Info

Dorien Knockaert

Posts from the zomer Category

14297584491_13a47ce2a6_oLaatst hield ik na een feest met veel slaatjes heel veel loof over. Blaadjes. Ik had venkel gemarineerd, maar aan de venkel uit de biowinkel hing veel meer groen dan ik in de marinade kon gebruiken. Ik had koolrabisalade gemaakt, maar het blad van de koolrabi leek me net iets te stevig om zomaar door de rest te roeren. En ook bij de carpaccio van rode biet leek geen plaats voor de wild ogende bladeren en de stevige rode stelen die ik bij de bietjes had gekregen.
Maar al dat gebladerte was wel veel te appetijtelijk om weg te gooien. Ik maakte er een pilav van, een Midden-Oosterse rijstschotel.
Voor venkel-, bieten-, radijzen- en koolrabiloof bestaan weinig specifieke recepten, maar je kunt er recepten voor andere bladgroenten voor gebruiken. Koolrabibladeren zijn eigenlijk een soort kool, bietenbladeren zijn nauwe verwanten van snijbiet, radijzenblaadjes hebben wel wat gemeen met raapsteeltjes (maar ik bereid ze vaak zoals spinazie) en venkelloof gebruik ik zoals dille, meestal in de salade maar dus ook in pilav.
Hoera voor groenten waar al dat loof nog aan zit. Maar let er wel op dat je ze apart bewaart: zolang een knol nog loof heeft, zal hij zijn suikers opgebruiken om het loof te voeden, wat de smaak van de knol niet ten goede komt. Snijd het loof na aankoop los en bewaar knol en loof apart (verpak het loof zeker in een zak of bakje, anders verwelkt het snel).

Pilav met loof allerhande
Voor 4 à 6 personen:
200 g witte basmatirijst, die je meteen te weken zet in een kom lauw water
400 ml kokend hete bouillon
75 g boter
1 ui, fijngesnipperd
400 g groenteloof, gewassen en in lintjes gesneden (ik gebruikte voor ongeveer de helft venkelgroen en voor de helft bietenbladeren en fijngehakte bietensteeltjes, en dan nog wat koolrabibladeren en fijngehakte koolrabisteeltjes)
zout en peper
75 g pistachenoten, grof gehakt (alternatief: amandelen)
15 g fijgehakte muntblaadjes
15 g peterselieblaadjes, fijngehakt
15 g gehakte dille

1. Smelt de helft van de boter in een grote gietijzeren kookpot die je goed kunt afdekken. Fruit de ui zacht, in zo’n 10 minuten. Als je ook steeltjes van groenten gebruikt, zorg dan dat die heel fijn gehakt zijn en roer ze door de ui. Laat alles nog eens 10 minuten garen. Draai daarna het vuur open, voeg de blaadjes toe – eerst de stevigste en pas op het eind de teerste – en blijf roeren tot alle blaadjes geslonken zijn en het vrijgekomen vocht is verdampt.
2. Giet de rijst af in een zeef en spoel hem nog even. Voeg hem toe aan de groenten, strooi er wat peper op en giet er de hete bouillon op. Breng alles aan de kook, roer het nog een keer door, dek daarna de pan goed af en zet hem voor 12 minuten op een heel laag vuur.
3 Smelt de resterende boter in een klein pannetje en bak de nootjes al roerend tot ze beginnen te bruinen.
4. Doe de noten en de kruiden bij de rijst (die intussen 12 minuten geprutteld heeft), zonder te roeren. Dek de pot weer af. Haal hem na 5 minuten van het vuur. Schep met een vork alles om. Leg een schone vaatdoek op de pot en leg daar het deksel op. Laat de pilav minstens 20 minuten zo staan.

passata
VOOR HET TE LAAT IS!
Meestal volgt er een vreselijk onheilsbericht op zo’n zin. Stop met koffiekoeken eten voor er in de hele wereld geen enkele koffiekoekenboom meer groeit! Dat soort enge visioenen.
Ik wil alleen maar zeggen: maak wat tomaten in voor het te laat is. Al is het nooit echt te laat, want elke zomer komt er opnieuw een tijd waarin de tomaten smakelijk, overvloedig en goedkoop zijn. Die tijd loopt nu stilaan op zijn eind, maar het kan nog net.
En dit waren dit jaar mijn lievelingsrecepten om tomaten in te maken.

Passata uit De Moestuin van Mme Zsazsa

Mijn favoriete inmaakrecept en het enige dat ik zomer na zomer avonden aan een stuk gebruik. Het eindresultaat is een kant-en-klare tomatensaus of soepbasis, maar je kun hem nog verrijken met kruiden, paddenstoelen of andere groenten, of je kunt hem als smaakmaker gebruiken in groentesoepen, pastagerechten en rijstschotels. Ik ken geen enkele tomatenconserve in de winkel die deze passata evenaart, daarom ben ik elke zomer bereid om er slaap voor te laten.
(De foto hierboven is van Els Menten)
Voor ongeveer 1 l
ongeveer 2 kg rijpe tomaten
ongeveer 200 g sjalot, in kwarten
4 knoflooktenen (je hoeft ze niet te schillen, omdat op het eind alles gezeefd wordt)
enkele takjes rozemarijn, tijm en/of oregano
1 koffielepel zout
1/2 koffielepel zwarte peper
1 koffielepel suiker (kun je weglaten)
50 ml olijfolie
chilipoeder
eventueel ahornsiroop of melasse
> De precieze hoeveelheden doen er niet zo toe, als je tomaten straks maar lekker bedekt zijn met olie en smaakmakers.

Gerei om te steriliseren
glazen steriliseerpotjes (weckpotten) met dichtingsringen uit rubber
grote kookpot (10 l)
keukenthermometer

Passata maken
1. Verwarm de oven voor tot 200 °C (180 °C als het een bovengemiddeld krachtige oven is). Halveer de tomaten en schik ze, met de gesneden kant naar boven, op een bakplaat of in een grote ovenschaal. Stapel ze niet. Verdeel er de sjalotten, kruiden, knoflook, zout, peper en suiker over en besprenkel alles met olie. Rooster de tomaten zeker 1 uur in de oven, tot ze bruine randjes hebben en een diepe, zoete geur verspreiden.
2. Mix en zeef de tomaten en alles wat je uit de ovenschaal kunt schrapen (de kleine gebruinde restjes bevatten een massa smaak!). Mixen en zeven kan tegelijkertijd als je over een puntzeef beschikt: hang de puntzeef in een grote pot of kom, schep er tomaten in tot de zeef halfvol is, zet dan een staafmixer in de tomaten. Duw de laatste beetjes passata met een pollepel of soeplepel door de zeef. Al wat uit de zeef komt, is je passata. Proef ervan en breng ze indien nodig op smaak met zout, chilipoeder en/of suiker (stroop zoals ahornsiroop of melasse is nog beter, want dat lost sneller op en heeft meer smaak).

Passata inmaken
1. Steriliseer weckpotten door ze een kwartier in een oven op 140 °C te zetten, door ze twintig minuten in een stoomoven te zetten of tien minuten mee te koken in een grote pot hevig kokend water.
2. Breng de passata in een steelpannetje roerend aan de kook. Vul er de potten mee tot de rand en sluit ze meteen af.
3. Bedek de bodem van een grote pot met een handdoek, zet er de weckpotten op en zet ze onder in warm water. Verhit het water langzaam, in 25 minuten, tot het sudderpunt (88 °C). Laat het daarna nog 10 minuten sudderen.
4. Haal de weckpotten uit het water en zet ze op een houten plank of droge handdoek. Als ze volledig afgekoeld zijn, kun je testen of ze wel luchtdicht zijn: maak de beugeltjes los en check of je de hele weckpot kunt optillen met alleen het deksel in je hand. Komt het deksel los, dan is de pot niet luchtdicht en moet je de puree koel bewaren en binnen de week opmaken. Of invriezen. Of opnieuw pasteuriseren.

Tomatensaus met gember

14911035226_ed41137eca_oDeze zomer raakte ik in de ban van de combinatie tomaat-gember en maakte ik voor het eerst ook een curryversie van de passata. Zelfde werkwijze, maar in plaats van mediterrane kruiden voegde ik gember en wat currypoeder toe (in wisselende verhoudingen). Lekker! Om later op te eten met bijvoorbeeld rijst, seizoensgroenten en geroosterde cashewnoten, met noedels gebakken tofoe of met deze courgettespaghetti.

Tomatenchutney

15226660649_78cc581d10_oBehalve sloten tomatensaus maakte ik ook een ladinkje chutney, voor als het een keer echt keihard moet doorsmaken. Ik liet me deze keer inspireren door een recept uit Ingemaakt van Els en Iris Debremaeker. Kasundi heet het bij hen, en ze eten het graag bij een barbecue. Dit is mijn versie:

Voor 4 potjes:
1,2 kg tomaten, in stukken gesneden
5 cm gember, geraspt of in fijne stukjes gesneden
1/2 bolletje knoflook, elk teentje gepeld
3 groene chilipepers, ontdaan van de zaadlijsten
100 ml olie
1 el mosterdzaad
1 kl kurkuma
1 el gemalen komijn
1 kl chilipoeder
20 g zeezout
250 ml ciderazijn
75 g bruine suiker

1. Mix de gember, knoflook, chilipepers en olie in een blender tot een pasta.
2. Rooster het mosterdzaad in een grote hete pan tot het begint te poffen. Voeg de gemberpasta toe, met de kurkuma, de komijn en het chilipoeder. Laat alles minstens 5 minuten sudderen.
3. Voeg de tomaten, de azijn, de suiker en het zout toe en breng alles aan de kook. Laat het op een zacht vuur ongeveer anderhalf uur inkoken (als je tussendoor even weg moet, kun je gewoon het vuur uitdraaien en later weer verder doen. Zorg er wel voor dat de chutney kokend heet is wanneer je hem in de potten gaat scheppen).
4. Steriliseer weckpotten of confituurpotjes (en – deksels) door ze een kwartier in een oven op 140 °C te zetten, door ze twintig minuten in een stoomoven te zetten of tien minuten mee te koken in een grote pot hevig kokend water. Zet ze klaar op een vochtige theedoek.
5. Schep de hete chutney in de potten en sluit ze meteen af. Bewaar ze op een donkere, koele plaats. Na enkele weken zal de smaak meer ontwikkeld zijn.

Inmaakrecepten voor andere groenten en fruit:

- Courgettes met een snuf curry
Geroosterde paprika’s met knoflook
Appelchutney
Simpele pickles van snijbonen (onderaan)

14297183884_ef07336a78_o
Laat andere mensen maar discussiëren over de zin en onzin van communierituelen, ik ben allang blij dat het tuinfeestenseizoen geopend is, en dat ik gevraagd word om lange tafels te vullen met grote salades. Deze maand twee keer. Twee keer ging het om een barbecue met vlees, waarbij ik slaatjes maakte. Ik doe dan heel hard mijn best, om de vleeseters er op zijn minst van te overtuigen dat groenten even lekker kunnen zijn als een perfect gegrilde biefstuk. En zeker veel lekkerder dan een uitgedroogde kipbrochette.

14297756835_26192dca4d_o
Op tuinfeest nummer 1 maakte ik, aanvullend op een vleesbarbecue:
bloemkool op z’n Catalaans, met wat geraspte citroenzeste erover voor extra feestelijkheid
– carpaccio van rode biet met dressing van notenolie en geroosterde komijn (uit De Moestuin van Mme Zsazsa)
- gemarineerde venkel met geitenkaas en kappertjes
– fattouche (Midden-Oosterse salade die ik min of meer op de wijze van Arabia maak)
– lauwe asperges met rucola en parmezaan
– koolrabisalade met aardbeien en geitenkaas (uit De Moestuin van Mme Zsazsa)
– orzosalade met erwten, mozzarella en een sausje van geroosterde paprika (losjes hierop geïnspireerd)
– eenvoudige linzensalade met mosterddressing en verse kruiden
– zoet-zure paprika van Ottolenghi
– gevulde eitjes, op vraag van de kinderen
– radijzen, mayonaise met geroosterde knoflook, kruidenboter, specerijenboter

14111198057_8f25415cf2_o
Voor tuinfeest nummer 2 deelde ik het werk met mijn schoonzus. Zij maakte taboulé, aardappelsalade, kruidensalade, mangosalsa en tomatensalade en ik maakte:
pastasalade à la Jamie (blijft in al zijn eenvoud mijn favoriete formule, ik voeg wel meer dressing, olijven en kruiden toe dan het recept voorschrijft)
– weer de gemarineerde venkel, want die heeft in mijn schoonfamilie een mythische status verworven
– weer de carpaccio van rode biet, want die staat zo mooi op een feesttafel
pittige wortelsalade
– een grote pot ratatouille

Nu zondag houden we opentuindag bij Kim en ga ik ook daarvoor samen met een paar vriendinnen een groentetafeltje bijeen koken. Omdat we geen idee hebben hoeveel volk er komt en of die mensen honger zullen hebben, houd ik het eenvoudig:
– Spanakopita oftewel spinazie met kruiden en feta in filodeeg (het recept uit Goed Eten, maar in één grote ovenvullende taart in plaats van in tijdrovende driehoekjes)
– Weer de bloemkool op z’n Catalaans (makkelijk in grote hoeveelheden op voorhand te maken & onalledaags)
– Carpaccio’s en simpele slaatjes van lentegroente
– Aardbeien
- Chocoladecake met rode biet (uit De Moestuin van Mme Zsazsa) Borgerhoutse rabarbertaart (makkelijker voor grote hoeveelheden)

Tips voor Tuinfeesten Allerhande

- Zelf houd ik praktisch nooit een barbecue, ik heb niet eens een barbecuestel. Een tafel met wat grotere en kleinere groentebereidingen op mooie schalen is mijn lekker rustige alternatief, en als ik meer actie wil, bouw ik een streetfoodkraampje met quesadilla’s of pizza.
– Vier het seizoen. Geef ik thuis een feestje, dan probeer ik met haast uitsluitend seizoensproducten te werken. Voor familiefeesten ben ik losser, maar het seizoen blijft de inspiratiebron, ook in de lente. Bloemkool, koolrabi, radijzen, erwten, spinazie, bietjes: het zijn geen traditionele communiefeestgroenten, maar je kunt er echt wel iets charmants mee maken.
– Let op variatie. Als je voor veel verschillende slaatjes gaat, vermijd dan dat je je groenten met telkens dezelfde smaken combineert: werk de ene af met geitenkaas, de andere met mozzarella, nog eentje met geroosterde noten, dan weer een met croutons en nog eentje met pijnboompitten en rozijnen. Laat de ene dressing smaken als een klassieke Franse vinaigrette, de andere wat fruitiger, nog eentje zoet-zuur en tot slot eentje Aziatisch. Werk nu eens met grassige olijfolie, dan eens met peperige olijfolie en gebruik ook eens notenolie. Varieer in de kruiden: heb je al een salade met veel basilicum, maak er dan een andere met veel bieslook. Enzovoort. Let erop, maar lig er niet van wakker: vijf salades met fetakaas zullen vast ook wel smaken.
– Ga je vegetarisch, zorg dan dat de slaatjes en lichte groentegerechten worden vergezeld door één steviger gerecht. Een ovenschotel zoals lasagne,
een stoofpot, frittata,iets in filodeeg, quiche…
– Let op de aanblik. Voor fijnzinnig dresseren heb ik niet het grafische talent, maar ik zorg er wel altijd voor dat mijn eten op mooie grote schalen ligt en dat ik er mooie kleurige dingen over strooi. In een platte schaal oogt eten vaak mooier dan in een diepe kom, en ik vind ronde schalen ook vaak dankbaarder dan langwerpige.
– Let op het stressniveau: je kunt één bereiding kiezen waar veel prutswerk of avontuur aan zit voor jou, maar combineer ze dan met gerechten die weinig tijdrovend zijn of die je intussen met je ogen dicht kunt maken. En je kunt één gerecht maken dat je helemaal op het laatste moment vers van het vuur serveert, maar combineer dat dan met zaken die je (grotendeels) op voorhand kunt bereiden. Uitstekende stressbrekers zijn deze gemarineerde venkel, deze bloemkool a la Catalana, een grote pot ratatouille of deze wortelsalade: ze worden er alleen maar lekkerder van als je ze een halve dag of langer op voorhand bereidt, en je hebt ze op het laatste moment alleen op smaak te brengen en af te werken met kruiden of kaas. Flapjes zijn veel werk, maar je kunt ze weken op voorhand maken  en in de diepvriezer bewaren, zodat ja ze op het feest zelf enkel nog te bakken hebt. Ook pickles kun je lang op voorhand maken en zeker bij barbecues of op picknicks zijn ze een plezier.
Veel gerechten maak je idealiter niet helemaal op voorhand, omdat dat hun smaak niet ten goede komt. Maar ook die zijn wel al grotendeels voor te bereiden. Rauwe salades snijd en meng ik bijvoorbeeld altijd zo kort mogelijk voor het eten, dat geeft een frisser resultaat. Maar ik maak wel op voorhand al hun dressing, rooster desnoods al wat noten of rasp al wat kaas.
– Wil je het allemaal informeler/goedkoper/makkelijker maken, geef dan een picknickfeest met lekkere broden, schapenkaas, kerstomaatjes, radijsjes en allerlei hummus-achtige dingen om het brood in te dippen.
– Let extra op hygiëne. Op feesten verblijft eten vaak wat langer buiten de koelkast voor het opgegeten wordt. Tegelijk zijn er haast op elk feest wel mensen die kwetsbaarder zijn voor voedselvergiftigingen: zwangere vrouwen, oudere mensen, kleine kinderen. Niks om neurotisch over te doen, maar wel een reden om alles extra goed te wassen en schoon te verwerken. Wees vooral streng voor alle blaadjes en kruiden die rauw op tafel komen: spoel ze drie keer in ruim koud water en zwier ze dan droog. Houd eten weg uit de zon, die komt de appetijtelijkheid toch al niet ten goede.
– Maar serveer niet alles koelkastkoud, want dat is echt niet lekker. Zeker als je gemarineerde groenten of dips serveert, zoals hummus of auberginesalade, haal je die beter even voor het serveren uit de koelkast, zodat ze op hun plooi kunnen komen.
– Gebruik bloemen als versiering. Oost-Indische kers, viooltjes, goudsbloemblaadjes… Feestelijk! Pluk ze op een niet-vervuilde plek en was ze voorzichtig door ze enkele keren onder te dompelen in koud water en daarna te laten uitlekken op een keukenhanddoek.
– Toelichting wordt geapprecieerd. Kook je graag met minder alledaagse ingrediënten, dan willen veel mensen wel even weten wat dat allemaal is. Als je niet het type bent dat graag een inleidende speech geeft bij het eten, schrijf het dan ergens op waar de gasten het kunnen lezen.
– Denk aan de kinderen. Maar sloof je daarvoor niet te veel uit, want meestal zitten de kinderen tegen etenstijd toch al vol chips en kaasblokjes. Zelf zorg ik doorgaans voor een mooie schaal radijzen of kerstomaatjes, en let ik erop dat er één salade is die niet te veel kindbeproevende smaken bevat. Soms maak ik op vraag van de kinderen gevulde eitjes, die dan ook altijd bij hun ouders een groot succes blijken. Best of the seventies.
– Of volg gewoon de feestmenu’s uit De Moestuin van Mme Zsazsa:

14111111280_b77b198617_o

14073196471_ba64e0403c_o
Tegenwoordig heb ik niet zoveel zin om zoete dingen te bakken, maar soms vraagt het leven nog weleens om taart. Of de rabarberplant naast onze schommel, die vraagt er ook om.
Gelukkig is er dit stressloze recept. Het begon als Haasroodse Appeltaart, het recept van Tante Bieke uit Haasrode. Ze maakte het weleens wanneer we met z’n allen op bezoek kwamen. Mijn moeder nam het recept mee naar huis en maakte er Olense Appeltaart van, en gaandeweg ook Olense Rabarbertaart of Olense Stekelbezentaart. Maar we spreken nog altijd over het pre-computertijdperk, dus als je het recept eenmaal voor appeltaart had getypt, ging je niet nog eens een versie voor stekelbezentaart typen.

13889783079_fd1dc4ed48_o
Ik kreeg het recept van mijn moeder en gebruik het vooral voor rabarber. Als ik van iemand veel rabarber krijg. Of als ik veel mensen rabarbertaart wil geven. Het is namelijk een recept voor een hele bakplaat tegelijk, al kun je het natuurlijk wel halveren.
Als je de proporties van het recept respecteert, ziet het er meer uit als een taart dan de foto hierboven suggereert. Het fruit ligt er mooi op. Maar ik heb geen bakvorm die precies een halve bakplaat groot is, dus als ik met een halve portie werk, gaat het allemaal in een wat kleinere vorm en wordt het een dikkere, meer cake-achtige taart, waarin het fruit wegzakt. Ook lekker.
Het verschil met een gewone cake is het verleidelijke glazuursausje. En het feit, uiteraard, dat het geen gewone cake is, maar Borgerhoutse/Olense/Haasroodse Rabarbertaart.

Rabarbertaart voor veel volk
Voor 1 bakplaat:
TAART:
500 g zelfrijzende bloem
350 g suiker
2 eieren
125 g gesmolten boter
3-4 lange stelen rabarber, in stukjes van een dikke centimeter
2 dl melk
GLAZUURSAUSJE:
60 g boter
3-4 el suiker (of nog eentje meer als je met heel zure rabarber te doen hebt – kwestie van proeven en soms een beetje gokken)
1 ei
1 dl melk
0,5 dl room

1. Verwarm de oven voor tot 180°. Bekleed een bakplaat met bakpapier en laat aan de kanten wat papier overhangen (dat zal je helpen om de taart uiteindelijk uit de vorm te krijgen).
2. Roer alle ingrediënten van de taart tot een glad mengsel. Strijk het uit op de bakplaat. Beleg het met de rabarber (dicht opeen leggen).
3. Bak de taart ongeveer een halfuur in het midden van de oven.
4. Roer de ingrediënten voor het sausje. Giet het over de taart. Steek de taart opnieuw in de oven, voor 5 tot 10 minuten, tot zich een korstje begint te vormen.

14028603172_12ba563c59_o

De gestoofde courgettes met boekweitnoedels die ik begin deze week al aankondigde, smaakten zo door en door goed dat ik dacht: ik maak er nog wat reclame voor. ‘t Is haast te simpel om een recept te zijn. Maar misschien zijn dat wel de beste recepten.
Boekweitnoedels hebben ook een hippere naam: sobanoedels. Je vindt ze in het Aziatische rek in de supermarkt, of in de biowinkel. Ze worden tegenwoordig populairder omdat veel mensen op zoek zijn naar alternatieven voor tarweproducten. Zelf verdraag ik tarwe goed, maar het lijkt me logisch dat het niet zo’n goed idee is om pakweg de helft van je dieet uit geraffineerde tarweproducten zoals licht brood en witte pasta te laten bestaan. Voeding wordt dan vulling en alles wordt saai.
Boekweit- of sobanoedels zijn in veel recepten een leuk alternatief voor spaghetti. Ze bevatten vaak nog voor de helft tarwe. Je vindt er ook die uitsluitend boekweit bevatten, maar die verpappen wel makkelijker wanneer je ze kookt.
De courgettes waren onze eerste van het jaar. In de tuin is het er nog veel te vroeg voor, maar in de kas van de bioboer kan het al, allicht met dank aan de snelle lente.

Gestoofde courgettes met boekweitnoedels
Per persoon:
1 sjalot/klein uitje
1 teen knoflook, gehakt
klein takje rozemarijn
1 courgette (een veeleer kleine), in duimdikke stukken (of een ander formaat waar je zin in hebt)
70 tot 100 g boekweitnoedels (naargelang de honger)
takje munt
Parmezaanse kaas of iets gelijkaardigs
olijfolie, (chili)peper, zout

1. Maak eerst het courgettestoofpotje. Fruit de ui in hete olijfolie, temper na een halve minuut het vuur, voeg de knoflook en de rozemarijn toe en laat alles een tiental minuten zacht worden.
2. Draai het vuur onder de ui weer open, voeg de courgette toe, roerbak alles een minuutje zodat de courgette hier en daar goudbruin kleurt. Strooi zout op de courgette, temper het vuur, dek de pan af en laat de courgettes boterzacht worden, in een kwartier tot een halfuur (ik heb graag courgettes die echt comateus gestoofd zijn en ga dus voor een halfuur).
3. Kook de noedels gaar volgens de instructies op de verpakking.
4. Schep de noedels door het courgettestoofpotje. Breng alles op smaak met peper, zout en misschien nog een scheutje lekkere olijfolie. Serveer het met parmezaan en gesnipperde munt.

Timing:
Je kunt het courgettestoofpotje gerust tot twee dagen op voorhand maken. Of langer op voorhand, en bewaren in de diepvriezer.

tomaten 1

Laatst kreeg ik een rondleiding in een van de grootste tomatenbedrijven van het land. Ik noem het een bedrijf, omdat boerderij echt een raar woord is voor een kas van meer dan tien hectare, waar niets anders groeit dan tomaten en waar onbemande karretjes computergestuurd van de oogst- naar de verpakkingsafdeling rijden.
Technologie in de landbouw wekt vaak huiver op. En het is romantischer tomaten te eten van een opaatje dat zijn zondagen met een transistorradio in zijn oude serre slijt, of van een tandeloze marktkramer in Toscane. Maar in die gigantische tomatenfabriek waren best interessante zaken vast te stellen. Dat er in moderne groentekassen niet meer met pesticiden wordt gewerkt, bijvoorbeeld. En dat hun verwarming veel energie kost, maar dat ze op haar beurt wel stroom produceert voor ons elektriciteitsnet (met dank aan een principe dat warmtekrachtkoppeling heet – had ik maar beter opgelet in de fysicales). De CO2 die daarbij vrijkomt, wordt de kas in geblazen, waar de planten hem gretig opnemen.
Slim. Al zou je natuurlijk ook kunnen besluiten dat je beter groenten eet waar helemaal geen verwarming voor nodig is. (Tomaten? Kom in augustus nog eens terug, mevrouw.) Dat vind ik een interessant dilemma: moeten we versoberen of moeten we onze luxe spaarzamer organiseren? Het eerste is efficiënter, maar misschien is de mens er niet voor geprogrammeerd.

Zo’n kijk achter de schermen van de voedingsindustrie, ik vind dat geweldig. Bovendien kreeg ik een hele bak tomaten mee naar huis. Gele, oranje, rode, grote en kleine. Ik ben tegenwoordig nogal fan van de kleine variëteiten. Ze moeten minder concurreren met de goedkope watertomaat, mogen dus wat duurder zijn en worden dus minder geselecteerd om hun productiviteit en meer om hun smaak. (Dat is hoe ik denk dat het in grote lijnen gaat bij het veredelen van een tomaat, maar eigenlijk is het natuurlijk ingewikkeld)

‘s Avonds probeerde ik zoveel mogelijk tomaten in één maaltijd te krijgen.

tomatenpanzanella

Tomatenpanzanella
(een afgeleide van deze salade)
half stokbrood, gesneden in schijfjes of kleinere stukken (naar wens)
350 g smaakvolle tomaatjes, de kleintjes gehalveerd, de grotere in dunne parten
1 sjalot, gesnipperd
1 tl rode wijnazijn
1/2 tl gedroogde oregano
1/2 teen knoflook, geperst
Takje verse basilicum
Enkele el gesnipperde bieslook
Olijfolie, peper, zout, citroen, parmezaan

1. Verwarm de oven voor tot 200°. Giet in een grote kom een bodempje olie en roer er wat peper en zout door. Schep de stukken brood in de kom en roer ze snel om, zodat elk stukje licht is ingesmeerd met olie. Spreid de stukjes uit op een bakplaat en laat ze goudbruin kleuren in de oven. De randen moeten krokant worden, maar binnenin mag het brood wat blijven veren.
2. Meng de sjalot, azijn, oregano, knoflook en een royale scheut olijfolie. Breng op smaak met meer olijfolie, peper en zout, en indien nodig wat citroensap. Meng de tomaten door deze dressing. Check nog eens de smaak en stuur bij indien nodig.Meng nu ook de croutons onder de tomaten.
3. Schep de salade in een schaal en schaaf er wat parmezaan over. Werk de salade af met bieslook en basilicum.

‘t Is ‘t weer voor koude soepjes. En ik heb er ineens twee voor u: eentje met komkommer en eentje met rode biet. Allebei zeer charmante intro’s op een hoogzomers etentje. Als bijgerecht werken ze ook goed. Maar ik eet ze vooral graag als tussendoortje op een warme namiddag. Voor de halsstarrige hongervlaag die rond vijf uur, half zes door mijn lijf trekt. (more…)

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 663 andere volgers