Info

Dorien Knockaert

Posts from the snel Category

14028603172_12ba563c59_o

De gestoofde courgettes met boekweitnoedels die ik begin deze week al aankondigde, smaakten zo door en door goed dat ik dacht: ik maak er nog wat reclame voor. ‘t Is haast te simpel om een recept te zijn. Maar misschien zijn dat wel de beste recepten.
Boekweitnoedels hebben ook een hippere naam: sobanoedels. Je vindt ze in het Aziatische rek in de supermarkt, of in de biowinkel. Ze worden tegenwoordig populairder omdat veel mensen op zoek zijn naar alternatieven voor tarweproducten. Zelf verdraag ik tarwe goed, maar het lijkt me logisch dat het niet zo’n goed idee is om pakweg de helft van je dieet uit geraffineerde tarweproducten zoals licht brood en witte pasta te laten bestaan. Voeding wordt dan vulling en alles wordt saai.
Boekweit- of sobanoedels zijn in veel recepten een leuk alternatief voor spaghetti. Ze bevatten vaak nog voor de helft tarwe. Je vindt er ook die uitsluitend boekweit bevatten, maar die verpappen wel makkelijker wanneer je ze kookt.
De courgettes waren onze eerste van het jaar. In de tuin is het er nog veel te vroeg voor, maar in de kas van de bioboer kan het al, allicht met dank aan de snelle lente.

Gestoofde courgettes met boekweitnoedels
Per persoon:
1 sjalot/klein uitje
1 teen knoflook, gehakt
klein takje rozemarijn
1 courgette (een veeleer kleine), in duimdikke stukken (of een ander formaat waar je zin in hebt)
70 tot 100 g boekweitnoedels (naargelang de honger)
takje munt
Parmezaanse kaas of iets gelijkaardigs
olijfolie, (chili)peper, zout

1. Maak eerst het courgettestoofpotje. Fruit de ui in hete olijfolie, temper na een halve minuut het vuur, voeg de knoflook en de rozemarijn toe en laat alles een tiental minuten zacht worden.
2. Draai het vuur onder de ui weer open, voeg de courgette toe, roerbak alles een minuutje zodat de courgette hier en daar goudbruin kleurt. Strooi zout op de courgette, temper het vuur, dek de pan af en laat de courgettes boterzacht worden, in een kwartier tot een halfuur (ik heb graag courgettes die echt comateus gestoofd zijn en ga dus voor een halfuur).
3. Kook de noedels gaar volgens de instructies op de verpakking.
4. Schep de noedels door het courgettestoofpotje. Breng alles op smaak met peper, zout en misschien nog een scheutje lekkere olijfolie. Serveer het met parmezaan en gesnipperde munt.

Timing:
Je kunt het courgettestoofpotje gerust tot twee dagen op voorhand maken. Of langer op voorhand, en bewaren in de diepvriezer.

13677337575_4aeab404a0_o
Voor de tweede lente op rij wordt mijn nog wat kale begin-apriltuin elke dag wat meer gevuld door dit plantje. Ooit god-weet-hoe verzeild geraakt tussen het gras en het terras, en besloten dat het in mijn tuin een clan zou stichten.
Look-zonder-look, leerde ik vorig jaar al. En dat het eetbaar is. Het is geen familie van de knoflook, maar het smaakt er wel naar. En ook wat mosterdachtig.
Onkruid eten, superleuk natuurlijk, in theorie. Ik schoof het voor me uit.

13678551565_06a4cb032e_o
In november, toen het onkruid in mijn tuin al was geweken voor allerlei groenten en zomerbloemen, kreeg ik de kans om op plukwandeling te gaan met de Deense topkok René Redzepi, boegbeeld van de wildplukgastronomie. We trokken op speurtocht in het Amsterdamse Vondelpark en verbaasden ons erover dat je zelfs daar, in november, zoveel eetbaars aantreft. Er stond ook nog een klein beetje look-zonder-look. ‘De bloemknoppen zijn heerlijk in de lente’, zei Redzepi. En ik schaamde mij omdat ik ze niet eens had geproefd.

13677315995_83b9ee6c16_o
Nu zijn ze terug. Ik heb er vandaag spaghetti mee gemaakt. Een heel gewone spaghetti. Tot de wildernis erbij gaat, natuurlijk. Ah, zoveel plezier, gratis en voor niks en in een kwartier gefikst.

Look-zonder-look is ‘vrij algemeen te vinden in bosachtige omgevingen, parken en plantsoenen’, lees ik in Het Grote Wildplukboek van Edwin Florès. De planten kunnen 15 tot 120 cm groot zijn, vertelt Alys Fowler in The Thrifty Forager, en ze zoeken graag wat schaduw op.
Hoewel er deze tijd van het jaar nog veel open ruimte is in mijn tuin, groeit de look-zonder-look steevast vlak tegen de muur of vlak tegen een andere plant. ‘It basically likes to hug something’, schrijft Fowler. Een roerende eigenschap om een plantje aan te herkennen.

Spaghetti met broccoli, gemarineerde tomaatjes, plukpesto en bloemen

Voor 4 personen, hoofdgerecht:
de pesto:
ca. 50 g blaadjes van look-zonder-look (kies de teerste blaadjes)
ca. 50 g rucola
ca 50 g blaadjes van Oost-Indische kers
> allemaal inwisselbaar met andere blaadjes zoals platte peterselie, basilicum, postelein, daslook… ik voegde vandaag ook een heel klein restje spinazie toe dat nog in onze tuin stond
50 g noten (ik gebruikte 25 g geroosterde amandelen en 25 g pistaches)
peper, zout, olijfolie, notenolie (ik gebruikte ook een beetje hennepolie)

de rest:
400 g spaghetti
2 teentjes knoflook
200 g gemarineerde tomaatjes (halfgedroogde/gekonfijte), uitgelekt en klein gesneden
kleine roosjes van 1 broccoli (houd de steeltjes voor iets anders)
Parmezaanse kaas
Handvol bloemetjes en bloemknopjes van look-zonder-look
Handvol bloemen van Oost-Indische kers
Lekker kruidige olijfolie

1. Maak eerst de pesto. Hak in een keukenmachine de noten fijn en voeg de blaadjes toe, met een scheut olijfolie en een snuf peper en zout. Mix alles tot een gladde saus. Breng op smaak met peper, zout en smakelijke olie (olijfolie, notenolie, hennepolie… volgens beschikbaarheid en smaak). Als je geen lookachtige blaadjes gebruikt, kun je wat geperste knoflook toevoegen.
2. Breng een grote pot water aan de kook, voeg zout toe en kook er de spaghetti beetgaar in.
3. Verwarm intussen in een grote pan een scheut olijfolie en de tomaatjes. Als de spaghetti bijna gaar is, voeg je de broccoli toe aan de tomaatjes, draai je het vuur heter en schep je de spaghetti op de broccoli, samen met nog enkele scheppen kookvocht. Roer om tot de broccoli beetgaar is.
4. Haal de pan van het vuur en roer naar smaak pesto door de spaghetti (je zult misschien nog wat pesto overhebben, die is morgen lekker in de soep, of je kunt hem invriezen). Breng de spaghetti op smaak met kaas, peper en zout. Voeg extra kookvocht toe als je alles wat gladder wilt hebben.
5. Schep in elk bord wat van de spaghetti. Sprenkel er een klein beetje extra olijfolie over en werk de borden af met de bloemen. (Als de bloemen van Oost-Indische kers je wat te theatraal zijn, dan kun je er mooie oranje snippers van maken)

13609658785_6ccddf556c_o

Vandaag voelde ik mij een echte journalist: met een steeds voller schrift doorkruiste ik het land. Ah. Leuk. Het zijn de mooiste dagen.
Ik ga dan zo op in mijn roadtrip dat ik vergeet dat ik moet eten. Scheurende honger, tankstationbroodjes: op een schuldbewuste manier draagt dat bij tot de romantiek van het onderweg zijn. Maar ik wou het vandaag toch eens anders proberen.
Voor ik vertrok rekende ik snel uit waar ik tijd zou hebben om een eetpauze te nemen. Bingo, Gent. Even hengelen naar een strategisch gelegen lunchadres – dank u, Ilse! – en jawel, ‘s middags zat ik netjes met mes en vork in De Walrus, waar ik voor 10 euro een dagschotel kreeg zoals je ze alleen in Gent kunt krijgen: groenten op vier manieren, een grote schep rijst, één en al zorgzaamheid, ik vind dat zo’n verademing.
Omdat het een heel lange dag zou worden, had ik ook een knapzak meegenomen (het was eigenlijk een tiffin, geen knapzak, maar dat klinkt weer zo snobistisch). Keuze genoeg, want ik had gisterenavond nog gekookt na het eten. Op een of andere manier werkt dat het best voor mij: na het eten pas koken. Voor het eten heb ik te veel honger.
Na het eten koken lijkt disfunctioneel, maar eigenlijk is het geen probleem, zeker niet als je het consequent zou doen. Er zijn zoveel bereidingen die alleen maar lekkerder worden van een nachtje wachten. Zoals deze bloemkool op z’n Catalaans.
Wat is er Catalaans aan? Ik kan het niet zeggen, maar het is gebaseerd op dit recept en dat vond ik door cauliflower catalan te googelen. Ik had in Catalonië op de markten veel mooie bloemkolen zien liggen en was nieuwsgierig.
Ook stonden er gisterenavond gekookte bonen in de koelkast die dringend op moesten. Die wou ik eens op z’n Grieks bereiden: met tomatensaus en olijfolie in de oven.
Toevallig passen de bloemkool en de bonen heel goed bij elkaar. Maak er nog een groene salade bij en je hebt fijn avondeten voor weinig moeite. Of neem ze mee naar een picknick, met wat olijven en Frans brood. Doordat het twee gerechten zijn die je tijdens het bereiden door en door verhit, zijn ze niet al te vatbaar voor bederf en houden ze het wel even uit in een warme fietstas of auto.

Bloemkool op z’n Catalaans (om op voorhand te maken)
Voor zeker 4 personen:
1 kleine bloemkool, in kleine roosjes en stukjes (het stammetje en de steeltjes mogen gewoon meedoen)
1 ui, gesnipperd
70 g pijnboompitten (probeer het ook eens met zonnebloempitten, die zijn veel goedkoper)
70 g rozijnen (gehakt als het er grote zijn)
4 el balsamicoazijn
120 ml olijfolie (als je voor je gezondheid minder vet moet eten, kun je hier wel wat op beknibbelen, schat ik)
1 laurierblad
zout naar smaak

1. Verwarm de oven voor tot 180°.
2. Meng alle ingrediënten in een grote hittebestendige kom. Ze mogen opeengepakt liggen, want de bedoeling is niet dat je de bloemkool roostert, wel dat hij gaart in zijn marinade.
3. Zet de bloemkool voor ongeveer 40 minuten in de oven, tot hij beetgaar is (hij mag echt nog stevig zijn). Schep halverwege alles eens om.
4. Laat de bloemkool nog minstens enkele uren rusten, zodat de smaken versmelten (toen hij pas uit de oven kwam, vond ik de combinatie nog niet zo geslaagd). Serveer warm, koud of op kamertemperatuur, als salade, bijgerecht of tapa.

Bonen op z’n Grieks
Voor zeker 4 personen:
Enkele koppen gekookte witte bonen
Ca. 500 ml tomatensaus volgens favoriet recept (wil je extra verwijzingen naar Griekenland, doe er dan veel oregano in en een beetje kaneel)
olijfolie
Lekkere extra: verse dille en/of verkruimelde feta

1. Verwarm de oven voor tot 180°. Meng de bonen met de tomatensaus in een grote platte ovenschaal. Roer er een scheut olijfolie door.
2. Zet de schaal voor ongeveer drie kwartier in de oven, tot de saus mooi is ingedikt, de bonen extra smaak hebben opgenomen en je aan de randen en de bovenkant hier en daar droge en aangebakken stukjes krijgt (geen aangebrande stukjes). Schep alles om. Serveer warm of op kamertemperatuur, met verse dille en/of feta als je daar zin in hebt.

Kool is geweldig. Nu ik een jaar heb mogen rondhangen in de moestuin van Kim, vind ik dat eens te meer. Zelfs nu, nadat de kolen allang geoogst zijn en haast niets in de moestuin nog productief is. Nu zijn de koolplanten misschien wel op hun best. Ze maken slanke scheuten aan met kleine bloemetjes en mals gebladerte. Heerlijk. Kim liet me proeven, het is als snoep. In dit bericht vertelt ze er alles over.
‘Hebt ge geen recept voor mijn broccolibloemetjes?’ had ze eerder vorige week gevraagd. ‘Ik zou maccaroni willen maken.’
Dus zei ik: fruit wat uien in veel paprikapoeder en chili, voeg tomatenpuree toe, roer er kleine broccoliroosjes door, schep dat door uw gekookte maccaroni, overgiet alles met kaassaus, strooi er nog wat extra kaas op en steek het in de oven. Niet dat ik dat ooit zelf al gedaan had, het leek gewoon iets wat niet kon mislukken.
Maar toen proefde ik de roosjes op hun slanke scheuten in haar tuin en wist ik dat er meer in zat, sterrendom. Kaaskorsten waren hier niet aan de orde. Ik kreeg er een hele zak van mee en roerde ze door een licht gekruide spaghetti carbonara. Intussen al twee keer, dat heb je met gerechten die goed smaken én vliegensvlug klaar zijn.
Werkt het ook met gewone broccoli uit de winkel? Ja, als je alles heel klein snijdt, op het eind een paar handen rucola toevoegt en je tevreden stelt met iets wat enigszins doordeweeks blijft. Niks mis mee, met doordeweeksheid, oh nee. Maar probeer toch eens aan zulke scheuten te raken. Feest.

13386490553_bb61a5a799_o

Spaghetti carbonara met broccoli- en koolscheuten
Voor twee zeer hongerige mensen:
250 g spaghetti
2 sjalotten of 1 kleine ui, gesnipperd
2 teentjes knoflook, geschild maar niet gesneden
ca. 1/2 koffielepel gerookt paprikapoeder (pimenton de la vera)
ca. 1/2 koffielepel gewoon paprikapoeder
snuf tijm
snufje chilivlokken of – poeder
1 koffielepel tomatenpuree
350 g kool- en broccolischeuten, deels steeltjes, deels bloemetjes, deels loof
2 eieren, losgeklopt
40 g parmezaanse kaas, fijngeraspt
olijfolie, peper, zout

1. Bereid eerst de groenten voor. Was de scheuten en maak de bloemetjes en de blaadjes los van de stelen. Houd ze, elk apart, opzij en hak de kaalgeplukte stelen in kleine stukjes. Snijd het loof in grote snippers.
2. Breng een grote pot water aan de kook, voeg royaal zout toe en kook de spaghetti erin gaar.
3. Fruit intussen in een andere hete, wijde pan de sjalotten in olijfolie, samen met het paprikapoeder, de tijm, de chili, de knoflook en een snuf zout. Temper het vuur en laat ze minstens 5 minuten garen en smaak ontwikkelen. Voeg de tomatenpuree toe en laat alles samen nog eens 5 minuten verder garen.
4. Voeg de gehakte stelen en bloemetjes van de kool en de broccoli toe. Draai het vuur weet wat heter en dek de pan af met een deksel, zodat de bloemetjes beginnen te garen in hun eigen stoom.
5. Als de spaghetti bijna gaar is, schep je hem op de bloemetjes, samen met enkele pollepels van het kookvocht. Leg daarop het loof. Dek de pan af en laat alles nog heel even doorgaren – minder dan een halve minuut – tot de bloemetjes beetgaar zijn en het loof net geslonken is.
6. Roer de kaas door de eieren en roer dat mengsel door de spaghetti. Breng op smaak met peper en eventueel nog wat zout. Druppel er voor het serveren nog wat van je lekkerste olijfolie over.

Dat de wereld vooral nood heeft aan recepten die snel en simpel zijn, dat wist ik vorig jaar ook al. Maar nu ik sinds januari weer voltijds buitenhuis werk, voél ik het ook. Dat is op zich niet zo’n vrolijke gang van zaken. Maar de keren dat het lukt om om half negen ‘s avonds nog iets lekkers op tafel te krijgen, ben ik wel erg tevreden over mezelf. Die keer met het linzenstoofpotje bijvoorbeeld. (more…)

Ik heb een idee voor volgend jaar! Laten we ook een keer de eethuizen, broodjeszaken en cafetaria’s der Lage Landen aansporen om mee te doen aan Dagen Zonder Vlees. Dat zou leuk zijn voor alle brave zielen die zich veertig dagen lang hun steaks en hun scampi’s proberen te ontzeggen. Maar het zou ook iets losmaken.
Vlaanderen is namelijk gebouwd op een vulkaan. Een vulkaan die jaar na jaar werd opgetrokken uit miljoenen lagen vegetarische lasagnes, tomaat-mozzarella en salades-met-geitenkaas-zonder-spek. Een vulkaan die in de Dagen Zonder Vlees plots, als door een wesp gestoken, zou ontwaken uit zijn slaap. Creativiteit die al jaren in coma lag, zou als lava over het land rollen, onder geurige wolken van salie, lavas en warme hazelnoten, en iedereen zou zijn neus in de lucht steken en het water in zijn mond voelen lopen. Oké oké, zouden de bazen zeggen, ‘iedereen krijgt een dag vrij om vegetarisch te gaan eten.’ Want er zou met al die verlekkerde zielen toch geen land te bezeilen zijn. (more…)

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 662 andere volgers