Info

Dorien Knockaert

Posts from the restjes Category

Schermafbeelding 2014-10-26 om 23.50.57

Ongeveer een maand geleden nam ik me voor om in oktober eens extra op voedselverspilling te letten: minder eetbaars weggooien, minder restjes laten verpieteren in de koelkast ook. De inspiratie daarvoor kwam van de mensen van 11.11.11, die er dit jaar hun hele campagne aan gewijd hebben (de bijbehorende petitie, die een resolutere politieke aanpak van het probleem vraagt, kun je nog altijd hier kracht bijzetten, en als je dan ook nog eens de bijbehorende pagina liket, kun je De Moestuin van Mme Zsazsa winnen). Dit is mijn laatste bericht in de restjesreeks, en het is volledig gewijd aan jullie verzoeken hartenkreten op de facebookpagina van deze blog. Extra tips zijn meer dan welkom in de commentaren.

Help, er zitten altijd twee wraps/pitabroodjes te veel in een pak! Hoe vermijd ik dat die uiteindelijk beschimmeld in de vuilnisbak belanden?

Geen nood, je kunt ze invriezen (dat heb ik al gedaan met pitabrood en ik vermoed dat het met wraps ook wel kan).
Maar je kunt er ook zuiderse croutons van maken. Snipper het platbrood in stukjes en verspreid ze over een royaal geoliede bakplaat. Schep ze enkele keren om, zodat de olie verdeeld raakt over het brood. Bak ze knapperig in de oven (ongeveer 10 minuten, afhankelijk van je oven). Strooi er zout op en kruiden naar keuze ( sesam, tijmpoeder, chilipeper, sumac, zaatar…).
Frituren kan ook. Dat geeft een veel vetter resultaat, maar ik durf het weleens zo te doen als ik ze gebruik voor een salade waar ik dan voorts geen olie aan toevoeg.
Platbroodcroutons worden in de Midden-Oosterse keuken gebruikt voor onder meer fattouche (salade van komkommer, tomaat en verse kruiden) en in allerlei warme bereidingen (fatteh). Van harte aanbevolen.

Van een potje mascarpone, zure room of ricotta heb je altijd maar de helft nodig.

Van de overige helft kun je natuurlijk heel makkelijk lekker broodbeleg maken door kruiden en/of fijngehakte olijven of gedroogde tomaten toe te voegen. Maar ik moet toegeven dat ik mij daar ook nooit toe geroepen voel, want ik eet niet zo graag boterhammen met smeerbare dingen.
Wel vind ik zo’n half bakje mascarpone perfect om een paar ovenaardappels mee te vullen. Roer er kruiden, selderij, zongedroogde tomaten, olijven, kappers… door en je krijgt zelfs in putje winter een barbecuesfeertje.
Gevulde ovenaardappel
Per persoon:
1 grote aardappel
2 flinke el mascarpone
2 el peterselie
1 el fijngehakte halfgedroogde (‘gekonfijte’) tomaat
1 stengel selderij, fijngehakt
1/2 teentje knoflook of 1 el gehakte bieslook
1 mespunt paprikapoeder, het best gerookt paprikapoeder (pimenton de la vera, zie o.a. http://www.gekruid.be
Cayennepeper, zout
Grof zout
Zilverpapier
Bereiding:
1. Verwarm de oven voor tot 220 °C. Was de aardappel en wikkel hem nat in een stukje zilverpapier met een lepel grof zout. Leg hem in de oven en laat hem in 20 tot 35 minuten garen (afhankelijk van het formaat en van je oven).
2. Meng alle andere ingrediënten tot een smakelijk sausje. Snijd de gare aardappel open en schep er de saus in.

Alstublieft, meer ideeën voor oud brood en pistolets!

Is je brood uitgedroogd, maar nog niet kurkdroog? Maak er dan croutons van: snijd het brood in blokjes of pluk het in plukken, verdeel een scheut olie met wat peper en zout over een schone bakplaat, schep het brood op de bakplaat wat om en om, laat het in een oven van 200° licht bruinen maar niet volledig uitdrogen. Dit soort niet-al-te-vette croutons zijn prima voor de soep of voor een broodsalade, en ze blijven lang goed als je ze eerst helemaal laat afkoelen en dan in een goed afgesloten bewaardoos steekt. Wil je gebakken broodkruim om in plaats van kaas over een pastagerecht te strooien, pluk het dan kleiner en bak het in de pan in een royale scheut olie, en kruid het stevig.
Kleine beetjes halfdroog brood zijn ook prima geschikt om soep te dikken: eerst laten weken in water of melk en daarna meemixen met de soep.
Is je brood kurkdroog, maal het dan in een keukenmachine tot paneermeel om later te gebruiken op bijvoorbeeld een ovenschotel of in zelfgerolde gehakt- of linzenballetjes. Als je geen keukenmachine hebt, kun je het brood in een zak steken en er met een deegrol op tekeergaan tot het vermalen is.
Broodpudding wekt vaak gemengde gevoelens op, ik vermoed dat er in de jaren tachtig een wat klef broodpuddingrecept in Ons Kookboek gestaan heeft of zo. Maar ik heb al gesofisticeerde broodpudding met chocolade gemaakt, en zelfs hartige met stokbrood en prei.
Als je daar allemaal geen tijd voor hebt, kun je je brood invriezen en later ontdooien als je eens croutons wilt. Dat valt dan nog prima te fiksen.
Voorkomen is beter dan genezen. Zelf heb ik ondanks mijn slecht georganiseerde huishouden eigenlijk heel weinig broodoverschotten, en ik denk dat dat komt doordat wij meestal ongesneden brood kopen. Ongesneden blijven de meeste broden smakelijk tot je ze op hebt. Broden die met desem gebakken zijn, of broden met heel vast kruim houden het in gesneden toestand ook best lang uit.

Elke kool is ons te groot. Wat doen we met de tweede helft?

Aha, de wegkwijnende halve kool, een bekend fenomeen.
Wat je eerst en vooral moet weten is dat zo’n halve kool eigenlijk nog wel best lang eetbaar blijft in de koelkast, als je hem tenminste netjes inpakt in plasticfolie. Er komen gijze spikkels op het snijvlak, maar dat is oxidatie, geen schimmel (welja, het kan in principe ook schimmel zijn, maar meestal, als het gaat om droge grijze puntjes, is het oxidatie, zoals een aangesneden appel ook bruin kleurt). Schaaf ongeveer een halve centimeter van dan snijvlak en je hebt weer een appetijtelijk half kooltje.
Goed, wat doe je daar dan mee?
Stel dat je met de eerste helft al koolsla hebt gemaakt en gestoofde kool met boter voor bij de worst. Dan kun je de tweede helft nog gebruiken voor iets originelers! Zoals lauwwarme rodekoolsalade, spaghetti met wittekool, spitskool of savooi (en broodkruim!), pasta met boerenkool, minestrone met eender welke kool of savooigalette met paddenstoelen.
dsmreceptdorien
Maar ook voor wie zijn kool gewoon snel van de baan wil, heeft het menselijke vernuft al een oplossing voortgebracht. Zuurkool! Vergeet alle muffe associaties met Duitse bierhuizen en vettige kost. Zuurkool is heerlijk op een boterham met charcuterie, het is lekker in soep, het is lekker op pizza, het is perfect in stamppot. En het blijft een eeuwigheid goed in de koelkast. Zuurkool maak je zo: rasp de kool, meng er zout door tot hij net niet te zout is om te eten, kneed hem een beetje zodat hij sap loslaat en steek hem in een glazen pot die precies groot genoeg is. Goed aanduwen, zodat de kool onderstaat in eigen nat. Deksel erop, dan wegzetten op een schoteltje, op een rustig plekje in de keuken (kamertemperatuur is prima). De kool zal gaandeweg beginnen te borrelen en fermenteren. Na ongeveer een week heeft ze een lichtzure smaak, na twee weken is ze nog wat zuurder. Wanneer de smaak je bevalt, zet je de kool in de koelkast om het fermentatieproces te stoppen.
Voorkomen is beter dan genezen. Koop spitskool in plaats van gewone wittekool, die is doorgaans kleiner en ook malser.

Ik krijg mijn bos lente-uitjes nooit op.

Een bosje is vaak te veel voor één recept-met-lente-uitjes. Daarna komt het er vooral op aan om de uitjes niet te vergeten. Aan toepassingen geen gebrek: gebruik ze in plaats van uien om te fruiten, strooi ze fijngehakt over de soep, de rijst of de salade, of snijd ze overlangs in repen en leg ze tussen een boterham met kaas.

Wij hebben de neiging onze appels te verwaarlozen. En dan zijn ze ineens verrimpeld.

Verrimpelde appels of andere appels die bij gebrek aan verleidingskracht blijven liggen, zijn nog prima om te bakken. Snel met wat boter in een pannetje, en dan simpelweg opeten bij de maaltijd, als ontbijt of als tussendoortje. Als ik veel appels heb, snijd ik ze in achtsten en verwijde ik het klokhuis (schillen hoeft niet), vul ik er een bakplaat mee, strooi ik er wat kaneel over en hier en daar een klontje boter, en bak ik alles en dik halfuur in de oven (180°). Het resultaat kan makkelijk in kleine porties in de diepvriezer. En zo heb ik altijd in een handomdraai een lekker ontbijt (met yoghurt) of dessert.

En wat doe ik met een krop sla die begint te verwelken?

recept600
Als sla maar een beetje verwelkt is, kun je ze opfrissen door ze een bad te geven in ruim ijskoud water.
Maar voorkomen is hier echt wel beter dan genezen. Haal je een krop sla in huis, snijd de blaadjes dan meteen los, was ze zachthandig, zwier ze droog en berg ze op in een bewaardoos met onderaan en bovenaan een stuk keukenpapier of een schoon doekje. Bewaar ze in de koelkast. Zo gaan ze – afhankelijk van de slasoort – makkelijk drie dagen mee en zijn ze hapklaar, ook voor bij de boterham. Ben je het beu om rauwe sla te eten, dan kun je ook stamppot maken met sla, of risotto, of slablaadjes door een pan in boter gesauteerde erwtjes roeren (voeg de sla altijd pas helemaal op het eind toe aan warme bereidingen, zodat ze knapperigheid behoudt).

Een restje gekookte pasta heeft weinig sexappeal…

Dat is zo. Maar als je het met een overschotje saus of wat koelkastpesto erdoor bewaart, is het al veel aantrekkelijker om de volgende dag als middagmaal te eten, of tegen de honger van half-zes-’s avonds-als-het-avondeten-nog-niet-klaar-is. Een restje pasta-pesto doet het ook prima in een frittata. Heb je echt alleen naakte pasta, voeg hem dan toe aan de soep of aan een bonenstoofpot.
Eigenlijk heb ik nooit naakte pasta over, ik zet de pasta altijd met saus erdoor op tafel. Dus ik weet het hier even niet zo goed.

… een overschotje gekookte aardappelen evenmin.

Ah nee, maar je kunt er wel gebakken aardappelen van maken en wie vindt dat nu niet gezellig? Heb je niet genoeg gebakken aardappelen om er een hele maaltijd rond te bouwen, maak er dan een tapa van, met wat tomatensaus en/of paprikapoeder (en noem het resultaat patatas bravas).
Kleine overschotjes aardappelen gaan ook makkelijk in de soep. Even meekoken en meemixen voor een zacht smakende, gebonden soep. Of niet meemixen, als je graag iets in de soep hebt om op te bijten.
Origineler maar ook meer werk zijn aardappelkoekjes. Aardappelkoekjes kun je met de meest uiteenlopende toevoegingen maken, zolang je mengsel een stevig prakje blijft en niet te lopend of brokkelig wordt. Een visrestje is heerlijk in een aardappelkoekje. Het handige aan gedroogd eekhoorntjesbrood is dat je het altijd in huis kunt hebben.
koekjes
Aardappelkoekjes met eekhoorntjesbrood
Per persoon:
15 g gedroogd eekhoorntjesbrood (of 100 g fijngehakte gebakken paddenstoelen of een visrestje of een groenterestje)
1/2 teentje knoflook
1 klein sjalotje, gesnipperd
100 g aardappelen, tot 2 dagen oud
1 el geraspte parmezaan
4 olijven, grof gehakt
2 el peterselie
1 tl gedroogde dragon
Peper
1 el grof broodkruim (oud brood even roosteren en in de keukenmachine of onder een deegrol verkruimelen)
Arachideolie
Voor het sausje:
1 el mayonaise
1 el gehakte peterselie
1 el kappertjes
Bereiding:
1. Leg het eekhoorntjesbrood in een soepkom en giet er kokend water op. Laat het een klein halfuurtje weken tot het zacht is. Giet het af en bewaar het vocht voor later, als bouillon voor een soep, een saus of een paddenstoelenrisotto. Hak het geweekte eekhoorntjesbrood met een mes of een molentje in kleine stukjes.
2. Bak in een pannetje de sjalot en de knoflook tot ze zacht zijn. Voeg het eekhoorntjesbrood toe, roerbak het een minuutje, haal de pan daarna van het vuur en voeg de dragon, de peterselie, de olijven en de kaas toe. Prak er de aardappelen bij en breng het mengsel op smaak met peper en zout.
3. Maak er met je handen koekjes van, wentel ze in broodkruim en bak ze in een flinke laag hete olie. Laat ze even uitlekken op een stukje keukenpapier.
4. Maak een sausje van de mayonaise, peterselie en kappertjes. Serveer het bij de aardappelkoekjes. Vul aan met een groen slaatje, bij voorkeur met pittige blaadjes zoals waterkers, platte peterselie of rucola.

Als ik eierdooiers gebruik, blijf ik met eiwitten zitten. En omgekeerd.

Schermafbeelding 2014-10-26 om 23.50.57Zelf heb ik vooral vaak een beetje eiwit over. Ik vries het telkens in, daar kunnen eiwitten namelijk prima tegen (een koekjesbakker vertelde me eens dat ze zelfs beter schuimen nadat ze ingevroren en weer ontdooid zijn). Als ik mijn voorraad wil opmaken, maak ik er het liefst financiers mee: lekker dense Franse cakejes met veel amandelen in. Dit recept uit de Backstage Kitchen is heel goed, en ik ben zot van de versie met matcha, groene poederthee (die je onder meer hier kunt kopen – duur maar zuinig in gebruik). Andere uitwegen voor eierdooiers zijn allerlei meringuegebak en macaron- of amaretti-achtige koekjes. Deze amandelkoekjes lijken me zeker het proberen waard.
Heb je eierdooiers over, dan kun je mayonaise maken (veel mensen maken dat met een heel ei, maar ik heb geleerd om het met alleen de dooiers te maken en dat lijkt beter te werken voor mij). Winkelmayonaise is lekker, maar zelfgemaakte, met een flinke lik mosterd, is nog veel lekkerder. Ook eierdooiers kun je invriezen en bijvoorbeeld later toevoegen aan een omelet of zelfs spiegeleieren, die er qua smaak alleen maar op vooruit kunnen gaan met wat extra dooier in de mix.

En dan zijn er nog mensen die hun daikon niet op krijgen.

Dit is vermoedelijk een zeer kleine bevolkingsgroep, maar omdat het zo’n makkelijk op te lossen probleem is, geef ik het toch even mee: rasp de daikon of schaaf hem in flinterdunne plakken. Roer er zoveel zout door tot het mengsel net niet oneetbaar zout is. Kneed het wat met je handen, zodat het sap vrijkomt. Schep alles in een glazen pot die net groot genoeg is. Goed aanduwen, zodat de daikon komt onder te staan in eigen vocht. Draai het deksel erop en zet de ergens op kamertemperatuur (ca. 20°C) waar hij niet in de weg staat, met een schoteltje eronder. Het mengsel zal beginnen te fermenteren en dat is precies wat we hier willen. Na één tot twee weken heb je lekkere gefermenteerde daikon voor op de boterham of bij rijstgerechten. Rauw is daikon trouwens ook heel lekker op de boterham, met wat olijfolie en zout.

 

Alle foto’s zijn van Ivan Put, en zijn oorspronkelijk gemaakt voor De Standaard Magazine.

gebakken rijst
Niets ziet er zieliger uit dan een restje rijst na een nacht in de koelkast. Opgedroogd, geklonterd, het zetmeel gestold tot een taaie korrel. Wat kun je daar in godsnaam nog aan smakelijks mee doen?
Bakken!
Rijst van gisteren is perfect om gebakken rijst van te maken. Je kunt het nasi goreng noemen, al kies je zelf hoe Aziatisch je het maakt.
Dit is het basisrecept voor gebakken rijst met groenten en een ei:
Begin altijd met een gesnipperde ui, die je fruit in olie, in een ruime pan.
Voeg naar wens knoflook of gember toe. Citroengras kan ook, of specerijen.
Voeg daarna de gekookte rijst toe (één kopje is al genoeg voor 2 personen). Roer hem heel grondig los. Elk korreltje moet ingesmeerd raken met de smaakvolle olie.
Als de rijst goed verhit is, voeg je de groenten toe die je knapperig wilt houden: fijne reepjes van prei, lente-ui, wortel, radijs, daikon, erwtjes… Zodra ze mee zijn opgewarmd, zijn ze al gaar genoeg.
Wil je een extra rijke rijstschotel maken, dan kun je in deze fase ook gebakken tofoe of paddenstoelen toevoegen, of geroosterde cashewnoten.
Breng het rijstmengsel op smaak met iets zouts (zout, vissaus, sojasaus…), iets zuurs (citroen, limoen, azijn…) en iets pikants (chilipeper, sambal…). Strooi er verse kruiden over, als je die in huis of tuin hebt (koriander, munt, bieslook, citroenmelisse…)
Bak in een apart pannetje een spiegelei per persoon. Leg het op de gebakken rijst. Smakelijk.

En dit zijn combinaties die mij al goed bevielen (altijd met ui en kruiding):
– Gebakken rijst + wortel- en preireepjes + ei (low-budget)
– Gebakken rijst + paddenstoelen + veel lente-ui
– Gebakken rijst + preireepjes + citroenzeste + tofoeblokjes + geroosterde cashewnoten
– Gebakken rijst + lente-ui + wortel + veel radijs + ei (lente)
– Maar de mogelijkheden zijn eindeloos.

Foto: Ivan Put voor De Standaard Magazine

14297584491_13a47ce2a6_oLaatst hield ik na een feest met veel slaatjes heel veel loof over. Blaadjes. Ik had venkel gemarineerd, maar aan de venkel uit de biowinkel hing veel meer groen dan ik in de marinade kon gebruiken. Ik had koolrabisalade gemaakt, maar het blad van de koolrabi leek me net iets te stevig om zomaar door de rest te roeren. En ook bij de carpaccio van rode biet leek geen plaats voor de wild ogende bladeren en de stevige rode stelen die ik bij de bietjes had gekregen.
Maar al dat gebladerte was wel veel te appetijtelijk om weg te gooien. Ik maakte er een pilav van, een Midden-Oosterse rijstschotel.
Voor venkel-, bieten-, radijzen- en koolrabiloof bestaan weinig specifieke recepten, maar je kunt er recepten voor andere bladgroenten voor gebruiken. Koolrabibladeren zijn eigenlijk een soort kool, bietenbladeren zijn nauwe verwanten van snijbiet, radijzenblaadjes hebben wel wat gemeen met raapsteeltjes (maar ik bereid ze vaak zoals spinazie) en venkelloof gebruik ik zoals dille, meestal in de salade maar dus ook in pilav.
Hoera voor groenten waar al dat loof nog aan zit. Maar let er wel op dat je ze apart bewaart: zolang een knol nog loof heeft, zal hij zijn suikers opgebruiken om het loof te voeden, wat de smaak van de knol niet ten goede komt. Snijd het loof na aankoop los en bewaar knol en loof apart (verpak het loof zeker in een zak of bakje, anders verwelkt het snel).

Pilav met loof allerhande
Voor 4 à 6 personen:
200 g witte basmatirijst, die je meteen te weken zet in een kom lauw water
400 ml kokend hete bouillon
75 g boter
1 ui, fijngesnipperd
400 g groenteloof, gewassen en in lintjes gesneden (ik gebruikte voor ongeveer de helft venkelgroen en voor de helft bietenbladeren en fijngehakte bietensteeltjes, en dan nog wat koolrabibladeren en fijngehakte koolrabisteeltjes)
zout en peper
75 g pistachenoten, grof gehakt (alternatief: amandelen)
15 g fijgehakte muntblaadjes
15 g peterselieblaadjes, fijngehakt
15 g gehakte dille

1. Smelt de helft van de boter in een grote gietijzeren kookpot die je goed kunt afdekken. Fruit de ui zacht, in zo’n 10 minuten. Als je ook steeltjes van groenten gebruikt, zorg dan dat die heel fijn gehakt zijn en roer ze door de ui. Laat alles nog eens 10 minuten garen. Draai daarna het vuur open, voeg de blaadjes toe – eerst de stevigste en pas op het eind de teerste – en blijf roeren tot alle blaadjes geslonken zijn en het vrijgekomen vocht is verdampt.
2. Giet de rijst af in een zeef en spoel hem nog even. Voeg hem toe aan de groenten, strooi er wat peper op en giet er de hete bouillon op. Breng alles aan de kook, roer het nog een keer door, dek daarna de pan goed af en zet hem voor 12 minuten op een heel laag vuur.
3 Smelt de resterende boter in een klein pannetje en bak de nootjes al roerend tot ze beginnen te bruinen.
4. Doe de noten en de kruiden bij de rijst (die intussen 12 minuten geprutteld heeft), zonder te roeren. Dek de pot weer af. Haal hem na 5 minuten van het vuur. Schep met een vork alles om. Leg een schone vaatdoek op de pot en leg daar het deksel op. Laat de pilav minstens 20 minuten zo staan.

Restjeskoken: tweeënhalf jaar geleden zette ik er voor het eerst mijn tanden in. Ik had Waste van Tristram Stuart gelezen, een onthullend én aanstekelijk boek over verspilling in de voedingsindustrie, in de supermarkt en in onze keukens. En ik had mijn hart verloren aan An Everlasting Meal, een prachtig, licht filosofisch kookboek over beter koken met minder, en met overschot van de dag voordien. Ik leerde nasi goreng maken van een restje rijst, salade met croutons van droog brood, frittata met spaghetti-van-gisteren. En ik was vertrokken.
Dit waren mijn restjestips bij het eerste artikel dat ik eraan wijdde, in De Standaard Magazine:
1. Aardappelschillen: maak ze schoon, frituur ze, zout ze en je hebt chips (update: ik heb dit nog nooit gedaan, misschien is compost een gezondere bestemming voor aardappelschillen…).
2. Kookwater van groente, aardappelen, peulvruchten, pasta en rijst doet het prima als bouillon voor soepen, sauzen en risotto. Zeker als je ook nog wat weekwater van gedroogde paddenstoelen bewaard hebt.
3. Over risotto gesproken: ook dat is een prima basis om overschotjes bereide groente te verwerken. Geroosterde pompoen, gebakken bloemkool, bonen, asperges, tomatensaus: gewoon aan het eind toevoegen, als de rijst gaar is.
4. Nog zo’n Italiaanse toverformule is minestrone, een maaltijdsoep waarin allerlei lekkers gaat dat je anders misschien zou weggooien: broccolistronken, koolnerven, overschot tomatensaus. En een oude parmezaankorst om mee te laten sudderen voor de smaak (vis hem voor het serveren uit de soep!). Hier vind je mijn recept voor alle seizoenen.
5. Kurkdroog brood kun je verkruimelen tot paneermeel. Halfdroog laat het zich gewillig tot croutons verwerken: oven voorverwarmen op 200 °C, brood in blokjes snijden, scheutje olie en een snuf specerijen of kruiden in een kom doen, broodblokjes erdoor en tien minuten bakken op een bakplaat.
14048630814_2fa053e332_o6. Het groen van prei en selderij, de steeltjes van paddenstoelen en peterselie, de schillen van uien, de botjes van kip en de graten en koppen van magere zeevis kun je bijhouden (desnoods in de diepvriezer) om bouillon te maken. Groentebouillon hoeft niet per se een klus te zijn: gooi wat groenterestjes, kruiden, ui en knoflook in het kookwater wanneer je bonen, kikkererwten of linzen kookt. Je kookwater wordt zo bouillon.
7. Steeltjes van verse koriander zijn smaakbommetjes. Bewaar ze (ook in de diepvriezer) en verwerk ze, fijngehakt, in curry’s of in hummus.
8. Stap af van het idee dat een klein overschotje het bewaren niet waard is. Enkele lepels pasta kunnen een smaakmaker zijn voor soep of frittata, een klein restje soep kan een stoofpot verrijken, een klein kommetje rijst wordt een heel bord nasi goreng.
9. Een restje verse kruiden kun je, na grondig wassen, met wat olie en nootjes of pitten verhakken tot pesto, of met boter en zout tot kruidenboter. Tip: vries ze in in ijsblokjesbakjes, maak de blokjes los en bewaar ze in zakjes, zodat je ze in kleine porties kunt gebruiken. Om pasta te pimpen, bijvoorbeeld.

En hoe doe ik het nu, zo’n tweeënhalf jaar later?
Het zou leuk zijn om te kunnen zeggen dat ik helemaal niets meer verspil. Maar het zou niet waar zijn. Ik heb allerlei excuses: een huishouden dat constant overhoop wordt gehaald door onvoorspelbare werkuren. Dat ik soms voor grote groepen kook en dat het dan wat moeilijker wordt om verspilling te vermijden. Dat ik vaak moet experimenteren om nieuwe recepten te maken, en dat daarbij ook weleens iets mislukt of verloren gaat.
Maar goed, ik blijf eraan werken, met plezier. En dit zijn een paar nieuwe tips:
restje1.jpg.h380.jpg.56810. Is je koelkast aan vervanging toe, stap dan over op een kleiner model. Klinkt misschien tegenstrijdig, want koelkasten helpen om eten langer te bewaren. Maar ze zetten je er ook toe aan om veel eten in huis te halen of te bereiden, en het dan te vergeten. Sinds ik een kleinere koelkast heb, bewaar ik het overzicht beter en ben ik minder geneigd tot hamsteren.
11. Leer je groenten (nog) beter kennen en gooi er minder van weg. De stronk en stelen van bloemkool, het loof van radijs, rode biet, rapen, venkel en koolrabi, de bloemetjes van uitgeschoten rucola in de tuin, het blad van (knol)selderij… jaja, die zijn ook allemaal eetbaar. En lekker!
12. Word een kettingkoker. Kettingkoken is het smakelijkste, makkelijkste en besparendste wat er is: je neemt elke dag de restjes van gisteren mee in een nieuw gerecht. Een restje geroosterde groenten krijgt zijn plaats in een risotto, een halve pan overschotrisotto wordt tot balletjes gerold en gebakken in olie, om te eten met tomatensaus. Een restje tomatensaus is lekker in een minestrone. De bonen die je te veel had voor de minestrone, zijn lekker in een stoofpot. Enzovoort enzoverder. Je verspilt minder, je hebt minder tijd nodig om iets lekkers op tafel te zetten, en de kans is groot dat je eten meer smaak krijgt.
13. Nog een nieuw woord is de overdoos. Ik heb het van een vriendin en moet toegeven dat het nog niet helemaal is ingeburgerd. Een overdoos is een leukere benaming voor ‘doggybag’: een verpakking voor het eten dat je op restaurant niet op krijgt. Overwin je schroom en vraag of je je restje mee naar huis kunt nemen. Lekker bij het middageten, of voor het kettingkoken.

vuilbak_1501_0Dit najaar wijdt 11.11.11 zijn campagne aan voedselverspilling, en wil ook ik hier nieuwe inspiratie bundelen om meer te doen met wat we op overschot hebben. 11.11.11 houdt zelf een videopetitie waarin we met z’n allen meer daadkracht kunnen vragen in de aanpak van voedselverspilling. De organisatie verloot wekelijks een gesigneerd exemplaar van De Moestuin van Mme Zsazsa onder al wie deelneemt aan de petitie. Hoe dat in zijn werk gaat, lees je hier.

Restjesrecepten uit het archief:
tomatenpanzanella
Panzanella oftewel salade met broodcroutons
Tomatenpanzanella
Minestrone
Gebakken rijst (doorscrollen naar de recepten onderaan)
Frittata (doorscrollen naar de recepten onderaan)

14045031441_e4a666a036_o
Er zijn van die waanideeën die zich inslijpen in je brein en daarna van geen wijken weten.
Bijvoorbeeld:
– Volgende week zal ik meer tijd hebben.
– Als de groten der aarde aan vijf uur slaap genoeg hebben, dank ik ook.
– Met de auto zal het toch relaxter zijn.
Maar ook:
– De risottorijst zal wel bijna op zijn.
– De knoflook zal wel bijna op zijn.
Het gevolg is dat wij altijd te veel knoflook en risottorijst in huis hebben.
Laatst was het zo erg, dat een actieplan zich opdrong.

14048232674_d99cb76be5_o
Een leuke manier om ’s avonds laat mijn gedachten nog even te verzetten.
* Doordat ik mijn knoflook tegenwoordig bewaar in een mandje dat veel lucht doorlaat, was hij nergens gaan schimmelen of rotten. Wel waren sommige tenen heel erg uitgedroogd of volop bezig met hun transformatie tot kiemplantje. Ik zag er weinig toepassingen voor, behalve bouillon: alle teentjes in een grote pot koud water gooien, samen met wat groenterestjes (groen van prei, peterseliestelen, aardpeer) en kruiden zoals peper, zout, tijm, laurier en venkelzaad. Alles aan de kook brengen, een halfuurtje laten sudderen, afgieten door en zeef en op smaak brengen met zout (soms kook ik hem na het afgieten nog wat meer in, voor een geconcentreerder resultaat). Ik kookte er de volgende dag linzen in en dat was heerlijk.

14048630814_2fa053e332_o
* De twee grootste, biologische knoflookbollen roosterde ik in hun geheel: ik verwarmde de oven voor tot 180°, sneed een hoedje van elke bol om de tenen bloot te leggen, strooide er rijkelijk kruiden over (vooral gebroken peper en korianderzaad, maar alles kan) en goot er een scheutje olie in. Zo gingen ze op een schaaltje in de oven, tot ze boterzacht waarden en een krachtige maar ook zoete geur verspreidden. Ongeveer een dik halfuur. Zo’n hele geroosterde knoflookbol bewaart behoorlijk lang in een goed gesloten bakje in de koelkast (ik schrijf veiligheidshalve ‘enkele dagen’, maar rek het zelf veel langer). Geregeld wip ik de inhoud uit enkele tenen en plet ik die tot een sausje – heerlijk bij de asperge- en aardappelfrittata die ik laatst maakte, maar ook in soep, pasta’s, vinaigrette of hummus (bijvoorbeeld volgens dit recept voor linzenhummus). Of royaal door de mayonaise geroerd, voor bij ovenfrieten van zoete aardappel. Wil je geroosterde knoflook echt lang bewaren, dan kun je hem in kleinere porties opdelen en invriezen.

14068169943_f446f94cdc_o
* De mooiste, jongste knoflookbolletjes maakte ik los om de tenen te konfijten. Iets wat ik geleerd heb uit Puur Natuur van de Monegaskische topkok Alain Ducasse, een inspirerend kookboek dat voortkomt Ducasses zoektocht naar een lichtere én lichtvoetigere keuken. Maak de tenen los, maar laat ze in hun dunste vliesje zitten. Zet ze in een stevige steelpan nipt onder in lekkere olijfolie en warm alles op op een heel laag vuur – ‘de olie mag trillen maar zeker niet koken’ – samen met een royale snuf zout, een theelepel peperbolletjes en enkele takjes mediterraanse kruiden (ik gebruikte afwisselend al tijm, rozemarijn en zelfs wat lavendel). Laat de knoflook in drie kwartier tot een uur door en door zacht worden. Bewaar hem samen met de olie in een bokaal in de koelkast, of vries ze samen in kleine porties in om ze later te gebruiken. De knoflooktenen zijn perfect om snelle pasta- of ovenschotels later toch de diepte te geven van iets wat heel traag gegaard is. De olie gebruik ik vaak om groenten in de smoren – dikwijls aangelengd met pure olijfolie, voor een subtielere knoflookhint.

14044718432_18d10b51df_o
* Mijn keuken rook heerlijk naar gare knoflook, maar mijn handen moest ik amper vuilmaken. Vlotjes, die hele-tenenstrategie. Een beetje losmaken, een beetje kruiden, aan een paar knopjes draaien. Genieten van de elegantie die zo’n knoflookbol laat schuilgaan achter zijn stoere aroma. En tevreden beseffen dat je de basis aan het leggen bent van tientallen krachtige, makkelijke maaltijden in de toekomst.