Info

Dorien Knockaert

Berichten uit de zomer categorie

tomaten 1

Laatst kreeg ik een rondleiding in een van de grootste tomatenbedrijven van het land. Ik noem het een bedrijf, omdat boerderij echt een raar woord is voor een kas van meer dan tien hectare, waar niets anders groeit dan tomaten en waar onbemande karretjes computergestuurd van de oogst- naar de verpakkingsafdeling rijden.
Technologie in de landbouw wekt vaak huiver op. En het is romantischer tomaten te eten van een opaatje dat zijn zondagen met een transistorradio in zijn oude serre slijt, of van een tandeloze marktkramer in Toscane. Maar in die gigantische tomatenfabriek waren best interessante zaken vast te stellen. Dat er in moderne groentekassen niet meer met pesticiden wordt gewerkt, bijvoorbeeld. En dat hun verwarming veel energie kost, maar dat ze op haar beurt wel stroom produceert voor ons elektriciteitsnet (met dank aan een principe dat warmtekrachtkoppeling heet – had ik maar beter opgelet in de fysicales). De CO2 die daarbij vrijkomt, wordt de kas in geblazen, waar de planten hem gretig opnemen.
Slim. Al zou je natuurlijk ook kunnen besluiten dat je beter groenten eet waar helemaal geen verwarming voor nodig is. (Tomaten? Kom in augustus nog eens terug, mevrouw.) Dat vind ik een interessant dilemma: moeten we versoberen of moeten we onze luxe spaarzamer organiseren? Het eerste is efficiënter, maar misschien is de mens er niet voor geprogrammeerd.

Zo’n kijk achter de schermen van de voedingsindustrie, ik vind dat geweldig. Bovendien kreeg ik een hele bak tomaten mee naar huis. Gele, oranje, rode, grote en kleine. Ik ben tegenwoordig nogal fan van de kleine variëteiten. Ze moeten minder concurreren met de goedkope watertomaat, mogen dus wat duurder zijn en worden dus minder geselecteerd om hun productiviteit en meer om hun smaak. (Dat is hoe ik denk dat het in grote lijnen gaat bij het veredelen van een tomaat, maar eigenlijk is het natuurlijk ingewikkeld)

‘s Avonds probeerde ik zoveel mogelijk tomaten in één maaltijd te krijgen.

tomatenpanzanella

Tomatenpanzanella
(een afgeleide van deze salade)
half stokbrood, gesneden in schijfjes of kleinere stukken (naar wens)
350 g smaakvolle tomaatjes, de kleintjes gehalveerd, de grotere in dunne parten
1 sjalot, gesnipperd
1 tl rode wijnazijn
1/2 tl gedroogde oregano
1/2 teen knoflook, geperst
Takje verse basilicum
Enkele el gesnipperde bieslook
Olijfolie, peper, zout, citroen, parmezaan

1. Verwarm de oven voor tot 200°. Giet in een grote kom een bodempje olie en roer er wat peper en zout door. Schep de stukken brood in de kom en roer ze snel om, zodat elk stukje licht is ingesmeerd met olie. Spreid de stukjes uit op een bakplaat en laat ze goudbruin kleuren in de oven. De randen moeten krokant worden, maar binnenin mag het brood wat blijven veren.
2. Meng de sjalot, azijn, oregano, knoflook en een royale scheut olijfolie. Breng op smaak met meer olijfolie, peper en zout, en indien nodig wat citroensap. Meng de tomaten door deze dressing. Check nog eens de smaak en stuur bij indien nodig.Meng nu ook de croutons onder de tomaten.
3. Schep de salade in een schaal en schaaf er wat parmezaan over. Werk de salade af met bieslook en basilicum.

‘t Is ‘t weer voor koude soepjes. En ik heb er ineens twee voor u: eentje met komkommer en eentje met rode biet. Allebei zeer charmante intro’s op een hoogzomers etentje. Als bijgerecht werken ze ook goed. Maar ik eet ze vooral graag als tussendoortje op een warme namiddag. Voor de halsstarrige hongervlaag die rond vijf uur, half zes door mijn lijf trekt. (more…)

Eigenlijk houd ik niet zo van tips voor snel koken. Want waaraan kan je beter je tijd besteden dan aan stoven, bakken, roeren en proeven? Maar goed. Soms is het handig dat de lekkerste dingen niet per se de tijdrovendste zijn. Neem nu zo’n simpele spaghetti met seizoensgroente, wat olie, wat kruiden van het terras, wat kaas en wat noten of sesam. Even snel klaar als een pak Mama Miracoli. (more…)

Rutger Kopland is overleden, de dichter van Jonge Sla.

Jonge sla

Alles kan ik verdragen,
het verdorren van bonen,
stervende bloemen, het hoekje

aardappelen, kan ik met droge ogen
zien rooien, daar ben ik
werkelijk hard in.

Maar jonge sla in september,
net geplant, slap nog,
in vochtige bedjes, nee.

STOP
HIER
IS ‘T
PERZIKEN
Het staat op een bord naast de weg en naast dat bord staat een meisje in en roze eighties-topje, klaar om perziken te verkopen aan autobestuurders met goede reflexen. Ik koop nooit steenwegfruit, omdat ik het altijd pas te laat in de gaten heb. Maar je ziet ook geen perziken meer langs Vlaamse steenwegen. Het bord en het meisje staan op een foto in een boek over Groenten en fruit vroeger en nu. Ze tonen hoe het vroeger was. Nu is het anders, nu rijden de perziken over de steenweg, van een perzikenvlakte in een zuidelijk land naar een koelcel van een fruithandelaar.
Vorig jaar heb ik nog moeite gedaan om inlandse perziken te vinden, tevergeefs. En dat terwijl wij vroeger een hele perzikengaard in de tuin hadden. En dat terwijl Noord-Hageland tot in de jaren tachtig een trotse perzikenstreek was, met Perzikenfeesten en een Perzikenkoningin. En dat terwijl de perzik een van de prachtigste dingen uit de godganse schepping is. (more…)

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 455 andere volgers