Info

Dorien Knockaert

Posts from the Uncategorized Category

IMG_0003
Hoe klein ons landje ook is, ik kan nog altijd op de meest onverwachte momenten het gevoel krijgen op reis te zijn. Als ik verrast word door een plek met karakter, mijn zintuigen op scherp springen, de tijd plots een beetje minder dringt… Het waaide me toe toen ik voor dit recept inkopen ging doen in Genk, op een van de eerste hete dagen van het jaar. De zaterdagmarkt was in volle gang en deed de winkelstraat ruiken naar perziken en abrikozen.
Ik was daar niet zomaar om boodschappen te doen (zou een beetje onpraktisch zijn, zo vanuit Borgerhout). Ik was gevraagd om een recept te maken voor de Vennestraat, de winkelstraat die vertrekt vanaf de voormalige mijn van Winterslag, en die dankzij het mijnverleden nog altijd een charmante multiculturele mix huisvest. Vooral voor Italiaanse waren ken ik in Vlaanderen niet meteen een plek waar het aanbod zo uitgebreid is.
De Vennestraat is heraangelegd en dat wordt nu gevierd, onder meer met recepten, picknicktafels, concerten en feestelijke autoloze zaterdagen die nog tot half september lopen. En als je zo’n feest- of marktdag in de Vennestraat combineert met een bezoek aan de heringerichte mijnsite (C-mine), dan heb je werkelijk een plezierige uitstap in eigen land gemaakt – makkelijk uit te breiden tot een tweedaagse Limburgtrip, want Bokrijk is ook dichtbij en in mijn herinnering is dat een van de best denkbare zomerse bestemmingen. Het moet niet altijd IJsland of New York zijn, denk ik nog altijd graag.
Mijn Vennestraatrecept werd er een voor gluten- en zuivelvrije cannelloni, geïnspireerd op L’Incontro, de Italiaanse fijnproeverswinkel van Rocco en Cinzia. Ik werd er getrakteerd op een perfecte espresso en kreeg er een gemoedelijke uitleg bij de Zuid-Italiaanse specialiteiten en het glutenvrije aanbod dat Cinzia aan het uitbouwen is. Cinzia verdraagt zelf gluten noch lactose en ik vond het maar fair om in ruil voor haar warme ontvangst een recept te schrijven waar ze zelf iets mee aan kan. Cannelloni dus voor veganisten en glutenmijders, maar ook voor al wie zin heeft in iets zonnigs, puurs en lichts.
(In New York zouden ze er veel voor betalen, beste lezers, en in IJsland kunnen ze er vast alleen maar van dromen.)

Voor ongeveer 14 rolletjes:
1 kleine bloemkool, in roosjes en stukjes verdeeld
zuinige tl gerookt paprikapoeder
1 teen knoflook, fijngesneden
1 tl fijngesneden verse rozemarijn
50 g geschaafde amandelen + enkele el om te garneren
1 ui, fijngesneden
1 el venkelzaad
ca. 700 g tomatenpassata
ca. 200 g glutenvrije* cannelloni (als je gluten perfect verdraagt, kun je natuurlijk gewone cannelloni nemen)
6 el kappertjes, afgespoeld en uitgelekt
olijfolie, zout, peper

Handig materiaal:
– spuitzak met een brede spuitmond
– stoommandje of -oven

1. Bereid eerst de bloemkoolvulling. Verhit wat olijfolie in een grote pan, laat de bloemkoolroosjes er licht in bruinen, temper daarna het vuur en roer het gerookt paprikapoeder, de rozemarijn, een snuf zout en de knoflook door de bloemkool. Laat de bloemkool verder garen tot de kleinste stukjes zacht zijn en de grotere stukjes nog een lichte beet hebben.
2. Neem ruim de helft van de bloemkool apart en mix hem. Voeg wat water en een scheutje olijfolie toe tot je een smeuïge crème hebt. Voeg de rest van de bloemkool toe en mix of prak die lichtjes, tot je een consistentie hebt die jou bevalt. Je kunt alles tot crème mixen, maar ik heb graag nog wat beet aan de vulling.
3. Rooster de amandelen in een hete, droge pan tot ze licht verkleuren (opgepast, ze verbranden snel). Voeg ze, op enkele lepels na, toe aan de bloemkool. Check de smaak van het mengsel en voeg indien nodig nog zout, peper, knoflook of rozemarijn toe.
4. Maak de saus. Fruit de ui met het venkelzaad in een pan met wat olie. Voeg de tomatenpassata toe en laat de saus minstens 5 minuten sudderen. Breng hem op smaak met peper en zout (je kunt ook wat chilipeper gebruiken). Zet hem opzij.
5. Vul de cannellonibuisjes met het bloemkoolmengsel. Dit gaat het makkelijkst met een spuitzak, op voorwaarde dat je een voldoende grote opening hebt. Anders kun je het met een klein lepeltje doen.
6. Stoom de gevulde cannelloni gaar (in 5 tot 10 minuten, afhankelijk van je cannelloni en je materiaal). Zorg ervoor dat je saus klaarstaat, indien nodig opnieuw opgewarmd.
7. Schik de cannelloni op een schaal of op borden. Schep er saus over en strooi er kappertjes en wat amandelschaafsel over. Smakelijk.

* Ik kocht behoorlijk lekkere glutenvrije cannelloni bij L’Incontro in Genk en ik ben er vrij gerust op dat je er ook kunt kopen bij Gusta in Antwerpen. Ken je nog een winkel die ze verkoopt? Meld het dan zeker in het commentaarvakje hieronder.

14933677702_17c7d4c074_o

Je kunt nooit te veel courgettes hebben. Dat is nu bewezen. Vorig weekend liet ik mij verleiden om een volle kist courgettes te kopen, terwijl ik thuis nog zeker drie stuks had liggen. En ik zal u iets zeggen: ik zou alweer een nieuwe kist in huis halen.
Wat deed ik er allemaal mee?

1. Een simpele stoofpot maken
13746595213_9e962e32d2_k

Dit is mijn oudste courgetteherinnering en meestal ook het eerste wat ik maak als het courgetteseizoen aanbreekt. Ik wilde het graag in De Moestuin van Mme Zsazsa en Els maakte deze toch wel erg gezellige foto van mij en mijn geliefde stoofpot, maar het sneuvelde op het laatste moment. Sommige mensen aan wie ik een mening vroeg, vonden het wat gewoontjes.
Ik apprecieer hun eerlijkheid, maar ik zeg: soms kan het voor mij niet gewoontjes genoeg zijn. Met die zalige ui-tomaat-door-en-door-zachte-courgettecombinatie en die olijfolie. En dat je daar dan een stuk brood in kunt soppen.

Simpele courgettestoofpot
Voor 4 personen:
4 sjalotten of 2 kleine uien, gesnipperd
1 teen knoflook, geperst
1 tl gedroogde oregano
ca. 600 g courgettes, in grote stukken
4 tomaten, in kwarten
zout, peper, olijfolie, citroen
lekkere extra: gekruimelde fetakaas
1. Stoof de ui glazig in olie, in een stevige pot waar een deksel op past. Laat de ui minstens tien minuten zacht worden, samen met de oregano en de knoflook. (Intussen kun je de andere groenten klaarmaken)
2. Voeg de courgettestukken toe en roer ze goed, zodat ze wat van de olie opnemen. Strooi er peper en zout over. Leg daarop de tomatenstukken. Dek de pot af.
3. Laat alles ongeveer een halfuur sudderen, tot de courgettes zacht worden en de tomaten een saus vormen. Haal het deksel van de pot en laat de groenten nog minstens tien minuten sudderen, zodat de saus wat indikt. Breng ze op smaak met peper, zout, olijfolie en desnoods wat citroensap. Als je het stoofpotje als hoofdgerecht eet, is het lekker om er wat feta over te kruimelen.

2. Spaghetti maken

14911035226_ed41137eca_o
Een goeie manier om extra groenten in je dag te smokkelen én die ene overtollige courgette op te maken. Of om eens wat lichter te eten. Of om een glutenvrij etende mens blij te maken.
Ik moest even naar inspiratie zoeken, want tot nu toe at ik vooral courgettespaghetti met pesto-achtige, Italiaanse sausjes, en zo presenteerde ik het ook in De Moestuin van Mme Zsazsa. Maar deze keer had ik geen zin in iets pesto-achtigs. Gelukkig was ik net een beetje verliefd geworden op de combinatie tomaat-gember, en dat leidde me naar het volgende:

Courgettespaghetti met gember-tomatensaus, cashewnoten en dille
Per persoon:
1. Trek een kleine, lekker verse courgette in spaghettilinten. Ik doe dat met mijn mandoline, waar ik een extra juliennemesje in kan steken. Er bestaan ook juliennedunschillers. Of je kunt het – wat trager – gewoon met een mes doen.
2. Maak een eenvoudige, snelle tomatensaus met gember: snipper een teen knoflook en een duim gember, fruit ze in olie, voeg ongeveer een halve kilo gesneden tomaten toe, laat alles opkoken. Mix en zeef. Breng op smaak (zout en eventueel ook extra smaakmakers zoals wat siroop, sojasaus of curry)
3. Rooster de cashewnoten in een droog pannetje of in een oven op 180° tot ze verkleuren (maar laat ze niet verbranden). Breek ze in iets kleinere stukken (met je mes of door er eens met een stevige kom op te drukken).
4. Schep tomatensaus op een bord, schik er de courgettespaghetti op en versier die met nog een paar spikkels saus. Verdeel er de noten over en plukjes dille (die laatste staan niet op de foto omdat ik ze toen even vergeten was, maar ze zijn wel belangrijk voor de smaak. Je kunt ook andere verse kruiden proberen).

3. Boterzachte courgettes maken

14933643512_9231a419b2_o
Ergens halverwege vorige zomer dacht ik: ‘Nu weet ik het. Je moet courgettes gewoon in elke warme bereiding eerst laten bruinen, ALTIJD.’ Want ja, dat is natuurlijk lekker. En toen kwam ik bij Orangette deze ongebruinde courgettes tegen, en beschreef ze die zo aanstekelijk, dat ik ze wel moest proberen. Heerlijk. Lekker genoeg om gewoon als lunchgerecht met wat brood en/of schapenkaas te eten, maar ook prima met pasta en kruiden. Vorige week aten wij ze met kleefrijst, een restje gember-tomatensaus (zie hierboven, bij de courgettespaghetti), gebakken tofoeblokjes en geroosterde sesam. Zeer, zeer goed.

Boterzachte courgettes
1. Snijd enkele kleine courgettes in dikke plakken of staafjes.
2. Verwarm een laagje olie in een dikke pan, met enkele teentjes knoflook. De knoflook moet glazig worden, maar mag niet bruinen.
3. Vis de knoflook uit de olie en schep er nu de courgettes in. Voeg een snuf zout toe en indien gewenst wat kruiden zoals rozemarijn, of chilivlokken. Zet het vuur even wat hoger zodat de pan niet te veel afkoelt door de courgettes. Zodra je weer gesudder hoort, draai je het vuur op een klein pitje. De courgettes moeten langzaam zacht worden in de olie, maar niet bruinen. Na twintig tot veertig minuten zijn de courgettes boterzacht en klaar.

4. Grillen

14933650352_afbc87e190_o
Ligt er nog een courgette op een bestemming te wachten en heb je vijf minuten je handen vrij? Snijd hem dan in plakken en gril ze. Gegrilde courgettes blijven makkelijk een paar dagen goed in de koelkast en ze zijn lekker in de meest uiteenlopende bereidingen: slaatjes, pastagerechten, pizza’s. In De Moestuin van Mme Zsazsa staat een zeer aanbevelenswaardige salade van gegrilde courgettes met gegrilde paprika, pitfruit en pompoenpitten. Afgelopen week at ik mijn gegrilde courgettes vooral op de boterham, met een sausje van sesampasta, yoghurt en knoflook dat ik nog over had van de laatste barbecue, wat gekruimelde feta en wat munt uit de tuin.
Courgettes grillen is nog veel makkelijker dan ik dacht, zo leerde ik uit de Groentebijbel van Mari Maris. Je snijdt je courgettes in plakken en legt ze zonder olie in een heel hete grillpan. De olie zou toch maar oververhit raken (niet lekker en niet gezond), en ze is nergens voor nodig. Eerst zullen de plakjes even aan de pan kleven, maar daarna lossen ze en kun je ze omdraaien. Verzamel ze in een kom, met wat lekkere olie (nu wel), zout en citroensap.

5. Soep maken

14747421937_d200584df9_o
Ik had nog nooit courgettesoep gemaakt, denk ik, en heb ‘s zomers ook helemaal geen zin in soep. Maar toen kwam ik in Echt Eten van Jonathan Karpathios een recept tegen voor courgette-currysoep met mosterd, en dat leek me toch wel heel geschikt om minder lekkere courgettes te verwerken. Courgettes worden weleens minder lekker als ze allang niet meer vers zijn of als ze te groot geworden zijn. Dan verdwijnt hun frisse, zachte zoetheid en hun leuke beet, maar je kunt ze nog wel gebruiken voor stevig gekruide soepen en stoofpotjes (ook voor het stoofpotje met tomaten dat hierboven staat). Het hangt een beetje af van de variëteit. Ik had vorig jaar courgettes die ook in wanstaltig groot formaat nog best goed smaakten.

Courgettesoep met curry en mosterd
Vrij naar een recept uit Echt Eten
1. Fruit twee grote gesnipperde uien en schep er een eetlepel currypoeder, een koffielepel paprikapoeder en twee fijngesneden teentjes knoflook bij. Laat alles enkele minuten garen, op een getemperd vuur.
2. Snijd één grote of vier kleine courgettes in blokjes. Roer ze door de uien. Zet de groenten ruimschoots onder in hete groentebouillon. Breng hem aan de kook en laat alles ongeveer twintig minuten sudderen. Mix daarna de soep. Ik mixte hem niet volledig omdat ik wat groene spikkels wilde behouden in de voorts nogal onbestemde kleur die je krijgt als je currypoeder, paprikapoeder en courgettes mixt.
3. Meng ongeveer 10 cl room met een lepel mosterd. Werk er naar smaak de soep mee af. Valt de soep te pikant uit, dan kun je nog wat room toevoegen (of veel croutons).

6. Inleggen

14747375150_34afae2edf_o
Inleggen klinkt alsof je er heel veel huisvrouwenwijsheid en tijd voor moet hebben, maar dat is allemaal relatief. Ik zorgde vorig weekend voor wat slaatjes bij een grote barbecue en dacht: daar moeten ook ingelegde courgettes bij. Het was het slaatje waar ik het minste werk aan had. En het voordeel is dat de overschot nog wekenlang goed blijft in de koelkast. Dit is dus ook een prima recept om een deel van je courgetteoogst te bewaren voor later.
Hoe ging ik te werk? Ik volgde min of meer het recept voor courgettes in ‘t zuur in De Moestuin van Mme Zsazsa, dat op zijn beurt geïnspireerd is op de ‘quick pickled zucchini’ van Heidi Swanson. Het verschil was dat ik wat currypoeder toevoegde, met zeer leuk resultaat. Bij de barbecue, maar ook de volgende dag op de boterham.
Dat wordt dan zoiets:

Ingelegde courgettes met curry
Voor 2 bokaaltjes:
3 jonge courgettes, in dunne plakken
2-3 sjalotjes, in dunne ringen
1,5 el fijn zeezout
1 klein rood of groen pepertje, in dunne halve ringetjes (zonder zaadlijsten)
350 ml wittewijnazijn (of half ciderazijn, half witte wijn, naar smaak)
ca 60 g suiker (naar smaak)
currypoeder naar smaak
1. Meng de courgettes, de sjalotjes en het zout in een groot vergiet en zet dat in een kom die het vocht kan opvangen. Bedek het vergiet en zet het minstens een halfuur in de koelkast (enkele uren is nog beter, of een hele nacht).
2. Spoel de courgettes af, laat ze uitlekken, spreid ze uit over een schone vaatdoek en dep ze droog met een andere schone vaatdoek.
3. Vul de bokaaltjes met het courgettemengsel plus de chilipeper.
4. Giet de azijn in een steelpannetje en voeg de suiker toe. Breng het mengsel roerend aan de kook en zorg ervoor dat alle suiker oplost. Voeg een lepeltje currypoeder toe, proef en stuur de smaak bij met suiker, currypoeder en zout. Giet het mengsel over de courgettes in de bokaaltjes, zodat ze helemaal vol zijn. Sluit ze af, laat ze afkoelen en bewaar ze in de koelkast. Dit zijn geen gesteriliseerde conserven, je kunt ze dus niet onbeperkt bewaren, maar in de azijn blijven de courgettes doorgaans minstens enkele weken goed.

En dan kan er nog zoveel

In De Moestuin van Mme Zsazsa vind je ook recepten voor de zaligste gevulde courgette, een lichte groene zomercurry met courgettes, en een zeer gelukkig stemmende ovenschotel met Griekse pasta, tomaten en gegrilde courgettes en venkel.
En op deze eigenste website:
courgettegalette
boekweitnoedels met courgettes
– en ratatouille, natuurlijk

14094611960_ebfbb319cb_o
Een boek schrijven samen met Kim Leysen, dat heeft twee grote voordelen voor mij. Ten eerste: ik heb haar heel erg graag. Ten tweede: in al die dingen waarin ik hopeloos slecht ben, is zij heel goed.
Dat is de enige reden waarom ik, Dorien Knockaert, de vrouw die op haar bek ging bij zowat elk knutselproject dat ze ooit heeft aangevat, u hier een paar charmante doe-het-zelfdingen kan aanbieden. Uitgedacht door Madame Ingenieursbrein Zsazsa en vormgegeven door de onnavolgbaar schwungvolle Els Menten. Gratis en voor niks te downloaden en 100% geschikt voor onhandigen, want Kim heeft intussen al een jaar niemand beter dan mij als testpubliek. (Je verdient een standbeeld, Kimmie!)
Zelf zal ik vooral de etiketten gebruiken, omdat ik graag groenten inmaak natuurlijk, en ook omdat ze qua knip- en plakwerk echt helemaal op mijn niveau zitten.
Alhoewel:

14279070932_80c64c2b31_o
Maar de volgende keer dat ik ergens word uitgenodigd, ga ik de gastvrouw (M/V) zeker ook wat leuke zaadjes cadeau doen in een van deze zaadzakjes:

14094494159_f0cec03560_o

Zaden weggeven is natuurlijk eindeloos indrukwekkend als je zaden hebt geoogst van je eigen planten. Maar het is ook een heel goed idee als je gewoon werkt met zaadjes uit de winkel, want in zo’n verpakking zitten er vaak meer zaadjes dan je tijdens hun levensduur ooit op krijgt. Dan kun je ze maar beter uitdelen.
En dan zijn er nog de groentefiches. Dé groentefiches uit het boek:

14280806764_c336b1564b_o
Die kun je hier ook gewoon kunt downloaden, afdrukken, uitknippen en bundelen. Zodat je je eigen kleine groenteboekje kunt samenstellen, invullen en aanvullen met extra’s en bevindingen. Kijk toch hoe mooi Kim dat doet.
En om dat boekje nog completer te maken, hebben we voor elke maand een moestuinkalender gemaakt op hetzelfde formaat, en ook die krijg je gewoon van ons cadeau. Ziezo.
Met dank aan alle mensen die het boek al kochten, het enthousiasme doet geweldig goed.

Gratis downloads:
Etiketten
Zaadenvelopjes
Groentefiches
Moestuinkalender

14028603172_12ba563c59_o

De gestoofde courgettes met boekweitnoedels die ik begin deze week al aankondigde, smaakten zo door en door goed dat ik dacht: ik maak er nog wat reclame voor. ‘t Is haast te simpel om een recept te zijn. Maar misschien zijn dat wel de beste recepten.
Boekweitnoedels hebben ook een hippere naam: sobanoedels. Je vindt ze in het Aziatische rek in de supermarkt, of in de biowinkel. Ze worden tegenwoordig populairder omdat veel mensen op zoek zijn naar alternatieven voor tarweproducten. Zelf verdraag ik tarwe goed, maar het lijkt me logisch dat het niet zo’n goed idee is om pakweg de helft van je dieet uit geraffineerde tarweproducten zoals licht brood en witte pasta te laten bestaan. Voeding wordt dan vulling en alles wordt saai.
Boekweit- of sobanoedels zijn in veel recepten een leuk alternatief voor spaghetti. Ze bevatten vaak nog voor de helft tarwe. Je vindt er ook die uitsluitend boekweit bevatten, maar die verpappen wel makkelijker wanneer je ze kookt.
De courgettes waren onze eerste van het jaar. In de tuin is het er nog veel te vroeg voor, maar in de kas van de bioboer kan het al, allicht met dank aan de snelle lente.

Gestoofde courgettes met boekweitnoedels
Per persoon:
1 sjalot/klein uitje
1 teen knoflook, gehakt
klein takje rozemarijn
1 courgette (een veeleer kleine), in duimdikke stukken (of een ander formaat waar je zin in hebt)
70 tot 100 g boekweitnoedels (naargelang de honger)
takje munt
Parmezaanse kaas of iets gelijkaardigs
olijfolie, (chili)peper, zout

1. Maak eerst het courgettestoofpotje. Fruit de ui in hete olijfolie, temper na een halve minuut het vuur, voeg de knoflook en de rozemarijn toe en laat alles een tiental minuten zacht worden.
2. Draai het vuur onder de ui weer open, voeg de courgette toe, roerbak alles een minuutje zodat de courgette hier en daar goudbruin kleurt. Strooi zout op de courgette, temper het vuur, dek de pan af en laat de courgettes boterzacht worden, in een kwartier tot een halfuur (ik heb graag courgettes die echt comateus gestoofd zijn en ga dus voor een halfuur).
3. Kook de noedels gaar volgens de instructies op de verpakking.
4. Schep de noedels door het courgettestoofpotje. Breng alles op smaak met peper, zout en misschien nog een scheutje lekkere olijfolie. Serveer het met parmezaan en gesnipperde munt.

Timing:
Je kunt het courgettestoofpotje gerust tot twee dagen op voorhand maken. Of langer op voorhand, en bewaren in de diepvriezer.

blog 009

Voor zes uur ‘s avonds puur plantaardig eten. Daarna eten wat je wilt. Dat is de simpele vuistregel genaamd Vegan Before 6.
Klinkt halfslachtig?
Halfslachtigheid wordt soms onderschat, vind ik. Neem nu al die gevallen waarin een radicale verbetering niet wil lukken. Dat is een halfslachtige verbetering toch interessant.

Het is misschien toffer om uit te pakken met de goede voornemens die je moeiteloos waarmaakt. Al jaren geen vliegvakanties meer. Een jaar geen nieuwe kleren gekocht. Hoe dieptragisch voor mij dat ik alleen een kookblog heb en dus niet uitvoerig verslag kan uitbrengen van die successen. Hier zou ik alleen kunnen schrijven: goed nieuws over mijn ruggengraat: ik heb een halfjaar geen kaas gegeten! Alleen zou het niet waar zijn. Ik krijg het niet voor mekaar. Ik betwijfel of het wel te rijmen valt met mijn werk als culinair journalist, maar ook als ik pakweg pianiste zou zijn, dan zou het misschien niet lukken.

Dus voel ik mij aangesproken door het idee van Vegan Before 6. Het komt van Mark Bittman, die ook culinair journalist is, voor de New York Times. Hij heeft er een boekje over geschreven.
Mark Bittman koos zijn vuistregel nadat hij tot de orde was geroepen door zijn dokter, die te veel voortekenen zag van een hartkwaal. De dokter zei: word veganist. Bittman dacht: lukt nooit, met mijn werk (en mijn eetlust). Hij gooide het op een akkoordje met zichzelf: tot het avondeten alleen plantaardig, ongeraffineerd eten, daarna vrijheid (vegan and unprocessed before 6 dus, maar dat bekt minder goed). Het werkte voor hem. Hij viel af, werd fitter en leerde zichzelf een heleboel gezonde gewoonten aan, die na zes uur ‘s avonds niet zomaar verdwenen. Vegan Before 6 betekent namelijk niet dat je na zes uur zoveel mogelijk biefstuk in roomsaus moet eten.

Zelf probeerde ik het eind vorig jaar al een paar weken uit. Het was een plezierige uitdaging in de keuken en deed mij iets meer plannen, wat het evenwicht in ons eten doorgaans ten goede komt (zie ook: groentenabonnementen).
Daarna kwamen de feesten. Daarna had ik dringend een boek af te werken. Daarna ging ik drie weken op vakantie.
Nu begin ik opnieuw. Omdat het hier in mijn doordeweekse routine en kleine luie gewoontes nog wel een beetje plantaardiger en ongeraffineerder mag. De planeet draagt sinds mijn vakantie een paar kilo’s Dorien die op z’n vriendelijkst gezegd volstrekt misbaar zijn. Maar eigenlijk wil ik vooral de milieu-impact van mijn eten verkleinen.
Een gezond lijf op een gezonde planeet, dat ideaal. En voor morgen: een grote pot soep.

Witloofsoep met witte bonen
Voor een grote pot:
400 g gekookte witte bonen (ik kook ze graag zelf, maar je kunt ook blikbonen gebruiken)
2 kleine uien, gesnipperd
4 stronkjes witloof
ca. 1,5 l hete bouillon
zout, olijfolie
leuke extra voor de afwerking: een stronkje roodlof of radicchio

1. Verhit een laagje olie in een grote zware soeppot, roer er de uien door, temper het vuur en laat de uien zachtjes glazig worden terwijl je het witloof in dunne reepjes snijdt (de harde kern kun je ook gerbruiken). In dit stadium kun je ook wat tijm, rozemarijn, gerookt paprikapoeder of nog iets anders toevoegen aan de uien, maar als je goede bouillon hebt, is het niet nodig, vind ik.
2. Draai het vuur heter en roer het witloof door de uien. Temper na een halve minuut het vuur weer en laat de groenten samen minstens tien minuten garen, terwijl je af en toe roert. Proef van het witloof: als het lekker gaar is en een beetje zoet begint te smaken, voeg dan de bouillon en de bonen toe.
3. Breng de soep weer even naar het kookpunt. Laat hem minstens enkele minuten sudderen. Breng hem op smaak. Klaar.

12278067935_b20aba1893_o

Ik ken iemand die elke morgen een glas boerenkoolsap drinkt. ‘Even verkwikkend als koffie!’ zegt ze. Jullie kennen haar ook, het is Gwyneth Paltrow. Ooit was ze de actrice die zo teer kon smachten in Britse kostuumdrama’s. Nu is ze de dieetgoeroe van de boerenkool. En ze is niet eens de enige. In een constante staat van detox surft ze mee op de boerenkoolgolf die van LA naar New York rolde, doorreisde naar Londen en – enigszins aangelengd met ordinair regenwater – ook het Europese continent heeft bereikt.
Dat wil zeggen dat je nu ook in het Nederlands recepten vindt voor mojito met boerenkool, chips van boerenkool of smoothies van boerenkool en bosbes. En ook: dat je zelfs in de supermarkt weer boerenkool kunt kopen. Mooi zo.
Eigenlijk is er wat taalverwarring in het spel. Kale, het ontbijt van Paltrow en al haar Engelstalige volgelingen, betekent niet per se boerenkool, het betekent bladkool: kool die losse bladeren vormt aan een opschietend stammetje. De krullerige boerenkool is maar één variëteit, en voor veel hippe fitnessslaatjes is ze niet de meest geschikte. Soms ben je beter af met een gladder type, of met de pikdonkere, langgerekte bladeren van palmkool – de soort die in Italiaanse kookboeken cavolo nero heet. Dankbare moestuingroenten, maar wie aangewezen is op de winkel, moet het met boerenkool doen.
Dus ging ik met twee grote zakken boerenkool op zoek naar mijn innerlijke Gwyneth. Eerst maakte ik soep van kruidige bouillon, selderij, fijne speltpasta en boerenkoolsnippers. Verrassend goed. Daarna volgde een salade van quinoa, fijngehakte boerenkool, bosuitjes, appel, geroosterde walnoten, haloumi en citroenschil. Best oké, maar te streverig.
Uiteindelijk kwam het zondagavondeten dan toch maar gewoon uit de Groentebijbel van de Nederlandse Mari Maris. Een bijbel. Elke mode legt het boek naast zich neer, maar er staan wel vijftien bladkoolrecepten in. Maris heeft niet eens stamppot met rookworst nodig om elke detox volledig om zeep te helpen. Bladkool is in Europa zo oud als de straat, dat is waar haar recepten ons aan herinneren. Het is hier al van voor de Kelten, en Plinius en Dioscorides waren Gwyneth Paltrow als koolgoeroes der oudheid ver voor.
Ik kies voor ‘in tomaat gesmoorde boerenkool’ en bouw die uit tot een pastagerecht. Boers lekker.

Orecchiette met boerenkool en tomaat
Voor 4 personen:
300 g orecchiette (of andere pasta)
1 ui, gesnipperd
2-3 tenen knoflook, gehakt
Enkele el kappertjes, uitgelekt
8 ansjovisfilets (uit blik/pot)
600 g boerenkool, gewassen
400 g bliktomaten
Parmezaanse kaas, olijfolie
Chilivlokken, zout, peper
Balsamicoazijn

1. Verhit een grote pan, giet er een laagje olijfolie in, roer de ui erdoor, temper het vuur en fruit de ui glazig. Voeg na ongeveer een minuut de knoflook toe, de kappers, de ansjovis, een snuf zout en chilivlokken.
2. Maak intussen de kool klaar. Rits de bladeren van hun steeltjes, hak de steeltjes fijn en voeg de steeltjes toe aan de uien. Snipper de bladeren fijn en voeg ook die toe. Roer alles om op een zacht vuur.
3. Voeg, zodra de kool slinkt, de tomaten toe. Breng aan de kook, temper het vuur en laat nog vijf minuten sudderen.
4. Breng een grote pot water met zout aan de kook en kook de orecchiette gaar.
5. Roer de pasta onder de groenten. Breng op smaak met zout, peper, geraspte parmezaan, olijfolie en balsamicoazijn.

(Dit stukje en recept verschenen eerder in mijn rubriek De Keukenprinses in De Standaard Magazine)

liebster award

Een hele tijd geleden kwam mij vanuit de fleurige groentenkeuken van Yonashi zowaar een award toegewaaid. Danku, Yonashi! Ik ben vereerd.
Het was de Liebster Award, een prijs die bloggers aan bloggers uitreiken. In ruil krijgen ze antwoorden op al hun vragen. Yonashi bleef zeer discreet, ze vroeg niet naar mijn bankrekening op de Kaaimaneilanden, mijn zakenbelangen in Sotsji of mijn ophefmakende verschijningen op Antwerpse undergroundfeestjes. Viel dat weeral mee.

1. Wat heb jij altijd in je keukenkast staan?
Veel te veel! Soms lijkt het hier wel het Nationaal Museum voor Droge Voeding. Alleen al met mijn olie en azijn kan ik een kast vullen. Eind vorig jaar liep het zo de spuigaten uit, dat ik met een auto vol kruiden, rijst, meel, olie en meer naar een vriendin van mijn broer gereden ben, die kookworkshops geeft aan kansarmen en daarvoor nog ingrediënten zocht. Benieuwd wat daaruit voortgekomen is.
2. Welke groente/fruit is onmisbaar in jouw koelkast?
Ik ben erg gesteld op een voorraadje sjalotten en uien, al bewaar ik die niet in de koelkast. Citroenen heb ik ook graag binnen handbereik, maar ik zou ze wat meer willen vervangen door zure smaken van eigen bodem – zure kruiden, fijne azijn: grotendeels onontgonnen terrein voor mij.
3. Welk gedroogd kruid heb jij altijd in huis?
Gerookt paprikapoeder, venkelzaad, chilipepertjes en tijm. Afgelopen herfst heb ik salie uit de tuin van mijn moeder gedroogd en die gebruik ik nu ook heel graag.
4. Wat is jouw favoriete smoothie/juice?
Ik ben niet zo’n sapjesdrinker, maar laatst ontdekte ik dat rode biet en sinaasappel wel heel lekker zijn samen.
5. Welk gerecht roept bij jou nostalgie op?
Gestampte aardappelen, op het moment dat ik er nootmuskaat over strooi. Pistolets met jonge kaas. Sla met mayonaise. Pudding met een koekje erin. Boterhammen als avondeten, met een tas thee. Snel naar de volgende vraag, want ik word te week.
6. Wat heb je nog nooit gegeten maar wil je heel graag proberen?
Zelf geplukte paddenstoelen.
7. Welk vegan of veggie restaurant raad jij aan, in Belgie of Nederland?
Aahaar in Antwerpen, een ongedwongen, authentiek Indiaas buffetrestaurant waar je voor 9 euro eet zoveel je wilt.
8. Wie is jouw grote vegan/veggie-voorbeeld?
Ik bewonder vooral mensen die fijne boeken over eten schrijven, zoals Laurie Colwin of Tamar Adler, maar dat zijn geen vegetariërs. Mijn keukenhelden van het moment zijn mijn broer Floris en Lara Lambrechts, twee getalenteerde koks die zich toeleggen op de vegetarische keuken. Ik volgde een tijdje een koksopleiding samen met hen, en wat voor mij een vage droom was, is voor hen nu werkelijkheid. Respect. Lara kun je als cateraar boeken via deze website, mijn broer werkt sinds kort in de Rosenobel. Ik ga er vanavond voor het eerst proeven, maar ik weet natuurlijk allang dat hij heel leuk kookt.
9. Wat is het leukste of lekkerste dat je ooit gemaakt hebt? Al dan niet in de keuken, gewoon iets met je handen.
O, dat is een moeilijke vraag. Eten en teksten zijn de dingen die ik het liefst maak, en ik heb het geluk dat dat ook mijn beroep geworden is. Dat wil wel zeggen dat de ongecompliceerde kinderlijke trots er wat bij ingeschoten is. Die heb ik gelukkig hervonden toen ik ons pas verworven stadstuintje twee jaar geleden begon te verbouwen tot iets wat meer eten en leven voortbrengt. Ik doe alles fout, maar ben toch constant fier als een gieter.
10. Wat neem je zeker mee naar een onbewoond eiland?
Mijn man, mijn familie en al mijn vrienden. Een wildplukgids, onontbeerlijk. En heel veel zonnecrème, muggennetten en thee, en mijn favoriete hoofdkussen, en toch ook mijn laptop, denk ik, en een zacht bed. En washandjes. Ik wil dus gewoon niet naar een onbewoond eiland.
11. Wat is jouw favoriete online vegan/veggie recept?
Dat kan ik echt niet kiezen. Deze eigenste blog verzamelt er een heleboel en het is fijn om te bedenken dat er nog eindeloos veel kunnen bijkomen. Soms herontdek ik mijn eigen recepten. Zo begon iemand laatst over deze pompoenragout, en moest ik toegeven dat ik niet meer wist hoe hij smaakte. Dus heb ik hem nog eens gemaakt. Goed!

Eigenlijk is de Liebster Award een wisselbeker voor nieuwe blogs die meer lezers verdienen. Ik mag hem nu zelf op mijn beurt uitreiken aan een vijftal zulke blogs, maar omdat ik daar de jongste jaren niet veel tijd voor heb gemaakt, stel ik voor dat jullie gewoon hieronder jullie favoriete (kleine) blogs tippen. Recepten waar je echt wat aan hebt, mooie foto’s, fijne pennen, of gewoon je eigen blog waar je zonder enige schaamte reclame voor hoort te maken.

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 590 andere volgers