Info

Dorien Knockaert

Posts from the avontuur Category


Wat als je, na dertien jaar in de journalistiek, een telefoontje krijgt met de vraag of je een maand in een restaurant wilt koken? Dan heb je de vakantiejob van je leven beet. Verslag van een stomende affaire.

eat love
‘Ik heb net een heel leuk telefoontje gekregen’
‘Ik zag het’, zegt de collega die naast mij op de redactie zit. Ze kijkt naar mijn ogen, hoe high ze in hun kassen staan. Nicolas Decloedt, een van mijn favoriete chefs, heeft me zopas gebeld om te vragen of ik een maand lang zijn gastkok wil zijn in de keuken van het Gentse restaurant Eat Love Tastings.
Als dat niet spannend klinkt voor u, maar u houdt wel zielsveel van klassieke muziek, dan moet u zich inbeelden dat Chantal Pattyn u zou vragen of u de weekendprogrammering van Klara een tijdje voor uw rekening kunt nemen. Of stel: u bent een fervente moppentapper en plots zou Erik Van Looy op zijn knieën aan uw voordeur zitten, smekend dat u zijn quiz van betere grappen zou voorzien. Misschien bent u Belgiës hanigste verkeersovertreder, en in dat geval zou u een telefoontje krijgen van Jeremy Clarkson die u een rubriek in Top gear aanbiedt. U en u alleen.
Om maar te zeggen: even ben ik één en al gevleid ego en kinderlijke opwinding. Daarna besef ik: ik ben helemaal geen kok! Enkel in mijn wilde fantasieën. In werkelijkheid heb ik nog altijd mijn opleiding tot hulpkok niet afgerond en ben ik een overtuigd aanhanger van het ongeforceerde thuiskoken. Ik kan stoofpotten maken, salades assembleren, ovenschotels tot de juiste graad van bruining brengen. Maar ik kan geen borden dresseren. Ik kan geen schuimpjes spuiten. Ik kan mij niet druk maken over een korrel zout meer of minder. Ik kan nog geen halfuur de schijn ophouden dat ik perfectionistisch ben aangelegd.
‘Geen probleem’, zegt Nicolas luchtig. ‘Inhoudelijk zitten we op dezelfde golflengte.’ Hij bedoelt dat we allebei vegetariërs zijn, houden van biologische landbouw en uitgesproken groentesmaken. Een week later zit ik aan een lange houten tafel te praten met zijn bazin, Valentina Gatti. Nicolas stuurt vanuit de keuken het ene innemende hapje na het andere op ons af – Eat Love Tastings is een restaurant met een menu om te delen, een lijst kleine gerechtjes die stuk voor stuk in het midden van de tafel worden gezet, zodat iedereen aan tafel ervan kan proeven. Terwijl ik mij gelukzalig verwonder over een verfijnde compositie van venkel, gebrande courgette, crème van ui, jus van radijs en zeegroenten, probeer ik Valentina uit te leggen dat ik maar een heel gewone moestuinkok ben. ‘Goed, je mag een moestuinmenu voor ons maken’, zegt ze.
Nu is er geen weg terug.
Weekend 1: dat echte kokskoken
Trainingsweekend. De keukenploeg van Eat Love is voltallig en ik ben overbodig, maar kom kijken en oefenen, een hele avond. Of beter; een hele service (spreek uit als servies). Het fornuis heet de stoof, voorbereiden heet mise-en-placen, voorts valt er niet veel vocabulaire te blokken. Tegen de kok hoor je chef te zeggen, maar ik krijg het niet over mijn lippen en houd het op Nicolas. Vergeleken met de gastronomie is de journalistiek een ontuchtig anti-autoritaire opvoeding: je leert er lastige vragen stellen en je eigen zin doen, twee zaken die in een restaurantkeuken niet overdreven geapprecieerd worden.
Op het moment dat ik arriveer, rond vijf uur in de namiddag, hebben de koks net hun middagdutje gedaan – hun veertien uur durende werkdag is halverwege. Ik moet denken aan alle straffe verhalen die ik al hoorde over hun stiel. ‘Dus jij wilt chef worden?’ schrijft de Amerikaanse kok Anthony Bourdain in zijn achter-de-schermenboek Kitchen confidential. ‘Jij wilt echt, echt, echt chef worden? Wel. Als je in een andere sector hebt gewerkt en je bent gewend aan werkdagen van acht tot negen uur, weekends, vrije avonden, familievakanties, frequente seks met je geliefde; als je het gewend bent om behandeld te worden met ook maar een greintje respect, om aangesproken te worden als een volwaardig mens, om beschouwd te worden als een gelijke – een gevoelige, multidimensionale eenheid met hoop, verlangens, dromen en meningen, het soort eigenschappen die je zou verwachten van de meeste werkende mensen – dan moet je er misschien nog eens over nadenken.’
Ik ben het niet gewend om elke dag na acht uur mijn werk neer te leggen en in een zee van vrije tijd te duiken. Maar van ‘s morgens tot middernacht rechtstaan, zweten en doorploeteren in een kleine ruimte waar niet eens daglicht komt, voor een vaak overdreven kritisch publiek en voor een heel bescheiden loon: dat ben ik ook niet gewoon. Bii wijze van smalltalk vraag ik Nicolas’ jonge souschef naar welke festivals hij gaat. Geen enkel, zegt hij, want hij kan nooit een vrije dag nemen in het weekend.
Het is in de stilte voor de storm dat ik nog adem heb voor dat soort misplaatste vragen: in de twee uur voor de eerste gasten arriveren, wanneer de grote voorbereidingen al getroffen zijn en we de kleine prutswerkjes doen voor de hapjes en garnituren. Ik rol gemarineerde wortellinten op tot sierlijke streepjes, vul snijbietstelen met een kaasmengsel, proef of de mosterdsaus op smaak is. En net op het moment dat ik denk dat het best meevalt, dat echte kokskoken, besluit Nicolas dat ik vanavond verantwoordelijk ben voor het komkommergerecht: een schuin afgesneden balkje gerookte minikomkommer, een quenelle van luchtige schapenkaas, een spie gegrilde sla met geroosterde zonnebloempitten en zeezout, afgewerkt met fraai groene coulis van komkommer en Oost-Indische kers. Nicolas toont me hoe je de coulis in sierlijke vlekken van de punt van een lepel laat druppelen. Ik probeer het na te doen en kwak een groene sausplas op het bord. Stresspunt 1: dresseren. De zaal loopt vol, het tempo gaat de hoogte in.
Weekend 2: Nobelprijs voor de curry
Brainstormen! We nemen een namiddagpauze en gaan in onze schorten en op onze keukenklompen op het terras zitten – kijk, Gent, ik ben een kok! – om mijn moestuinmenu op te stellen. Eenvoudige groentebereidingen zoals een grote artisjok met augurkenvinaigrette, of gegrilde aubergine met gekonfijte knoflook en couscous. Maar nu ik toch een restaurantkeuken ter beschikking heb, wil ik ook weleens iets maken met gerookte boter of met schuim van groene thee.
Op zondagochtend testen we de ideeën uit. Toon eens hoe jij het doet, zegt Nicolas. Ik voel hoe de examenhormonen mijn bloedstroom overnemen: enige faalangst, maar ook een geweldige concentratie. De bouillon voor de artisjokken: met veel citroentijm. De vinaigrette: met pekelvocht van de augurken. De curry: met alles wat ik lekker vind aan de vroege zomer (verse koriander, venkelzaad, peultjes, nieuwe aardappelen, kervel en postelein). Nu ik teruggeworpen ben op wat ik ken van thuis, begin ik ook weer meer te koken zoals thuis, met een kommetje hier, een restje daar en al gauw een tafel vol spullen en ingrediënten die ik zelf als overzichtelijk ervaar, maar die naar restaurantnormen allang opgeruimd had moeten zijn. Voor Nicolas is het vast een marteling om zoiets in stilte te aanschouwen, hij volgt de vorderingen dan ook met beleefd scepticisme. Maar op het moment dat we alles proeven, ontdooit de sfeer. ‘Zelfs in Thailand heb ik nergens zo’n lekkere curry gegeten!’, zegt Valentina. En dat is, voor alle duidelijkheid, alsof Chantal Pattyn, Erik Van Looy én het Nobelprijscomité (Jeremy Clarkson laten we er maar buiten) tegelijk zouden zeggen dat u briljant bent.
Weekend 3: handenarbeid geneest
Veel mensen vinden het raar dat ik een vakantiejob doe – zes weekends op rij gaan werken in plaats van WK-matchen te zien, bij te lezen of eindelijk eens de eetkamer te schilderen. Mijn man vindt het niet raar. Toevallig doet hij net in dezelfde periode ook een vakantiejob: elke zaterdag fietst hij naar een kruidenkwekerij om er als stagiair bij te leren over biolandbouw, en om er zijn handen goed vuil te maken. Op zondagochtend aan het ontbijt zitten we er weekend na weekend moegewerkt bij, maar ook gelouterd. Handenarbeid doet iets geweldigs met mensen als ons, twee journalisten die veel meer aan hun laptop hangen dan gezond kan zijn. We scheppen tegen elkaar op over wie het hardst gezweet heeft. Beschrijven onze onwennigheid, maar ook nieuwe verantwoordelijkheden die we gekregen hebben, nieuwe smaken en inspiratie. Ik vertel trots hoe ik het systeem met de bonnen die uit de zaal komen, langzaam maar zeker overzichtelijker begin te vinden. Hoe mijn tempo wat omhoog gaat, hoe mijn coulis niet meer telkens een vijvertje vormt op het bord. We proberen de voldoening te verwoorden.
De krantenstiel is lang de kwaadste niet, integendeel, het is een van de beste. Maar het is geweldig om te ondervinden dat je nog iets anders kunt, dat een lijf ook op een andere manier kan werken: minder solistisch, minder afstandelijk, minder abstract.
‘Koks laten nog echte dingen door hun handen gaan,’ heb ik bij mijn collega-journalist Michael Pollan gelezen, ‘niet zomaar toetsenborden en schermpjes, maar fundamentele zaken zoals planten, dieren, paddenstoelen. Ze werken met de vier elementen, gebruiken vuur, water, aarde en lucht en moeten die verdorie beheersen om hun smakelijke alchemie te kunnen voltrekken. Hoeveel mensen doen hier nog werk dat hen zo leert omgaan met de materiële wereld, en dat uitmondt – ervan uitgaande dat de soufflé niet inzakt – in zo’n dankbaar en heerlijk gevoel van vervulling?’
Het is dat wat ik bedoel, maar ik heb de ochtend na een zaterdagservice nooit de frisheid gehad om het zo zwierig te beschrijven.
Weekend 5: nooit rusten, nooit haasten, nooit je vinger in de snijmachine steken
Hoera, wat ben ik intussen gerodeerd. In mijn eentje kan ik alle voorgerechten aan. Hoe meer gasten, hoe groter de kick. Elke afgewerkte bestelling die ik doorstreep op een bon, is een shot gelukshormoon. Kribbel kribbel krabbel, laat maar komen. En net op het moment dat ik in een heerlijke vaart zit – nooit rusten, nooit haasten – glijdt mijn hand uit over een stompje chorizo dat ik tegen het vlijmscherpe hogesnelheidsmes van de snijmachine druk.
In je vingers snijden is echt een van de stomste dingen die je als kok kunt doen. Daarom houd ik doorgaans wijselijk op met bewegen zodra mijn vel of vingernagel ook maar de minste aanraking van een lemmet bespeurt. De snijmachine is daar anders in. Die blijft gewoon keihard draaien, ook als jijzelf je actie staakt.
Tegen dat ik mijn hand terugtrek, hangt het topje van mijn rechter middenvinger nog nipt aan de rest. Dit kan ik oprecht verklaren: geen enkele gast van Eat Love Tastings heeft een stukje Dorien Knockaert in zijn voorgerecht gekregen. Wel moet ik toegeven dat ik de rest van die avond weinig nuttigs heb verricht, en dat Valentina snel een vervanger heeft moeten optrommelen. Hoe stoer je je ook probeert te houden – jongens, wat deed ik mijn best – vanaf een bepaalde graad van beschadiging raakt zo’n mensenlijf uit zijn doen. En met een vinger waar ondanks allerlei plakkers, overtrekjes en handschoenen constant een stuk dreigt af te vallen, is het toch maar onhandig werken.
Handenarbeid betekent ook dat je zuinig moet leren zijn op je handen, weet ik nu.
De volgende dag bekijkt de apothekeres me heel raar als ik haar vraag om een pakje vingercondooms. Ook dat is blijkbaar koksjargon. Op de verpakking heten ze ‘vingerlingen’ en het zijn geweldige dingen voor mensen die in hun vinger hebben gesneden, maar toch proper met hun handen willen blijven werken.
Weekend 6: vieze scampi’s
Omdat de snijmachine me er snoeihard aan herinnerd heeft dat ik een vreselijke amateur ben, van weinig nut voor de horecasector, begin ik met een klein hartje aan mijn laatste weekend als vreemde eend in de keukenbrigade. Iedereen gaat mij uitlachen, mama: dat gevoel. Maar mijn lieve nieuwe collega’s zijn echt helemaal dat: lieve nieuwe collega’s. Ze informeren discreet naar mijn vingerleed of doen alsof er niets gebeurd is, maar begrijpen dat ik de snijmachine omzeil. Sam, de souschef, zegt tussen twee bonnen door dat hij zijn hand al ontelbare keren in de snijmachine heeft gestoken. Ik weet niet of het waar is, maar het werkt: ik voel mij weer lid van de bende.
Die bende heeft mij gecharmeerd. Het zaalpersoneel dat altijd met een grapje de keuken binnenglipt. De bazinnen met hun onvermoeibare enthousiasme en hun lekkere wijn. Nicolas, de beste leermeester die een moestuinkok zich kan wensen. En al die fijne mensen van de keukenploeg, die zelfs tijdens de gekste overrompelingen humor en geduld aan de dag bleven leggen.
Het kostbaarste aan mijn hele vakantiejob is dat ik er beter van heb leren koken. Maar een van de mooiste momenten was het minst gastronomische. Toen we na een extreem drukke avond, met niemand die nog fut had om eten klaar te maken voor het personeel, een feestmaal lieten aanrukken uit de dichtstbijzijnde afhaalchinees, biertjes openden en ons lieten dobberen op een warme zee van contentement, uitputting en guilty pleasure. Niet verder zeggen, zei iemand me, met een gegeneerde blik op de vieze scampi’s in hun vieze zetmeelsaus. Maar ik doe het toch. Omdat ook dat, dat onverwachte, bonte kameraadschap, een van de redenen is waarom ik iedereen zou aanraden om in dit doelgerichte grotemensenbestaan eens een zijweg in te slaan en een vakantiejob te nemen. Stomender dan Ibiza. Stichtender dan Rome. Uitdagender dan de Mont Ventoux. En nog goedkoper dan een staycation. Zonnige groeten uit de restaurantkeuken! Wij reizen om te leren en het eten is hier goed.

 

Bovenstaande tekst verscheen in een kortere versie in De Standaard Magazine. De foto is van Valentina Gatti. De recepten van de moestuincurry, de artisjokken en de auberginedip die we als hapje serveerden, vind je op de site van De Standaard Online.

15676405057_a04d890f59_o

Vrijblijvende cadeautip: wij hebben alles al. BE73 8949 8417 573.
Bovenstaand rekeningnummer mist een cijfer en dat is de bedoeling. Want uiteraard wil ik niemand viseren. Iederéén zet tegenwoordig zijn rekeningnummer op het geboortekaartje van zijn kind. Het is een wat zakelijk begin van een mensenleven, maar praktisch. Behalve als je al alles hebt. Dan is zo’n rekeningnummer gewoon iets ongeïnspireerds.
Een goede vriendin van me doet er niet aan mee. Ze werkt het systeem, tot mijn stille bewondering, zelfs tegen. Voor iedereen die een rekeningnummer opgeeft, koopt ze een beige kruippakje uit de Carrefour, zegt ze. Nu ze zelf gaat bevallen, zit ze natuurlijk met de schrik dat ze al die kruippakjes terugkrijgt. Dus heeft ze er iets anders op gevonden. Ze vraagt kraamkost.
Kraamkost hoeft amper iets te kosten en je hoeft er ook niet voor om te rijden langs een babyspullenwinkel. Kraamkost kook je gewoon bijeen. Een grote schaal lasagne voor het uitgebreide gezin. Een stoofpot. Soep, salade, groentetaart. Want pas bevallen ouders hebben grote honger, maar weinig puf om in de keuken te staan.
In de VS, dat land dat we associëren met hamburgerketens en een algemene afkeer van sociale zekerheid, is kraamkost een normale zaak. Meer zelfs: er is een diepgewortelde traditie van culinaire solidariteit, niet alleen voor prille ouders, ook voor families die rouwen, met ziekte te maken krijgen of op welke manier dan ook zodanig overvallen worden door hun leven dat ze heel veel nood hebben aan goed eten, maar er zelfs nog niet toe komen om een blikopener te zoeken.
De traditie leeft. Dat zie je aan nieuwigheden zoals tasjes uit thermisch materiaal die speciaal ontworpen zijn om een hete ovenschotel te transporteren. Maar ook aan websites als Take Them a Meal, die een online-agenda aanbieden waarin buren, collega’s of oudergroepen hun geefmaaltijden kunnen coördineren, zodat niet iedereen op dezelfde dag met hetzelfde gerecht aanbelt bij het uitgeputte ouderpaar. Kraamkost is er niet per se gebonden aan kraambezoekjes: ook buren die je nog nooit gesproken hebt, vinden het vaak normaal om in hoge nood iets lekkers op je stoep te zetten. In de milde veronderstelling dat jij het later ook voor hen zult doen. En wat is er plezieriger dan koken voor iemand die zit te snakken naar iets huisgemaakts?
Ik moet het antwoord op die vraag schuldig blijven en zit al dagenlang te fantaseren over wat ik zal maken voor de vriendin zonder pamperrekening. Geen lasagne, want alle andere vrienden zullen al lasagne maken. Wel filodeegdriehoekjes met spinazie en schapenkaas: makkelijk in te vriezen, makkelijk in kleine porties af te bakken, makkelijk te eten met één hand en populair bij de broers van de baby. Geen linzenstoofpot, want dat lusten diezelfde broers waarschijnlijk niet. Wel groentetaart met een bak frisse kruidige sla die dagen meegaat. Een grote pot minestrone: troost goed, voedt goed. Misschien een paar bokaalsalades: open te draaien en op te lepelen. En een grote pot van mijn pompoenragout die zo lekker naar de herfst smaakt. Wedden dat die mensen met hun vrijblijvende cadeautip dat allemaal nog niet hebben?

Dit lijken me goede ideeën voor kraamkost:
Pompoenlasagne: makkelijk in te vriezen, makkelijk op te warmen.
– Een grote gezinsportie geroosterde groenten: amper werk en toch een zegen. Ik zou er een bulgursalade met nootjes, rozijnen, kruiden en geitenkaas bij geven. Of voor een gezin dat nood heeft aan goeie ouwe troostkost: aardappelpuree en een stukje (nep)vlees (kraamkost mag niet dienen om mensen tot een andere manier van eten te bekeren, denk ik).
Pompoenragout: blijft enkele dagen goed in de koelkast. Makkelijk op te warmen, makkelijk in te vriezen als er te veel is. Er zitten bonen in, maar die kun je volledig mixen, zodat moeilijkere eters er geen punt van maken. Lekker met polenta, maar ook met aardappelpuree of lekker brood.
bloemkooltaartBloemkooltaart met mosterd en gebakken ui. Gezinsvriendelijk, makkelijk op te warmen (maar ook op kamertemperatuur lekker) en desnoods in te vriezen.
Aardappel-paddenstoelentaart. Tenzij het halve gezin geen paddenstoelen lust.
– Hetzelde geldt voor paddenstoelenlasagne. Machtig stukje ovenschotel (vergeet er geen groene salade bij te geven).
Filoflapjes! Oh, wat zou ik als pas bevallen moeder blij zijn met filoflapjes. Een grote bak om in de diepvriezer te steken en beetje bij beetje af te bakken. (De filoflapjes met spinazie uit Goed Eten zijn misschien nog meer geschikt dan het recept met ui en walnoot waar de bovenstaande link naartoe leidt)
Lauwe pasta met gegrilde paprika, kerstomaatjes en zoetzure dressing. Een makkelijke crowdpleaser. (Niet geschikt om in te vriezen)
venkelsaladeFruitige venkelsalade: superdosis vitaminen! En niet moeilijk.
Maissoep: een wat andere soep die toch heel toegankelijk smaakt. Geef er een lekker stokbrood bij en het is een maaltijd.
Boontjes op z’n Bengalees: als je ze zacht kruidt, is het gewoon een lekker hartige eenpansschotel met aardappelen en boontjes. Geef er een pot romige volle yoghurt bij, als sausje, en een bakje kerstomaatjes. (Niet geschikt om in te vriezen)
- Nazomercurry met pompoen en aubergine: een zachte curry die niet te gek smaakt om ook kinderen te kunnen bekoren. Geef er basmatirijst bij, en misschien wat gebraden kip voor gezinnen die echt aan hun vlees zijn gehecht. (Invriezen kan)
– Een pitapakket: pitabroodjes, een paar slaatjes, een yoghurtsausje, in stukjes gesneden fetakaas en falafelballetjes die enkel nog even op te bakken zijn (die hoef je natuurlijk niet per se zelf te maken, veel supermarkten hebben er heel aanvaardbare).
ratatouilleRatatouille. Geef er ineens ofwel pasta en parmezaan bij, ofwel vlees en stokbrood. Zodat het een volledige maaltijd wordt. Goed in te vriezen. (Simpelere variant: courgettestoofpot)
Zomers stoofpotje met paprika, tomaat, aardappel en een ei. (Geef er een bakje eieren bij die de gelukkige ontvangers zelf kunnen bakken)
- Kaneelbroodjes. Voor gezinnen die al voldoende volwaardige maaltijden hebben of gewoon deugd hebben van een luxueus ontbijt of vieruurtje. (zie ook: granola en banaanpannenkoekjes)

Hier kun je alleszins rekening mee houden:
– Sommige moeders die borstvoeding geven, moeten zuivel mijden omdat hun baby de moedermelk anders niet verdraagt. Sommigen mijden om dezelfde reden moeilijker verteerbare groenten zoals uien, paprika of kolen. Pols op voorhand even of dat het geval is.
– Veel borstvoedende moeders mijden ook uitgesproken pikant eten. Dat lijkt me sowieso niet erg geschikt als kraamkost voor gezinnen waar behalve de baby nog andere kinderen zijn.
– Je kunt ook even polsen of het gezin waarvoor je kookt, misschien liever iets heeft wat meteen in de diepvriezer kan, voor de nabije toekomst. In dat geval zijn lasagne, spaghettisaus, maaltijdsoepen, quiches/flapjes, en dikke stoofpotjes zoals ratatouille of pompoenragout heel interessant (beter geen soepen/stoofpotten met room of met grote stukken aardappel).

Nog suggesties van mensen die het allemaal al eens meegemaakt hebben?

(De introtekst verscheen vorig weekend in mijn kookrubriek in De Standaard Magazine. Intussen is de vriendin bevallen en eet ze al bijna een week kraamkost)

servet

Minder vlees eten, minder verspillen, mooi de seizoenen volgen en spaarzamer omspringen met het leven in de zee: het klinkt intussen vertrouwd, want het is hoognodig. Maar in de praktijk valt het met de goede voornemens weleens tegen. Na een volle werkdag heb je weinig puf om je kookkunsten opnieuw uit te vinden, of je wilt wel, maar je huisgenoten willen niet mee. Wat steek je in je brooddoos? En als je bezoek hebt, is zo’n duurzame aanpak dan niet nefast voor de sfeer?

Eerder dit jaar zat ik een paar keer samen met de mensen van de Gezinsbond om te praten over duurzaam eten, en hoe dat lukt en niet lukt in het gezinsleven zoals het is. We kwamen tot de conclusie dat we een Grote Goed Eten Tour moesten organiseren. Een rondreizende avond waarop ik alle tips die ik in de afgelopen jaren heb verzameld, deel met het publiek, en alle lessen die ik zelf geleerd heb over goed, gezond, stressloos en duurzaam eten. Maar waarop ik ook luister naar vragen, bedenkingen en weer nieuwe tips.

Op dit eigenste moment zit ik voor die avond mijn powerpointpresentatie af te werken, want de eerste avond is nu maandag al, in Brugge. Dinsdag trekken we naar Geel. En nu we die avond toch ineengestoken hebben, laten we hem het liefst van al in het komende jaar door het hele (nu ja, het halve) land trekken. Elke lokale afdeling van de Gezinsbond kan hem naar haar cultuurcentrum of toneelzaal halen. En als je geen lid bent van de Gezinsbond maar toch zo’n avond in je buurt wilt organiseren, is er ook goed nieuws. Neem dan contact op met de plaatselijke verantwoordelijke van de bond (contactgegevens via consumenten@gezinsbond.be) en de kans is groot dat hij of zij er graag samen met jou werk van maakt.

Wil je geen avond organiseren, maar gewoon eens komen kijken, luisteren en meepraten (en proeven!), houd dan de agenda in de linkerkolom van deze webpagina in de gaten: daar verschijnen alle stops op mijn ronde.

Hopelijk tot ziens!

Dorien

PS: De foto hierboven vond ik op Pinterest en ik kon niet achterhalen van wie hij is. Mocht hij van jou zijn, laat iets weten.

Paellafeest in Vilamarxant, Valencia.

Paellafeest in Vilamarxant, Valencia.

Tussen het afwerken van een boek en het aanschouwen van de eerste gedrukte exemplaren zitten drie windstille weken. Weken waarin je niet meer voor de tiende keer een tekst moet nalezen om er dan toch nog een suffe schrijffout uit te halen. Weken waarin je je hoofd niet moet breken over titels, flapteksten en inhoudstafels. En weken waarin je ook nog niet kunt gaan signeren of praten over je boek. De drukker is er immers nog mee bezig.
Het zijn de perfecte weken om vakantie te nemen. Dus vertrok ik voor drie weken naar Spanje. Om te lezen, te fietsen, te aperitieven en te slenteren in de lentezon.
Ik heb er ook onverwacht lekker gegeten. Onverwacht, omdat ik Spanje gastronomisch niet zo hoog aansloeg (waar haalde ik het?). En ook omdat ik dacht dat ik het nooit zou leren, om op reis het juiste restaurant en de juiste winkels binnen te gaan.
Beide veronderstellingen bleken fout.
En dit zijn vijf tips voor mensen die meer eetplezier uit hun reis willen halen.

Casa Chimo in Bocairent, waar de tafelkleden van papier zijn, de huiswijn geen naam heeft en de entree naar javel ruikt. En waar de boerenkost met zoveel liefde wordt opgediend dat je ervan smelt.

Casa Chimo in Bocairent, waar de tafelkleden van papier zijn, de huiswijn geen naam heeft en de entree naar javel ruikt. En waar de boerenkost met zoveel liefde wordt opgediend dat je ervan smelt.

1. Kies niet voor het mooiste terras. Wel als je alleen maar een biertje of een koffie wilt drinken, niet als je goed wilt eten. Op het mooiste terras serveren ze zelden het lekkerste eten. Dat heb ik eigenlijk vroeger al van mijn ouders geleerd, maar zoals dat gaat, duurt het dan nog eens twintig jaar eer je die wijsheid met overtuiging in de praktijk begint te brengen. De jongste jaren vreesde ik dus dat ik gewoon te oud was om nog een neus te ontwikkelen voor het waarlijk-leuke-restaurant-in-het-buitenland. Het verschil te leren zien tussen het authentieke volksrestaurant en het voormalige authentieke volksrestaurant. Of tussen een wat ambitieuzer restaurant en een omhooggevallen restaurant. Goed, deze keer lukte het op een of andere manier. Je moet dus gewoon volharden.

Een van de 47 paellapannen op het paellafeest van Vilamarxant, Valencia.

Een van de 47 paellapannen op het paellafeest van Vilamarxant, Valencia.

2. Vriendjes maken en mee-eten maar. Je hoeft geen kind aan huis te zijn bij de locals om eens bij ze aan tafel te kunnen aanschuiven. Toch niet als het pakweg paellafeest is in Vilamarxant. Dan volstaat het dat je de campinguitbaters herkent, ze trakteert op een biertje en je aansluit bij hun vriendengroep. Om maar te zeggen: dorpsfeesten zijn niet echt voorzien op toeristen, maar het eten is er vaak geweldig en de mensen zijn er meestal wel in de stemming om een paar extra enthousiastelingen te laten mee eten. Trakteer op drank, wees creatief met je vijf woorden Spaans en lach schaapachtig als de situatie daarom vraagt.
Houd ook je ogen open voor gastentafelformules en huiskamerrestaurants. In Frankrijk zijn er bijvoorbeeld nog altijd veel mensen (vaak B&B-uitbaters, maar niet altijd) die tables-d’hôtes aanbieden en je zo van hun lekkerste thuiskeuken kunnen laten proeven.

Een soort van broccolischeuten (Kim?) op de Boqueria-markt in Barcelona.

Een soort van broccolischeuten (Kim?) op de Boqueria-markt in Barcelona.

3. Ga naar de markt. Zelfs op snobistische toeristenmarktjes kun je vaak al een leuke portie plaatselijke eetcultuur meepikken. Maar het meeslependst zijn natuurlijk de gewone versmarkten, waar je ziet wat de oogst en de tradities van de streek zijn, en waar de mensen thuis zoal mee koken – vaak ontdek je hier de gezondere eetgewoonten van de locals. Neem er je tijd voor: op het eerste gezicht bestaat zo’n versmarkt misschien gewoon uit een viskraam, een paar groentekramen en een paar vleeskramen. Op het tweede gezicht liggen er groenten die je nog nergens tegenkwam, zien de bloemkolen er helemaal anders uit dan thuis en zijn er liefst vier soorten snijbonen in de aanbieding. En dat kleine kraampje dat ertussen staat biedt zowaar acht soorten vers gekookte bonen en linzen aan.
Ja, ik ben een vrouw geworden die van een reis terugkeert met een telefoon vol foto’s van groenten, en met acht soorten bewaarbonen (daarover later meer).

Ontbijt op doorreis.

Ontbijt op doorreis.

4. Zorg ervoor dat je geregeld zelf je eten kunt maken. Anders zijn al die appetijtelijke markten natuurlijk een enorme bron van frustratie: een pot confituur kun je nog meenemen naar huis, maar een bos frisse broccolischeuten moet je de dag zelf nog in de pan kunnen gooien. Dat is een van de redenen waarom ik niet graag op hotel ga en wel graag ga kamperen of een vakantieappartement huur. Dat je daar zelf kunt koken, zorgt er doorgaans ook voor dat je lichter en gevarieerder eet tijdens je vakantie. Ben je toch gebonden aan een hotelregime, gun jezelf dan af en toe een picknick. Neem een zakmes mee.

Gekookte-bonenkraam op de markt in Barcelona.

Gekookte-bonenkraam op de markt in Barcelona.

5. Wees realistisch over je principes. Als je op je vakantie strikt vegetarisch of veganistisch wilt eten, richt je dan op het restaurantaanbod in de grote of progressieve steden en kook op het platteland zelf. In veel landen (zoals euhm, België) is er simpelweg geen interessant vegetarisch aanbod in de meer landelijke eetzaken. Elke dag tortilla con patatas, geloof me, het gaat tegensteken, maar je moet uit hard hout gesneden zijn om daar op je vakantie een strijdpunt van te willen maken. Happy Cow is een website die vegetarische en vegane adressen in de hele wereld verzamelt. Ook in de op lifestyle georiënteerde reisgidsen van de 100%-reeks vind je goede tips.
6. Reis naar India.
Dan kun je alle vijf voorgaande tips negeren, want je vindt er simpelweg overal lekker eten, grotendeels gezond en vrij van vis of vlees. Het is wel ver. En Spanje is prachtig.

Koepel in het marktgebouw van Valencia.

Koepel in het marktgebouw van Valencia.

Gedroogde pepers en paprika's in Barcelona.

Gedroogde pepers en paprika’s in Barcelona.

Zonsondergang op de stadsvulkaan in Olot.

Zonsondergang op de stadsvulkaan in Olot.

Ongeveer een jaar geleden begonnen Kim, Els en ik samen aan een boek te werken. Ongelooflijk hoe licht ik dat opvatte: hoera, we gaan over groenten schrijven! Elke week samenkomen in Kims moestuin, naar hartenlust tomaten en aardappelen oogsten, koken uit de losse pols, ongecompliceerde recepten uitwerken. Uien met sjalotten vergelijken, spinazie met snijbiet, palmkool met boerenkool. Kijken met hoe weinig ingrediënten je een tomatensaus kunt maken. Alles wat ik graag doe!
En zo ging het ook. Een lente lang, een lange zomer lang. Topbestemming, die Moestuin van Mme Zsazsa.

12326776014_f7dd4e647c_k

Het probleem was dat we het boek daarna nog zowat helemaal moesten schrijven. Oeps.
Met enige vertraging is het dan toch afgeraakt. En waar ik zo blij mee ben is dat het plezier van die lente en die zomer er onversneden en ongeposeerd in bewaard is. Els kan dat wonderwel voor elkaar krijgen.

13225980843_977333423a_k

Het boek ligt volgende maand in de winkel. Maar je kunt het nu al bestellen, bij Kim of bij mij (via dorienknockaert@hotmail.com). Zodat wij onze enveloppen al kunnen schrijven en het vochtige washandje voor de postzegels tijdig kunnen klaarleggen op onze bureaus. Bestel je bij Kim, dan krijg je een exemplaar dat gesigneerd is door Kim, bestel je bij mij, dan staat mijn krabbel erin. In het echt wonen wij namelijk niet samen.
Uiteraard gaan wij elkaar beconcurreren met allerlei leuke extra’s, geparfumeerde enveloppen, pratende postduiven en gratis staaltjes ggo-aardappelen. Als ik u was, ik zou die situatie uitbuiten en bij ons allebei een boek bestellen. Het is namelijk ook een erg levenslustig cadeau, voor iedereen die graag tuiniert, graag kookt of minstens een van die twee dingen graag wil leren doen.

13226067013_42d2cdefde_k

In de winkel zal het 29,99 euro kosten. Daarvoor krijg je een uitgebreide moestuinhandleiding én een massa groenterecepten en -kooktips. Wat zeg ik, minstens twee boeken in één! Samen goed voor 1,7 kilo papier, heeft onze uitgever al berekend.
Bestel je bij ons een gesigneerd exemplaar, dan betaal je inclusief verzendingskosten 36 euro. Wie bij mij bestelt en in Antwerpen woont of passeert, kan het ook zelf komen oppikken na afspraak (en ja, lieve hardcore achterban, ook van dit boek zal ik altijd wel een paar exemplaren in mijn auto hebben en zal mijn mama minstens één druk in haar eentje opkopen en verdelen).
Wil je het helemaal gezellig maken, dan wacht je natuurlijk tot Kim en ik ergens samen signeren. Tourdata volgen!

13226076373_80a5aa500b_k

13226224224_6419098cdd_k

13225871145_8169b4478c_k

12326481793_ec17a7a00e_h

Schermafbeelding 2012-12-31 om 18.18.28
Ik hou er wel van, de lijstjestijd. De mooiste platen van het jaar, de beste boeken, de pakkendste films, de verleidelijkste restaurants, de knapste tv-programma’s. ‘Zo was beeldende kunst in 2012′, ‘dit waren de concertrevelaties’. In de lijstjestijd lijkt het even alsof cultuur ons lange leven is, het enige waarbij we stil willen staan, het enige waarin we hoofdzaak van bijzaak moeten scheiden. Mooi is dat. Maar ik geraakte dit jaar amper op restaurant, las geen romans, keek hooguit wat tv (vooral naar Borgen, heerlijk). Ik kan alleen maar zeggen: zo was ons eten in 2012. (more…)

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 665 andere volgers