Info

Dorien Knockaert

Posts from the winter Category

blog 009

Voor zes uur ‘s avonds puur plantaardig eten. Daarna eten wat je wilt. Dat is de simpele vuistregel genaamd Vegan Before 6.
Klinkt halfslachtig?
Halfslachtigheid wordt soms onderschat, vind ik. Neem nu al die gevallen waarin een radicale verbetering niet wil lukken. Dat is een halfslachtige verbetering toch interessant.

Het is misschien toffer om uit te pakken met de goede voornemens die je moeiteloos waarmaakt. Al jaren geen vliegvakanties meer. Een jaar geen nieuwe kleren gekocht. Hoe dieptragisch voor mij dat ik alleen een kookblog heb en dus niet uitvoerig verslag kan uitbrengen van die successen. Hier zou ik alleen kunnen schrijven: goed nieuws over mijn ruggengraat: ik heb een halfjaar geen kaas gegeten! Alleen zou het niet waar zijn. Ik krijg het niet voor mekaar. Ik betwijfel of het wel te rijmen valt met mijn werk als culinair journalist, maar ook als ik pakweg pianiste zou zijn, dan zou het misschien niet lukken.

Dus voel ik mij aangesproken door het idee van Vegan Before 6. Het komt van Mark Bittman, die ook culinair journalist is, voor de New York Times. Hij heeft er een boekje over geschreven.
Mark Bittman koos zijn vuistregel nadat hij tot de orde was geroepen door zijn dokter, die te veel voortekenen zag van een hartkwaal. De dokter zei: word veganist. Bittman dacht: lukt nooit, met mijn werk (en mijn eetlust). Hij gooide het op een akkoordje met zichzelf: tot het avondeten alleen plantaardig, ongeraffineerd eten, daarna vrijheid (vegan and unprocessed before 6 dus, maar dat bekt minder goed). Het werkte voor hem. Hij viel af, werd fitter en leerde zichzelf een heleboel gezonde gewoonten aan, die na zes uur ‘s avonds niet zomaar verdwenen. Vegan Before 6 betekent namelijk niet dat je na zes uur zoveel mogelijk biefstuk in roomsaus moet eten.

Zelf probeerde ik het eind vorig jaar al een paar weken uit. Het was een plezierige uitdaging in de keuken en deed mij iets meer plannen, wat het evenwicht in ons eten doorgaans ten goede komt (zie ook: groentenabonnementen).
Daarna kwamen de feesten. Daarna had ik dringend een boek af te werken. Daarna ging ik drie weken op vakantie.
Nu begin ik opnieuw. Omdat het hier in mijn doordeweekse routine en kleine luie gewoontes nog wel een beetje plantaardiger en ongeraffineerder mag. De planeet draagt sinds mijn vakantie een paar kilo’s Dorien die op z’n vriendelijkst gezegd volstrekt misbaar zijn. Maar eigenlijk wil ik vooral de milieu-impact van mijn eten verkleinen.
Een gezond lijf op een gezonde planeet, dat ideaal. En voor morgen: een grote pot soep.

Witloofsoep met witte bonen
Voor een grote pot:
400 g gekookte witte bonen (ik kook ze graag zelf, maar je kunt ook blikbonen gebruiken)
2 kleine uien, gesnipperd
4 stronkjes witloof
ca. 1,5 l hete bouillon
zout, olijfolie
leuke extra voor de afwerking: een stronkje roodlof of radicchio

1. Verhit een laagje olie in een grote zware soeppot, roer er de uien door, temper het vuur en laat de uien zachtjes glazig worden terwijl je het witloof in dunne reepjes snijdt (de harde kern kun je ook gerbruiken). In dit stadium kun je ook wat tijm, rozemarijn, gerookt paprikapoeder of nog iets anders toevoegen aan de uien, maar als je goede bouillon hebt, is het niet nodig, vind ik.
2. Draai het vuur heter en roer het witloof door de uien. Temper na een halve minuut het vuur weer en laat de groenten samen minstens tien minuten garen, terwijl je af en toe roert. Proef van het witloof: als het lekker gaar is en een beetje zoet begint te smaken, voeg dan de bouillon en de bonen toe.
3. Breng de soep weer even naar het kookpunt. Laat hem minstens enkele minuten sudderen. Breng hem op smaak. Klaar.

Kool is geweldig. Nu ik een jaar heb mogen rondhangen in de moestuin van Kim, vind ik dat eens te meer. Zelfs nu, nadat de kolen allang geoogst zijn en haast niets in de moestuin nog productief is. Nu zijn de koolplanten misschien wel op hun best. Ze maken slanke scheuten aan met kleine bloemetjes en mals gebladerte. Heerlijk. Kim liet me proeven, het is als snoep. In dit bericht vertelt ze er alles over.
‘Hebt ge geen recept voor mijn broccolibloemetjes?’ had ze eerder vorige week gevraagd. ‘Ik zou maccaroni willen maken.’
Dus zei ik: fruit wat uien in veel paprikapoeder en chili, voeg tomatenpuree toe, roer er kleine broccoliroosjes door, schep dat door uw gekookte maccaroni, overgiet alles met kaassaus, strooi er nog wat extra kaas op en steek het in de oven. Niet dat ik dat ooit zelf al gedaan had, het leek gewoon iets wat niet kon mislukken.
Maar toen proefde ik de roosjes op hun slanke scheuten in haar tuin en wist ik dat er meer in zat, sterrendom. Kaaskorsten waren hier niet aan de orde. Ik kreeg er een hele zak van mee en roerde ze door een licht gekruide spaghetti carbonara. Intussen al twee keer, dat heb je met gerechten die goed smaken én vliegensvlug klaar zijn.
Werkt het ook met gewone broccoli uit de winkel? Ja, als je alles heel klein snijdt, op het eind een paar handen rucola toevoegt en je tevreden stelt met iets wat enigszins doordeweeks blijft. Niks mis mee, met doordeweeksheid, oh nee. Maar probeer toch eens aan zulke scheuten te raken. Feest.

13386490553_bb61a5a799_o

Spaghetti carbonara met broccoli- en koolscheuten
Voor twee zeer hongerige mensen:
250 g spaghetti
2 sjalotten of 1 kleine ui, gesnipperd
2 teentjes knoflook, geschild maar niet gesneden
ca. 1/2 koffielepel gerookt paprikapoeder (pimenton de la vera)
ca. 1/2 koffielepel gewoon paprikapoeder
snuf tijm
snufje chilivlokken of – poeder
1 koffielepel tomatenpuree
350 g kool- en broccolischeuten, deels steeltjes, deels bloemetjes, deels loof
2 eieren, losgeklopt
40 g parmezaanse kaas, fijngeraspt
olijfolie, peper, zout

1. Bereid eerst de groenten voor. Was de scheuten en maak de bloemetjes en de blaadjes los van de stelen. Houd ze, elk apart, opzij en hak de kaalgeplukte stelen in kleine stukjes. Snijd het loof in grote snippers.
2. Breng een grote pot water aan de kook, voeg royaal zout toe en kook de spaghetti erin gaar.
3. Fruit intussen in een andere hete, wijde pan de sjalotten in olijfolie, samen met het paprikapoeder, de tijm, de chili, de knoflook en een snuf zout. Temper het vuur en laat ze minstens 5 minuten garen en smaak ontwikkelen. Voeg de tomatenpuree toe en laat alles samen nog eens 5 minuten verder garen.
4. Voeg de gehakte stelen en bloemetjes van de kool en de broccoli toe. Draai het vuur weet wat heter en dek de pan af met een deksel, zodat de bloemetjes beginnen te garen in hun eigen stoom.
5. Als de spaghetti bijna gaar is, schep je hem op de bloemetjes, samen met enkele pollepels van het kookvocht. Leg daarop het loof. Dek de pan af en laat alles nog heel even doorgaren – minder dan een halve minuut – tot de bloemetjes beetgaar zijn en het loof net geslonken is.
6. Roer de kaas door de eieren en roer dat mengsel door de spaghetti. Breng op smaak met peper en eventueel nog wat zout. Druppel er voor het serveren nog wat van je lekkerste olijfolie over.

12278067935_b20aba1893_o

Ik ken iemand die elke morgen een glas boerenkoolsap drinkt. ‘Even verkwikkend als koffie!’ zegt ze. Jullie kennen haar ook, het is Gwyneth Paltrow. Ooit was ze de actrice die zo teer kon smachten in Britse kostuumdrama’s. Nu is ze de dieetgoeroe van de boerenkool. En ze is niet eens de enige. In een constante staat van detox surft ze mee op de boerenkoolgolf die van LA naar New York rolde, doorreisde naar Londen en – enigszins aangelengd met ordinair regenwater – ook het Europese continent heeft bereikt.
Dat wil zeggen dat je nu ook in het Nederlands recepten vindt voor mojito met boerenkool, chips van boerenkool of smoothies van boerenkool en bosbes. En ook: dat je zelfs in de supermarkt weer boerenkool kunt kopen. Mooi zo.
Eigenlijk is er wat taalverwarring in het spel. Kale, het ontbijt van Paltrow en al haar Engelstalige volgelingen, betekent niet per se boerenkool, het betekent bladkool: kool die losse bladeren vormt aan een opschietend stammetje. De krullerige boerenkool is maar één variëteit, en voor veel hippe fitnessslaatjes is ze niet de meest geschikte. Soms ben je beter af met een gladder type, of met de pikdonkere, langgerekte bladeren van palmkool – de soort die in Italiaanse kookboeken cavolo nero heet. Dankbare moestuingroenten, maar wie aangewezen is op de winkel, moet het met boerenkool doen.
Dus ging ik met twee grote zakken boerenkool op zoek naar mijn innerlijke Gwyneth. Eerst maakte ik soep van kruidige bouillon, selderij, fijne speltpasta en boerenkoolsnippers. Verrassend goed. Daarna volgde een salade van quinoa, fijngehakte boerenkool, bosuitjes, appel, geroosterde walnoten, haloumi en citroenschil. Best oké, maar te streverig.
Uiteindelijk kwam het zondagavondeten dan toch maar gewoon uit de Groentebijbel van de Nederlandse Mari Maris. Een bijbel. Elke mode legt het boek naast zich neer, maar er staan wel vijftien bladkoolrecepten in. Maris heeft niet eens stamppot met rookworst nodig om elke detox volledig om zeep te helpen. Bladkool is in Europa zo oud als de straat, dat is waar haar recepten ons aan herinneren. Het is hier al van voor de Kelten, en Plinius en Dioscorides waren Gwyneth Paltrow als koolgoeroes der oudheid ver voor.
Ik kies voor ‘in tomaat gesmoorde boerenkool’ en bouw die uit tot een pastagerecht. Boers lekker.

Orecchiette met boerenkool en tomaat
Voor 4 personen:
300 g orecchiette (of andere pasta)
1 ui, gesnipperd
2-3 tenen knoflook, gehakt
Enkele el kappertjes, uitgelekt
8 ansjovisfilets (uit blik/pot)
600 g boerenkool, gewassen
400 g bliktomaten
Parmezaanse kaas, olijfolie
Chilivlokken, zout, peper
Balsamicoazijn

1. Verhit een grote pan, giet er een laagje olijfolie in, roer de ui erdoor, temper het vuur en fruit de ui glazig. Voeg na ongeveer een minuut de knoflook toe, de kappers, de ansjovis, een snuf zout en chilivlokken.
2. Maak intussen de kool klaar. Rits de bladeren van hun steeltjes, hak de steeltjes fijn en voeg de steeltjes toe aan de uien. Snipper de bladeren fijn en voeg ook die toe. Roer alles om op een zacht vuur.
3. Voeg, zodra de kool slinkt, de tomaten toe. Breng aan de kook, temper het vuur en laat nog vijf minuten sudderen.
4. Breng een grote pot water met zout aan de kook en kook de orecchiette gaar.
5. Roer de pasta onder de groenten. Breng op smaak met zout, peper, geraspte parmezaan, olijfolie en balsamicoazijn.

(Dit stukje en recept verschenen eerder in mijn rubriek De Keukenprinses in De Standaard Magazine)

13337386733_ff91900a10_o
Kim had in haar tuin: broccoli, prei, snijbiet, schorseneren, ui en aardperen.
We kregen in die tuin een journalist op bezoek, die geen zuivel at.
Dus maakte ik zuivelvrije risotto met schorseneren en in de oven gestoofde prei. Een combinatie waar ik redelijk enthousiast over ben.
Snel een paar tips:
- Omdat ik geen kaas toevoegde, zocht ik iets anders wat een zoute smaakkick kon geven. Het werd een restje kleingesneden in zoutkorst gegaarde knolselderij dat nog in mijn diepvriezer zat. Supertip, al zeg ik het zelf. Het loont echt de moeite om af en toe een knolselder in zoutkorst te bakken en in kleine porties in te vriezen – niet alleen om hem als smaakmaker in risotto te gebruiken, maar ook voor groentetaarten, lasagne, soep, bouillon en stoofpotten.
- Ik ben totaal verslingerd geraakt aan in de oven gegaarde prei. Al was het even zoeken om de goede aanpak te vinden, want als je prei onafgedekt in de oven steekt, haal je niet het beste in de groente boven. Dek de ovenschaal dus af met een deksel of folie, en voeg royaal olie en zout toe. En een stukje citroen – hemels.
- De schorseneren en de knolselderij kookte ik mee met de rijst, en ik nam me voor om hem volgende keer extra fijn te snijden, zodat ze echt opgaan in de rijststructuur. Het zijn groenten die zich goed lenen om de rol van de rijst in risotto deels over te nemen, waardoor je een risotto krijgt met een interessantere voedingswaarde: meer groenten, minder geraffineerde koolhydraten. Als het ook nog eens lekker is, is dat mooi meegenomen.
- Omdat ik geen zelfgemaakte bouillon had staan, werkte ik met bouillon uit een potje (Morga is oké, vind ik). Ik kookte in de bouillon wel een paar schorseneren toe die te sterk vertakt waren om ze deftig te kunnen verwerken tot iets anders – uiteraard pas nadat ik ze grondig had schoongeschrobd. Schorseneren zijn geweldige smaakmakers in bouillon.
- Als je risotto maakt, breng je bouillon dan aan de kook voor je hem toevoegt, zodat de rijst niet afkoelt door de bouillon. Maak de bouillon iets minder sterk van smaak dan je het eindresultaat wilt hebben: hij zal immers nog inkoken in de risottopan.

13333236013_467f6c2285_o(1)

Risotto met schorseneren en in de oven gestoofde prei
Hoofdgerecht voor 3, uit de losse pols:
3 stevige preistengels (winkelformaat) of een gelijk volume kleintjes
vingerdik partje citroen (met schoongemaakte schil)
2 sjalotten of een kleine ui, gesnipperd
halve koffielepel gerookt paprikapoeder (pimenton de la vera, verkrijgbaar bij Gekruid.be en bij Dille & Kamille)
enkele takjes tijm of een halve koffielepel gedroogde tijm
1 mok risottorijst (goeie 150 g)
1/2 glas witte wijn of rosé (ik gebruik meestal een restje van een fles die al te lang open is)
klein koffiekopje fijngesneden knolselderij (bij voorkeur in zoutkorst gegaarde knolselderij, volgens dit recept, en anders gewone – gebruik dan wat meer gerookt paprikapoeder en tijm)
ca. 1 l ietwat flauwe groentebouillon
300 – 400 g schorseneren, geschrobd, geschild en klein gesneden (leg geschilde schorseneren klaar ijskoud water met een scheutje azijn, zo verkleuren ze niet te veel)
olijfolie, peper, zout

1. Verwarm de oven voor tot 180°. Verwijder de donkergroene stukken van de prei (die kun je later nog verwerken in soep of bouillon). Snijd de preistelen in de lengte open en spoel ze grondig uit, tot al het zand weg is. Snijd ze in duimlange stukken en schik die naast elkaar in een ovenschaal, met in het midden het citroenpartje. Giet er royaal olijfolie over en strooi er wat zout op. Dek de ovenschaal af met een deksel of aluminiumfolie. Zet ze in de oven voor ongeveer een uur. Schep de prei na een halfuur even om. De bedoeling is dat de prei door en door zacht wordt, en hier en daar bruint, maar zeker niet uitdroogt.
2. Maak intussen de risotto. Fruit de ui in een grote, stevige pot of pan in olijfolie. Voeg meteen het gerookt paprikapoeder, de tijm en een snuf zout toe. Temper het vuur en laat de uien en kruiden minstens vijf minuten garen en smaak ontwikkelen (ik laat ze altijd langer garen en maak intussen de rest van de groenten schoon). Breng in een kleinere pot of pan de bouillon aan de kook.
3. Draai het vuur weer wat heter en voeg de rijst toe aan de uien. Schep hem enkele minuten om, tot hij heet is. Giet er de wijn op (dit mag lekker sissen). Roer er de schorseneren en de knolselderij door.
4. Voeg enkele scheppen hete bouillon toe en roer hem door de rijst. Als de rijst al het vocht heeft opgenomen, voeg je weer een paar scheppen toe. Enzovoort, tot de rijst beetgaar is (of volledig zacht, als je dat liever hebt).
5. Breng de risotto op smaak met peper en zout. Schik er de prei op en druppel er wat van de citroenolie op waarin de prei gegaard is.

5 currykerst

Soms overtreft onze diersoort zichzelf even. Bijvoorbeeld wanneer spontane onbaatzuchtige initiatiefjes plots tot een heleboel andere onbaatzuchtige initiatiefjes inspireren, en er een sneeuwbaleffect van solidariteit en slimheid ontstaat. Enthousiast dat ik dan word (en een beetje melig, dat ook). Dus zette ik geld in op vier acties van Tombola 12-12 en werd ik geloot voor één daarvan. Goede deal. Het was een Indiaas etentje. Kun je iets beters winnen?
De gastvrouw was bovendien Natalie Lycops, een vormgeefster/keukenprinses die haar hart verloren heeft in India en van wie we dus qua currykunsten nog iets kunnen leren. Ze is zo lief om ons haar recept voor aloo ghobi te geven, letterlijk: aardappelen met bloemkool (de uitspraak is iets als ‘áloe góbi’). Je vindt het helemaal onderaan.
Ik geef ook even het hele menu mee, want het is de tijd van het jaar dat we menu’s plannen:

Papadums & chutneys (knapperig platbrood met sausjes)
-
Zachte Indiase kaas in currysaus (shahi panir, geïnspireerd op dit recept)
Aardappel-bloemkoolcurry (aloo ghobi)
Kikkererwtencurry (chana masala)
Kruidige linzen met hardgekookt ei (dal)
Basmatirijst
Komkommerraita
Korianderchutney
Rauwkostsalade
-
Kheer (rijstpap met specerijen en nootjes)

11288673916_532dc94e14_o
Extra plezierig aan zo’n tombola-etentje is dat je niet weet bij wie je aan tafel zult zitten. Alleszins deelden we een zeker enthousiasme voor goede-doelentombola’s en vegetarisch Indiaas eten, ik vond het dan ook allemaal fijne mensen. Tegenover mij aan tafel zat niemand minder dan de hoofdredactrice van Flair, en zij verloot nu op haar beurt zo’n etentje, ten voordele van de slachtoffers van de tyfoon Haiyan. Vegetarisch en geïnspireerd door de befaamde kooklessen van Mies Meulders. Ik heb meteen een lotje gekocht en hoop van u hetzelfde, dan komen we elkaar daar misschien tegen.

Een Indiase tafel is werkelijk een heel goed idee voor feesten, zeker als je veel volk te eten moet geven, want je kunt praktisch alles (ver) op voorhand maken. Het hoeft ook helemaal niet pikant te zijn en uiteraard moet je niet authentiek Indiaas kunnen koken. Ik vind het zelfs bijzonder fijn om altijd wat bastaardinvloeden op mijn currytafels te smokkelen. Zo zette ik afgelopen weekend, voor een ander goed doel, deze combinatie op tafel:

Pompoenpilav (volgens dit recept)
Feestcurry van pastinaak, winterwortel en peterseliewortel
Romige linzen (‘dal makhani’ uit het hoofdstuk ‘Currykerst’ in Goed Eten)
Geroosterde sjalot met sinaasappelzeste (dank u, Orangette!)
Carpaccio van rode biet met komijndressing
Appelchutney (volgens dit recept)

Honderd procent Belgische wintergroenten, maar met veel warme Indiaas-Perzische kruidigheid.

Aardappel-bloemkoolcurry van Natalie

11288711934_98b8e9d727_o

Ingrediënten (voor 4 personen als het een hoofdgerecht is, voor 6-7 porties als deel van veel gerechten):
1 medium bloemkool
4 medium aardappelen
4 rode tomaten
5 teentjes look
1 ajuin
1 rode chili
Verse kurkuma (in de biowinkel): ongeveer 2 cm (wat meer kan zeker geen kwaad)
Verse gember, ongeveer 2 cm.
5-tal takjes verse koriander
2 eetlepels zonnebloemolie
natriumbicarbonaat/zout
DROGE KRUIDEN:
• 1/2 koffielepel komijnzaad
• 2 koffielepel korianderpoeder
• 1 koffielepel komijnpoeder
• 1 koffielepel garam masala

1. Snijd de bloemkool in kleine roosjes. Breng voldoende water aan de kook (voeg een snuifje natriumbicarbonaat of zout om het water sneller aan de kook te brengen) en kook de bloemkool beetgaar.
2. Schil de aardappelen, snijd ze in blokjes van ongeveer 2x2cm (komt niet zo nauw). Kook ze beetgaar in water met wat natriumbicarbonaat of zout.
3. Snijd de tomaten fijn in blokjes.
4. Snijd de ajuin fijn.
5. Snijd chili, look, gember en verse kurkuma fijn en plet die dan in een vijzel met een beetje water zodat het een dikke pasta wordt (de structuur mag nog ruw zijn).
6. Warm de olie op in een diepe anti-aanbakpan (liefst ecologisch zoals greenpan) op een medium vuur. Laat hem niet te heet worden, want dan ga je frituren. Doe de komijnzaadjes in de warme olie, laat ze een 2-tal minuutjes sissen tot het aroma vrijkomt. Laat ze niet aanbranden! Doe de ajuin erbij en laat ze op een medium vuur sudderen tot de ajuin glazig wordt. Let erop dat de ajuin niet aanbrandt of bruin wordt. Als de ajuin glazig is, doe de gember-kurkuma-look-chili-pasta erbij, roer regelmatig terwijl je alles laat sudderen.
7. Als je merkt dat de olie zich losmaakt van het mengsel (na 5-tal minuutjes ongeveer), dan voeg je de tomaten toe. Als de olie zich opnieuw begint te scheiden van het tomatenmengsel (na 7-10 minuten), voeg dan alle droge kruiden toe en roer ze goed onder de saus. Laat nog een paar minuutjes sudderen en dan mogen de bloemkoolroosjes en aardappelblokjes en zout erbij. Nog een 5-tal minuten sudderen, neem dan van het vuur, strooi er de verse blaadjes koriander erop en serveer met rijst, naan of chapati (of alledrie!).

Extra tips van Natalie:
- In de winter, als de tomaten weinig smaak en kleur hebben kan je eventueel half verse tomaten/half tomatenpassata gebruiken. Volledig met passata vind ik dan weer een te geconcentreerde smaak.
- Verse kurkuma vind je meestal in de biowinkel. Het is niet alleen smaakvol én een superfood, het is ook een erg geconcentreerde kleurstof. Tenzij oranje je favoriete kleur is, leg je best een krant op je aanrecht, onder je snijplank en vijzel, en draag je een schort. De kurkumavlekken zijn moeilijk te verwijderen. Je vingers en nagels gaan ook helemaal oranje-geel zijn, maar dit gaat nog relatief gemakkelijk weg door een partje verse citroen erover te wrijven.
Zie je dat gedoe niet zitten? Geen probleem: gebruik dan gewoon de poedervorm. 2 koffielepels poederkurkuma voor ongeveer 2 cm verse.
- Heb je geen vijzel of geen zin in al dat geplet, snij dan de vijzelingrediënten heel erg fijn. Dat werkt ook prima.
- Zout kan je vervangen door natriumbicarbonaat en omgekeerd.
- Garam masala betekent letterlijk ‘hete mix’. Het is een mix van Indiase kruiden die het nogal, ja hoor, spicy maken. Je vindt dit ondertussen in de meeste supermarkten, zeker in de biosupermarkten of exotische winkels. Het zit vaak in een kartonnen doosje verpakt.
- Vind je het allemaal nog niet spicy genoeg of staat je mond hiervan al in vuur en vlam, varieer dan met de garam masala en/of verse chili.

De foto helemaal bovenaan komt uit Goed Eten en is gemaakt door Ivan Put.

pastinaakmuffins

In het Grote Groentenrijk zijn er twee soorten waar ik nog vriendschap mee moet sluiten. Er is de broccoli, die ik associeer met prakkerige kantinekost en kleuterpap. En er is de pastinaak. Dat is een heel ander verhaal. Pastinaken zijn van adel. Maar ze zijn ook zoet, met een houtige bijsmaak, soms wat vezelig… Nee, het lukte me tot nu toe niet om er iets mee te maken dat met een andere groente niet lekkerder zou zijn.
Ik bleef natuurlijk wel proberen. En kijk, laatst kwam ik in een kookboek een feestelijke pastinaaktaart met slagroom tegen. Dat ging me wat ver, maar muffins zag ik wel zitten. (more…)

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 513 andere volgers