Info

Dorien Knockaert

Posts from the groentetaart Category

duopaardenbloem

Wat zijn je favoriete adressen in de stad? Mensen vragen mij dat dikwijls, want ik woon in Antwerpen en ik eet graag. Dus antwoord ik meestal: Aahaar, een Indiaas eethuis waar je voor negen euro à volonté van het buffet mag opscheppen, en Dôme, een gastronomisch restaurant waar je voor tachtig euro van de hemel proeft. Maar eigenlijk heb ik nooit goed geweten wat mijn favoriete adressen zijn, los van de plaatsen waar ik woon, en waar mijn vrienden wonen, en waar je wel eten zou krijgen als je zou aanbellen.
Een van mijn topadressen in het dorp waar ik opgroeide, was een perceel zonder huisnummer aan het eind van onze straat, een ideale mix van bomen en struiken om verstoppertje te spelen. In de dikste stam van het bosje zat een holte waar makkelijk een liter regenwater in bleef staan. Ik brouwde er voortdurend verder aan een dikke, zwarte heksensoep, die ik voedde met rotte bladeren, plukken gras en dennennaalden, en waarin ik genietend roerde met een afgebroken tak.
Ik heb vaak aan die heksensoep gedacht de afgelopen weken, terwijl ik proefde van de planten in mijn buurt en langs mijn wegen. Dat ik ooit echt zou koken met eten uit het bos, zou ik als vijfjarige een waanzinnig idee gevonden hebben.

Ik ben zeker een betere kok geworden deze zomer, met meer inzicht in planten en aroma’s, en een groter gevoel van vrijheid. Maar ik ben vooral meer van mijn stad gaan houden, en van mijn buurt, een smoelloos stuk stadsrand waar je niet meteen gaat wonen voor de horeca. Er zijn wel fantastische bermen, het ene park na het andere, verwilderde voortuinen, vijvers, paden die naar vergeten grasveldjes leiden. Het zijn mijn favoriete adressen geworden.
Ik woon hier al bijna twintig jaar, maar pas toen ik wilde koken als een heks, heb ik gezien dat ook de stad een speelbos is, waar je de mooiste plekken leert kennen wanneer je je portefeuille niet eens op zak hebt. Dat zich tussen de winkels, de eettenten, de musea, het geduw en getrek van ego, verfijning en geld, een stille plantenwereld uitzaait waar geen stadsplan voor bestaat. Het stadsleven, ik had er geen idee van.

(Deze tekst verscheen enkele weken geleden in De Standaard, als slot van een reeks over eetbare wilde planten. De foto’s zijn van Ivan Put)

Quiche met paddenstoelen en paardenbloemblad
1 portie van je favoriete quichedeeg
ca. 300 g schoongemaakte malse paardenbloemblaadjes (hoe jonger hoe lekkerder)
500 g paddenstoelen, in stukken gesneden
2 kleine uien, gesnipperd
2 teentjes knoflook, gehakt
1/2 koffielepel gerookt paprikapoeder
takje tijm
3 eieren
50 g geraspte kaas (comté, emmental, oude kaas…)
100 ml room
Olie, peper, zout

1. Verwarm de oven voor tot 180°. Beboter een springvorm van standaardformaat. Rol het deeg uit en leg het in de vorm. Leg er een stuk bakpapier over en een laag bakgewichtjes zoals gedroogde bonen. Bak de taartbodem op die manier 12 minuten voor, en daarna nog eens een twaalftal minuten onafgedekt, tot hij goudbruin begint te kleuren.
2. Breng een grote pot gezouten water aan de kook en blancheer, in porties, de paardenbloembladeren: schep telkens enkele handen in het kokende water en schep ze er weer uit zodra het water opnieuw kookt en de blaadjes geslonken zijn. Laat ze uitlekken en afkoelen in een vergiet. Wring er daarna het resterende kookvocht uit in een kaasdoek of dunne theedoek. Snijd de bladeren wat kleiner. Zet ze opzij.
3. Bak de paddenstoelen in een heel hete pan met wat olie. Zet ze opzij.
4. Fruit de ui met de knoflook, de tijm en het gerookt paprikapoeder glazig in een grote pan met wat olie. Roer er de uitgewrongen paardenbloembladeren en de paddenstoelen door. Haal de pan van het vuur en breng het mengsel stevig op smaak met peper en zout.
5. Roer in een kom de eieren los met de room en de kaas.
6. Verdeel het paardenbloemmengsel over de voorgebakken taartbodem. Giet er het eimengsel over. Bak de quiche in een klein halfuur gaar. Haal hem uit de oven en laat hem nog minstens 10 minuten rusten voor je hem in stukken snijdt.