Info

Dorien Knockaert

Posts from the feestelijk Category

14297183884_ef07336a78_o
Laat andere mensen maar discussiëren over de zin en onzin van communierituelen, ik ben allang blij dat het tuinfeestenseizoen geopend is, en dat ik gevraagd word om lange tafels te vullen met grote salades. Deze maand twee keer. Twee keer ging het om een barbecue met vlees, waarbij ik slaatjes maakte. Ik doe dan heel hard mijn best, om de vleeseters er op zijn minst van te overtuigen dat groenten even lekker kunnen zijn als een perfect gegrilde biefstuk. En zeker veel lekkerder dan een uitgedroogde kipbrochette.

14297756835_26192dca4d_o
Op tuinfeest nummer 1 maakte ik, aanvullend op een vleesbarbecue:
bloemkool op z’n Catalaans, met wat geraspte citroenzeste erover voor extra feestelijkheid
– carpaccio van rode biet met dressing van notenolie en geroosterde komijn (uit De Moestuin van Mme Zsazsa)
- gemarineerde venkel met geitenkaas en kappertjes
– fattouche (Midden-Oosterse salade die ik min of meer op de wijze van Arabia maak)
– lauwe asperges met rucola en parmezaan
– koolrabisalade met aardbeien en geitenkaas (uit De Moestuin van Mme Zsazsa)
– orzosalade met erwten, mozzarella en een sausje van geroosterde paprika (losjes hierop geïnspireerd)
– eenvoudige linzensalade met mosterddressing en verse kruiden
– zoet-zure paprika van Ottolenghi
– gevulde eitjes, op vraag van de kinderen
– radijzen, mayonaise met geroosterde knoflook, kruidenboter, specerijenboter

14111198057_8f25415cf2_o
Voor tuinfeest nummer 2 deelde ik het werk met mijn schoonzus. Zij maakte taboulé, aardappelsalade, kruidensalade, mangosalsa en tomatensalade en ik maakte:
pastasalade à la Jamie (blijft in al zijn eenvoud mijn favoriete formule, ik voeg wel meer dressing, olijven en kruiden toe dan het recept voorschrijft)
– weer de gemarineerde venkel, want die heeft in mijn schoonfamilie een mythische status verworven
– weer de carpaccio van rode biet, want die staat zo mooi op een feesttafel
pittige wortelsalade
– een grote pot ratatouille

Nu zondag houden we opentuindag bij Kim en ga ik ook daarvoor samen met een paar vriendinnen een groentetafeltje bijeen koken. Omdat we geen idee hebben hoeveel volk er komt en of die mensen honger zullen hebben, houd ik het eenvoudig:
– Spanakopita oftewel spinazie met kruiden en feta in filodeeg (het recept uit Goed Eten, maar in één grote ovenvullende taart in plaats van in tijdrovende driehoekjes)
– Weer de bloemkool op z’n Catalaans (makkelijk in grote hoeveelheden op voorhand te maken & onalledaags)
– Carpaccio’s en simpele slaatjes van lentegroente
– Aardbeien
- Chocoladecake met rode biet (uit De Moestuin van Mme Zsazsa) Borgerhoutse rabarbertaart (makkelijker voor grote hoeveelheden)

Tips voor Tuinfeesten Allerhande

- Zelf houd ik praktisch nooit een barbecue, ik heb niet eens een barbecuestel. Een tafel met wat grotere en kleinere groentebereidingen op mooie schalen is mijn lekker rustige alternatief, en als ik meer actie wil, bouw ik een streetfoodkraampje met quesadilla’s of pizza.
– Vier het seizoen. Geef ik thuis een feestje, dan probeer ik met haast uitsluitend seizoensproducten te werken. Voor familiefeesten ben ik losser, maar het seizoen blijft de inspiratiebron, ook in de lente. Bloemkool, koolrabi, radijzen, erwten, spinazie, bietjes: het zijn geen traditionele communiefeestgroenten, maar je kunt er echt wel iets charmants mee maken.
– Let op variatie. Als je voor veel verschillende slaatjes gaat, vermijd dan dat je je groenten met telkens dezelfde smaken combineert: werk de ene af met geitenkaas, de andere met mozzarella, nog eentje met geroosterde noten, dan weer een met croutons en nog eentje met pijnboompitten en rozijnen. Laat de ene dressing smaken als een klassieke Franse vinaigrette, de andere wat fruitiger, nog eentje zoet-zuur en tot slot eentje Aziatisch. Werk nu eens met grassige olijfolie, dan eens met peperige olijfolie en gebruik ook eens notenolie. Varieer in de kruiden: heb je al een salade met veel basilicum, maak er dan een andere met veel bieslook. Enzovoort. Let erop, maar lig er niet van wakker: vijf salades met fetakaas zullen vast ook wel smaken.
– Ga je vegetarisch, zorg dan dat de slaatjes en lichte groentegerechten worden vergezeld door één steviger gerecht. Een ovenschotel zoals lasagne,
een stoofpot, frittata,iets in filodeeg, quiche…
– Let op de aanblik. Voor fijnzinnig dresseren heb ik niet het grafische talent, maar ik zorg er wel altijd voor dat mijn eten op mooie grote schalen ligt en dat ik er mooie kleurige dingen over strooi. In een platte schaal oogt eten vaak mooier dan in een diepe kom, en ik vind ronde schalen ook vaak dankbaarder dan langwerpige.
– Let op het stressniveau: je kunt één bereiding kiezen waar veel prutswerk of avontuur aan zit voor jou, maar combineer ze dan met gerechten die weinig tijdrovend zijn of die je intussen met je ogen dicht kunt maken. En je kunt één gerecht maken dat je helemaal op het laatste moment vers van het vuur serveert, maar combineer dat dan met zaken die je (grotendeels) op voorhand kunt bereiden. Uitstekende stressbrekers zijn deze gemarineerde venkel, deze bloemkool a la Catalana, een grote pot ratatouille of deze wortelsalade: ze worden er alleen maar lekkerder van als je ze een halve dag of langer op voorhand bereidt, en je hebt ze op het laatste moment alleen op smaak te brengen en af te werken met kruiden of kaas. Flapjes zijn veel werk, maar je kunt ze weken op voorhand maken  en in de diepvriezer bewaren, zodat ja ze op het feest zelf enkel nog te bakken hebt. Ook pickles kun je lang op voorhand maken en zeker bij barbecues of op picknicks zijn ze een plezier.
Veel gerechten maak je idealiter niet helemaal op voorhand, omdat dat hun smaak niet ten goede komt. Maar ook die zijn wel al grotendeels voor te bereiden. Rauwe salades snijd en meng ik bijvoorbeeld altijd zo kort mogelijk voor het eten, dat geeft een frisser resultaat. Maar ik maak wel op voorhand al hun dressing, rooster desnoods al wat noten of rasp al wat kaas.
– Wil je het allemaal informeler/goedkoper/makkelijker maken, geef dan een picknickfeest met lekkere broden, schapenkaas, kerstomaatjes, radijsjes en allerlei hummus-achtige dingen om het brood in te dippen.
– Let extra op hygiëne. Op feesten verblijft eten vaak wat langer buiten de koelkast voor het opgegeten wordt. Tegelijk zijn er haast op elk feest wel mensen die kwetsbaarder zijn voor voedselvergiftigingen: zwangere vrouwen, oudere mensen, kleine kinderen. Niks om neurotisch over te doen, maar wel een reden om alles extra goed te wassen en schoon te verwerken. Wees vooral streng voor alle blaadjes en kruiden die rauw op tafel komen: spoel ze drie keer in ruim koud water en zwier ze dan droog. Houd eten weg uit de zon, die komt de appetijtelijkheid toch al niet ten goede.
– Maar serveer niet alles koelkastkoud, want dat is echt niet lekker. Zeker als je gemarineerde groenten of dips serveert, zoals hummus of auberginesalade, haal je die beter even voor het serveren uit de koelkast, zodat ze op hun plooi kunnen komen.
– Gebruik bloemen als versiering. Oost-Indische kers, viooltjes, goudsbloemblaadjes… Feestelijk! Pluk ze op een niet-vervuilde plek en was ze voorzichtig door ze enkele keren onder te dompelen in koud water en daarna te laten uitlekken op een keukenhanddoek.
– Toelichting wordt geapprecieerd. Kook je graag met minder alledaagse ingrediënten, dan willen veel mensen wel even weten wat dat allemaal is. Als je niet het type bent dat graag een inleidende speech geeft bij het eten, schrijf het dan ergens op waar de gasten het kunnen lezen.
– Denk aan de kinderen. Maar sloof je daarvoor niet te veel uit, want meestal zitten de kinderen tegen etenstijd toch al vol chips en kaasblokjes. Zelf zorg ik doorgaans voor een mooie schaal radijzen of kerstomaatjes, en let ik erop dat er één salade is die niet te veel kindbeproevende smaken bevat. Soms maak ik op vraag van de kinderen gevulde eitjes, die dan ook altijd bij hun ouders een groot succes blijken. Best of the seventies.
– Of volg gewoon de feestmenu’s uit De Moestuin van Mme Zsazsa:

14111111280_b77b198617_o

14073196471_ba64e0403c_o
Tegenwoordig heb ik niet zoveel zin om zoete dingen te bakken, maar soms vraagt het leven nog weleens om taart. Of de rabarberplant naast onze schommel, die vraagt er ook om.
Gelukkig is er dit stressloze recept. Het begon als Haasroodse Appeltaart, het recept van Tante Bieke uit Haasrode. Ze maakte het weleens wanneer we met z’n allen op bezoek kwamen. Mijn moeder nam het recept mee naar huis en maakte er Olense Appeltaart van, en gaandeweg ook Olense Rabarbertaart of Olense Stekelbezentaart. Maar we spreken nog altijd over het pre-computertijdperk, dus als je het recept eenmaal voor appeltaart had getypt, ging je niet nog eens een versie voor stekelbezentaart typen.

13889783079_fd1dc4ed48_o
Ik kreeg het recept van mijn moeder en gebruik het vooral voor rabarber. Als ik van iemand veel rabarber krijg. Of als ik veel mensen rabarbertaart wil geven. Het is namelijk een recept voor een hele bakplaat tegelijk, al kun je het natuurlijk wel halveren.
Als je de proporties van het recept respecteert, ziet het er meer uit als een taart dan de foto hierboven suggereert. Het fruit ligt er mooi op. Maar ik heb geen bakvorm die precies een halve bakplaat groot is, dus als ik met een halve portie werk, gaat het allemaal in een wat kleinere vorm en wordt het een dikkere, meer cake-achtige taart, waarin het fruit wegzakt. Ook lekker.
Het verschil met een gewone cake is het verleidelijke glazuursausje. En het feit, uiteraard, dat het geen gewone cake is, maar Borgerhoutse/Olense/Haasroodse Rabarbertaart.

Rabarbertaart voor veel volk
Voor 1 bakplaat:
TAART:
500 g zelfrijzende bloem
350 g suiker
2 eieren
125 g gesmolten boter
3-4 lange stelen rabarber, in stukjes van een dikke centimeter
2 dl melk
GLAZUURSAUSJE:
60 g boter
3-4 el suiker (of nog eentje meer als je met heel zure rabarber te doen hebt – kwestie van proeven en soms een beetje gokken)
1 ei
1 dl melk
0,5 dl room

1. Verwarm de oven voor tot 180°. Bekleed een bakplaat met bakpapier en laat aan de kanten wat papier overhangen (dat zal je helpen om de taart uiteindelijk uit de vorm te krijgen).
2. Roer alle ingrediënten van de taart tot een glad mengsel. Strijk het uit op de bakplaat. Beleg het met de rabarber (dicht opeen leggen).
3. Bak de taart ongeveer een halfuur in het midden van de oven.
4. Roer de ingrediënten voor het sausje. Giet het over de taart. Steek de taart opnieuw in de oven, voor 5 tot 10 minuten, tot zich een korstje begint te vormen.

5 currykerst

Soms overtreft onze diersoort zichzelf even. Bijvoorbeeld wanneer spontane onbaatzuchtige initiatiefjes plots tot een heleboel andere onbaatzuchtige initiatiefjes inspireren, en er een sneeuwbaleffect van solidariteit en slimheid ontstaat. Enthousiast dat ik dan word (en een beetje melig, dat ook). Dus zette ik geld in op vier acties van Tombola 12-12 en werd ik geloot voor één daarvan. Goede deal. Het was een Indiaas etentje. Kun je iets beters winnen?
De gastvrouw was bovendien Natalie Lycops, een vormgeefster/keukenprinses die haar hart verloren heeft in India en van wie we dus qua currykunsten nog iets kunnen leren. Ze is zo lief om ons haar recept voor aloo ghobi te geven, letterlijk: aardappelen met bloemkool (de uitspraak is iets als ‘áloe góbi’). Je vindt het helemaal onderaan.
Ik geef ook even het hele menu mee, want het is de tijd van het jaar dat we menu’s plannen:

Papadums & chutneys (knapperig platbrood met sausjes)
-
Zachte Indiase kaas in currysaus (shahi panir, geïnspireerd op dit recept)
Aardappel-bloemkoolcurry (aloo ghobi)
Kikkererwtencurry (chana masala)
Kruidige linzen met hardgekookt ei (dal)
Basmatirijst
Komkommerraita
Korianderchutney
Rauwkostsalade
-
Kheer (rijstpap met specerijen en nootjes)

11288673916_532dc94e14_o
Extra plezierig aan zo’n tombola-etentje is dat je niet weet bij wie je aan tafel zult zitten. Alleszins deelden we een zeker enthousiasme voor goede-doelentombola’s en vegetarisch Indiaas eten, ik vond het dan ook allemaal fijne mensen. Tegenover mij aan tafel zat niemand minder dan de hoofdredactrice van Flair, en zij verloot nu op haar beurt zo’n etentje, ten voordele van de slachtoffers van de tyfoon Haiyan. Vegetarisch en geïnspireerd door de befaamde kooklessen van Mies Meulders. Ik heb meteen een lotje gekocht en hoop van u hetzelfde, dan komen we elkaar daar misschien tegen.

Een Indiase tafel is werkelijk een heel goed idee voor feesten, zeker als je veel volk te eten moet geven, want je kunt praktisch alles (ver) op voorhand maken. Het hoeft ook helemaal niet pikant te zijn en uiteraard moet je niet authentiek Indiaas kunnen koken. Ik vind het zelfs bijzonder fijn om altijd wat bastaardinvloeden op mijn currytafels te smokkelen. Zo zette ik afgelopen weekend, voor een ander goed doel, deze combinatie op tafel:

Pompoenpilav (volgens dit recept)
Feestcurry van pastinaak, winterwortel en peterseliewortel
Romige linzen (‘dal makhani’ uit het hoofdstuk ‘Currykerst’ in Goed Eten)
Geroosterde sjalot met sinaasappelzeste (dank u, Orangette!)
Carpaccio van rode biet met komijndressing
Appelchutney (volgens dit recept)

Honderd procent Belgische wintergroenten, maar met veel warme Indiaas-Perzische kruidigheid.

Aardappel-bloemkoolcurry van Natalie

11288711934_98b8e9d727_o

Ingrediënten (voor 4 personen als het een hoofdgerecht is, voor 6-7 porties als deel van veel gerechten):
1 medium bloemkool
4 medium aardappelen
4 rode tomaten
5 teentjes look
1 ajuin
1 rode chili
Verse kurkuma (in de biowinkel): ongeveer 2 cm (wat meer kan zeker geen kwaad)
Verse gember, ongeveer 2 cm.
5-tal takjes verse koriander
2 eetlepels zonnebloemolie
natriumbicarbonaat/zout
DROGE KRUIDEN:
• 1/2 koffielepel komijnzaad
• 2 koffielepel korianderpoeder
• 1 koffielepel komijnpoeder
• 1 koffielepel garam masala

1. Snijd de bloemkool in kleine roosjes. Breng voldoende water aan de kook (voeg een snuifje natriumbicarbonaat of zout om het water sneller aan de kook te brengen) en kook de bloemkool beetgaar.
2. Schil de aardappelen, snijd ze in blokjes van ongeveer 2x2cm (komt niet zo nauw). Kook ze beetgaar in water met wat natriumbicarbonaat of zout.
3. Snijd de tomaten fijn in blokjes.
4. Snijd de ajuin fijn.
5. Snijd chili, look, gember en verse kurkuma fijn en plet die dan in een vijzel met een beetje water zodat het een dikke pasta wordt (de structuur mag nog ruw zijn).
6. Warm de olie op in een diepe anti-aanbakpan (liefst ecologisch zoals greenpan) op een medium vuur. Laat hem niet te heet worden, want dan ga je frituren. Doe de komijnzaadjes in de warme olie, laat ze een 2-tal minuutjes sissen tot het aroma vrijkomt. Laat ze niet aanbranden! Doe de ajuin erbij en laat ze op een medium vuur sudderen tot de ajuin glazig wordt. Let erop dat de ajuin niet aanbrandt of bruin wordt. Als de ajuin glazig is, doe de gember-kurkuma-look-chili-pasta erbij, roer regelmatig terwijl je alles laat sudderen.
7. Als je merkt dat de olie zich losmaakt van het mengsel (na 5-tal minuutjes ongeveer), dan voeg je de tomaten toe. Als de olie zich opnieuw begint te scheiden van het tomatenmengsel (na 7-10 minuten), voeg dan alle droge kruiden toe en roer ze goed onder de saus. Laat nog een paar minuutjes sudderen en dan mogen de bloemkoolroosjes en aardappelblokjes en zout erbij. Nog een 5-tal minuten sudderen, neem dan van het vuur, strooi er de verse blaadjes koriander erop en serveer met rijst, naan of chapati (of alledrie!).

Extra tips van Natalie:
– In de winter, als de tomaten weinig smaak en kleur hebben kan je eventueel half verse tomaten/half tomatenpassata gebruiken. Volledig met passata vind ik dan weer een te geconcentreerde smaak.
– Verse kurkuma vind je meestal in de biowinkel. Het is niet alleen smaakvol én een superfood, het is ook een erg geconcentreerde kleurstof. Tenzij oranje je favoriete kleur is, leg je best een krant op je aanrecht, onder je snijplank en vijzel, en draag je een schort. De kurkumavlekken zijn moeilijk te verwijderen. Je vingers en nagels gaan ook helemaal oranje-geel zijn, maar dit gaat nog relatief gemakkelijk weg door een partje verse citroen erover te wrijven.
Zie je dat gedoe niet zitten? Geen probleem: gebruik dan gewoon de poedervorm. 2 koffielepels poederkurkuma voor ongeveer 2 cm verse.
– Heb je geen vijzel of geen zin in al dat geplet, snij dan de vijzelingrediënten heel erg fijn. Dat werkt ook prima.
– Zout kan je vervangen door natriumbicarbonaat en omgekeerd.
– Garam masala betekent letterlijk ‘hete mix’. Het is een mix van Indiase kruiden die het nogal, ja hoor, spicy maken. Je vindt dit ondertussen in de meeste supermarkten, zeker in de biosupermarkten of exotische winkels. Het zit vaak in een kartonnen doosje verpakt.
– Vind je het allemaal nog niet spicy genoeg of staat je mond hiervan al in vuur en vlam, varieer dan met de garam masala en/of verse chili.

De foto helemaal bovenaan komt uit Goed Eten en is gemaakt door Ivan Put.

kaneelbroodjes

Kerstmis, dus.
Gisteren zat ik in een museumcafé te werken (museumcafés = wifi) en aan het tafeltje naast mij zaten twee dagjesmensen. Een paar, vijftigers. Zij vertelde onverstoorbaar: ‘Ik zal de tafel niet op voorhand kunnen dekken dit jaar want met het aperitief blablabla. De hapjes blablabla cadeaubonnen blablabla. Enzovoort.’ Hij knikte maar dacht aan iets anders, iets onpeilbaars, misschien zijn kippenkot of misschien de quiz van de tennisclub of misschien een vrouw die hij eens zag bij de dokter. Het deerde geen van beiden.
Kerstmis. Onuitroeibare traditie. Je moét er iets mee doen. (more…)

De eerste keer dat wij bij ons thuis met z’n allen aan kerstcadeautjes deden, kocht ik voor mijn broer een kiwi. Hij at dat graag maar het kostte wel 15 frank ‘t stuk, een uitspatting! Zelf kreeg ik een pot pindakaas cadeau, mijn geluk was compleet.
Om maar te zeggen: ik stam echt uit de prehistorie ik heb iets met eetcadeautjes. Ze kunnen heel gemakkelijk zijn, want er is niks mis met een goede fles wijn of een blik thee. Maar je kunt je er ook in uitleven. Voor een workshop maakte ik een reeksje eetcadeautjes, waarvan sommige evengoed doordeweeks kunnen dienen. Zo zijn de powermix en de granola momenteel mijn krachtvoer. Aan de karamelpopcorn heeft Kim zich al ziek gegeten en mijn man heeft het een stuk tand gekost. Onmiskenbare tekenen van grote populariteit.

karamelpopcorn

(more…)

Ooit wou ik traiteur worden. Feestjes bouwen, artiestencatering, picknickmanden op bestelling, dat soort dingen. Maar dan ga je eens langs bij Unizo en je zet het uit je hoofd.
Goed. Van het een kwam dan toch het ander* en daar kwam dan op zijn beurt weer iets nieuws uit voort. En nu ben ik de pannenkoekenkramer, straatfeestsoepverdeler, brooddozenvuller, spaghettispecialist en peperkoekenhuisjesbouwer van Plan B. Eigenlijk is dat ook een soort van traiteur. (more…)

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 662 andere volgers