Info

Dorien Knockaert

Ik kreeg ooit van een vriendin een rotsfontein uit de Casa. Zo groot als een fruitschaal, met een elektrisch snoer voor eeuwig gekabbel. Het was in feite een geschenk van al mijn vriendinnen, ze hadden samengelegd voor mijn verjaardag. Eén van hen had gezegd: ik zal wel iets gaan kopen.

In de jaren die volgden, stak ik de stekker soms in het stopcontact, goot ik water in het reservoir en haalde mijn hart dan op aan de herinnering: de onderdrukte hilariteit en milde afschuw toen het wonderlijke ding uit zijn inpakpapier kwam. Hoe iemand uitriep: ‘Maar?! Een fonteintje!’ Het gouden, onverstoorbare enthousiasme van de vriendin die het had gekocht.
Een paar jaar later borg ik het op in de kelder. Nog een paar jaar later bracht ik het naar de kringwinkel.
Nog een paar jaar later bleek de vriendin die het fonteintje kocht ongeneeslijk ziek. En we verloren haar.
Hoe anders zou het nu zijn om het reservoir bij te vullen.
Hoe snerpend graag zou ik dat nu doen.
Ik breng nog altijd spullen naar de kringwinkel. Maar ik krijg jeuk van opruimgoeroes die beweren dat je daar gelukkig van wordt.

Laatst nam ik een nieuwe pan in gebruik: een goedkoop ijzeren exemplaar dat wel een extra antikleeflaagje kon gebruiken. Ik had gelezen dat je zo’n laagje zelf kunt aanbrengen: je wrijft je pan uiterst zuinig in met olie, zet ze een halfuur in een oven van 230°C, wrijft ze weer in, opnieuw in de oven enzovoort, een keer of vier. Mijn pan kreeg een bronzen gloed, en plots zag ik dat ook mijn oude pannen altijd al goedkope ijzeren exemplaren waren. Ik vette ze in en liet ze uitharden in de oven.
Daar werd ik nu eens gelukkig van. Maar ook als je er nerveus van wordt, is het goed voor je pannen.

panbrood

Panbrood met quinoa
Dit is het lekkerste wat ik ooit maakte met quinoa. Ik leerde het van de kookblog 101 Cookbooks en paste het recept licht aan. Het sluit aan bij de Amerikaanse maisbroodtraditie: brood met een cakegevoel, om te eten bij kruidige stoofpotten, bij het ontbijt of op wandeling. Je kunt er een taartvorm voor gebruiken, maar in een pan staat het mooi, zeker als je die pan net hebt opgeblonken.

115 g volkoren spelt- of tarwebloem
115 g maismeel
1 tl bakpoeder
1/2 tl baksoda
3/4 tl zout
2 eieren
200 g gekookte quinoa (afgekoeld)
4 el gesmolten boter (afgekoeld en gemengd met 1/2 tl gedroogde tijm of andere kruiden)
Wat extra boter om je pan in te vetten
3 el cassonade of andere suiker
475 ml melk
1,5 el cider- of wittewijnazijn
240 ml room

1. Verwarm de oven voor tot 180°C. Zet er alvast een pan in van ca. 23 cm doorsnede.
2. Meng in een grote kom de twee soorten meel, bakpoeder, baksoda en zout.
3. Meng in een andere kom de eieren, quinoa en boter. Roer er de suiker, melk en azijn door.
4. Roer het natte mengsel door het droge.
5. Haal je pan uit de oven. Verdeel met een borsteltje een dun laagje boter over de binnenkant. Giet het beslag erin. Giet de room in het midden van het beslag. Niet roeren! Schuif de pan voorzichtig in de oven en check na 45 minuten een eerste keer of het brood doorbakken is. Het kan ook een uur duren. De bovenkant moet gebruind zijn, de binnenkant net gestold, de room een puddingachtig laagje.

Deze tekst verscheen eerder inmijn rubriek De Keukenprinses in De Standaard Magazine.

Reacties

Nog geen reacties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

Basic HTML is allowed. Your email address will not be published.

Subscribe to this comment feed via RSS