zijn meer dan welkom in de commentaren.

Help, er zitten altijd twee wraps/pitabroodjes te veel in een pak! Hoe vermijd ik dat die uiteindelijk beschimmeld in de vuilnisbak belanden?

Geen nood, je kunt ze invriezen (dat heb ik al gedaan met pitabrood en ik vermoed dat het met wraps ook wel kan).
Maar je kunt er ook zuiderse croutons van maken. Snipper het platbrood in stukjes en verspreid ze over een royaal geoliede bakplaat. Schep ze enkele keren om, zodat de olie verdeeld raakt over het brood. Bak ze knapperig in de oven (ongeveer 10 minuten, afhankelijk van je oven). Strooi er zout op en kruiden naar keuze ( sesam, tijmpoeder, chilipeper, sumac, zaatar…).
Frituren kan ook. Dat geeft een veel vetter resultaat, maar ik durf het weleens zo te doen als ik ze gebruik voor een salade waar ik dan voorts geen olie aan toevoeg.
Platbroodcroutons worden in de Midden-Oosterse keuken gebruikt voor onder meer fattouche (salade van komkommer, tomaat en verse kruiden) en in allerlei warme bereidingen (fatteh). Van harte aanbevolen.

Van een potje mascarpone, zure room of ricotta heb je altijd maar de helft nodig.

Van de overige helft kun je natuurlijk heel makkelijk lekker broodbeleg maken door kruiden en/of fijngehakte olijven of gedroogde tomaten toe te voegen. Maar ik moet toegeven dat ik mij daar ook nooit toe geroepen voel, want ik eet niet zo graag boterhammen met smeerbare dingen.
Wel vind ik zo’n half bakje mascarpone perfect om een paar ovenaardappels mee te vullen. Roer er kruiden, selderij, zongedroogde tomaten, olijven, kappers… door en je krijgt zelfs in putje winter een barbecuesfeertje.
Gevulde ovenaardappel
Per persoon:
1 grote aardappel
2 flinke el mascarpone
2 el peterselie
1 el fijngehakte halfgedroogde (‘gekonfijte’) tomaat
1 stengel selderij, fijngehakt
1/2 teentje knoflook of 1 el gehakte bieslook
1 mespunt paprikapoeder, het best gerookt paprikapoeder (pimenton de la vera, zie o.a. http://www.gekruid.be
Cayennepeper, zout
Grof zout
Zilverpapier
Bereiding:
1. Verwarm de oven voor tot 220 °C. Was de aardappel en wikkel hem nat in een stukje zilverpapier met een lepel grof zout. Leg hem in de oven en laat hem in 20 tot 35 minuten garen (afhankelijk van het formaat en van je oven).
2. Meng alle andere ingrediënten tot een smakelijk sausje. Snijd de gare aardappel open en schep er de saus in.

Alstublieft, meer ideeën voor oud brood en pistolets!

Is je brood uitgedroogd, maar nog niet kurkdroog? Maak er dan croutons van: snijd het brood in blokjes of pluk het in plukken, verdeel een scheut olie met wat peper en zout over een schone bakplaat, schep het brood op de bakplaat wat om en om, laat het in een oven van 200° licht bruinen maar niet volledig uitdrogen. Dit soort niet-al-te-vette croutons zijn prima voor de soep of voor een broodsalade, en ze blijven lang goed als je ze eerst helemaal laat afkoelen en dan in een goed afgesloten bewaardoos steekt. Wil je gebakken broodkruim om in plaats van kaas over een pastagerecht te strooien, pluk het dan kleiner en bak het in de pan in een royale scheut olie, en kruid het stevig.
Kleine beetjes halfdroog brood zijn ook prima geschikt om soep te dikken: eerst laten weken in water of melk en daarna meemixen met de soep.
Is je brood kurkdroog, maal het dan in een keukenmachine tot paneermeel om later te gebruiken op bijvoorbeeld een ovenschotel of in zelfgerolde gehakt- of linzenballetjes. Als je geen keukenmachine hebt, kun je het brood in een zak steken en er met een deegrol op tekeergaan tot het vermalen is.
Broodpudding wekt vaak gemengde gevoelens op, ik vermoed dat er in de jaren tachtig een wat klef broodpuddingrecept in Ons Kookboek gestaan heeft of zo. Maar ik heb al gesofisticeerde broodpudding met chocolade gemaakt, en zelfs hartige met stokbrood en prei.
Als je daar allemaal geen tijd voor hebt, kun je je brood invriezen en later ontdooien als je eens croutons wilt. Dat valt dan nog prima te fiksen.
Voorkomen is beter dan genezen. Zelf heb ik ondanks mijn slecht georganiseerde huishouden eigenlijk heel weinig broodoverschotten, en ik denk dat dat komt doordat wij meestal ongesneden brood kopen. Ongesneden blijven de meeste broden smakelijk tot je ze op hebt. Broden die met desem gebakken zijn, of broden met heel vast kruim houden het in gesneden toestand ook best lang uit.

Elke kool is ons te groot. Wat doen we met de tweede helft?

Aha, de wegkwijnende halve kool, een bekend fenomeen.
Wat je eerst en vooral moet weten is dat zo’n halve kool eigenlijk nog wel best lang eetbaar blijft in de koelkast, als je hem tenminste netjes inpakt in plasticfolie. Er komen gijze spikkels op het snijvlak, maar dat is oxidatie, geen schimmel (welja, het kan in principe ook schimmel zijn, maar meestal, als het gaat om droge grijze puntjes, is het oxidatie, zoals een aangesneden appel ook bruin kleurt). Schaaf ongeveer een halve centimeter van dan snijvlak en je hebt weer een appetijtelijk half kooltje.
Goed, wat doe je daar dan mee?
Stel dat je met de eerste helft al koolsla hebt gemaakt en gestoofde kool met boter voor bij de worst. Dan kun je de tweede helft nog gebruiken voor iets originelers! Zoals lauwwarme rodekoolsalade, spaghetti met wittekool, spitskool of savooi (en broodkruim!), pasta met boerenkool, minestrone met eender welke kool of savooigalette met paddenstoelen.
dsmreceptdorien
Maar ook voor wie zijn kool gewoon snel van de baan wil, heeft het menselijke vernuft al een oplossing voortgebracht. Zuurkool! Vergeet alle muffe associaties met Duitse bierhuizen en vettige kost. Zuurkool is heerlijk op een boterham met charcuterie, het is lekker in soep, het is lekker op pizza, het is perfect in stamppot. En het blijft een eeuwigheid goed in de koelkast. Zuurkool maak je zo: rasp de kool, meng er zout door tot hij net niet te zout is om te eten, kneed hem een beetje zodat hij sap loslaat en steek hem in een glazen pot die precies groot genoeg is. Goed aanduwen, zodat de kool onderstaat in eigen nat. Deksel erop, dan wegzetten op een schoteltje, op een rustig plekje in de keuken (kamertemperatuur is prima). De kool zal gaandeweg beginnen te borrelen en fermenteren. Na ongeveer een week heeft ze een lichtzure smaak, na twee weken is ze nog wat zuurder. Wanneer de smaak je bevalt, zet je de kool in de koelkast om het fermentatieproces te stoppen.
Voorkomen is beter dan genezen. Koop spitskool in plaats van gewone wittekool, die is doorgaans kleiner en ook malser.

Ik krijg mijn bos lente-uitjes nooit op.

Een bosje is vaak te veel voor één recept-met-lente-uitjes. Daarna komt het er vooral op aan om de uitjes niet te vergeten. Aan toepassingen geen gebrek: gebruik ze in plaats van uien om te fruiten, strooi ze fijngehakt over de soep, de rijst of de salade, of snijd ze overlangs in repen en leg ze tussen een boterham met kaas.

Wij hebben de neiging onze appels te verwaarlozen. En dan zijn ze ineens verrimpeld.

Verrimpelde appels of andere appels die bij gebrek aan verleidingskracht blijven liggen, zijn nog prima om te bakken. Snel met wat boter in een pannetje, en dan simpelweg opeten bij de maaltijd, als ontbijt of als tussendoortje. Als ik veel appels heb, snijd ik ze in achtsten en verwijde ik het klokhuis (schillen hoeft niet), vul ik er een bakplaat mee, strooi ik er wat kaneel over en hier en daar een klontje boter, en bak ik alles en dik halfuur in de oven (180°). Het resultaat kan makkelijk in kleine porties in de diepvriezer. En zo heb ik altijd in een handomdraai een lekker ontbijt (met yoghurt) of dessert.

En wat doe ik met een krop sla die begint te verwelken?

recept600
Als sla maar een beetje verwelkt is, kun je ze opfrissen door ze een bad te geven in ruim ijskoud water.
Maar voorkomen is hier echt wel beter dan genezen. Haal je een krop sla in huis, snijd de blaadjes dan meteen los, was ze zachthandig, zwier ze droog en berg ze op in een bewaardoos met onderaan en bovenaan een stuk keukenpapier of een schoon doekje. Bewaar ze in de koelkast. Zo gaan ze – afhankelijk van de slasoort – makkelijk drie dagen mee en zijn ze hapklaar, ook voor bij de boterham. Ben je het beu om rauwe sla te eten, dan kun je ook stamppot maken met sla, of risotto, of slablaadjes door een pan in boter gesauteerde erwtjes roeren (voeg de sla altijd pas helemaal op het eind toe aan warme bereidingen, zodat ze knapperigheid behoudt).

Een restje gekookte pasta heeft weinig sexappeal…

Dat is zo. Maar als je het met een overschotje saus of wat koelkastpesto erdoor bewaart, is het al veel aantrekkelijker om de volgende dag als middagmaal te eten, of tegen de honger van half-zes-’s avonds-als-het-avondeten-nog-niet-klaar-is. Een restje pasta-pesto doet het ook prima in een frittata. Heb je echt alleen naakte pasta, voeg hem dan toe aan de soep of aan een bonenstoofpot.
Eigenlijk heb ik nooit naakte pasta over, ik zet de pasta altijd met saus erdoor op tafel. Dus ik weet het hier even niet zo goed.

… een overschotje gekookte aardappelen evenmin.

Ah nee, maar je kunt er wel gebakken aardappelen van maken en wie vindt dat nu niet gezellig? Heb je niet genoeg gebakken aardappelen om er een hele maaltijd rond te bouwen, maak er dan een tapa van, met wat tomatensaus en/of paprikapoeder (en noem het resultaat patatas bravas).
Kleine overschotjes aardappelen gaan ook makkelijk in de soep. Even meekoken en meemixen voor een zacht smakende, gebonden soep. Of niet meemixen, als je graag iets in de soep hebt om op te bijten.
Origineler maar ook meer werk zijn aardappelkoekjes. Aardappelkoekjes kun je met de meest uiteenlopende toevoegingen maken, zolang je mengsel een stevig prakje blijft en niet te lopend of brokkelig wordt. Een visrestje is heerlijk in een aardappelkoekje. Het handige aan gedroogd eekhoorntjesbrood is dat je het altijd in huis kunt hebben.
koekjes
Aardappelkoekjes met eekhoorntjesbrood
Per persoon:
15 g gedroogd eekhoorntjesbrood (of 100 g fijngehakte gebakken paddenstoelen of een visrestje of een groenterestje)
1/2 teentje knoflook
1 klein sjalotje, gesnipperd
100 g aardappelen, tot 2 dagen oud
1 el geraspte parmezaan
4 olijven, grof gehakt
2 el peterselie
1 tl gedroogde dragon
Peper
1 el grof broodkruim (oud brood even roosteren en in de keukenmachine of onder een deegrol verkruimelen)
Arachideolie
Voor het sausje:
1 el mayonaise
1 el gehakte peterselie
1 el kappertjes
Bereiding:
1. Leg het eekhoorntjesbrood in een soepkom en giet er kokend water op. Laat het een klein halfuurtje weken tot het zacht is. Giet het af en bewaar het vocht voor later, als bouillon voor een soep, een saus of een paddenstoelenrisotto. Hak het geweekte eekhoorntjesbrood met een mes of een molentje in kleine stukjes.
2. Bak in een pannetje de sjalot en de knoflook tot ze zacht zijn. Voeg het eekhoorntjesbrood toe, roerbak het een minuutje, haal de pan daarna van het vuur en voeg de dragon, de peterselie, de olijven en de kaas toe. Prak er de aardappelen bij en breng het mengsel op smaak met peper en zout.
3. Maak er met je handen koekjes van, wentel ze in broodkruim en bak ze in een flinke laag hete olie. Laat ze even uitlekken op een stukje keukenpapier.
4. Maak een sausje van de mayonaise, peterselie en kappertjes. Serveer het bij de aardappelkoekjes. Vul aan met een groen slaatje, bij voorkeur met pittige blaadjes zoals waterkers, platte peterselie of rucola.

Als ik eierdooiers gebruik, blijf ik met eiwitten zitten. En omgekeerd.

Schermafbeelding 2014-10-26 om 23.50.57Zelf heb ik vooral vaak een beetje eiwit over. Ik vries het telkens in, daar kunnen eiwitten namelijk prima tegen (een koekjesbakker vertelde me eens dat ze zelfs beter schuimen nadat ze ingevroren en weer ontdooid zijn). Als ik mijn voorraad wil opmaken, maak ik er het liefst financiers mee: lekker dense Franse cakejes met veel amandelen in. Dit recept uit de Backstage Kitchen is heel goed, en ik ben zot van de versie met matcha, groene poederthee (die je onder meer hier kunt kopen – duur maar zuinig in gebruik). Andere uitwegen voor eierdooiers zijn allerlei meringuegebak en macaron- of amaretti-achtige koekjes. Deze amandelkoekjes lijken me zeker het proberen waard.
Heb je eierdooiers over, dan kun je mayonaise maken (veel mensen maken dat met een heel ei, maar ik heb geleerd om het met alleen de dooiers te maken en dat lijkt beter te werken voor mij). Winkelmayonaise is lekker, maar zelfgemaakte, met een flinke lik mosterd, is nog veel lekkerder. Ook eierdooiers kun je invriezen en bijvoorbeeld later toevoegen aan een omelet of zelfs spiegeleieren, die er qua smaak alleen maar op vooruit kunnen gaan met wat extra dooier in de mix.

En dan zijn er nog mensen die hun daikon niet op krijgen.

Dit is vermoedelijk een zeer kleine bevolkingsgroep, maar omdat het zo’n makkelijk op te lossen probleem is, geef ik het toch even mee: rasp de daikon of schaaf hem in flinterdunne plakken. Roer er zoveel zout door tot het mengsel net niet oneetbaar zout is. Kneed het wat met je handen, zodat het sap vrijkomt. Schep alles in een glazen pot die net groot genoeg is. Goed aanduwen, zodat de daikon komt onder te staan in eigen vocht. Draai het deksel erop en zet de ergens op kamertemperatuur (ca. 20°C) waar hij niet in de weg staat, met een schoteltje eronder. Het mengsel zal beginnen te fermenteren en dat is precies wat we hier willen. Na één tot twee weken heb je lekkere gefermenteerde daikon voor op de boterham of bij rijstgerechten. Rauw is daikon trouwens ook heel lekker op de boterham, met wat olijfolie en zout.

 

Alle foto’s zijn van Ivan Put, en zijn oorspronkelijk gemaakt voor De Standaard Magazine.

passata
VOOR HET TE LAAT IS!
Meestal volgt er een vreselijk onheilsbericht op zo’n zin. Stop met koffiekoeken eten voor er in de hele wereld geen enkele koffiekoekenboom meer groeit! Dat soort enge visioenen.
Ik wil alleen maar zeggen: maak wat tomaten in voor het te laat is. Al is het nooit echt te laat, want elke zomer komt er opnieuw een tijd waarin de tomaten smakelijk, overvloedig en goedkoop zijn. Die tijd loopt nu stilaan op zijn eind, maar het kan nog net.
En dit waren dit jaar mijn lievelingsrecepten om tomaten in te maken.

Passata uit De Moestuin van Mme Zsazsa

Mijn favoriete inmaakrecept en het enige dat ik zomer na zomer avonden aan een stuk gebruik. Het eindresultaat is een kant-en-klare tomatensaus of soepbasis, maar je kun hem nog verrijken met kruiden, paddenstoelen of andere groenten, of je kunt hem als smaakmaker gebruiken in groentesoepen, pastagerechten en rijstschotels. Ik ken geen enkele tomatenconserve in de winkel die deze passata evenaart, daarom ben ik elke zomer bereid om er slaap voor te laten.
(De foto hierboven is van Els Menten)
Voor ongeveer 1 l
ongeveer 2 kg rijpe tomaten
ongeveer 200 g sjalot, in kwarten
4 knoflooktenen (je hoeft ze niet te schillen, omdat op het eind alles gezeefd wordt)
enkele takjes rozemarijn, tijm en/of oregano
1 koffielepel zout
1/2 koffielepel zwarte peper
1 koffielepel suiker (kun je weglaten)
50 ml olijfolie
chilipoeder
eventueel ahornsiroop of melasse
> De precieze hoeveelheden doen er niet zo toe, als je tomaten straks maar lekker bedekt zijn met olie en smaakmakers.

Gerei om te steriliseren
glazen steriliseerpotjes (weckpotten) met dichtingsringen uit rubber
grote kookpot (10 l)
keukenthermometer

Passata maken
1. Verwarm de oven voor tot 200 °C (180 °C als het een bovengemiddeld krachtige oven is). Halveer de tomaten en schik ze, met de gesneden kant naar boven, op een bakplaat of in een grote ovenschaal. Stapel ze niet. Verdeel er de sjalotten, kruiden, knoflook, zout, peper en suiker over en besprenkel alles met olie. Rooster de tomaten zeker 1 uur in de oven, tot ze bruine randjes hebben en een diepe, zoete geur verspreiden.
2. Mix en zeef de tomaten en alles wat je uit de ovenschaal kunt schrapen (de kleine gebruinde restjes bevatten een massa smaak!). Mixen en zeven kan tegelijkertijd als je over een puntzeef beschikt: hang de puntzeef in een grote pot of kom, schep er tomaten in tot de zeef halfvol is, zet dan een staafmixer in de tomaten. Duw de laatste beetjes passata met een pollepel of soeplepel door de zeef. Al wat uit de zeef komt, is je passata. Proef ervan en breng ze indien nodig op smaak met zout, chilipoeder en/of suiker (stroop zoals ahornsiroop of melasse is nog beter, want dat lost sneller op en heeft meer smaak).

Passata inmaken
1. Steriliseer weckpotten door ze een kwartier in een oven op 140 °C te zetten, door ze twintig minuten in een stoomoven te zetten of tien minuten mee te koken in een grote pot hevig kokend water.
2. Breng de passata in een steelpannetje roerend aan de kook. Vul er de potten mee tot de rand en sluit ze meteen af.
3. Bedek de bodem van een grote pot met een handdoek, zet er de weckpotten op en zet ze onder in warm water. Verhit het water langzaam, in 25 minuten, tot het sudderpunt (88 °C). Laat het daarna nog 10 minuten sudderen.
4. Haal de weckpotten uit het water en zet ze op een houten plank of droge handdoek. Als ze volledig afgekoeld zijn, kun je testen of ze wel luchtdicht zijn: maak de beugeltjes los en check of je de hele weckpot kunt optillen met alleen het deksel in je hand. Komt het deksel los, dan is de pot niet luchtdicht en moet je de puree koel bewaren en binnen de week opmaken. Of invriezen. Of opnieuw pasteuriseren.

Tomatensaus met gember

14911035226_ed41137eca_oDeze zomer raakte ik in de ban van de combinatie tomaat-gember en maakte ik voor het eerst ook een curryversie van de passata. Zelfde werkwijze, maar in plaats van mediterrane kruiden voegde ik gember en wat currypoeder toe (in wisselende verhoudingen). Lekker! Om later op te eten met bijvoorbeeld rijst, seizoensgroenten en geroosterde cashewnoten, met noedels gebakken tofoe of met deze courgettespaghetti.

Tomatenchutney

15226660649_78cc581d10_oBehalve sloten tomatensaus maakte ik ook een ladinkje chutney, voor als het een keer echt keihard moet doorsmaken. Ik liet me deze keer inspireren door een recept uit Ingemaakt van Els en Iris Debremaeker. Kasundi heet het bij hen, en ze eten het graag bij een barbecue. Dit is mijn versie:

Voor 4 potjes:
1,2 kg tomaten, in stukken gesneden
5 cm gember, geraspt of in fijne stukjes gesneden
1/2 bolletje knoflook, elk teentje gepeld
3 groene chilipepers, ontdaan van de zaadlijsten
100 ml olie
1 el mosterdzaad
1 kl kurkuma
1 el gemalen komijn
1 kl chilipoeder
20 g zeezout
250 ml ciderazijn
75 g bruine suiker

1. Mix de gember, knoflook, chilipepers en olie in een blender tot een pasta.
2. Rooster het mosterdzaad in een grote hete pan tot het begint te poffen. Voeg de gemberpasta toe, met de kurkuma, de komijn en het chilipoeder. Laat alles minstens 5 minuten sudderen.
3. Voeg de tomaten, de azijn, de suiker en het zout toe en breng alles aan de kook. Laat het op een zacht vuur ongeveer anderhalf uur inkoken (als je tussendoor even weg moet, kun je gewoon het vuur uitdraaien en later weer verder doen. Zorg er wel voor dat de chutney kokend heet is wanneer je hem in de potten gaat scheppen).
4. Steriliseer weckpotten of confituurpotjes (en – deksels) door ze een kwartier in een oven op 140 °C te zetten, door ze twintig minuten in een stoomoven te zetten of tien minuten mee te koken in een grote pot hevig kokend water. Zet ze klaar op een vochtige theedoek.
5. Schep de hete chutney in de potten en sluit ze meteen af. Bewaar ze op een donkere, koele plaats. Na enkele weken zal de smaak meer ontwikkeld zijn.

Inmaakrecepten voor andere groenten en fruit:

Courgettes met een snuf curry
Geroosterde paprika’s met knoflook
Appelchutney
Simpele pickles van snijbonen (onderaan)

IMG_0003
Hoe klein ons landje ook is, ik kan nog altijd op de meest onverwachte momenten het gevoel krijgen op reis te zijn. Als ik verrast word door een plek met karakter, mijn zintuigen op scherp springen, de tijd plots een beetje minder dringt… Het waaide me toe toen ik voor dit recept inkopen ging doen in Genk, op een van de eerste hete dagen van het jaar. De zaterdagmarkt was in volle gang en deed de winkelstraat ruiken naar perziken en abrikozen.
Ik was daar niet zomaar om boodschappen te doen (zou een beetje onpraktisch zijn, zo vanuit Borgerhout). Ik was gevraagd om een recept te maken voor de Vennestraat, de winkelstraat die vertrekt vanaf de voormalige mijn van Winterslag, en die dankzij het mijnverleden nog altijd een charmante multiculturele mix huisvest. Vooral voor Italiaanse waren ken ik in Vlaanderen niet meteen een plek waar het aanbod zo uitgebreid is.
De Vennestraat is heraangelegd en dat wordt nu gevierd, onder meer met recepten, picknicktafels, concerten en feestelijke autoloze zaterdagen die nog tot half september lopen. En als je zo’n feest- of marktdag in de Vennestraat combineert met een bezoek aan de heringerichte mijnsite (C-mine), dan heb je werkelijk een plezierige uitstap in eigen land gemaakt – makkelijk uit te breiden tot een tweedaagse Limburgtrip, want Bokrijk is ook dichtbij en in mijn herinnering is dat een van de best denkbare zomerse bestemmingen. Het moet niet altijd IJsland of New York zijn, denk ik nog altijd graag.
Mijn Vennestraatrecept werd er een voor gluten- en zuivelvrije cannelloni, geïnspireerd op L’Incontro, de Italiaanse fijnproeverswinkel van Rocco en Cinzia. Ik werd er getrakteerd op een perfecte espresso en kreeg er een gemoedelijke uitleg bij de Zuid-Italiaanse specialiteiten en het glutenvrije aanbod dat Cinzia aan het uitbouwen is. Cinzia verdraagt zelf gluten noch lactose en ik vond het maar fair om in ruil voor haar warme ontvangst een recept te schrijven waar ze zelf iets mee aan kan. Cannelloni dus voor veganisten en glutenmijders, maar ook voor al wie zin heeft in iets zonnigs, puurs en lichts.
(In New York zouden ze er veel voor betalen, beste lezers, en in IJsland kunnen ze er vast alleen maar van dromen.)

Voor ongeveer 14 rolletjes:
1 kleine bloemkool, in roosjes en stukjes verdeeld
zuinige tl gerookt paprikapoeder
1 teen knoflook, fijngesneden
1 tl fijngesneden verse rozemarijn
50 g geschaafde amandelen + enkele el om te garneren
1 ui, fijngesneden
1 el venkelzaad
ca. 700 g tomatenpassata
ca. 200 g glutenvrije* cannelloni (als je gluten perfect verdraagt, kun je natuurlijk gewone cannelloni nemen)
6 el kappertjes, afgespoeld en uitgelekt
olijfolie, zout, peper

Handig materiaal:
– spuitzak met een brede spuitmond
– stoommandje of -oven

1. Bereid eerst de bloemkoolvulling. Verhit wat olijfolie in een grote pan, laat de bloemkoolroosjes er licht in bruinen, temper daarna het vuur en roer het gerookt paprikapoeder, de rozemarijn, een snuf zout en de knoflook door de bloemkool. Laat de bloemkool verder garen tot de kleinste stukjes zacht zijn en de grotere stukjes nog een lichte beet hebben.
2. Neem ruim de helft van de bloemkool apart en mix hem. Voeg wat water en een scheutje olijfolie toe tot je een smeuïge crème hebt. Voeg de rest van de bloemkool toe en mix of prak die lichtjes, tot je een consistentie hebt die jou bevalt. Je kunt alles tot crème mixen, maar ik heb graag nog wat beet aan de vulling.
3. Rooster de amandelen in een hete, droge pan tot ze licht verkleuren (opgepast, ze verbranden snel). Voeg ze, op enkele lepels na, toe aan de bloemkool. Check de smaak van het mengsel en voeg indien nodig nog zout, peper, knoflook of rozemarijn toe.
4. Maak de saus. Fruit de ui met het venkelzaad in een pan met wat olie. Voeg de tomatenpassata toe en laat de saus minstens 5 minuten sudderen. Breng hem op smaak met peper en zout (je kunt ook wat chilipeper gebruiken). Zet hem opzij.
5. Vul de cannellonibuisjes met het bloemkoolmengsel. Dit gaat het makkelijkst met een spuitzak, op voorwaarde dat je een voldoende grote opening hebt. Anders kun je het met een klein lepeltje doen.
6. Stoom de gevulde cannelloni gaar (in 5 tot 10 minuten, afhankelijk van je cannelloni en je materiaal). Zorg ervoor dat je saus klaarstaat, indien nodig opnieuw opgewarmd.
7. Schik de cannelloni op een schaal of op borden. Schep er saus over en strooi er kappertjes en wat amandelschaafsel over. Smakelijk.

* Ik kocht behoorlijk lekkere glutenvrije cannelloni bij L’Incontro in Genk en ik ben er vrij gerust op dat je er ook kunt kopen bij Gusta in Antwerpen. Ken je nog een winkel die ze verkoopt? Meld het dan zeker in het commentaarvakje hieronder.