Info

Dorien Knockaert

Door een samenloop van werk, omzwervingen en Oost-Indische kers werd vorig weekend voor mij het grote lokaal-etenweekend. Zo lokaal was het nog nooit geweest.
Het begon op vrijdag, met aperitiefhapjes van Oost-Indische kers die een feestje in een volkstuin mochten openen. Dat was de prachtige Zavelhof in Kessel-Lo. De prachtige gastvrouw was niemand minder dan Mme Zsazsa en ik had de eer om aperitiefhapjes te maken en in grote potten spaghetti te roeren, die ik min of meer volgens dit recept bereidde, met courgettes, snijbiet en nog wat oogst uit de tuintjes. Koken in een tuin, met groenten uit de tuin, voor de tuinders van de tuin… ik moet daar geen tekeningske bij maken: ik word daar lyrisch van. Het herinnert elke vezel van mijn lijf eraan dat koken niet alleen om smaakverhoudingen en geurtoetsen gaat, maar ook om verbondenheid, eenvoud en eerlijkheid. Al smokkelde ik snijbonen uit de Delhaize mee om de tuinoogst aan te vullen. Dat was misschien niet zo eerlijk, maar wel heel lekker.
U krijgt ineens ook het recept voor de aperitiefhapjes, want daar komt niet veel uitleg bij kijken: stevig zuurdesembrood in hapklare stukjes snijden, besmeren met roomkaas. Daarop een klein beetje peper en zout strooien, en veel bieslook. Afwerken met een bloem van Oost-Indische kers. Oost-Indische kers is een zeer makkelijk plantje dat ik iedereen kan aanbevelen voor zijn tuin, balkon of vensterbank. Je kunt er alles van opeten, maar het is ook bijzonder mooi in zijn weelderige groei.
Zaterdag en zondag nam het echtpaar Jonge Sla vakantie. In de Westhoek (heeft iemand daar een betere foto van die ik hier mag gebruiken?). Dat is een streek waar het land en de dorpen nog zo mooi zijn, dat al de rest een diepe buiging maakt voor hen. De cafés zijn een soort middenstandersversie van Bokrijk en ik vind dat charmant. Het paadje langs de oever van de IJzer demonstreert hoe de natuur zoal afrekent met asfalt, en ik vind dat charmant (zelfs op de fiets). De gigantische hallekerken, de heuvels, de oude mensen en de dorpen zonder Aldi’s of Gamma’s: ik vind ze charmant. (Ik romantiseer het nu wel. Er is ook veel intensieve landbouw, lelijke stallencomplexen, kale gras- en maisvlaktes.) Maar wat ik vooral wou vertellen: zondagavond gingen we eten bij In de Wulf, het restaurant van Kobe Desramaults in het schilderachtige Dranouter. Dat was meer dan charmant. Het was indrukwekkend en bijzonder inspirerend.
Kobe kookt bijna uitsluitend met producten uit zijn dorp en omstreken. Omdat we het gevraagd hadden, maakten hij en zijn keukenploeg voor ons bovendien een menu zonder vis of vlees.
Goh. Ik moet nu denken aan de tijd dat ik heel veel naar het theater ging, en dat ik het bij de mooiste voorstellingen het lastigst vond om er achteraf iets over te schrijven of zeggen. Als mensen hun verhaal gevonden hebben, hun uitdrukkingsvorm beheersen, hun overgave puur houden, dan lijkt het zo’n onbegonnen werk om het allemaal na te vertellen. Zegt het iets als ik beschrijf hoe één gerecht bestond uit nauwelijks meer dan wortel, en hoe het toch een meeslepende ode aan de natuur en de landelijke keuken was? In het midden lag een stukje geroosterde wortel, daarrond kleinere stukjes die gefermenteerd waren in eigen sap. Enkele korianderbloemetjes, een paar geroosterde hazelnoten en een scheutje gebruinde boter. Zal ik beschrijven hoe spannend de limonade van tuinkruiden proefde, hoe teder de rauwe courgette omringd was door frisse blaadjes, hoe vervoerend het laatste dessert met kruiden en ijs van lavas? Zal ik proberen uit te leggen hoe blij ik ervan werd dat er zoveel te ruiken viel, zoveel veelzeggends? Spaar beter wat geld en ga er zelf eens van proeven.
In De Standaard Weekblad stond vorig weekend ook een interview met Kobe Desramaults en Johan Heldenbergh, waaraan ik had mogen meewerken. Ik schreef er een klein stukje bij over lokaal eten, dat lang nog niet alles zegt wat ik erover wil zeggen, maar het is een begin (zie 1108DSW-DS03-DSW). En dan stuurde een vriendin nog een link door naar dit filmpje, waarin een vrouw aanstekelijk vertelt hoe ze samen met stadsgenoten aan een eetbaardere stad werkt.
Natuurlijk krijg ik daar allerlei plannen en voornemens, dromen en ideeën van, nog wilder en weelderiger dan de Oost-Indische kers in mijn tuin. Maar van die laatste kan je dan wel weer aperitiefhapjes maken.

Reacties

3 Reacties

Post a comment
  1. Nadine #
    augustus 20, 2012

    Blij dat jullie zo’n heerlijk weekend hadden… en in mijn dagdromen ben ik nu lekker aan het tuinieren in mijn charmant stadstuintje!

  2. Carine #
    augustus 20, 2012

    Da’s genieten, eten op die manier. Ik was met mijn vriend ook op tweedaagse uitstap naar de zee en Brugge, en we zijn naar de Herborist in Sint Andries Brugge geweest, waar ik ook vegetarisch heb gegeten. Heerlijk!
    Pam Warhurst is grappig én inspirerend.

    PS de link naar de het artikel werkt niet?

Trackbacks & Pingbacks

  1. Kappertjes uit eigen tuin | JONGE SLA

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Basic HTML is allowed. Your email address will not be published.

Subscribe to this comment feed via RSS