Info

Dorien Knockaert

Archief voor

Fruit als tussendoortje vind ik vaak te veel gedoe met pellen en plakkerige vingers. Maar bij mijn maaltijd schil ik graag een appeltje. Of een sinaasappel. Die wordt dan in een handomdraai een citrusslaatje. Heel leuk als opfrisser bij spicy stoofpotjes, roerbakgerechten en pilavs. Of als hapje op een feestje, met mooi ontvliesde citruspartjes die fonkelen in een glaasje. Nu de bloedsinaasappels hun seizoen hebben, zijn de citrusslaatjes op hun mooist. (more…)

Co-housing: het is een lelijk woord dat niets dan last voorspelt. Vroeger dacht ik dan ook dat een huis delen iets was voor hypersociale mensen die vooral niet met rust gelaten willen worden als ze ‘s avonds thuiskomen. Mensen die nooit eens ongestoord met hun lief naar Love, Actually willen kijken. Mensen die het perfect kunnen verdragen dat de anderen altijd de afwas laten staan en nooit de lege flessen naar de container brengen. Mensen die als student altijd het kot uitkozen met de meeste feestjes en de minste douches. (more…)

Tegenwoordig ben ik nogal voor het tarte-tatinprincipe. ‘t Is makkelijk en je kan er smaakvolle taarten mee maken, met niets dan fruit of groente.
Ik heb vorig jaar eens een witloftatin gemaakt, met enkel wat tijm en kaas erbij. Daar ontbrak nog iets aan. Deze is beter: behalve witlof gaan er tijm, appel en knolselder in en je zou er na het bakken nog wat gebakken bospaddenstoelen of opgelegde veenbessen over kunnen strooien, als je luxueus wilt doen.
Voor de knolselderstukjes gebruikte ik de ingevroren overschotjes van een knolselder die ik rond de kerst in zoutkorst bereidde. Moet je ook eens doen! (Zie recept onderaan) De buitenkanten van zo’n korstselder zijn te zout om puur te eten, maar fijngesneden zijn ze verrassend doortastende smaakmakers in andere bereidingen, zoals deze taart. Bijna als kaas, zo intens.
Je kan voor deze taart natuurlijk ook gewoon een verse knolselder aansnijden en meebakken met het witlof.
Als je het allemaal wat decadenter wilt, smaakt een dot zure room hier wel bij. (wendt schuldig haar blik af)

Wintergroentetatin
2 stronkjes witlof, in kwarten gesneden (snijd de harde kern een beetje weg)
Blaadjes van enkele takjes tijm
Ca. 70 g knolselder, in kleine stukjes gesneden
1 appel, geschild en in dunne partjes gesneden
1 cirkel bladerdeeg, groot genoeg om een grote pan af te dekken.
Zachte olijfolie, peper, zout

  1. Verwarm de oven voor tot 200°. Warm een beetje olie in een pan op een matig vuurtje. Wentel er de tijm, witlofkwartjes en knolselder in, dek ze af en stoof ze tot ze beetgaar zijn. Haal dan het deksel van de pan, draai het vuur open, voeg de appelstukjes toe en bak nog even alles tot het begint te bruinen en het vocht verdampt is.
  2. Als je een pan gebruikt die in je oven kan, spreid dan daarin de groenten uit en bedek ze met het bladerdeeg. Anders breng je de groenten over naar een licht ingevette taartvorm en bedek je die met deeg. Knip het overschot aan de kanten weg of plooi het terug. (De bovenkant wordt straks de onderkant en kreukels worden onzichtbaar) Zet de taart in de oven en bak hem in ongeveer een halfuurtje goudbruin.
  3. Haal de pan uit de oven, bedek hem met een omgekeerd plat bord en span er een droge, tot een reep gevouwen theedoek over, die je handen beschermt tegen de hitte en het bord tegen de pan geklemd houdt. Kiep de taart in één beweging op het bord. Niet treuren als er hier en daar een stukje groente aan de pan blijft hangen, dat maak je gewoon los en leg je op de taart (die plakstukjes zijn vaak de lekkerste).

Knolselder in zoutkorst
1 knolselder, schoongemaakt en geschild (komt niet zo nauw, als het vuil maar weg is)
375 g grof zout
750 g bloem
ca. 375 ml water

  1. Verwarm de oven voor tot 250°.
  2. Maak een deeg van het zout, meel en water.
  3. Leg de knolselder in een ovenschaal en pak hem in met het deeg. Houd een klein beetje deeg opzij om scheuren te dichten, mochten die tijdens het bakken ontstaan.
  4. Zet hem in de oven en laat hem garen, ongeveer een uur. Check met een priem of hij door en door gaar is.
  5. Haal de korst eraf (hier kan je niet zoveel meer mee doen – misschien aan de kippen geven?). Snijd de buitenkant van de knolselder af en bewaar die stukjes voor in de soep, de puree of, fijngesneden, in risotto’s, stoofpotjes en groentetaarten. Snijd de binnenkant in blokjes, rondjes of plakjes (leve de steekvormpjes). Lekker met gestoofd witloof, appeltjes, paddenstoelen, veenbessen…
Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 667 andere volgers