Info

Dorien Knockaert

Berichten uit de Uncategorized categorie

blog 009

Voor zes uur ‘s avonds puur plantaardig eten. Daarna eten wat je wilt. Dat is de simpele vuistregel genaamd Vegan Before 6.
Klinkt halfslachtig?
Halfslachtigheid wordt soms onderschat, vind ik. Neem nu al die gevallen waarin een radicale verbetering niet wil lukken. Dat is een halfslachtige verbetering toch interessant.

Het is misschien toffer om uit te pakken met de goede voornemens die je moeiteloos waarmaakt. Al jaren geen vliegvakanties meer. Een jaar geen nieuwe kleren gekocht. Hoe dieptragisch voor mij dat ik alleen een kookblog heb en dus niet uitvoerig verslag kan uitbrengen van die successen. Hier zou ik alleen kunnen schrijven: goed nieuws over mijn ruggengraat: ik heb een halfjaar geen kaas gegeten! Alleen zou het niet waar zijn. Ik krijg het niet voor mekaar. Ik betwijfel of het wel te rijmen valt met mijn werk als culinair journalist, maar ook als ik pakweg pianiste zou zijn, dan zou het misschien niet lukken.

Dus voel ik mij aangesproken door het idee van Vegan Before 6. Het komt van Mark Bittman, die ook culinair journalist is, voor de New York Times. Hij heeft er een boekje over geschreven.
Mark Bittman koos zijn vuistregel nadat hij tot de orde was geroepen door zijn dokter, die te veel voortekenen zag van een hartkwaal. De dokter zei: word veganist. Bittman dacht: lukt nooit, met mijn werk (en mijn eetlust). Hij gooide het op een akkoordje met zichzelf: tot het avondeten alleen plantaardig, ongeraffineerd eten, daarna vrijheid (vegan and unprocessed before 6 dus, maar dat bekt minder goed). Het werkte voor hem. Hij viel af, werd fitter en leerde zichzelf een heleboel gezonde gewoonten aan, die na zes uur ‘s avonds niet zomaar verdwenen. Vegan Before 6 betekent namelijk niet dat je na zes uur zoveel mogelijk biefstuk in roomsaus moet eten.

Zelf probeerde ik het eind vorig jaar al een paar weken uit. Het was een plezierige uitdaging in de keuken en deed mij iets meer plannen, wat het evenwicht in ons eten doorgaans ten goede komt (zie ook: groentenabonnementen).
Daarna kwamen de feesten. Daarna had ik dringend een boek af te werken. Daarna ging ik drie weken op vakantie.
Nu begin ik opnieuw. Omdat het hier in mijn doordeweekse routine en kleine luie gewoontes nog wel een beetje plantaardiger en ongeraffineerder mag. De planeet draagt sinds mijn vakantie een paar kilo’s Dorien die op z’n vriendelijkst gezegd volstrekt misbaar zijn. Maar eigenlijk wil ik vooral de milieu-impact van mijn eten verkleinen.
Een gezond lijf op een gezonde planeet, dat ideaal. En voor morgen: een grote pot soep.

Witloofsoep met witte bonen
Voor een grote pot:
400 g gekookte witte bonen (ik kook ze graag zelf, maar je kunt ook blikbonen gebruiken)
2 kleine uien, gesnipperd
4 stronkjes witloof
ca. 1,5 l hete bouillon
zout, olijfolie
leuke extra voor de afwerking: een stronkje roodlof of radicchio

1. Verhit een laagje olie in een grote zware soeppot, roer er de uien door, temper het vuur en laat de uien zachtjes glazig worden terwijl je het witloof in dunne reepjes snijdt (de harde kern kun je ook gerbruiken). In dit stadium kun je ook wat tijm, rozemarijn, gerookt paprikapoeder of nog iets anders toevoegen aan de uien, maar als je goede bouillon hebt, is het niet nodig, vind ik.
2. Draai het vuur heter en roer het witloof door de uien. Temper na een halve minuut het vuur weer en laat de groenten samen minstens tien minuten garen, terwijl je af en toe roert. Proef van het witloof: als het lekker gaar is en een beetje zoet begint te smaken, voeg dan de bouillon en de bonen toe.
3. Breng de soep weer even naar het kookpunt. Laat hem minstens enkele minuten sudderen. Breng hem op smaak. Klaar.

12278067935_b20aba1893_o

Ik ken iemand die elke morgen een glas boerenkoolsap drinkt. ‘Even verkwikkend als koffie!’ zegt ze. Jullie kennen haar ook, het is Gwyneth Paltrow. Ooit was ze de actrice die zo teer kon smachten in Britse kostuumdrama’s. Nu is ze de dieetgoeroe van de boerenkool. En ze is niet eens de enige. In een constante staat van detox surft ze mee op de boerenkoolgolf die van LA naar New York rolde, doorreisde naar Londen en – enigszins aangelengd met ordinair regenwater – ook het Europese continent heeft bereikt.
Dat wil zeggen dat je nu ook in het Nederlands recepten vindt voor mojito met boerenkool, chips van boerenkool of smoothies van boerenkool en bosbes. En ook: dat je zelfs in de supermarkt weer boerenkool kunt kopen. Mooi zo.
Eigenlijk is er wat taalverwarring in het spel. Kale, het ontbijt van Paltrow en al haar Engelstalige volgelingen, betekent niet per se boerenkool, het betekent bladkool: kool die losse bladeren vormt aan een opschietend stammetje. De krullerige boerenkool is maar één variëteit, en voor veel hippe fitnessslaatjes is ze niet de meest geschikte. Soms ben je beter af met een gladder type, of met de pikdonkere, langgerekte bladeren van palmkool – de soort die in Italiaanse kookboeken cavolo nero heet. Dankbare moestuingroenten, maar wie aangewezen is op de winkel, moet het met boerenkool doen.
Dus ging ik met twee grote zakken boerenkool op zoek naar mijn innerlijke Gwyneth. Eerst maakte ik soep van kruidige bouillon, selderij, fijne speltpasta en boerenkoolsnippers. Verrassend goed. Daarna volgde een salade van quinoa, fijngehakte boerenkool, bosuitjes, appel, geroosterde walnoten, haloumi en citroenschil. Best oké, maar te streverig.
Uiteindelijk kwam het zondagavondeten dan toch maar gewoon uit de Groentebijbel van de Nederlandse Mari Maris. Een bijbel. Elke mode legt het boek naast zich neer, maar er staan wel vijftien bladkoolrecepten in. Maris heeft niet eens stamppot met rookworst nodig om elke detox volledig om zeep te helpen. Bladkool is in Europa zo oud als de straat, dat is waar haar recepten ons aan herinneren. Het is hier al van voor de Kelten, en Plinius en Dioscorides waren Gwyneth Paltrow als koolgoeroes der oudheid ver voor.
Ik kies voor ‘in tomaat gesmoorde boerenkool’ en bouw die uit tot een pastagerecht. Boers lekker.

Orecchiette met boerenkool en tomaat
Voor 4 personen:
300 g orecchiette (of andere pasta)
1 ui, gesnipperd
2-3 tenen knoflook, gehakt
Enkele el kappertjes, uitgelekt
8 ansjovisfilets (uit blik/pot)
600 g boerenkool, gewassen
400 g bliktomaten
Parmezaanse kaas, olijfolie
Chilivlokken, zout, peper
Balsamicoazijn

1. Verhit een grote pan, giet er een laagje olijfolie in, roer de ui erdoor, temper het vuur en fruit de ui glazig. Voeg na ongeveer een minuut de knoflook toe, de kappers, de ansjovis, een snuf zout en chilivlokken.
2. Maak intussen de kool klaar. Rits de bladeren van hun steeltjes, hak de steeltjes fijn en voeg de steeltjes toe aan de uien. Snipper de bladeren fijn en voeg ook die toe. Roer alles om op een zacht vuur.
3. Voeg, zodra de kool slinkt, de tomaten toe. Breng aan de kook, temper het vuur en laat nog vijf minuten sudderen.
4. Breng een grote pot water met zout aan de kook en kook de orecchiette gaar.
5. Roer de pasta onder de groenten. Breng op smaak met zout, peper, geraspte parmezaan, olijfolie en balsamicoazijn.

(Dit stukje en recept verschenen eerder in mijn rubriek De Keukenprinses in De Standaard Magazine)

liebster award

Een hele tijd geleden kwam mij vanuit de fleurige groentenkeuken van Yonashi zowaar een award toegewaaid. Danku, Yonashi! Ik ben vereerd.
Het was de Liebster Award, een prijs die bloggers aan bloggers uitreiken. In ruil krijgen ze antwoorden op al hun vragen. Yonashi bleef zeer discreet, ze vroeg niet naar mijn bankrekening op de Kaaimaneilanden, mijn zakenbelangen in Sotsji of mijn ophefmakende verschijningen op Antwerpse undergroundfeestjes. Viel dat weeral mee.

1. Wat heb jij altijd in je keukenkast staan?
Veel te veel! Soms lijkt het hier wel het Nationaal Museum voor Droge Voeding. Alleen al met mijn olie en azijn kan ik een kast vullen. Eind vorig jaar liep het zo de spuigaten uit, dat ik met een auto vol kruiden, rijst, meel, olie en meer naar een vriendin van mijn broer gereden ben, die kookworkshops geeft aan kansarmen en daarvoor nog ingrediënten zocht. Benieuwd wat daaruit voortgekomen is.
2. Welke groente/fruit is onmisbaar in jouw koelkast?
Ik ben erg gesteld op een voorraadje sjalotten en uien, al bewaar ik die niet in de koelkast. Citroenen heb ik ook graag binnen handbereik, maar ik zou ze wat meer willen vervangen door zure smaken van eigen bodem – zure kruiden, fijne azijn: grotendeels onontgonnen terrein voor mij.
3. Welk gedroogd kruid heb jij altijd in huis?
Gerookt paprikapoeder, venkelzaad, chilipepertjes en tijm. Afgelopen herfst heb ik salie uit de tuin van mijn moeder gedroogd en die gebruik ik nu ook heel graag.
4. Wat is jouw favoriete smoothie/juice?
Ik ben niet zo’n sapjesdrinker, maar laatst ontdekte ik dat rode biet en sinaasappel wel heel lekker zijn samen.
5. Welk gerecht roept bij jou nostalgie op?
Gestampte aardappelen, op het moment dat ik er nootmuskaat over strooi. Pistolets met jonge kaas. Sla met mayonaise. Pudding met een koekje erin. Boterhammen als avondeten, met een tas thee. Snel naar de volgende vraag, want ik word te week.
6. Wat heb je nog nooit gegeten maar wil je heel graag proberen?
Zelf geplukte paddenstoelen.
7. Welk vegan of veggie restaurant raad jij aan, in Belgie of Nederland?
Aahaar in Antwerpen, een ongedwongen, authentiek Indiaas buffetrestaurant waar je voor 9 euro eet zoveel je wilt.
8. Wie is jouw grote vegan/veggie-voorbeeld?
Ik bewonder vooral mensen die fijne boeken over eten schrijven, zoals Laurie Colwin of Tamar Adler, maar dat zijn geen vegetariërs. Mijn keukenhelden van het moment zijn mijn broer Floris en Lara Lambrechts, twee getalenteerde koks die zich toeleggen op de vegetarische keuken. Ik volgde een tijdje een koksopleiding samen met hen, en wat voor mij een vage droom was, is voor hen nu werkelijkheid. Respect. Lara kun je als cateraar boeken via deze website, mijn broer werkt sinds kort in de Rosenobel. Ik ga er vanavond voor het eerst proeven, maar ik weet natuurlijk allang dat hij heel leuk kookt.
9. Wat is het leukste of lekkerste dat je ooit gemaakt hebt? Al dan niet in de keuken, gewoon iets met je handen.
O, dat is een moeilijke vraag. Eten en teksten zijn de dingen die ik het liefst maak, en ik heb het geluk dat dat ook mijn beroep geworden is. Dat wil wel zeggen dat de ongecompliceerde kinderlijke trots er wat bij ingeschoten is. Die heb ik gelukkig hervonden toen ik ons pas verworven stadstuintje twee jaar geleden begon te verbouwen tot iets wat meer eten en leven voortbrengt. Ik doe alles fout, maar ben toch constant fier als een gieter.
10. Wat neem je zeker mee naar een onbewoond eiland?
Mijn man, mijn familie en al mijn vrienden. Een wildplukgids, onontbeerlijk. En heel veel zonnecrème, muggennetten en thee, en mijn favoriete hoofdkussen, en toch ook mijn laptop, denk ik, en een zacht bed. En washandjes. Ik wil dus gewoon niet naar een onbewoond eiland.
11. Wat is jouw favoriete online vegan/veggie recept?
Dat kan ik echt niet kiezen. Deze eigenste blog verzamelt er een heleboel en het is fijn om te bedenken dat er nog eindeloos veel kunnen bijkomen. Soms herontdek ik mijn eigen recepten. Zo begon iemand laatst over deze pompoenragout, en moest ik toegeven dat ik niet meer wist hoe hij smaakte. Dus heb ik hem nog eens gemaakt. Goed!

Eigenlijk is de Liebster Award een wisselbeker voor nieuwe blogs die meer lezers verdienen. Ik mag hem nu zelf op mijn beurt uitreiken aan een vijftal zulke blogs, maar omdat ik daar de jongste jaren niet veel tijd voor heb gemaakt, stel ik voor dat jullie gewoon hieronder jullie favoriete (kleine) blogs tippen. Recepten waar je echt wat aan hebt, mooie foto’s, fijne pennen, of gewoon je eigen blog waar je zonder enige schaamte reclame voor hoort te maken.

5 currykerst

Soms overtreft onze diersoort zichzelf even. Bijvoorbeeld wanneer spontane onbaatzuchtige initiatiefjes plots tot een heleboel andere onbaatzuchtige initiatiefjes inspireren, en er een sneeuwbaleffect van solidariteit en slimheid ontstaat. Enthousiast dat ik dan word (en een beetje melig, dat ook). Dus zette ik geld in op vier acties van Tombola 12-12 en werd ik geloot voor één daarvan. Goede deal. Het was een Indiaas etentje. Kun je iets beters winnen?
De gastvrouw was bovendien Natalie Lycops, een vormgeefster/keukenprinses die haar hart verloren heeft in India en van wie we dus qua currykunsten nog iets kunnen leren. Ze is zo lief om ons haar recept voor aloo ghobi te geven, letterlijk: aardappelen met bloemkool (de uitspraak is iets als ‘áloe góbi’). Je vindt het helemaal onderaan.
Ik geef ook even het hele menu mee, want het is de tijd van het jaar dat we menu’s plannen:

Papadums & chutneys (knapperig platbrood met sausjes)
-
Zachte Indiase kaas in currysaus (shahi panir, geïnspireerd op dit recept)
Aardappel-bloemkoolcurry (aloo ghobi)
Kikkererwtencurry (chana masala)
Kruidige linzen met hardgekookt ei (dal)
Basmatirijst
Komkommerraita
Korianderchutney
Rauwkostsalade
-
Kheer (rijstpap met specerijen en nootjes)

11288673916_532dc94e14_o
Extra plezierig aan zo’n tombola-etentje is dat je niet weet bij wie je aan tafel zult zitten. Alleszins deelden we een zeker enthousiasme voor goede-doelentombola’s en vegetarisch Indiaas eten, ik vond het dan ook allemaal fijne mensen. Tegenover mij aan tafel zat niemand minder dan de hoofdredactrice van Flair, en zij verloot nu op haar beurt zo’n etentje, ten voordele van de slachtoffers van de tyfoon Haiyan. Vegetarisch en geïnspireerd door de befaamde kooklessen van Mies Meulders. Ik heb meteen een lotje gekocht en hoop van u hetzelfde, dan komen we elkaar daar misschien tegen.

Een Indiase tafel is werkelijk een heel goed idee voor feesten, zeker als je veel volk te eten moet geven, want je kunt praktisch alles (ver) op voorhand maken. Het hoeft ook helemaal niet pikant te zijn en uiteraard moet je niet authentiek Indiaas kunnen koken. Ik vind het zelfs bijzonder fijn om altijd wat bastaardinvloeden op mijn currytafels te smokkelen. Zo zette ik afgelopen weekend, voor een ander goed doel, deze combinatie op tafel:

Pompoenpilav (volgens dit recept)
Feestcurry van pastinaak, winterwortel en peterseliewortel
Romige linzen (‘dal makhani’ uit het hoofdstuk ‘Currykerst’ in Goed Eten)
Geroosterde sjalot met sinaasappelzeste (dank u, Orangette!)
Carpaccio van rode biet met komijndressing
Appelchutney (volgens dit recept)

Honderd procent Belgische wintergroenten, maar met veel warme Indiaas-Perzische kruidigheid.

Aardappel-bloemkoolcurry van Natalie

11288711934_98b8e9d727_o

Ingrediënten (voor 4 personen als het een hoofdgerecht is, voor 6-7 porties als deel van veel gerechten):
1 medium bloemkool
4 medium aardappelen
4 rode tomaten
5 teentjes look
1 ajuin
1 rode chili
Verse kurkuma (in de biowinkel): ongeveer 2 cm (wat meer kan zeker geen kwaad)
Verse gember, ongeveer 2 cm.
5-tal takjes verse koriander
2 eetlepels zonnebloemolie
natriumbicarbonaat/zout
DROGE KRUIDEN:
• 1/2 koffielepel komijnzaad
• 2 koffielepel korianderpoeder
• 1 koffielepel komijnpoeder
• 1 koffielepel garam masala

1. Snijd de bloemkool in kleine roosjes. Breng voldoende water aan de kook (voeg een snuifje natriumbicarbonaat of zout om het water sneller aan de kook te brengen) en kook de bloemkool beetgaar.
2. Schil de aardappelen, snijd ze in blokjes van ongeveer 2x2cm (komt niet zo nauw). Kook ze beetgaar in water met wat natriumbicarbonaat of zout.
3. Snijd de tomaten fijn in blokjes.
4. Snijd de ajuin fijn.
5. Snijd chili, look, gember en verse kurkuma fijn en plet die dan in een vijzel met een beetje water zodat het een dikke pasta wordt (de structuur mag nog ruw zijn).
6. Warm de olie op in een diepe anti-aanbakpan (liefst ecologisch zoals greenpan) op een medium vuur. Laat hem niet te heet worden, want dan ga je frituren. Doe de komijnzaadjes in de warme olie, laat ze een 2-tal minuutjes sissen tot het aroma vrijkomt. Laat ze niet aanbranden! Doe de ajuin erbij en laat ze op een medium vuur sudderen tot de ajuin glazig wordt. Let erop dat de ajuin niet aanbrandt of bruin wordt. Als de ajuin glazig is, doe de gember-kurkuma-look-chili-pasta erbij, roer regelmatig terwijl je alles laat sudderen.
7. Als je merkt dat de olie zich losmaakt van het mengsel (na 5-tal minuutjes ongeveer), dan voeg je de tomaten toe. Als de olie zich opnieuw begint te scheiden van het tomatenmengsel (na 7-10 minuten), voeg dan alle droge kruiden toe en roer ze goed onder de saus. Laat nog een paar minuutjes sudderen en dan mogen de bloemkoolroosjes en aardappelblokjes en zout erbij. Nog een 5-tal minuten sudderen, neem dan van het vuur, strooi er de verse blaadjes koriander erop en serveer met rijst, naan of chapati (of alledrie!).

Extra tips van Natalie:
- In de winter, als de tomaten weinig smaak en kleur hebben kan je eventueel half verse tomaten/half tomatenpassata gebruiken. Volledig met passata vind ik dan weer een te geconcentreerde smaak.
- Verse kurkuma vind je meestal in de biowinkel. Het is niet alleen smaakvol én een superfood, het is ook een erg geconcentreerde kleurstof. Tenzij oranje je favoriete kleur is, leg je best een krant op je aanrecht, onder je snijplank en vijzel, en draag je een schort. De kurkumavlekken zijn moeilijk te verwijderen. Je vingers en nagels gaan ook helemaal oranje-geel zijn, maar dit gaat nog relatief gemakkelijk weg door een partje verse citroen erover te wrijven.
Zie je dat gedoe niet zitten? Geen probleem: gebruik dan gewoon de poedervorm. 2 koffielepels poederkurkuma voor ongeveer 2 cm verse.
- Heb je geen vijzel of geen zin in al dat geplet, snij dan de vijzelingrediënten heel erg fijn. Dat werkt ook prima.
- Zout kan je vervangen door natriumbicarbonaat en omgekeerd.
- Garam masala betekent letterlijk ‘hete mix’. Het is een mix van Indiase kruiden die het nogal, ja hoor, spicy maken. Je vindt dit ondertussen in de meeste supermarkten, zeker in de biosupermarkten of exotische winkels. Het zit vaak in een kartonnen doosje verpakt.
- Vind je het allemaal nog niet spicy genoeg of staat je mond hiervan al in vuur en vlam, varieer dan met de garam masala en/of verse chili.

De foto helemaal bovenaan komt uit Goed Eten en is gemaakt door Ivan Put.

cover
Kim Leysen, Els Menten en ik zijn een boek aan het maken. Hierover. En hierover. Het boek heet De Moestuin van Mme Zsazsa, omdat er geen fijnere plek op aarde is. En nergens leveren de tomaten betere stoofpotten op.
De Moestuin van Mme Zsazsa wordt een tuinhandboek én een kookboek. Een boek voor mensen die van groenten houden. En ook voor mensen die dat graag wat meer zouden doen.
Het zal verschijnen aan het begin van de lente.
We hebben zelfs al een promotekst.
We kunnen alleen de cover niet kiezen. Dus zeg eens, welke doet jullie het hardst naar de eerste druk snakken?

wortelboeket

oranje kousen

proeven in de tuin
Terwijl andere mensen vakantie nemen, werk ik in deze zomer dubbel zo hard. Dat is niet erg, het is werk naar mijn hart.
Elke maandag namiddag ga ik koken op Camping Zsazsa, uitzoeken wat ik zoal kan maken met de groenten van Kim. Dat ziet er zo uit, gefotografeerd door Els Menten:

pesto
De rest van de week werk ik aan een artikelenreeks over onze voedingsindustrie, waarvan vandaag het eerste deel in De Standaard verschijnt. Dat ziet er, gefotografeerd door Ton Toemen, zo uit:

Schermafbeelding 2013-07-27 om 11.53.39
Het ziet er uit als een contrast. Maar voor mij past het zo goed bij elkaar.
De verwondering die in mij opwelt bij Kims liefdevol opgemaakte groentebedden, die voel ik ook in de frikandellenfabriek of de zalmfileerderij. De opwinding, dat ik dat allemaal mag zien. De uitdaging om het goed te begrijpen. En dan: om het te delen met publiek. Soms ben ik bang dat het een genetische afwijking is van mij. Dat andere mensen dat allemaal doodnormaal vinden.
Al die fysische en chemische processen die als dominosteentjes tegen elkaar tikken.
Al die gepassioneerde mensen die met de dominosteentjes schuiven.
Al die emoties die ermee gemoeid zijn, die ook. Al die hooggespannen verwachtingen.
Al dat geld.
En dat ge geen omelet kunt maken zonder eieren te breken.
Al die dood. Zelfs in de moestuin. Al die slakken.
Dat wij roofdieren zijn, zonder er erg in te hebben.
Al die trucs die ons tot slimste en tot domste soort ter wereld maken.

Bon, de reeks over de voedingsindustrie verschijnt tot eind augustus elke zaterdag in De Standaard. Het verhaal van Kims groenten wordt volgend jaar een boek.

tomaten 1

Laatst kreeg ik een rondleiding in een van de grootste tomatenbedrijven van het land. Ik noem het een bedrijf, omdat boerderij echt een raar woord is voor een kas van meer dan tien hectare, waar niets anders groeit dan tomaten en waar onbemande karretjes computergestuurd van de oogst- naar de verpakkingsafdeling rijden.
Technologie in de landbouw wekt vaak huiver op. En het is romantischer tomaten te eten van een opaatje dat zijn zondagen met een transistorradio in zijn oude serre slijt, of van een tandeloze marktkramer in Toscane. Maar in die gigantische tomatenfabriek waren best interessante zaken vast te stellen. Dat er in moderne groentekassen niet meer met pesticiden wordt gewerkt, bijvoorbeeld. En dat hun verwarming veel energie kost, maar dat ze op haar beurt wel stroom produceert voor ons elektriciteitsnet (met dank aan een principe dat warmtekrachtkoppeling heet – had ik maar beter opgelet in de fysicales). De CO2 die daarbij vrijkomt, wordt de kas in geblazen, waar de planten hem gretig opnemen.
Slim. Al zou je natuurlijk ook kunnen besluiten dat je beter groenten eet waar helemaal geen verwarming voor nodig is. (Tomaten? Kom in augustus nog eens terug, mevrouw.) Dat vind ik een interessant dilemma: moeten we versoberen of moeten we onze luxe spaarzamer organiseren? Het eerste is efficiënter, maar misschien is de mens er niet voor geprogrammeerd.

Zo’n kijk achter de schermen van de voedingsindustrie, ik vind dat geweldig. Bovendien kreeg ik een hele bak tomaten mee naar huis. Gele, oranje, rode, grote en kleine. Ik ben tegenwoordig nogal fan van de kleine variëteiten. Ze moeten minder concurreren met de goedkope watertomaat, mogen dus wat duurder zijn en worden dus minder geselecteerd om hun productiviteit en meer om hun smaak. (Dat is hoe ik denk dat het in grote lijnen gaat bij het veredelen van een tomaat, maar eigenlijk is het natuurlijk ingewikkeld)

‘s Avonds probeerde ik zoveel mogelijk tomaten in één maaltijd te krijgen.

tomatenpanzanella

Tomatenpanzanella
(een afgeleide van deze salade)
half stokbrood, gesneden in schijfjes of kleinere stukken (naar wens)
350 g smaakvolle tomaatjes, de kleintjes gehalveerd, de grotere in dunne parten
1 sjalot, gesnipperd
1 tl rode wijnazijn
1/2 tl gedroogde oregano
1/2 teen knoflook, geperst
Takje verse basilicum
Enkele el gesnipperde bieslook
Olijfolie, peper, zout, citroen, parmezaan

1. Verwarm de oven voor tot 200°. Giet in een grote kom een bodempje olie en roer er wat peper en zout door. Schep de stukken brood in de kom en roer ze snel om, zodat elk stukje licht is ingesmeerd met olie. Spreid de stukjes uit op een bakplaat en laat ze goudbruin kleuren in de oven. De randen moeten krokant worden, maar binnenin mag het brood wat blijven veren.
2. Meng de sjalot, azijn, oregano, knoflook en een royale scheut olijfolie. Breng op smaak met meer olijfolie, peper en zout, en indien nodig wat citroensap. Meng de tomaten door deze dressing. Check nog eens de smaak en stuur bij indien nodig.Meng nu ook de croutons onder de tomaten.
3. Schep de salade in een schaal en schaaf er wat parmezaan over. Werk de salade af met bieslook en basilicum.

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 453 andere volgers