Info

Dorien Knockaert

Posts from the achtergrond Category

19064204771_3b72ca84dc_o

Oké, soms ben ik wat dwangmatig in de keuken. Als iemand een venkelknol onbehouwen klein hakt, in plaats van er sierlijke partjes of linten uit te snijden. Als ik dat dan ‘ongedwongen’ probeer voor te doen. Als iemand witte wijn schenkt die niet koud is. En als iemand er dan tergend argeloos ijsblokjes in dropt. En zeker als er blaadjes gewassen worden. Maar dan heb ik ook gewoon gelijk.
Ik ken mensen die een bosje peterselie wassen door het hele bosje, elastiek inbegrepen, onder een lauwe kraan te houden. Daarna eens schudden en hop, gewassen. Ik ken mensen die sla wassen door een zuinig bodempje water in een vettige afwasbak te laten lopen, de slablaadjes erin te gooien en er eens goed op te duwen. Vervolgens verzamelen ze de blaadjes in een groezelige keukenhanddoek, gaan ze ermee op hun terras staan en slingeren ze het arme buideltje als een bezetene in het rond.
Het zijn vaak mensen die ik graag zie. Ik pers mijn lippen dus opeen. Maar ik zie die blaadjes óók graag. Ze zouden zo teer en tegelijk springlevend op tafel kunnen komen. In de plaats daarvan zijn ze zanderig en beurs. Moeten de blaadjes na hun wasbeurt nog een tijd meegaan in de koelkast, dan is het drama helemaal compleet. Al hun kneuzingen worden haarden van bederf, en de volgende dag ziet onze sla eruit alsof er acht eenden over gewaggeld zijn.
Nee. Sla en kruiden was je zo: je laat een schone teil of afwasbak vol water lopen, zo koud mogelijk. Je legt er de blaadjes in en duwt ze één keer zacht onder. Als ze komen bovendrijven, moet er minstens nog een handbreedte water onder staan. Je maakt met je hand een paar rustige cirkelbewegingen in het water, om het zand los te maken. Daarna laat je alles bezinken, minstens een minuut. Je vist de blaadjes op het droge en laat ze uitlekken in een vergiet. Je herhaalt dit nog twee keer, altijd even voorzichtig om geen enkel blaadje te kneuzen. Je gebruikt op die manier veel water, maar als je het in een teiltje (of een grote slazwierder) doet, kun je het weggieten in een emmer of in gieters en later aan je planten geven.
Zo’n koel, rustig bad, daar knappen blaadjes zichtbaar van op. Zwier ze droog in een slazwierder of laat ze even uitlekken op een schone keukenhanddoek. Bewaar ze in een plastic pot die goed afsluit, met onderaan en bovenaan een stuk keukenpapier (of doek), om uitlekkend vocht en condens te absorberen.
Ik durf zo ver gaan om te zeggen: wassen is alles voor sla. Over wat er daarna mee gebeurt, hoeven we niet moeilijk te doen. Voeg niet te veel toe en voeg het pas vlak voor het eten toe. Zeker de dressing mag pas op het allerlaatste moment over de blaadjes, want als ze eenmaal overgoten zijn met iets zurigs, verwelken ze razend snel. Daar word ik dan toch weer een beetje dwangmatig van.

Bitterhartig slaatje
Lunchgerecht voor 2, bijgerecht voor 4:
2 kleine uien of grote sjalotten, in dunne ringen of reepjes
ca. 120 g radicchio, groenloof en/of jong paardenbloemblad, of een mengeling van bittere en zachter smakende sla
ca. 20 g geschilferde oude kaas
Zwarte peper, zout, olijfolie
Voor de vinaigrette:
1 kl mosterd
1 royale el witte wijnazijn
Enkele el olijfolie
Snuf zout

1. Fruit de ui/sjalot in wat olie, met een snuf zout, tot ze goudbruin en zacht is.
2. Maak in een grote mengkom de vinaigrette. Meng eerst de mosterd, azijn en het zout, roer er daarna geleidelijk olie door, tot de smaak je aanstaat.
3. Scheur de grote radicchio- of slabladeren in grove snippers. Leg ze in de kom met de vinaigrette en schep ze met twee lepels losjes om, zodat de vinaigrette over alle blaadjes verdeeld raakt. Schep er ook de kaas en de ui door. Serveer meteen, in een schone kom, afgewerkt met wat peper.

Deze tekst verscheen eerder in de rubriek De Keukenprinses in De Standaard Magazine.

16547006695_47d1c5e825_o

Tegenwoordig vraag ik me vaak af hoe het nu eigenlijk hoort, dat echte doordeweekse koken. In het weekend de beste hobbykok van Vlaanderen uithangen is één ding. De perfect gelaagde lasagne, de meest uitgebalanceerde bouillon en iets uit de nieuwe Ottolenghi. Als je het een beetje plant, kun je er op maandag en dinsdag nog mooi van eten. Maar daarna volgen woensdag, donderdag en vrijdag. Er moet opnieuw gekookt worden. Terwijl er een deadline op je afdondert. Een yogales in je hoofd zeurt. De post zich opstapelt. En vooral: de honger niet te houden is. Als ik ’s avonds thuiskom of de deur van mijn werkkamer achter me sluit, zou ik mijn sloffen haast opeten van de honger. Scheel van de vraatzucht en bonkend van ongeduld, ben je met de nieuwe Ottolenghi helemaal niets! Dan moet je iets snels uit je duim kunnen zuigen, en tussendoor nog een hand vrijhouden om met je moeder te bellen of Franse lessen te overhoren. Weg met de recepten! Leve de routine.

Routine is natuurlijk een vies woord, het zijn uitgedoofde huwelijken en hersendodend saaie jobs. Dus ben ik al weken op zoek naar een betere term voor maaltijden die je uit de losse pols maakt, zonder recept, met vaak wisselende ingrediënten, maar wel volgens een beproefde opbouw. Ik las er een Amerikaans artikel over dat ze ‘dinner templates’ noemde, en dat is een wat technische term, maar hij klopt wel. Maaltijdsjablonen dus.

Een recept voor risotto bevat een lange lijst ingrediënten en regie-aanwijzingen: een eetlepel dit, een halve liter dat, zoveel minuten op een fel vuur, zoveel gram kaas. Zoveel informatie, dat er geen papier overblijft voor de belangrijkste boodschap: als je één keer het recept kent voor pompoenrisotto, kun je met eender welke groente risotto maken. Je kunt de ui inruilen voor jonge knoflook, de boter voor olijfolie, de selderij voor asperges, de wijn voor een restje cava, de kippenbouillon voor kookvocht van aspergeschillen, de pompoen voor erwtjes, de rozemarijn voor munt. Als je maar eerst iets ui-achtigs fruit met wat extra smaakmakers, en er dan maar een kop rijst door roert (maar gerst of spelt of quinoa kunnen ook), die je vervolgens laat garen in smaakvol heet vocht dat je beetje per beetje toevoegt, om hem tot slot aan te vullen met zoveel groenten als je lust – voorgegaard of niet – en nog wat andere smaakmakers, zoals kaas, boter en kruiden (maar pesto mag ook, of gebakken broodkruim, of bonenpuree, of mascarpone). Als je het toneelstuk eenmaal kent, kun je vrij de rollen uitdelen. Dan is het geen recept meer, maar een sjabloon.

Je zou denken dat elk huisgezin zich zo’n beetje dezelfde sjablonen eigen maakt. Bak vlees, maak saus, kook aardappelen, kook groente: ja, dat sjabloon kent iedereen, al van bij oma. Maar voorts is de variatie verbazend groot, zo blijkt nu ik mensen ernaar vraag. Iemand vertelde me over een sjabloon dat hij bunnificatie noemt: iets vlezigs, iets fris en een sausje verpakt in een hamburgerbroodje. Iemand anders heeft helemaal haar draai gevonden met haar ‘kom vol dingen’: gekookte rijst of granen, gebakken groentemix en een proteïnebron zoals ei, tofoe of bonen, afgewerkt met telkens weer andere kruiden en sausjes, zodat haar eten nooit saai wordt, zonder dat ze daar telkens haar kookkunsten voor moet heruitvinden. Dat is precies de bedoeling van een maaltijdsjabloon.

Het is best vreemd dat er elke week wel een receptenboek verschijnt, maar zowat nooit een sjablonenboek. Ik denk dat ik maar eens zo’n boek ga maken. Dat zou er dan zo kunnen uitzien:

FRITTATA VAN ALLES
Frittata is een Italiaans sjabloon dat je kunt omschrijven als een korstloze quiche of een stevig, goed gevuld omelet. Je kunt er zowat alles in steken, ook veel overschotjes. Het is altijd lekker.

Voor 4-5 personen:
Iets ui-achtigs zoals ui, sjalot of prei, gesnipperd
Genoeg gesneden groente/paddenstoelen om je pan te bedekken
Enkele aardappelen in schijfjes of een restje bereide pasta/rijst (er mogen saus of groenten door zitten)
8-10 eieren
Klein handje geraspte of verbrokkelde kaas (koe/geit/schaap)
Verse kruiden, versnipperd
Olie, peper, zout

1. Fruit de ui. Hier kun je ook knoflook toevoegen of gedroogde kruiden zoals paprikapoeder, rozemarijn, tijm.
2. Als je rauwe aardappelen gebruikt: verdeel ze over de pan en strooi er wat zout op, laat ze garen.
3. Als je groenten gebruikt die nog niet gegaard zijn: voeg ze toe en laat ze meegaren. Zorg dat het vocht dat ze loslaten, goed verdampt, anders wordt de frittata te nat.
4. Als je je frittata maakt met vullingen die al gegaard zijn, voeg ze dan toe en laat ze even opwarmen.
5. Verwarm de grill van de oven voor. Klop de eieren los met een snuf zout. Check of je pan nog goed geolied is, voeg desnoods wat olie toe. Draai het vuur onder de pan open. Giet de eieren over de groentevulling, terwijl je de pan wat heen en weer schudt. Temper het vuur. Strooi de kaas over de eieren. Laat de pan op het vuur staan tot je ziet dat het ei aan de rand begint te stollen. Laat het daarna verder stollen in de oven.
6. Werk de frittata af met zwarte peper uit de molen en verse kruiden. Serveer warm of op kamertemperatuur, met brood en een salade.

Lekkere combinaties zijn:
aardappelen + paddenstoelen + emmental + dragon
broccoli + pasta-pesto
snijbiet + chilipepertjes + feta
prei + aardappelen + gruyère
… (vul aan in de commentaarvakjes!)

Deze tekst verscheen eerder in een kortere versie in de rubriek ‘De Keukenprinses’ van De Standaard Magazine

iphone 1062

‘Dat de menselijke geest nog goud kan vinden als de nood het hoogst is.’ Dat staat in het voorwoord van Koken in Moeilijke Tijden, een onopvallend boekje dat ik een tijd geleden kocht in Amsterdam. Het is een parel: een reproductie van het oorlogskookboek dat de vrienden en vriendinnen van de Amsterdamse Antonia Boelen voor haar bijeenschreven ter gelegenheid van haar huwelijk in 1944. Ze lardeerden het met grappige tekeningetjes en knipogen, en achteraf heeft de dochter van Antonia er een handvol ontroerende dagboeknotities en herinneringen aan toegevoegd.
Antonia Boelen was een onverschrokken vrouw, haar huis was tijdens de oorlog een onderduikadres. Ook haar vriendinnen waren actief in het verzet. En hun recepten? Geïnspireerd, ruimdenkend,maar evenzeer vastbesloten om het dessert er niet bij te laten inschieten. Kortom, de menselijke geest op zijn best.

iphone 1064

‘Nasi-goreng in oorlogstijd is heel goed te maken met gort – goed droog gekookte Alkmaarsche gort of parelgort – of van in kleine vierkantjes gesneden aardappels, die vooraf niet helemaal gaar gekookt zijn. Opbakken in olie of vet of spekvet met nasi-goreng-kruiden – die je hier nog klaargemaakt kan krijgen -, of met kerrie en garnalen, in ieder geval met veel uien. Heb je geen kerrie, dan maak je het maar rood met paprika en doet er wat gemberpoeder door. Heb je geen garnalen, dan neem je sardientjes – heerlijk – anders maar in godsnaam gedroogde garnalen – die beruchte, waar Dinsdags en Vrijdags het Chineesche restaurant naar stinkt. Maar goed geweekt en gekookt en dan opgebakken met kruiden en wok-oestersaus gaan ze best!’

Er staat een uienschotel in het boekje waarvoor Antonia eerst twaalf grote uien moest snijden (uithuilen) en ze daarna anderhalf uur op de kachel moest laten garen (bekomen). Er is gehakt van bruine bonen en er zijn gevulde tomaten met havermout. Maar ook een kruisbessentaart genaamd ‘stikkelbeer-grot’, en ‘hemelspijs’, een rijstdessert met citroen dat in staat lijkt om zelfs de allerdonkerste dagen te verlichten.
Aan alle mensen die door moeilijke tijden moeten, wens ik even gloedvolle goudaders toe. Of toch even goede vrienden en vriendinnen. Al is dat in feite hetzelfde.

iphone 1065

Zelf maakte ik laatst de ‘topinanbourschotel’. Aardpeergratin, zouden we vandaag zeggen. Maar voorts was het een verrassend eigentijds gerecht.

Topinanbourschotel
Schil en kook 1 kilo topinanbour.
Schil en kook 1 kilo aardappelen. Snijd de aardappelen in plakjes en bak ze even.
Leg in een vuur vaste schaal de in plakjes gesneden topinanbour, de aardappelen en de geraspte kaas. Giet daarover heen een kopje melk en laat het in de oven gaar stoven.
In een echte oven hoef je de knollen waarschijnlijk van te voren niet te koken, maar in onze wel.

Ik sneed aardperen en aardappelen in dunne plakken, spoelde ze af en stoofde ze met wat zout en olijfolie, in een afgedekte pan op een laag vuur, zodat ze beetgaar werden in hun eigen stoom. Daarna gingen ze een kwartiertje de oven in met een zuinig beetje geraspte comté en room erdoor. Houd je in met de vette toevoegingen, de aardperen hebben van nature al veel smaak en je wilt geen baksteen op je maag.

‘Koken in moeilijke tijden’ is te koop in (de webshop van) de Athenaeum Boekhandel, Amsterdams mooiste.

iphone 1060


Een licht verschillende versie van dit stukje verscheen eerder in de rubriek De Keukenprinses in De Standaard Magazine.

Paellafeest in Vilamarxant, Valencia.

Paellafeest in Vilamarxant, Valencia.

Tussen het afwerken van een boek en het aanschouwen van de eerste gedrukte exemplaren zitten drie windstille weken. Weken waarin je niet meer voor de tiende keer een tekst moet nalezen om er dan toch nog een suffe schrijffout uit te halen. Weken waarin je je hoofd niet moet breken over titels, flapteksten en inhoudstafels. En weken waarin je ook nog niet kunt gaan signeren of praten over je boek. De drukker is er immers nog mee bezig.
Het zijn de perfecte weken om vakantie te nemen. Dus vertrok ik voor drie weken naar Spanje. Om te lezen, te fietsen, te aperitieven en te slenteren in de lentezon.
Ik heb er ook onverwacht lekker gegeten. Onverwacht, omdat ik Spanje gastronomisch niet zo hoog aansloeg (waar haalde ik het?). En ook omdat ik dacht dat ik het nooit zou leren, om op reis het juiste restaurant en de juiste winkels binnen te gaan.
Beide veronderstellingen bleken fout.
En dit zijn vijf tips voor mensen die meer eetplezier uit hun reis willen halen.

Casa Chimo in Bocairent, waar de tafelkleden van papier zijn, de huiswijn geen naam heeft en de entree naar javel ruikt. En waar de boerenkost met zoveel liefde wordt opgediend dat je ervan smelt.

Casa Chimo in Bocairent, waar de tafelkleden van papier zijn, de huiswijn geen naam heeft en de entree naar javel ruikt. En waar de boerenkost met zoveel liefde wordt opgediend dat je ervan smelt.

1. Kies niet voor het mooiste terras. Wel als je alleen maar een biertje of een koffie wilt drinken, niet als je goed wilt eten. Op het mooiste terras serveren ze zelden het lekkerste eten. Dat heb ik eigenlijk vroeger al van mijn ouders geleerd, maar zoals dat gaat, duurt het dan nog eens twintig jaar eer je die wijsheid met overtuiging in de praktijk begint te brengen. De jongste jaren vreesde ik dus dat ik gewoon te oud was om nog een neus te ontwikkelen voor het waarlijk-leuke-restaurant-in-het-buitenland. Het verschil te leren zien tussen het authentieke volksrestaurant en het voormalige authentieke volksrestaurant. Of tussen een wat ambitieuzer restaurant en een omhooggevallen restaurant. Goed, deze keer lukte het op een of andere manier. Je moet dus gewoon volharden.

Een van de 47 paellapannen op het paellafeest van Vilamarxant, Valencia.

Een van de 47 paellapannen op het paellafeest van Vilamarxant, Valencia.

2. Vriendjes maken en mee-eten maar. Je hoeft geen kind aan huis te zijn bij de locals om eens bij ze aan tafel te kunnen aanschuiven. Toch niet als het pakweg paellafeest is in Vilamarxant. Dan volstaat het dat je de campinguitbaters herkent, ze trakteert op een biertje en je aansluit bij hun vriendengroep. Om maar te zeggen: dorpsfeesten zijn niet echt voorzien op toeristen, maar het eten is er vaak geweldig en de mensen zijn er meestal wel in de stemming om een paar extra enthousiastelingen te laten mee eten. Trakteer op drank, wees creatief met je vijf woorden Spaans en lach schaapachtig als de situatie daarom vraagt.
Houd ook je ogen open voor gastentafelformules en huiskamerrestaurants. In Frankrijk zijn er bijvoorbeeld nog altijd veel mensen (vaak B&B-uitbaters, maar niet altijd) die tables-d’hôtes aanbieden en je zo van hun lekkerste thuiskeuken kunnen laten proeven.

Een soort van broccolischeuten (Kim?) op de Boqueria-markt in Barcelona.

Een soort van broccolischeuten (Kim?) op de Boqueria-markt in Barcelona.

3. Ga naar de markt. Zelfs op snobistische toeristenmarktjes kun je vaak al een leuke portie plaatselijke eetcultuur meepikken. Maar het meeslependst zijn natuurlijk de gewone versmarkten, waar je ziet wat de oogst en de tradities van de streek zijn, en waar de mensen thuis zoal mee koken – vaak ontdek je hier de gezondere eetgewoonten van de locals. Neem er je tijd voor: op het eerste gezicht bestaat zo’n versmarkt misschien gewoon uit een viskraam, een paar groentekramen en een paar vleeskramen. Op het tweede gezicht liggen er groenten die je nog nergens tegenkwam, zien de bloemkolen er helemaal anders uit dan thuis en zijn er liefst vier soorten snijbonen in de aanbieding. En dat kleine kraampje dat ertussen staat biedt zowaar acht soorten vers gekookte bonen en linzen aan.
Ja, ik ben een vrouw geworden die van een reis terugkeert met een telefoon vol foto’s van groenten, en met acht soorten bewaarbonen (daarover later meer).

Ontbijt op doorreis.

Ontbijt op doorreis.

4. Zorg ervoor dat je geregeld zelf je eten kunt maken. Anders zijn al die appetijtelijke markten natuurlijk een enorme bron van frustratie: een pot confituur kun je nog meenemen naar huis, maar een bos frisse broccolischeuten moet je de dag zelf nog in de pan kunnen gooien. Dat is een van de redenen waarom ik niet graag op hotel ga en wel graag ga kamperen of een vakantieappartement huur. Dat je daar zelf kunt koken, zorgt er doorgaans ook voor dat je lichter en gevarieerder eet tijdens je vakantie. Ben je toch gebonden aan een hotelregime, gun jezelf dan af en toe een picknick. Neem een zakmes mee.

Gekookte-bonenkraam op de markt in Barcelona.

Gekookte-bonenkraam op de markt in Barcelona.

5. Wees realistisch over je principes. Als je op je vakantie strikt vegetarisch of veganistisch wilt eten, richt je dan op het restaurantaanbod in de grote of progressieve steden en kook op het platteland zelf. In veel landen (zoals euhm, België) is er simpelweg geen interessant vegetarisch aanbod in de meer landelijke eetzaken. Elke dag tortilla con patatas, geloof me, het gaat tegensteken, maar je moet uit hard hout gesneden zijn om daar op je vakantie een strijdpunt van te willen maken. Happy Cow is een website die vegetarische en vegane adressen in de hele wereld verzamelt. Ook in de op lifestyle georiënteerde reisgidsen van de 100%-reeks vind je goede tips.
6. Reis naar India.
Dan kun je alle vijf voorgaande tips negeren, want je vindt er simpelweg overal lekker eten, grotendeels gezond en vrij van vis of vlees. Het is wel ver. En Spanje is prachtig.

Koepel in het marktgebouw van Valencia.

Koepel in het marktgebouw van Valencia.

Gedroogde pepers en paprika's in Barcelona.

Gedroogde pepers en paprika’s in Barcelona.

Zonsondergang op de stadsvulkaan in Olot.

Zonsondergang op de stadsvulkaan in Olot.

Ongeveer een jaar geleden begonnen Kim, Els en ik samen aan een boek te werken. Ongelooflijk hoe licht ik dat opvatte: hoera, we gaan over groenten schrijven! Elke week samenkomen in Kims moestuin, naar hartenlust tomaten en aardappelen oogsten, koken uit de losse pols, ongecompliceerde recepten uitwerken. Uien met sjalotten vergelijken, spinazie met snijbiet, palmkool met boerenkool. Kijken met hoe weinig ingrediënten je een tomatensaus kunt maken. Alles wat ik graag doe!
En zo ging het ook. Een lente lang, een lange zomer lang. Topbestemming, die Moestuin van Mme Zsazsa.

12326776014_f7dd4e647c_k

Het probleem was dat we het boek daarna nog zowat helemaal moesten schrijven. Oeps.
Met enige vertraging is het dan toch afgeraakt. En waar ik zo blij mee ben is dat het plezier van die lente en die zomer er onversneden en ongeposeerd in bewaard is. Els kan dat wonderwel voor elkaar krijgen.

13225980843_977333423a_k

Het boek ligt volgende maand in de winkel. Maar je kunt het nu al bestellen, bij Kim of bij mij (via dorienknockaert@hotmail.com). Zodat wij onze enveloppen al kunnen schrijven en het vochtige washandje voor de postzegels tijdig kunnen klaarleggen op onze bureaus. Bestel je bij Kim, dan krijg je een exemplaar dat gesigneerd is door Kim, bestel je bij mij, dan staat mijn krabbel erin. In het echt wonen wij namelijk niet samen.
Uiteraard gaan wij elkaar beconcurreren met allerlei leuke extra’s, geparfumeerde enveloppen, pratende postduiven en gratis staaltjes ggo-aardappelen. Als ik u was, ik zou die situatie uitbuiten en bij ons allebei een boek bestellen. Het is namelijk ook een erg levenslustig cadeau, voor iedereen die graag tuiniert, graag kookt of minstens een van die twee dingen graag wil leren doen.

13226067013_42d2cdefde_k

In de winkel zal het 29,99 euro kosten. Daarvoor krijg je een uitgebreide moestuinhandleiding én een massa groenterecepten en -kooktips. Wat zeg ik, minstens twee boeken in één! Samen goed voor 1,7 kilo papier, heeft onze uitgever al berekend.
Bestel je bij ons een gesigneerd exemplaar, dan betaal je inclusief verzendingskosten 36 euro. Wie bij mij bestelt en in Antwerpen woont of passeert, kan het ook zelf komen oppikken na afspraak (en ja, lieve hardcore achterban, ook van dit boek zal ik altijd wel een paar exemplaren in mijn auto hebben en zal mijn mama minstens één druk in haar eentje opkopen en verdelen).
Wil je het helemaal gezellig maken, dan wacht je natuurlijk tot Kim en ik ergens samen signeren. Tourdata volgen!

13226076373_80a5aa500b_k

13226224224_6419098cdd_k

13225871145_8169b4478c_k

12326481793_ec17a7a00e_h

liebster award

Een hele tijd geleden kwam mij vanuit de fleurige groentenkeuken van Yonashi zowaar een award toegewaaid. Danku, Yonashi! Ik ben vereerd.
Het was de Liebster Award, een prijs die bloggers aan bloggers uitreiken. In ruil krijgen ze antwoorden op al hun vragen. Yonashi bleef zeer discreet, ze vroeg niet naar mijn bankrekening op de Kaaimaneilanden, mijn zakenbelangen in Sotsji of mijn ophefmakende verschijningen op Antwerpse undergroundfeestjes. Viel dat weeral mee.

1. Wat heb jij altijd in je keukenkast staan?
Veel te veel! Soms lijkt het hier wel het Nationaal Museum voor Droge Voeding. Alleen al met mijn olie en azijn kan ik een kast vullen. Eind vorig jaar liep het zo de spuigaten uit, dat ik met een auto vol kruiden, rijst, meel, olie en meer naar een vriendin van mijn broer gereden ben, die kookworkshops geeft aan kansarmen en daarvoor nog ingrediënten zocht. Benieuwd wat daaruit voortgekomen is.
2. Welke groente/fruit is onmisbaar in jouw koelkast?
Ik ben erg gesteld op een voorraadje sjalotten en uien, al bewaar ik die niet in de koelkast. Citroenen heb ik ook graag binnen handbereik, maar ik zou ze wat meer willen vervangen door zure smaken van eigen bodem – zure kruiden, fijne azijn: grotendeels onontgonnen terrein voor mij.
3. Welk gedroogd kruid heb jij altijd in huis?
Gerookt paprikapoeder, venkelzaad, chilipepertjes en tijm. Afgelopen herfst heb ik salie uit de tuin van mijn moeder gedroogd en die gebruik ik nu ook heel graag.
4. Wat is jouw favoriete smoothie/juice?
Ik ben niet zo’n sapjesdrinker, maar laatst ontdekte ik dat rode biet en sinaasappel wel heel lekker zijn samen.
5. Welk gerecht roept bij jou nostalgie op?
Gestampte aardappelen, op het moment dat ik er nootmuskaat over strooi. Pistolets met jonge kaas. Sla met mayonaise. Pudding met een koekje erin. Boterhammen als avondeten, met een tas thee. Snel naar de volgende vraag, want ik word te week.
6. Wat heb je nog nooit gegeten maar wil je heel graag proberen?
Zelf geplukte paddenstoelen.
7. Welk vegan of veggie restaurant raad jij aan, in Belgie of Nederland?
Aahaar in Antwerpen, een ongedwongen, authentiek Indiaas buffetrestaurant waar je voor 9 euro eet zoveel je wilt.
8. Wie is jouw grote vegan/veggie-voorbeeld?
Ik bewonder vooral mensen die fijne boeken over eten schrijven, zoals Laurie Colwin of Tamar Adler, maar dat zijn geen vegetariërs. Mijn keukenhelden van het moment zijn mijn broer Floris en Lara Lambrechts, twee getalenteerde koks die zich toeleggen op de vegetarische keuken. Ik volgde een tijdje een koksopleiding samen met hen, en wat voor mij een vage droom was, is voor hen nu werkelijkheid. Respect. Lara kun je als cateraar boeken via deze website, mijn broer werkt sinds kort in de Rosenobel. Ik ga er vanavond voor het eerst proeven, maar ik weet natuurlijk allang dat hij heel leuk kookt.
9. Wat is het leukste of lekkerste dat je ooit gemaakt hebt? Al dan niet in de keuken, gewoon iets met je handen.
O, dat is een moeilijke vraag. Eten en teksten zijn de dingen die ik het liefst maak, en ik heb het geluk dat dat ook mijn beroep geworden is. Dat wil wel zeggen dat de ongecompliceerde kinderlijke trots er wat bij ingeschoten is. Die heb ik gelukkig hervonden toen ik ons pas verworven stadstuintje twee jaar geleden begon te verbouwen tot iets wat meer eten en leven voortbrengt. Ik doe alles fout, maar ben toch constant fier als een gieter.
10. Wat neem je zeker mee naar een onbewoond eiland?
Mijn man, mijn familie en al mijn vrienden. Een wildplukgids, onontbeerlijk. En heel veel zonnecrème, muggennetten en thee, en mijn favoriete hoofdkussen, en toch ook mijn laptop, denk ik, en een zacht bed. En washandjes. Ik wil dus gewoon niet naar een onbewoond eiland.
11. Wat is jouw favoriete online vegan/veggie recept?
Dat kan ik echt niet kiezen. Deze eigenste blog verzamelt er een heleboel en het is fijn om te bedenken dat er nog eindeloos veel kunnen bijkomen. Soms herontdek ik mijn eigen recepten. Zo begon iemand laatst over deze pompoenragout, en moest ik toegeven dat ik niet meer wist hoe hij smaakte. Dus heb ik hem nog eens gemaakt. Goed!

Eigenlijk is de Liebster Award een wisselbeker voor nieuwe blogs die meer lezers verdienen. Ik mag hem nu zelf op mijn beurt uitreiken aan een vijftal zulke blogs, maar omdat ik daar de jongste jaren niet veel tijd voor heb gemaakt, stel ik voor dat jullie gewoon hieronder jullie favoriete (kleine) blogs tippen. Recepten waar je echt wat aan hebt, mooie foto’s, fijne pennen, of gewoon je eigen blog waar je zonder enige schaamte reclame voor hoort te maken.

11400772025_112fab5117_o

 
Spullen waar je een stille boon voor hebt. Iedereen kent dat wel, hoop ik.
Ik heb er best veel: mijn slazwierder, mijn fuchsia pyjamabroek, mijn maatbeker met spatdeksel, mijn noppenkousen. Ze houden zich koest in de schaduw van de pronkstukken: de handgemaakte theeglazen, de lievelingsjurk. Geen complimenten, geen opschepperij. Nooit laat ik mijn lelijke slazwierder schijnbaar onbedoeld rondslingeren als er vrienden komen. En hoewel mijn pyjamabroek het meest gedragen stuk uit mijn kleerkast moet zijn, heb ik hem nooit aan als er een fotograaf in de buurt is.

Laatst deed ik het dan toch. Ik nam een foto van mijn pannenlikkers. Het werd sterker dan mezelf.
Ik ken niemand anders die van pannenlikkers houdt. Sommige mensen halen er niet eens één in huis, anderen hebben er wel eentje, maar laten het verwelken in een oude rumtopf waar ook nog een schuimspaan, een braadvork en een bloem uit crêpepapier in staan.
Pannenlikkers zijn zo goed. Ze helpen je niet alleen om spaarzamer te zijn, ze zorgen ook voor smaak. Want net die beetjes die aan je slakom, je braadslede of je steelpan blijven kleven, zijn de lekkere. De net iets meer gekaramelliseerde kruimels, de kruiden en de uiensnippers, het laagje olie dat zich vol aroma’s heeft gezogen. Er is maar één middel om die op geciviliseerde wijze in je mond te doen belanden. Pannenlikker is de naam.
Ik heb heel lang gezocht naar goede pannenlikkers. Vaak worden ze uit twee stukken gemaakt: een lapje uit rubber of silicone, en een steel die je daarin schuift. Niet ideaal, want tussen beide onderdelen kruipen etensresten of vocht, waardoor je ze altijd weer uiteen moet halen om ze af te spoelen en te laten drogen. Nergens vond ik een exemplaar uit één stuk. Niet in webshops, niet in kookwinkels. En toen ik het min of meer had opgegeven, kwam ik er gewoon een paar tegen in de Colruyt. En de week daarop in de Delhaize.
De pannenlikker uit één stuk is gearriveerd.
En nu ga ik er weer over zwijgen.