Info

Dorien Knockaert

Posts from the vegan Category

Schermafbeelding 2014-10-26 om 23.50.57

Ongeveer een maand geleden nam ik me voor om in oktober eens extra op voedselverspilling te letten: minder eetbaars weggooien, minder restjes laten verpieteren in de koelkast ook. De inspiratie daarvoor kwam van de mensen van 11.11.11, die er dit jaar hun hele campagne aan gewijd hebben (de bijbehorende petitie, die een resolutere politieke aanpak van het probleem vraagt, kun je nog altijd hier kracht bijzetten, en als je dan ook nog eens de bijbehorende pagina liket, kun je De Moestuin van Mme Zsazsa winnen). Dit is mijn laatste bericht in de restjesreeks, en het is volledig gewijd aan jullie verzoeken hartenkreten op de facebookpagina van deze blog. Extra tips zijn meer dan welkom in de commentaren.

Help, er zitten altijd twee wraps/pitabroodjes te veel in een pak! Hoe vermijd ik dat die uiteindelijk beschimmeld in de vuilnisbak belanden?

Geen nood, je kunt ze invriezen (dat heb ik al gedaan met pitabrood en ik vermoed dat het met wraps ook wel kan).
Maar je kunt er ook zuiderse croutons van maken. Snipper het platbrood in stukjes en verspreid ze over een royaal geoliede bakplaat. Schep ze enkele keren om, zodat de olie verdeeld raakt over het brood. Bak ze knapperig in de oven (ongeveer 10 minuten, afhankelijk van je oven). Strooi er zout op en kruiden naar keuze ( sesam, tijmpoeder, chilipeper, sumac, zaatar…).
Frituren kan ook. Dat geeft een veel vetter resultaat, maar ik durf het weleens zo te doen als ik ze gebruik voor een salade waar ik dan voorts geen olie aan toevoeg.
Platbroodcroutons worden in de Midden-Oosterse keuken gebruikt voor onder meer fattouche (salade van komkommer, tomaat en verse kruiden) en in allerlei warme bereidingen (fatteh). Van harte aanbevolen.

Van een potje mascarpone, zure room of ricotta heb je altijd maar de helft nodig.

Van de overige helft kun je natuurlijk heel makkelijk lekker broodbeleg maken door kruiden en/of fijngehakte olijven of gedroogde tomaten toe te voegen. Maar ik moet toegeven dat ik mij daar ook nooit toe geroepen voel, want ik eet niet zo graag boterhammen met smeerbare dingen.
Wel vind ik zo’n half bakje mascarpone perfect om een paar ovenaardappels mee te vullen. Roer er kruiden, selderij, zongedroogde tomaten, olijven, kappers… door en je krijgt zelfs in putje winter een barbecuesfeertje.
Gevulde ovenaardappel
Per persoon:
1 grote aardappel
2 flinke el mascarpone
2 el peterselie
1 el fijngehakte halfgedroogde (‘gekonfijte’) tomaat
1 stengel selderij, fijngehakt
1/2 teentje knoflook of 1 el gehakte bieslook
1 mespunt paprikapoeder, het best gerookt paprikapoeder (pimenton de la vera, zie o.a. http://www.gekruid.be
Cayennepeper, zout
Grof zout
Zilverpapier
Bereiding:
1. Verwarm de oven voor tot 220 °C. Was de aardappel en wikkel hem nat in een stukje zilverpapier met een lepel grof zout. Leg hem in de oven en laat hem in 20 tot 35 minuten garen (afhankelijk van het formaat en van je oven).
2. Meng alle andere ingrediënten tot een smakelijk sausje. Snijd de gare aardappel open en schep er de saus in.

Alstublieft, meer ideeën voor oud brood en pistolets!

Is je brood uitgedroogd, maar nog niet kurkdroog? Maak er dan croutons van: snijd het brood in blokjes of pluk het in plukken, verdeel een scheut olie met wat peper en zout over een schone bakplaat, schep het brood op de bakplaat wat om en om, laat het in een oven van 200° licht bruinen maar niet volledig uitdrogen. Dit soort niet-al-te-vette croutons zijn prima voor de soep of voor een broodsalade, en ze blijven lang goed als je ze eerst helemaal laat afkoelen en dan in een goed afgesloten bewaardoos steekt. Wil je gebakken broodkruim om in plaats van kaas over een pastagerecht te strooien, pluk het dan kleiner en bak het in de pan in een royale scheut olie, en kruid het stevig.
Kleine beetjes halfdroog brood zijn ook prima geschikt om soep te dikken: eerst laten weken in water of melk en daarna meemixen met de soep.
Is je brood kurkdroog, maal het dan in een keukenmachine tot paneermeel om later te gebruiken op bijvoorbeeld een ovenschotel of in zelfgerolde gehakt- of linzenballetjes. Als je geen keukenmachine hebt, kun je het brood in een zak steken en er met een deegrol op tekeergaan tot het vermalen is.
Broodpudding wekt vaak gemengde gevoelens op, ik vermoed dat er in de jaren tachtig een wat klef broodpuddingrecept in Ons Kookboek gestaan heeft of zo. Maar ik heb al gesofisticeerde broodpudding met chocolade gemaakt, en zelfs hartige met stokbrood en prei.
Als je daar allemaal geen tijd voor hebt, kun je je brood invriezen en later ontdooien als je eens croutons wilt. Dat valt dan nog prima te fiksen.
Voorkomen is beter dan genezen. Zelf heb ik ondanks mijn slecht georganiseerde huishouden eigenlijk heel weinig broodoverschotten, en ik denk dat dat komt doordat wij meestal ongesneden brood kopen. Ongesneden blijven de meeste broden smakelijk tot je ze op hebt. Broden die met desem gebakken zijn, of broden met heel vast kruim houden het in gesneden toestand ook best lang uit.

Elke kool is ons te groot. Wat doen we met de tweede helft?

Aha, de wegkwijnende halve kool, een bekend fenomeen.
Wat je eerst en vooral moet weten is dat zo’n halve kool eigenlijk nog wel best lang eetbaar blijft in de koelkast, als je hem tenminste netjes inpakt in plasticfolie. Er komen gijze spikkels op het snijvlak, maar dat is oxidatie, geen schimmel (welja, het kan in principe ook schimmel zijn, maar meestal, als het gaat om droge grijze puntjes, is het oxidatie, zoals een aangesneden appel ook bruin kleurt). Schaaf ongeveer een halve centimeter van dan snijvlak en je hebt weer een appetijtelijk half kooltje.
Goed, wat doe je daar dan mee?
Stel dat je met de eerste helft al koolsla hebt gemaakt en gestoofde kool met boter voor bij de worst. Dan kun je de tweede helft nog gebruiken voor iets originelers! Zoals lauwwarme rodekoolsalade, spaghetti met wittekool, spitskool of savooi (en broodkruim!), pasta met boerenkool, minestrone met eender welke kool of savooigalette met paddenstoelen.
dsmreceptdorien
Maar ook voor wie zijn kool gewoon snel van de baan wil, heeft het menselijke vernuft al een oplossing voortgebracht. Zuurkool! Vergeet alle muffe associaties met Duitse bierhuizen en vettige kost. Zuurkool is heerlijk op een boterham met charcuterie, het is lekker in soep, het is lekker op pizza, het is perfect in stamppot. En het blijft een eeuwigheid goed in de koelkast. Zuurkool maak je zo: rasp de kool, meng er zout door tot hij net niet te zout is om te eten, kneed hem een beetje zodat hij sap loslaat en steek hem in een glazen pot die precies groot genoeg is. Goed aanduwen, zodat de kool onderstaat in eigen nat. Deksel erop, dan wegzetten op een schoteltje, op een rustig plekje in de keuken (kamertemperatuur is prima). De kool zal gaandeweg beginnen te borrelen en fermenteren. Na ongeveer een week heeft ze een lichtzure smaak, na twee weken is ze nog wat zuurder. Wanneer de smaak je bevalt, zet je de kool in de koelkast om het fermentatieproces te stoppen.
Voorkomen is beter dan genezen. Koop spitskool in plaats van gewone wittekool, die is doorgaans kleiner en ook malser.

Ik krijg mijn bos lente-uitjes nooit op.

Een bosje is vaak te veel voor één recept-met-lente-uitjes. Daarna komt het er vooral op aan om de uitjes niet te vergeten. Aan toepassingen geen gebrek: gebruik ze in plaats van uien om te fruiten, strooi ze fijngehakt over de soep, de rijst of de salade, of snijd ze overlangs in repen en leg ze tussen een boterham met kaas.

Wij hebben de neiging onze appels te verwaarlozen. En dan zijn ze ineens verrimpeld.

Verrimpelde appels of andere appels die bij gebrek aan verleidingskracht blijven liggen, zijn nog prima om te bakken. Snel met wat boter in een pannetje, en dan simpelweg opeten bij de maaltijd, als ontbijt of als tussendoortje. Als ik veel appels heb, snijd ik ze in achtsten en verwijde ik het klokhuis (schillen hoeft niet), vul ik er een bakplaat mee, strooi ik er wat kaneel over en hier en daar een klontje boter, en bak ik alles en dik halfuur in de oven (180°). Het resultaat kan makkelijk in kleine porties in de diepvriezer. En zo heb ik altijd in een handomdraai een lekker ontbijt (met yoghurt) of dessert.

En wat doe ik met een krop sla die begint te verwelken?

recept600
Als sla maar een beetje verwelkt is, kun je ze opfrissen door ze een bad te geven in ruim ijskoud water.
Maar voorkomen is hier echt wel beter dan genezen. Haal je een krop sla in huis, snijd de blaadjes dan meteen los, was ze zachthandig, zwier ze droog en berg ze op in een bewaardoos met onderaan en bovenaan een stuk keukenpapier of een schoon doekje. Bewaar ze in de koelkast. Zo gaan ze – afhankelijk van de slasoort – makkelijk drie dagen mee en zijn ze hapklaar, ook voor bij de boterham. Ben je het beu om rauwe sla te eten, dan kun je ook stamppot maken met sla, of risotto, of slablaadjes door een pan in boter gesauteerde erwtjes roeren (voeg de sla altijd pas helemaal op het eind toe aan warme bereidingen, zodat ze knapperigheid behoudt).

Een restje gekookte pasta heeft weinig sexappeal…

Dat is zo. Maar als je het met een overschotje saus of wat koelkastpesto erdoor bewaart, is het al veel aantrekkelijker om de volgende dag als middagmaal te eten, of tegen de honger van half-zes-‘s avonds-als-het-avondeten-nog-niet-klaar-is. Een restje pasta-pesto doet het ook prima in een frittata. Heb je echt alleen naakte pasta, voeg hem dan toe aan de soep of aan een bonenstoofpot.
Eigenlijk heb ik nooit naakte pasta over, ik zet de pasta altijd met saus erdoor op tafel. Dus ik weet het hier even niet zo goed.

… een overschotje gekookte aardappelen evenmin.

Ah nee, maar je kunt er wel gebakken aardappelen van maken en wie vindt dat nu niet gezellig? Heb je niet genoeg gebakken aardappelen om er een hele maaltijd rond te bouwen, maak er dan een tapa van, met wat tomatensaus en/of paprikapoeder (en noem het resultaat patatas bravas).
Kleine overschotjes aardappelen gaan ook makkelijk in de soep. Even meekoken en meemixen voor een zacht smakende, gebonden soep. Of niet meemixen, als je graag iets in de soep hebt om op te bijten.
Origineler maar ook meer werk zijn aardappelkoekjes. Aardappelkoekjes kun je met de meest uiteenlopende toevoegingen maken, zolang je mengsel een stevig prakje blijft en niet te lopend of brokkelig wordt. Een visrestje is heerlijk in een aardappelkoekje. Het handige aan gedroogd eekhoorntjesbrood is dat je het altijd in huis kunt hebben.
koekjes
Aardappelkoekjes met eekhoorntjesbrood
Per persoon:
15 g gedroogd eekhoorntjesbrood (of 100 g fijngehakte gebakken paddenstoelen of een visrestje of een groenterestje)
1/2 teentje knoflook
1 klein sjalotje, gesnipperd
100 g aardappelen, tot 2 dagen oud
1 el geraspte parmezaan
4 olijven, grof gehakt
2 el peterselie
1 tl gedroogde dragon
Peper
1 el grof broodkruim (oud brood even roosteren en in de keukenmachine of onder een deegrol verkruimelen)
Arachideolie
Voor het sausje:
1 el mayonaise
1 el gehakte peterselie
1 el kappertjes
Bereiding:
1. Leg het eekhoorntjesbrood in een soepkom en giet er kokend water op. Laat het een klein halfuurtje weken tot het zacht is. Giet het af en bewaar het vocht voor later, als bouillon voor een soep, een saus of een paddenstoelenrisotto. Hak het geweekte eekhoorntjesbrood met een mes of een molentje in kleine stukjes.
2. Bak in een pannetje de sjalot en de knoflook tot ze zacht zijn. Voeg het eekhoorntjesbrood toe, roerbak het een minuutje, haal de pan daarna van het vuur en voeg de dragon, de peterselie, de olijven en de kaas toe. Prak er de aardappelen bij en breng het mengsel op smaak met peper en zout.
3. Maak er met je handen koekjes van, wentel ze in broodkruim en bak ze in een flinke laag hete olie. Laat ze even uitlekken op een stukje keukenpapier.
4. Maak een sausje van de mayonaise, peterselie en kappertjes. Serveer het bij de aardappelkoekjes. Vul aan met een groen slaatje, bij voorkeur met pittige blaadjes zoals waterkers, platte peterselie of rucola.

Als ik eierdooiers gebruik, blijf ik met eiwitten zitten. En omgekeerd.

Schermafbeelding 2014-10-26 om 23.50.57Zelf heb ik vooral vaak een beetje eiwit over. Ik vries het telkens in, daar kunnen eiwitten namelijk prima tegen (een koekjesbakker vertelde me eens dat ze zelfs beter schuimen nadat ze ingevroren en weer ontdooid zijn). Als ik mijn voorraad wil opmaken, maak ik er het liefst financiers mee: lekker dense Franse cakejes met veel amandelen in. Dit recept uit de Backstage Kitchen is heel goed, en ik ben zot van de versie met matcha, groene poederthee (die je onder meer hier kunt kopen – duur maar zuinig in gebruik). Andere uitwegen voor eierdooiers zijn allerlei meringuegebak en macaron- of amaretti-achtige koekjes. Deze amandelkoekjes lijken me zeker het proberen waard.
Heb je eierdooiers over, dan kun je mayonaise maken (veel mensen maken dat met een heel ei, maar ik heb geleerd om het met alleen de dooiers te maken en dat lijkt beter te werken voor mij). Winkelmayonaise is lekker, maar zelfgemaakte, met een flinke lik mosterd, is nog veel lekkerder. Ook eierdooiers kun je invriezen en bijvoorbeeld later toevoegen aan een omelet of zelfs spiegeleieren, die er qua smaak alleen maar op vooruit kunnen gaan met wat extra dooier in de mix.

En dan zijn er nog mensen die hun daikon niet op krijgen.

Dit is vermoedelijk een zeer kleine bevolkingsgroep, maar omdat het zo’n makkelijk op te lossen probleem is, geef ik het toch even mee: rasp de daikon of schaaf hem in flinterdunne plakken. Roer er zoveel zout door tot het mengsel net niet oneetbaar zout is. Kneed het wat met je handen, zodat het sap vrijkomt. Schep alles in een glazen pot die net groot genoeg is. Goed aanduwen, zodat de daikon komt onder te staan in eigen vocht. Draai het deksel erop en zet de ergens op kamertemperatuur (ca. 20°C) waar hij niet in de weg staat, met een schoteltje eronder. Het mengsel zal beginnen te fermenteren en dat is precies wat we hier willen. Na één tot twee weken heb je lekkere gefermenteerde daikon voor op de boterham of bij rijstgerechten. Rauw is daikon trouwens ook heel lekker op de boterham, met wat olijfolie en zout.

 

Alle foto’s zijn van Ivan Put, en zijn oorspronkelijk gemaakt voor De Standaard Magazine.

blog 009

Voor zes uur ‘s avonds puur plantaardig eten. Daarna eten wat je wilt. Dat is de simpele vuistregel genaamd Vegan Before 6.
Klinkt halfslachtig?
Halfslachtigheid wordt soms onderschat, vind ik. Neem nu al die gevallen waarin een radicale verbetering niet wil lukken. Dat is een halfslachtige verbetering toch interessant.

Het is misschien toffer om uit te pakken met de goede voornemens die je moeiteloos waarmaakt. Al jaren geen vliegvakanties meer. Een jaar geen nieuwe kleren gekocht. Hoe dieptragisch voor mij dat ik alleen een kookblog heb en dus niet uitvoerig verslag kan uitbrengen van die successen. Hier zou ik alleen kunnen schrijven: goed nieuws over mijn ruggengraat: ik heb een halfjaar geen kaas gegeten! Alleen zou het niet waar zijn. Ik krijg het niet voor mekaar. Ik betwijfel of het wel te rijmen valt met mijn werk als culinair journalist, maar ook als ik pakweg pianiste zou zijn, dan zou het misschien niet lukken.

Dus voel ik mij aangesproken door het idee van Vegan Before 6. Het komt van Mark Bittman, die ook culinair journalist is, voor de New York Times. Hij heeft er een boekje over geschreven.
Mark Bittman koos zijn vuistregel nadat hij tot de orde was geroepen door zijn dokter, die te veel voortekenen zag van een hartkwaal. De dokter zei: word veganist. Bittman dacht: lukt nooit, met mijn werk (en mijn eetlust). Hij gooide het op een akkoordje met zichzelf: tot het avondeten alleen plantaardig, ongeraffineerd eten, daarna vrijheid (vegan and unprocessed before 6 dus, maar dat bekt minder goed). Het werkte voor hem. Hij viel af, werd fitter en leerde zichzelf een heleboel gezonde gewoonten aan, die na zes uur ‘s avonds niet zomaar verdwenen. Vegan Before 6 betekent namelijk niet dat je na zes uur zoveel mogelijk biefstuk in roomsaus moet eten.

Zelf probeerde ik het eind vorig jaar al een paar weken uit. Het was een plezierige uitdaging in de keuken en deed mij iets meer plannen, wat het evenwicht in ons eten doorgaans ten goede komt (zie ook: groentenabonnementen).
Daarna kwamen de feesten. Daarna had ik dringend een boek af te werken. Daarna ging ik drie weken op vakantie.
Nu begin ik opnieuw. Omdat het hier in mijn doordeweekse routine en kleine luie gewoontes nog wel een beetje plantaardiger en ongeraffineerder mag. De planeet draagt sinds mijn vakantie een paar kilo’s Dorien die op z’n vriendelijkst gezegd volstrekt misbaar zijn. Maar eigenlijk wil ik vooral de milieu-impact van mijn eten verkleinen.
Een gezond lijf op een gezonde planeet, dat ideaal. En voor morgen: een grote pot soep.

Witloofsoep met witte bonen
Voor een grote pot:
400 g gekookte witte bonen (ik kook ze graag zelf, maar je kunt ook blikbonen gebruiken)
2 kleine uien, gesnipperd
4 stronkjes witloof
ca. 1,5 l hete bouillon
zout, olijfolie
leuke extra voor de afwerking: een stronkje roodlof of radicchio

1. Verhit een laagje olie in een grote zware soeppot, roer er de uien door, temper het vuur en laat de uien zachtjes glazig worden terwijl je het witloof in dunne reepjes snijdt (de harde kern kun je ook gerbruiken). In dit stadium kun je ook wat tijm, rozemarijn, gerookt paprikapoeder of nog iets anders toevoegen aan de uien, maar als je goede bouillon hebt, is het niet nodig, vind ik.
2. Draai het vuur heter en roer het witloof door de uien. Temper na een halve minuut het vuur weer en laat de groenten samen minstens tien minuten garen, terwijl je af en toe roert. Proef van het witloof: als het lekker gaar is en een beetje zoet begint te smaken, voeg dan de bouillon en de bonen toe.
3. Breng de soep weer even naar het kookpunt. Laat hem minstens enkele minuten sudderen. Breng hem op smaak. Klaar.

13337386733_ff91900a10_o
Kim had in haar tuin: broccoli, prei, snijbiet, schorseneren, ui en aardperen.
We kregen in die tuin een journalist op bezoek, die geen zuivel at.
Dus maakte ik zuivelvrije risotto met schorseneren en in de oven gestoofde prei. Een combinatie waar ik redelijk enthousiast over ben.
Snel een paar tips:
– Omdat ik geen kaas toevoegde, zocht ik iets anders wat een zoute smaakkick kon geven. Het werd een restje kleingesneden in zoutkorst gegaarde knolselderij dat nog in mijn diepvriezer zat. Supertip, al zeg ik het zelf. Het loont echt de moeite om af en toe een knolselder in zoutkorst te bakken en in kleine porties in te vriezen – niet alleen om hem als smaakmaker in risotto te gebruiken, maar ook voor groentetaarten, lasagne, soep, bouillon en stoofpotten.
– Ik ben totaal verslingerd geraakt aan in de oven gegaarde prei. Al was het even zoeken om de goede aanpak te vinden, want als je prei onafgedekt in de oven steekt, haal je niet het beste in de groente boven. Dek de ovenschaal dus af met een deksel of folie, en voeg royaal olie en zout toe. En een stukje citroen – hemels.
– De schorseneren en de knolselderij kookte ik mee met de rijst, en ik nam me voor om hem volgende keer extra fijn te snijden, zodat ze echt opgaan in de rijststructuur. Het zijn groenten die zich goed lenen om de rol van de rijst in risotto deels over te nemen, waardoor je een risotto krijgt met een interessantere voedingswaarde: meer groenten, minder geraffineerde koolhydraten. Als het ook nog eens lekker is, is dat mooi meegenomen.
– Omdat ik geen zelfgemaakte bouillon had staan, werkte ik met bouillon uit een potje (Morga is oké, vind ik). Ik kookte in de bouillon wel een paar schorseneren toe die te sterk vertakt waren om ze deftig te kunnen verwerken tot iets anders – uiteraard pas nadat ik ze grondig had schoongeschrobd. Schorseneren zijn geweldige smaakmakers in bouillon.
– Als je risotto maakt, breng je bouillon dan aan de kook voor je hem toevoegt, zodat de rijst niet afkoelt door de bouillon. Maak de bouillon iets minder sterk van smaak dan je het eindresultaat wilt hebben: hij zal immers nog inkoken in de risottopan.

13333236013_467f6c2285_o(1)

Risotto met schorseneren en in de oven gestoofde prei
Hoofdgerecht voor 3, uit de losse pols:
3 stevige preistengels (winkelformaat) of een gelijk volume kleintjes
vingerdik partje citroen (met schoongemaakte schil)
2 sjalotten of een kleine ui, gesnipperd
halve koffielepel gerookt paprikapoeder (pimenton de la vera, verkrijgbaar bij Gekruid.be en bij Dille & Kamille)
enkele takjes tijm of een halve koffielepel gedroogde tijm
1 mok risottorijst (goeie 150 g)
1/2 glas witte wijn of rosé (ik gebruik meestal een restje van een fles die al te lang open is)
klein koffiekopje fijngesneden knolselderij (bij voorkeur in zoutkorst gegaarde knolselderij, volgens dit recept, en anders gewone – gebruik dan wat meer gerookt paprikapoeder en tijm)
ca. 1 l ietwat flauwe groentebouillon
300 – 400 g schorseneren, geschrobd, geschild en klein gesneden (leg geschilde schorseneren klaar ijskoud water met een scheutje azijn, zo verkleuren ze niet te veel)
olijfolie, peper, zout

1. Verwarm de oven voor tot 180°. Verwijder de donkergroene stukken van de prei (die kun je later nog verwerken in soep of bouillon). Snijd de preistelen in de lengte open en spoel ze grondig uit, tot al het zand weg is. Snijd ze in duimlange stukken en schik die naast elkaar in een ovenschaal, met in het midden het citroenpartje. Giet er royaal olijfolie over en strooi er wat zout op. Dek de ovenschaal af met een deksel of aluminiumfolie. Zet ze in de oven voor ongeveer een uur. Schep de prei na een halfuur even om. De bedoeling is dat de prei door en door zacht wordt, en hier en daar bruint, maar zeker niet uitdroogt.
2. Maak intussen de risotto. Fruit de ui in een grote, stevige pot of pan in olijfolie. Voeg meteen het gerookt paprikapoeder, de tijm en een snuf zout toe. Temper het vuur en laat de uien en kruiden minstens vijf minuten garen en smaak ontwikkelen (ik laat ze altijd langer garen en maak intussen de rest van de groenten schoon). Breng in een kleinere pot of pan de bouillon aan de kook.
3. Draai het vuur weer wat heter en voeg de rijst toe aan de uien. Schep hem enkele minuten om, tot hij heet is. Giet er de wijn op (dit mag lekker sissen). Roer er de schorseneren en de knolselderij door.
4. Voeg enkele scheppen hete bouillon toe en roer hem door de rijst. Als de rijst al het vocht heeft opgenomen, voeg je weer een paar scheppen toe. Enzovoort, tot de rijst beetgaar is (of volledig zacht, als je dat liever hebt).
5. Breng de risotto op smaak met peper en zout. Schik er de prei op en druppel er wat van de citroenolie op waarin de prei gegaard is.

5 currykerst

Soms overtreft onze diersoort zichzelf even. Bijvoorbeeld wanneer spontane onbaatzuchtige initiatiefjes plots tot een heleboel andere onbaatzuchtige initiatiefjes inspireren, en er een sneeuwbaleffect van solidariteit en slimheid ontstaat. Enthousiast dat ik dan word (en een beetje melig, dat ook). Dus zette ik geld in op vier acties van Tombola 12-12 en werd ik geloot voor één daarvan. Goede deal. Het was een Indiaas etentje. Kun je iets beters winnen?
De gastvrouw was bovendien Natalie Lycops, een vormgeefster/keukenprinses die haar hart verloren heeft in India en van wie we dus qua currykunsten nog iets kunnen leren. Ze is zo lief om ons haar recept voor aloo ghobi te geven, letterlijk: aardappelen met bloemkool (de uitspraak is iets als ‘áloe góbi’). Je vindt het helemaal onderaan.
Ik geef ook even het hele menu mee, want het is de tijd van het jaar dat we menu’s plannen:

Papadums & chutneys (knapperig platbrood met sausjes)
-
Zachte Indiase kaas in currysaus (shahi panir, geïnspireerd op dit recept)
Aardappel-bloemkoolcurry (aloo ghobi)
Kikkererwtencurry (chana masala)
Kruidige linzen met hardgekookt ei (dal)
Basmatirijst
Komkommerraita
Korianderchutney
Rauwkostsalade
-
Kheer (rijstpap met specerijen en nootjes)

11288673916_532dc94e14_o
Extra plezierig aan zo’n tombola-etentje is dat je niet weet bij wie je aan tafel zult zitten. Alleszins deelden we een zeker enthousiasme voor goede-doelentombola’s en vegetarisch Indiaas eten, ik vond het dan ook allemaal fijne mensen. Tegenover mij aan tafel zat niemand minder dan de hoofdredactrice van Flair, en zij verloot nu op haar beurt zo’n etentje, ten voordele van de slachtoffers van de tyfoon Haiyan. Vegetarisch en geïnspireerd door de befaamde kooklessen van Mies Meulders. Ik heb meteen een lotje gekocht en hoop van u hetzelfde, dan komen we elkaar daar misschien tegen.

Een Indiase tafel is werkelijk een heel goed idee voor feesten, zeker als je veel volk te eten moet geven, want je kunt praktisch alles (ver) op voorhand maken. Het hoeft ook helemaal niet pikant te zijn en uiteraard moet je niet authentiek Indiaas kunnen koken. Ik vind het zelfs bijzonder fijn om altijd wat bastaardinvloeden op mijn currytafels te smokkelen. Zo zette ik afgelopen weekend, voor een ander goed doel, deze combinatie op tafel:

Pompoenpilav (volgens dit recept)
Feestcurry van pastinaak, winterwortel en peterseliewortel
Romige linzen (‘dal makhani’ uit het hoofdstuk ‘Currykerst’ in Goed Eten)
Geroosterde sjalot met sinaasappelzeste (dank u, Orangette!)
Carpaccio van rode biet met komijndressing
Appelchutney (volgens dit recept)

Honderd procent Belgische wintergroenten, maar met veel warme Indiaas-Perzische kruidigheid.

Aardappel-bloemkoolcurry van Natalie

11288711934_98b8e9d727_o

Ingrediënten (voor 4 personen als het een hoofdgerecht is, voor 6-7 porties als deel van veel gerechten):
1 medium bloemkool
4 medium aardappelen
4 rode tomaten
5 teentjes look
1 ajuin
1 rode chili
Verse kurkuma (in de biowinkel): ongeveer 2 cm (wat meer kan zeker geen kwaad)
Verse gember, ongeveer 2 cm.
5-tal takjes verse koriander
2 eetlepels zonnebloemolie
natriumbicarbonaat/zout
DROGE KRUIDEN:
• 1/2 koffielepel komijnzaad
• 2 koffielepel korianderpoeder
• 1 koffielepel komijnpoeder
• 1 koffielepel garam masala

1. Snijd de bloemkool in kleine roosjes. Breng voldoende water aan de kook (voeg een snuifje natriumbicarbonaat of zout om het water sneller aan de kook te brengen) en kook de bloemkool beetgaar.
2. Schil de aardappelen, snijd ze in blokjes van ongeveer 2x2cm (komt niet zo nauw). Kook ze beetgaar in water met wat natriumbicarbonaat of zout.
3. Snijd de tomaten fijn in blokjes.
4. Snijd de ajuin fijn.
5. Snijd chili, look, gember en verse kurkuma fijn en plet die dan in een vijzel met een beetje water zodat het een dikke pasta wordt (de structuur mag nog ruw zijn).
6. Warm de olie op in een diepe anti-aanbakpan (liefst ecologisch zoals greenpan) op een medium vuur. Laat hem niet te heet worden, want dan ga je frituren. Doe de komijnzaadjes in de warme olie, laat ze een 2-tal minuutjes sissen tot het aroma vrijkomt. Laat ze niet aanbranden! Doe de ajuin erbij en laat ze op een medium vuur sudderen tot de ajuin glazig wordt. Let erop dat de ajuin niet aanbrandt of bruin wordt. Als de ajuin glazig is, doe de gember-kurkuma-look-chili-pasta erbij, roer regelmatig terwijl je alles laat sudderen.
7. Als je merkt dat de olie zich losmaakt van het mengsel (na 5-tal minuutjes ongeveer), dan voeg je de tomaten toe. Als de olie zich opnieuw begint te scheiden van het tomatenmengsel (na 7-10 minuten), voeg dan alle droge kruiden toe en roer ze goed onder de saus. Laat nog een paar minuutjes sudderen en dan mogen de bloemkoolroosjes en aardappelblokjes en zout erbij. Nog een 5-tal minuten sudderen, neem dan van het vuur, strooi er de verse blaadjes koriander erop en serveer met rijst, naan of chapati (of alledrie!).

Extra tips van Natalie:
– In de winter, als de tomaten weinig smaak en kleur hebben kan je eventueel half verse tomaten/half tomatenpassata gebruiken. Volledig met passata vind ik dan weer een te geconcentreerde smaak.
– Verse kurkuma vind je meestal in de biowinkel. Het is niet alleen smaakvol én een superfood, het is ook een erg geconcentreerde kleurstof. Tenzij oranje je favoriete kleur is, leg je best een krant op je aanrecht, onder je snijplank en vijzel, en draag je een schort. De kurkumavlekken zijn moeilijk te verwijderen. Je vingers en nagels gaan ook helemaal oranje-geel zijn, maar dit gaat nog relatief gemakkelijk weg door een partje verse citroen erover te wrijven.
Zie je dat gedoe niet zitten? Geen probleem: gebruik dan gewoon de poedervorm. 2 koffielepels poederkurkuma voor ongeveer 2 cm verse.
– Heb je geen vijzel of geen zin in al dat geplet, snij dan de vijzelingrediënten heel erg fijn. Dat werkt ook prima.
– Zout kan je vervangen door natriumbicarbonaat en omgekeerd.
– Garam masala betekent letterlijk ‘hete mix’. Het is een mix van Indiase kruiden die het nogal, ja hoor, spicy maken. Je vindt dit ondertussen in de meeste supermarkten, zeker in de biosupermarkten of exotische winkels. Het zit vaak in een kartonnen doosje verpakt.
– Vind je het allemaal nog niet spicy genoeg of staat je mond hiervan al in vuur en vlam, varieer dan met de garam masala en/of verse chili.

De foto helemaal bovenaan komt uit Goed Eten en is gemaakt door Ivan Put.

ontbijt

Ontbijtroutine. Ik vind dat een interessant woord. Ik wil geen lunchroutine en ik wil zeker geen avondmaalroutine, want ‘s middags en ‘s avonds kook en eet ik gewoon waar ik zin in heb. Maar ‘s morgens kan dat niet. Ik heb dan nergens zin in. Mijn hersenen kunnen nog geen keuzes maken. Ik moet maar naar de fruitschaal staren en mijn ledematen voelen al loodzwaar. Met moeite krijg ik het knopje van de waterkoker ingedrukt.
Ik word nogal traag wakker ‘s morgens.
Zo traag dat ik pas echt wakker ben wanneer ik begin te werken. Tot dan bevind ik mij in een schemerzone van half bewustzijn en extreme prikkelbaarheid. En het enige wat mij kan weghouden van gemakkelijkheidsoplossingen zoals wafels, gesopte speculaas of gewoon helemaal niks, is een ijzersterke ontbijtroutine.
Krijg zoiets eens gelanceerd. (more…)

Dat de wereld vooral nood heeft aan recepten die snel en simpel zijn, dat wist ik vorig jaar ook al. Maar nu ik sinds januari weer voltijds buitenhuis werk, voél ik het ook. Dat is op zich niet zo’n vrolijke gang van zaken. Maar de keren dat het lukt om om half negen ‘s avonds nog iets lekkers op tafel te krijgen, ben ik wel erg tevreden over mezelf. Die keer met het linzenstoofpotje bijvoorbeeld. (more…)

overzicht

Zondagavond was ik alleen thuis met een koelkast vol groenten. Een ietwat venijnige schrijfdeadline ook, vlak boven mijn hoofd. Maar toch vooral die groenten.
Tegen de zondagavondblues bestaat waarschijnlijk geen betere remedie dan een uur vooruitkoken voor de werkweek. Er is het kalmerende plezier van het koken. En er is het plezier waar je naar uitkijkt: van het zelfgemaakte allegaartje in je brooddoos op kantoor, van het avondeten dat je maar op te warmen hebt. Elk bakje dat de koelkast in gaat, bewaart wat van de zondagse traagheid. (more…)

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 663 andere volgers